Afdrukken

 

Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)

 

Mijn beste vrienden,

In de catechese van 12 augustus 2020 heeft paus Franciscus gezegd dat de pandemie naar voren heeft laten komen hoe kwetsbaar wij zijn en hoezeer wij met elkaar verbonden zijn. Als wij niet voor elkaar zorgen, te beginnen bij deHomilia 29 15 08 2020 1 laatsten, bij hen die het meest worden getroffen, kunnen wij de wereld niet genezen. Als leerlingen van Jezus willen wij onverschillig, noch individualistisch zijn.

Onverschillig: wij kijken de andere kant uit.

Individualistisch: alleen naar eigen belang kijken.

De door God geschapen harmonie vraagt van ons naar de ander te kijken en met elkaar in gemeenschap te zijn. Terwijl wij werken aan een behandeling tegen een virus dat allen zonder onderscheid treft, spoort het geloof ons aan ons serieus en actief in te zetten om onverschilligheid tegenover schendingen van de menselijke waardigheid te bestrijden.

Daarom hebben wij het vandaag over een historisch personage dat om onze aandacht vraagt als een hoogstaand voorbeeld van de niet gewelddadige strijd voor de menselijke waardigheid van de mens.

Het betreft Martin Luther King, pastor van de Kerk van de Baptisten, winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 1964 en een zeer bekende leider in de strijd van de Afro-Amerikanen voor de afschaffing van de rassendiscriminatie.

Op 3 april 1968, dat de vooravond zou worden van de moord op hem, hield Martin Luther King in de Mason Temple, een kerk in Memphis, zijn laatste preek, een van zijn belangrijkste onder de vele die hij hield.

Bij een analyse van die toespraak dienen wij drie ogenblikken naar voren brengen waarover wij kunnen nadenken.

  1. Martin Luther King vlucht niet uit de geschiedenis. Als hij kon kiezen in welke tijd hij mocht leven, dan had hij niet getwijfeld God te vragen een kind van zijn tijd te zijn. “U moet weten dat, als ik mij aan het begin van de tijd zou bevinden, met de mogelijkheid een algemeen en panoramisch zicht te hebben op de hele menselijke geschiedenis, en de Almachtige mij zou zeggen: ‘Martin Luther King, in welk tijdperk zou je willen leven?’... Vreemd, maar ik zou mij tot de Almachtige richten en zeggen: ‘Als U het mij toestaat alleen maar weinig jaren te leven in de tweede helft van de 20ste eeuw, zal ik gelukkig zijn’”. En hij voegt eraan toe: “Ik ben gelukkig dat God het mij heeft toegestaan in deze tijd te leven, te zien wat Hij mij laat zien. En ik ben gelukkig dat Hij het mij heeft toegestaan hier in Memphis te zijn”.
    Het is hier de eerste grote les: het christelijk leven bevat het geheel, altijd uitgaande van een historisch concreet iets. En het historisch concreet iets is de tijd, de plaats, de situatie waarin wij zijn geplaatst. Van daaruit moeten wij via een proces van aanvaarding op avontuur gaan naar de open zeeën van de tijd en de geschiedenis.
  1. Deze band met het concrete sluit Martin Luther King niet op in de tijd en de ruimte waarin hij is geplaatst. Hij gaat uit van het historisch concrete om naar het land te gaan dat overstroomt van melk en honing. Maar dit land, zegt Martin Luther King, mag ons niet de arme stakkers in ons midden laten vergeten, de kinderen die niet een geregelde maaltijd kunnen hebben.
  2. De kern van het probleem zijn niet wij, maar de ander.
    Wanneer hij de parabel van de barmhartige Samaritaan becommentarieert, vindt Martin Luther King duizend goede redenen om niet stil te blijven staan bij de gewonde langs de weg. Als men zich de vraag stelt, uitgaande van zichzelf, “als ik halt houd om deze man te helpen, wat zal er dan met mij gebeuren?”, dan zijn er alle redenen om niet stil te blijven staan.

    Maar als men zich de vraag stelt, uitgaande van de ander: “Als ik niet halt houd om deze man te helpen, wat zal er dan met hem gebeuren?”, dan bestaat er geen enkele reden meer om niet halt te houden. Het is de ander, niet het ik, die in het middelpunt van ons leven moet worden geplaatst. Dit plaatsen van de ander in het middelpunt van ons leven bevrijdt ons van de gesloten cirkel van een narcistisch solipsisme, dat langzaam hersenen en hart leeg maakt en ons verlamt in een twijfel zonder uitweg.
    Zeker, in deze optiek ontkomt men niet aan de dood. Maar de dood is voor de christen niet een ongeluk onderweg. Het is Homilia 29 15 08 2020 3de gebeurtenis waar heel zijn bestaan op is gericht, omdat de dood het wijd opengaan is van de deuren van het leven dat geen grenzen en ondoorzichtigheid meer kent.
    Martin Luther King is geen romanticus, geen naïeveling. Hij droomt, zoals de mensen in de Bijbel dromen. Hij ziet, omdat het geloof reeds het begin van het visioen is, en zijn geloof is groot.
    In de religieuze stilte die de stem van de man Gods moet omgeven, horen wij opnieuw zijn laatste woorden, weinig uren voor zijn offer van liefde: “Goed, ik weet nu niet wat er zal gebeuren. Wij hebben moeilijke dagen voor ons liggen. Maar nu is dat niet belangrijk. Omdat ik op de top van de berg ben geweest. En dit interesseert mij niet. Zoals allen zou ik een lang leven willen hebben. Een lange levensduur heeft zijn gewicht. Maar dat interesseert mij niet. Ik wil alleen Gods wil doen. En God heeft het mij toegestaan de berg op te gaan. Van daaruit heb ik gekeken. En ik heb het Beloofde Land gezien. Misschien zal ik er niet samen met u komen. Maar ik wil dat u vanavond weet dat wij, als volk, het Beloofde Land zullen bereiken. En vanavond ben ik gelukkig. Ik ben nergens bang voor. Ik ben voor niemand bang. Mijn ogen hebben de heerlijkheid van de Heer, die komt, gezien”.

De droom van Martin Luther King is een droom die met de profeet niet mag sterven.

“Ik heb een droom (I have a dream) dat op een dag op de rode heuvels van Georgia de kinderen van hen die eens slaven waren, en de kinderen van hen die eens slaven bezaten, samen zullen zitten aan de tafel van broederschap”.

Die droom heeft zijn wortels in de nooit aflatende belofte van God. Maar hij heeft zijn wortels echter ook in het fluctueren van de vrijheid van de mens. De Bijbelse droom heeft altijd de vrijheid van de mens nodig om in vervulling te gaan. En daarom blijft hij tot het einde verbonden met de zwakte en de golfbewegingen van deze vrijheid.Homilia 29 15 08 2020 4

De kinderen van hen die eens slaven waren, en van hen die eens de slaven bezaten, zullen samen gaan zitten aan de tafel van de broederschap, maar zij zullen ook verder kunnen gaan in een oneindige dialectiek van slaaf-meester, juist omdat de vrijheid van ieder van ons altijd op ieder ogenblik de tafel van de broederschap kan vernietigen.

Ter gelegenheid van het feest van de heilige Rochus wil ik een hartelijke groet, vol genegenheid en sympathie, aan de coördinatrice van de capilla San Roque van de compañía Pedrozo (streek Pedrozo), mevr. Benita Martínez de Montiel, en aan alle gelovigen doen toekomen.

Het feest van de heilige Rochus valt op 16 augustus, de dag waarop wij het afslachten van de onschuldigen herdenken, de dood van de kinderen van Acosta Ñu aan het einde van de Guerra Guasú (de Grote Oorlog, namelijk de oorlog van het Drievoudig Verbond, Brazilië, Uruguay en Argentinië, tegen Paraguay, tussen 1864 en 1870, n.v.d.r.). Moge onder de voorspraak van de heilige Rochus vanuit deze kapel luid de kreet van paus Franciscus opklinken: “Nooit meer oorlog! En nooit meer kindsoldaten!”.

Laten wij de kinderen niet beroven van de gave van hun eigen leeftijd, die hun toebehoort!

En moge de zegen van de almachtige God,

Vader en Zoon en Heilige Geest,

Over u neerdalen en altijd bij u blijven.

Amen.

 

Emilio firmaDon Emilio Grasso

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

10/09/2020

 

Categorie: Homilieën en toespraken