De actualiteit van Charles de Foucauld
Kracht in zwakte
In de ontwikkeling van zijn ervaring was het bevoorrechte ogenblik – naar het oordeel van Antoine Chatelard, een kleine broeder die zestig jaar in Tamanrasset leefde en biograaf was van de Foucauld[1] – het gevolg van een reeks niet geprogrammeerde
ontberingen ten gevolge waarvan hij aanzienlijke vorderingen maakte in zijn idee over het leven van Nazaret.
Toen hij in Tamanrasset door gebrekkige voeding scheurbuik had gekregen, bleef hij alleen, uitgeput door het werk en zonder voorraden, omdat hij alles als een aalmoes had weggegeven om de Toeareg te hulp te komen, die door een lange droogte die het vee had uitgedund, waren getroffen. Hij had immers niets meer om te geven en derhalve kwam niemand naar hem toe. Teleurgesteld, twijfelde hij aan zijn zending: hij was het hemels gastmaal gaan brengen, maar niemand was ertoe genaderd en nu zou hij, als hij stierf, het Heilig Sacrament aan schending blootstellen, niet in staat als hij was om uit bed op te staan om de hostie in het tabernakel te nuttigen. In die staat van uiterste fysieke en geestelijke uitputting vond er een beslissende gebeurtenis plaats. “Ze zijn – zo zal hij vertellen –, voor mij in een straal van vier kilometer alle geiten gaan zoeken die nog een beetje melk hadden”. Niemand had in hem ooit een arme kunnen zien: zijn huis was vol met dingen die hij wegschonk. Hij was daar om te geven, om geneesmiddelen te verdelen voor de zieken: het was zijn rol van christen, zo zagen hem de mensen. En voor hen was het moeilijk ook hem te onderscheiden van de koloniale en militaire beheerders die langs zijn armzalig huisje kwamen. Maar nu hadden de naburige Toeareg, omdat hij arm onder de armen was, zich het weinige ontzegd dat zij hadden, om het hem aan te bieden. Zo had hij degenen die hem te eten waren gaan geven, de gelegenheid gegeven om eens tot zich te horen zeggen: “Ik was ziek en jullie zijn Mij komen bezoeken”. De Jezus die hij wilde brengen in navolging van “de deugden van Jezus” (een uitdrukking die hem zeer dierbaar was), had Hem tegenwoordig gesteld in zijn persoon van zieke. Hij was hostie geworden. En hij had het doel van zijn zending verwezenlijkt: degene die de boodschap ontvangt, in staat stellen om in dezelfde mate als de gave die Jezus van zichzelf heeft gemaakt, te antwoorden.
De naastenliefde vóór alles
Het was als een tweede bekering. Vanaf dat ogenblik groeide hij geweldig in de achting en in het niveau van de relaties met het volk. Enkele maanden later schreef de commandant van de Oases van de Sahara, een gebied dat werd bestuurd door
militairen, na de Foucauld ontmoet te hebben aan zijn bisschop:
“Het gaat hem zeer goed en hij straalt van gezondheid en vreugde... Hij is in mijn kamp aangekomen, galopperend als een tweede luitenant, aan het hoofd van een groep Toeareg-ruiters. Hij is populairder dan ooit en hij waardeert hen steeds meer”.
Voor veel Toeareg die hem hadden leren kennen, werd hij niet alleen een vader en een broeder, maar “een man Gods”. Ali Merad, een Algerijn die verschillende leerstoelen Islamistiek in Frankrijk heeft bekleed, heeft wat hem betreft, het beeld opgeroepen van “de lamp van de monnik, dierbaar aan de oude Arabische dichters, bron van uitstraling in de eenzaamheid en de stilte”.
Zo was die faam van heiligheid die de Kerk officieel in 2022 heeft erkend met de heiligverklaring, geboren, toen hij nog in leven was, onder de moslims zelf, maar ook onder bisschoppen, priesters en koloniale bestuurders. Mogen, wat dit betreft, deze woorden van generaal Hubert Lyautey – commandant van de grensstreken tussen Marokko en Algerije en toekomstig minister van oorlog gedurende de Eerste Wereldoorlog – gelden waarmee hij aan een bezoek herinnert aan de kluis van wie hij had leren kennen als een vrijbuiter:
“Een krot, die kluis! Zijn kapel, een armzalige gang met zuilen die bedekt waren met riet! Als altaar, een houten plank! Als versiering, een doek van goedkoop linnen met een afbeelding van Christus, kandelaars van blik! Onze voeten stonden in het zand. Wel, ik heb nooit de mis zien vieren zoals pater de Foucauld dat deed... Het is een van de mooiste indrukken van mijn leven”.
De islam veranderen
De Foucauld verkreeg geen bekeringen. Dat was ook niet zijn doel. Omdat hij altijd volkomen discreet was jegens de mensen, streefde hij niet naar een plotselinge verandering van godsdienst van hun kant, maar naar een ommekeer van het hart, een nieuwe wijze van leven en zich gedragen ten opzichte van God en de mensen, een zich openstellen voor een Geest die de islam op dezelfde wijze zou veranderen als de apostelen hun joods zijn hadden veranderd. Wat zijn houding tegenover de islam
betreft, vinden wij deze in deze woorden van hem:
“Daar waar de dwaling is, zijn er altijd kwaden (ook als de waarheden die kunnen bestaan te midden van de dwalingen, een goed zijn en in staat blijven tot het grootse en waarlijk goede, en dat is wat met de islam gebeurt)”.
Hij overwoog derhalve dat het ogenblik van de bekeringen nog niet was gekomen en dat het zijn werk was het terrein voor te bereiden. Hij definieerde zichzelf als een “défricheur”: iemand die zich als een pionier waagt op een onontgonnen terrein en struikgewas, stronken, stenen verwijdert. Zonder dit werk van voorbereiding zouden eventuele bekeringen onzeker en tijdelijk zijn geweest, zoals de parabel uit het evangelie van de zaaier waarschuwt. Het culturele verschil van waarden was te groot, wilde het evangelie diep kunnen doordringen. Daarom keert in zijn geschriften het woord “civilisering” terug: hiermee verwijst hij naar het werk dat hij beschouwt als het meest noodzakelijk en als de beste voorbereiding op een uitdrukkelijke verkondiging van Christus, een verkondiging die hoe dan ook aan de horizon blijft. Waarin volgens hem deze civilisering bestond, begrijpen wij uit zinnen als: “De drie dingen die op de eerste plaats naar mijn mening bij de mensen van de Hoggar het meest noodzakelijk ontwikkeld moeten worden zijn onderwijs, het gewend zijn aan werk, de vorming van een gezin”. Het ging er bijvoorbeeld om te strijden tegen de nog bestaande slavernij of het doden van meisjes, van die personen mannen en vrouwen te maken die de natuurlijke moraal niets te verwijten had.
Voor hem zijn het doordrenken met de christelijke waarden en het zich aansluiten bij de Franse beschaving factoren die ermee samengaan. Er is zeker een gedateerd aspect in deze benadering, maar geldig blijft het fundamentele idee dat een geloof dat niet de cultuur omarmt, oppervlakkig en broos blijft, en dat ook de interreligieuze dialoog een basis moet hebben in de dialoog van culturen.
Trouw aan de zijnen tot het einde
Zijn tragische dood was een gevolg van de grensoverschrijding van de Eerste Wereldoorlog naar de gebieden in de Sahara. In het gebied van Tripoli bewapenden Turken en Duitsers rebellen die na de Italianen overwonnen te hebben de Fransen aan de grens met Algerije aanvielen. De Foucauld die als oud-officier heel goed had aangevoeld wat er op komst was, wilde zich niet in veiligheid brengen en de volken waarmee hij intussen diep verbonden was, in de steek laten. De schurken kwamen bij zijn kluis met de bedoeling om hem te gijzelen en van de Franse autoriteiten losgeld te vragen. Maar gedurende de ontvoering schoten zij, overweldigd door paniek vanwege de onverwachte komst van een Franse patrouille, op de Foucauld, die al op zijn knieën aan hun voeten lag.
Deze dood is tijdens het heiligverklaringsproces niet beschouwd als “uit haat tegen het geloof” en de Foucauld is derhalve niet echt een martelaar. En toch kan men niet anders dan terugdenken aan het schilderijtje dat hij al veel jaren eerder had opgehangen aan de wand van zijn huisje, waarop hij had geschreven: “Denk eraan dat je als martelaar moet sterven... en wens dat het vandaag is”.
Hij had ook die dood al voorzien en begrepen dat een marteldood om verschillende redenen kan worden ondergaan: om Jezus, om het geloof in het evangelie, om de dienst aan de naaste, ofwel om Hem die wordt bemind, om datgene dat wordt bemind, om hen die worden bemind. En hij sloot af:
“Wat het motief ook is waarom ze ons doden, als wij in de ziel een onterechte en wrede dood ontvangen als een
gezegende gave van uw hand, als wij U ervoor danken, zoals wij zouden doen voor een zoete genade, voor een zalige navolging van uw einde..., zullen wij sterven in de zuivere liefde, en als er geen marteldood in de strikte betekenis van het woord zal zijn, zal het een volmaakt beeld zijn van uw dood en een zeer liefdevol einde dat ons rechtstreeks naar de hemel zal brengen”.
Dat de Foucauld gestorven is om een keuze van trouw aan hen die hij liefhad en van wie hij wist dat ze door Christus bemind werden, staat buiten twijfel. Onder de eersten die een condoléancebrief aan zijn zus schreven, was nu juist het hoofd van de Toeareg, Moussa ag Amastan.
Horizonten voor de toekomst
De Foucauld, van wie het leven een navolging van de Jezus is geweest die met zijn prediking nog niet was begonnen, heeft tot veel generaties gesproken en daarbij niet alleen leerlingen doen ontstaan, maar ook een dynamiek en openingen.
Met zijn zo originele traject blijft hij hen die opnieuw beginnen te geloven, inspireren, helpt hoe men zich een beeld moet vormen van hoe als christen te leven in de omstandigheden van diaspora en minderheid, die waarschijnlijk steeds meer gewoon zullen zijn, en leert hij hoe een Kerk op te bouwen die – zoals paus Benedictus XVI, die door paus Franciscus wordt gevolgd, heeft aangegeven – niet doet aan proselitisme, maar, trouw aan haar missionaire opdracht, zich ontwikkelt door aantrekkingskracht.
___________________
[1] A. Chatelard, Charles de Foucauld. Le chemin vers Tamanrasset, Éditions Karthala, Paris 2002, 247-264.
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
22/07/2023
