Afdrukken

 

Patrones van de migranten

 

Op 27 september 2020 wordt de 106de Werelddag van de migrant en vluchteling gevierd. Wij willen over dit drama nadenken, dat ook vandaag nog de mensheid meemaakt, aan de hand van de figuur van de heilige Francesca Saverio Cabrini, een missiezuster, een genaturaliseerde Amerikaanse, stichteres van de congregatie van de “Missiezusters van het Heilig Hart van Jezus”, die paus Pius XII in 1950 heeft uitgeroepen tot “Patrones van de migranten”.

 

separador py

 

Het leven van moeder Cabrini, op 15 juli 1850 in Sant’Angelo Lodigiano (LO, Italië) geboren, in 1946 heiligverklaard en in 1950 uitgeroepen tot “patrones van de migranten”, weer doorlopen betekent opnieuw op de geschiedenis van de Italiaanse migratie stoten. Dan komen er ongemakkelijke herinneringen boven aan de jaren waarin de Italianen moesten emigreren en daarbij discriminatie en minachting hadden te verduren. Die geschiedenis heeft moeder Cabrini ten volle beleefd. Voor zeer veel Italiaanse migranten was haar aanwezigheid naast hen, in New York, Chicago, New Orleans, Buenos Aires, Sao Paolo, een teken dat de Kerk, behalve dat zij een eerste voorwaarde van bevrijding was, hen niet had vergeten.

Ten overstaan van de complexiteit van het probleem van de migratie, die de Europese samenlevingen in een crisis brengt, is het niet zonder nut terug te gaan in de geschiedenis en opnieuw na te denken over een gebeurtenis met vaak verrassende contouren, die zich in een dramatisch tijdperk had ontwikkeld. Een oplossing zal immers, wil zij adequaat zijn, zich moeten laten inspireren door de ruimere visie op het leven die alleen de herinnering kan geven.

“Italianen, blanke slaven”

“De uittocht van de Italianen naar de Verenigde Staten heeft alle kenmerken van een handel in blanke slaven”. Degene die deze woorden eind 1887 schreef, was geen journalist die met indrukwekkende zinnen sensatie wilde veroorzaken. Deze woorden stonden in een lang en serieus rapport, het meest uitvoerige en gedocumenteerde dat ooit tot dan toe was geschreven over de levensomstandigheden van de Italianen in Amerika. Propaganda Fide had het samengesteld op verzoek van de paus, Leo XIII, bezorgd als hij was vanwege de berichten die hem bereikten van de Amerikaanse bisschoppen of van mgr. Scalabrini, de bisschop van Piacenza, die met zijn brochures ook het parlement periodiek informeerde. Propaganda Fide had statistieken en getuigenissen verzameld door mensen aan deze kant en aan de andere kant van de Oceaan te ondervragen en onderzoek te doen in de havens waar men aan boord en van boord ging. Er was een treurig beeld uit naar voren gekomen. Ieder jaar scheepten er tussen de vijftig- en honderdduizend Italianen in New York. Bijna allemaal clandestien. Men noemde hen denigrerend wop, without passport, “zonder paspoort”. Met grote verwachtingen in Amerika aangekomen, werden zij tenslotte – zo drukte zich de paus ten opzichte van het rapport van Propaganda uit – “blootgesteld aan de hinderlagen van de boosaardigen en de machtigsten”, die hen per dag voor weinig cent lieten werken om zich de reiskosten die zij hadden voorgeschoten, te laten terugbetalen. Er waren veel kinderen. Zij werden in Italië “besteld” om te worden ingevoegd in een misdaadorganisatie van de prostitutie of van de bedelarij. En zeer velen stierven, kinderen en volwassenen. “Wij zijn hier als beesten, men leeft en sterft zonder priesters, zonder onderwijzers en zonder artsen”, schreef in die jaren een immigrant uit Venetië naar huis.

Anderhalf jaar na het rapport van Propaganda Fide kwam de New York Sun met het volgende stuk naar buiten:

“De laatste weken heeft men vrouwen met een donkere huidskleur, gekleed als zusters van liefde, door de Italiaanse wijken Bend en Little Italy zien gaan, terwijl zij steile, nauwe trappenhuizen omhooggingen, afdaalden in smerige souterrains en holen waar zelfs geen politieagent het zonder assistentie zou wagen binnen te gaan. Zij dragen een habijt en een sluier die verschilt van die van de normale religieuzen. Weinigen spreken Engels. Het is een instituut dat de zorg op zich neemt voor wezen, en alle zusters die het vormen, zijn Italianen. De vijf of zes die zich in deze stad hebben gevestigd, zijn de pioniers van de congregatie in de Verenigde Staten. Moeder Francesca Cabrini, met grote ogen en een aantrekkelijke glimlach, heeft de leiding over hen. Zij kent geen Engels, maar het is een zeer vastberaden vrouw”.

Francesca Cabrini was minder dan drie maanden tevoren in New York aangekomen. Haar persoonlijke aangelegenheid had als het ware toevallig zich verbonden met het lot van die miljoenen Italianen die de “grootste migrantenbeweging van de moderne geschiedenis” veroorzaakten. Er ontstond hieruit een geschiedenis die van Francesca een van de schitterendste figuren van de Italiaanse godsdienstige negentiende eeuw maakt, waardig om naast don Bosco of Cottolengo te staan.

De uitdaging van een ongekende situatie

Wanneer zij naar de Verenigde Staten vertrekt, is Francesca achtendertig jaar. Als meisje wilde zij zuster worden, maar haar gezondheid was te broos en twee congregaties wezen haar af. Zij werd onderwijzeres en na enkele jaren onderwijs zag zij zich door de pastoor, haar geestelijke leidsman, de verantwoordelijkheid voor een weeshuis toevertrouwen. Toen aan deze ervaring een einde was gekomen, vertrouwde zij haar plannen toe aan de bisschop van Lodi, die haar antwoordde: “Jij wilt missiezuster worden. De tijd is rijp. Ik ken geen instituut van missiezusters. Maak jij er een!”. Zo ontstonden de Missiezusters van het Heilig Hart van Jezus, de eerste Italiaanse vrouwelijke congregatie – de tweede in de wereld – die de titel van missiezusters droegen.

De missies waarvan Francesca droomde, waren die in het Oosten. Toen zij kind was, hoorde zij thuis ’s avonds de Annalen van de Verbreiding van het Geloof voorlezen. Het verhaal van het leven van de missionarissen in China maakte indruk op haar en zij wilde hen navolgen. Toen zij vele jaren later aan het hoofd van een jonge, maar reeds ontwikkelde congregatie naar Rome kwam om samen met Propaganda de procedures van een vertrek naar China te bepalen, hoorde zij ook door dezelfde Scalabrini praten over de nieuwe Amerikaanse grens. Leo XIII, die haar in audiëntie ontving en met wie zij over haar plannen sprak, richtte deze uitnodiging tot haar: “Niet naar het Oosten, Cabrini, maar naar het Westen”.

De missie die de paus haar toevertrouwde, was zeker moeilijk. Het betrof een onontgonnen gebied, een uitdaging die paste binnen de “nieuw zaken” die gedurende het pontificaat van Leo XIII naar voren waren gekomen. De Italiaanse migranten in Amerika, gewend aan een traditioneel christendom en de constante aanwezigheid van religieuzen, waren van vandaag op morgen terechtgekomen in een pluralistische maatschappij zonder enig referentiepunt. Zij hadden vaak te maken met discriminatie binnen de Kerk zelf. In de wijk Manhattan, waar moeder Cabrini aankwam, konden de Italianen de mis alleen maar bijwonen in een souterrain. “Want ze zijn niet schoon en de anderen willen hen niet in de buurt hebben”. Want zij hadden geen geld om bij te dragen aan de kosten en de andere, Ierse en Duitse, katholieken, die een generatie eerder waren aangekomen, beschouwden hen als parasieten, die gebruik maakten van een door hen betaalde priester. De Ierse pastoor kende de situatie van de Italianen. “Ze slapen overal – merkte hij op –. Als er geen stoelen zijn, nemen zij er genoegen mee op de grond te gaan zitten met hun schouders tegen de muur geleund: zij zitten opeengehoopt in kamers als haringen in een ton”. Bijna altijd werden zij vervolgens beschouwd als criminelen. “De aanleg tot moorden – schreef de Baltimore Sun – is een van de kenmerken van dit impulsieve en onverbiddelijke ras”.

Vanuit materieel standpunt bezien was de ellende van de Italianen dus compleet. Vanuit religieus standpunt bezien was de toestand die Francesca onder ogen moest zien, die van een vergevorderde ontkerstening. Velen hadden ver van de gewoonten van hun land ook de laatste sprankjes geloof verloren.

De stichting van New York

Tegen de achtergrond van deze moeilijkheden tekent zich de figuur van Francesca af. De resultaten die zij behaalde, waren verbluffend, zowel door de wijze waarop zij erin slaagde door een indrukwekkende reeks initiatieven het leed van de immigranten te verlichten, hun integratie te bevorderen en het beeld van hen te veranderen, als door wat zij deed om het geloof nieuw leven in te blazen.

Zij begon bij nul. De moed die zij toonde, de durf zonder berekening, het tentoonspreiden van de eigen broosheid om deze te laten overweldigen door Gods macht zijn authentiek evangelische trekken. Wanneer zij samen met zes gezellinnen in New York aankomt, heeft zij geen cent. Slechts één kent wat schoolengels. De eerste avond kondigen de paters Scalabrianen die hen ontvangen, aan dat het huis waarin zij zullen gaan wonen, niet bestaat: het betrof alleen maar een overdrijving om hun vertrek te bespoedigen. Zij brengen hen naar een hotel waar de bedden zo smerig zijn dat zij niet durven te gaan liggen; zo brengen zij de nacht door op stoelen en in fauteuils. Ook de kerkelijke steun raakt in crisis: de aartsbisschop, die zij de volgende dag ontmoeten en die hen toch had uitgenodigd, zegt hun dat de zaken nog niet zijn geregeld en dat zij met hetzelfde schip waarmee zij zijn gekomen, weer moeten vertrekken.

Maar Francesca, die volgzaam van karakter en gehoorzaam door opvoeding was, kon verassend zelfstandig en onafhankelijk zijn, wanneer de trouw aan fundamentele uitgangspunten op het spel stond. Zij antwoordt de aartsbisschop, kalm, maar onverzettelijk: “Nee, Excellentie. Wij gaan niet terug. De paus heeft mij hierheen gestuurd en ik blijf hier”. En zij speelt het klaar en gaat verder op een ogenblik dat alles ertoe uitnodigde om ermee op te houden.

In zeer veel andere omstandigheden heeft zij een bewijs gegeven van een uitzonderlijke vastberadenheid in situaties die uitzichtloos leken. Dan ging er van haar – ziek en frêle vanaf de geboorte, door de artsen reeds vanaf haar jeugd ertoe veroordeeld weinig levensjaren te hebben – een dergelijke kracht uit die ook de rijkste bankiers ontzag inboezemde, zodat Francesca van nature aanleg leek te hebben voor organisatie, management, het vinden van financiering. Haar dromen waren groots en uit het niets heeft zij ziekenhuizen in New York, Chicago, Seattle gebouwd die niet alleen de Italianen die anders gestorven zouden zijn zonder verzorging, hebben opgenomen, maar die een belangrijk referentiepunt werden voor de medische wereld.

De waardigheid van de migranten

Deze authentieke managercapaciteiten wortelden in een overtuiging die Francesca nooit verliet en die haar nooit deed wijken: het geld dat zij beheerde, was het geld van de armen. Geld van Italiaanse groenteboeren die met hun karretjes door Brooklyn trokken en zich het brood uit de mond spaarden alleen maar om de zusters te helpen. Geld van Ieren die, wanneer zij de zusters tegenkwamen, op straat knielden, omdat zij uit Rome kwamen en de paus hen had gestuurd.

Moeder Cabrini stond niet toe met dat geld lichtzinnig of oppervlakkig om te springen, of er bedrog mee te plegen. Meer dan eens ontmoette zij, wanneer zij bezig was met ambitieuze gebouwen, ondernemers die dachten dat men bij goeiige, maar naïeve en simpele zusters zich niet hoefde te houden aan levertijden of ramingen kon overdrijven. De reacties van Francesca waren altijd navenant. Bij een gelegenheid vroeg een metselaar die had gezien hoe zij het geld van de armen verdedigde, om katholiek te worden.

Omdat zij deze diepe waardigheid heeft, die zij ten overstaan van niemand verkoopt, of hij nu aartsbisschop, bankier of ondernemer is, kan Francesca een heel leven strijden om de Italianen hun waardigheid terug te geven. Het is deze waardigheid die het waarom verklaart van een vastberadenheid die in alle opzichten tegengesteld was aan haar aard.

Voor haar bestond in ieder geval het woord “onmogelijk” niet. “Ik vermag alles in Hem die mij kracht geeft”, was de zin van de heilige Paulus die zij graag herhaalde, en de resultaten die zij behaalde, zijn er het onbetwistbare bewijs van. De disproportie tussen haar aard en de keuzes waartoe zij in staat bleek, doen verwonderd staan, omdat het een duidelijk getuigenis is van evangelische radicaliteit, van eenvoudige moed van iemand die kijkt naar de bloemen op het veld en vóór alles het Rijk van God en zijn gerechtigheid zoekt.

Nu de historische situatie omgekeerd is en Italië zelf “Amerika” is geworden, nu de kwestie van de migratie opnieuw dramatische vragen aan het geweten stelt, behouden deze gedragingen van Francesca Cabrini hun inspirerende kracht. Hieruit komt voor ons tenminste een duidelijke aanwijzing, die in elke situatie van zending geldt, daar waar de oude antwoorden en schema’s niet meer functioneren: ten overstaan van problemen die groot zijn, kunnen wij de dimensies van ons engagement niet afmeten naar onze beperktheid en ons onvermogen. Uit waardigheid komt, als zij authentiek is, stoutmoedigheid voort.

Michele Chiappo

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

23/09/2020

 

Categorie: Missionaire en spirituele profielen