Mystiek en zending
Jules Monchanin is een bijzondere figuur in het missionaire panorama van de 20ste eeuw. Wij gedenken hem 130 jaar
na zijn geboorte op 10 april 1895 te Fleurie in Frankrijk.
Al vroeg door de literatuur aangetrokken, wordt hij met negen jaar getroffen door een biografie over Boeddhah.
Ook leest hij graag de dichters aan wie zijn moeder de voorkeur geeft en onder wie het verassend is Leopardi aan te treffen.
Op de leeftijd van dertien jaar uitte hij voor de eerste keer zijn wil om priester te worden.
Priester gewijd in het bisdom Lyon in 1922, vroeg hij om te werken in een parochie van een centrum van voornamelijk arbeiders met een sterke immigratie. Geconfronteerd met de armoede en de uitbuiting van het werk, concentreert hij zich op de maatschappelijke problemen en de noodzaak van een dialoog met het moderne denken.
Hij was een man met een uitstekende cultuur en brede interesses, hij stelt zich spoedig ook open voor de relatie tussen het katholicisme en de andere godsdiensten (waaronder het hindoeïsme en de islam); bovendien neemt hij samen met abt Paul Couturier deel aan de eerste historische oecumenische ontmoetingen tussen katholieken en protestanten.
Geacht om zijn filosofische en wetenschappelijke lezingen, treft hij theologen als Jean Daniélou en Henri de Lubac, met wie hem een grote vriendschap zal verbinden die rijk is aan uitwisselingen over gemeenschappelijke interesses zoals de mystiek, de zending en de interreligieuze dialoog. Dat droeg ertoe bij de kerkelijke verdieping van die jaren op het terrein van deze thema’s te beïnvloeden en zo nieuwe wegen te openen.
In contact met de jongeren brengt Monchanin hen ertoe zich vragen te stellen over de grote kwesties en hun angsten niet te onderdrukken door op een verkeerde wijze zich tevreden te stellen met zichzelf, omdat een mens zonder onrust verloren gaat. Hij nodigt hen uit tot een hartstochtelijk zoeken, zich open te stellen voor de hoop en nog meer van de trinitaire contemplatie de bron van hun bestaan te maken; zich te laven aan het onderricht van de kerkvaders en geen enkele sector van het weten af te wijzen, in zoverre alles communiceert met het mysterie.
Thema’s van zijn boodschap zijn de persoon, de tijd, het mystieke Lichaam, de Drie-eenheid, de godsdiensten en de zending.
Voor Monchanin staat wetenschappelijke verdieping niet los van een beleefde spiritualiteit en de aandacht voor de problemen van de wereld. Dat brengt hem ook tot acties ter ondersteuning van ballingen, vervolgde joden, zieken en studenten die afkomstig zijn uit arme landen.
Hij brengt op alle terreinen een geest van universaliteit in. Door hier en nu te leven handelen wij overal en altijd, elk van onze gebaren heeft voor het mysterie van de menswording en het mystieke Lichaam van Christus zijn weerslag op de
universele bestemming; hij doet zo reflecteren op de verantwoordelijkheid die wij in de wereld hebben[1].
Door veel lectuur over het Indiase denken geïnspireerd, besluit Monchanin zijn aandacht te focussen op het hindoeïsme, waarbij hij begint het Sanskriet en de heilige teksten van deze godsdienst te bestuderen met de bedoeling een brug te scheppen met het christendom. In 1939 verhuist hij naar India, waar zijn spirituele en missionaire ervaring tot rijping zal komen.
Ook andere mensen onder degenen die hem hadden leren kennen, zullen in verschillende richtingen vertrekken voor een nederige dienst van intellectuele of contemplatieve broederschap. Dit laatste zal de taak zijn van enkelen van zijn geestelijke dochters, die zich hebben teruggetrokken in kloosters van niet-christelijke landen om in zichzelf het zoeken naar God die aanwezig is in de broeders en zusters van andere godsdiensten, te volbrengen, het in Christus te verenigen en het in de Geest voor de Vader te brengen, zoals Monchanin hun schreef. Het mysterie van de Drie-eenheid heeft immers altijd een centrale plaats ingenomen in zijn bestaan, dat gericht was op het zoeken naar vereniging met het Absolute. Hij zal zeggen dat hij christen is ten gevolge van een trinitair mysterie en dat wij God alleen maar raken door middel van Christus, middelaar tussen de Drie-eenheid en de schepping, omdat Hij al middelaar tussen de Vader en de Geest in de trinitaire processen is. En wij kunnen Christus buiten de Kerk niet begrijpen: het is de liturgie van de Kerk die ons gedurende ons hele bestaan het mysterie van Christus doet beleven; het is de Kerk die in de tijd de manifestatie van het Woord, dat vlees is geworden, in de tijd verlengt en belichaamt[2].
In dit mystieke kader past ook zijn idee van zending als constitutieve dimensie van de Kerk. Voor hem kan geen enkele christen zich onttrekken aan deze vereiste zonder zich uit te sluiten van de kerkelijke gemeenschap.
Hij benadrukte de rol die iedere gedoopte moet hebben om een voortschrijdende integratie van heel de schepping te bevorderen in het mystieke Lichaam van Christus, dat, gekomen om heel de mens op te nemen, zich moet uitdrukken door middel van alle culturen en hun waarden: de kunst, het denken, de liefde, de godsdienst. Ook de godsdiensten zullen immers hun vervulling vinden in Christus. In de universele Kerk zijn de mensen elkaars leden en zij verenigen zich met het Lichaam van de Verrezene.
Door in de Indiase wijsheid diep door te dringen wordt Monchanin steeds meer de dimensies en de vereisten van de unieke wijsheid van Christus gewaar. Hij brengt aan het licht hoe zeer veel kinderen van India grote zoekers naar God zijn geweest en hoe het monnikendom de trouwste uitdrukking is van de Indiase religieuze genius. De Logos en de Heilige Geest zijn in deze ervaringen, die “evangelische voorbereidingen”[3] worden genoemd, al aan het werk.
Ervan overtuigd dat de waarde van een leven gelegen is in zijn lading aan verering van het Absolute, wil hij uit liefde ontvangen, verenigen en veranderen hetgeen India aan wezenlijks heeft in zijn spirituele ervaring, in zijn denken, in zijn gevoel, in zijn gewijd leven[4]. Dat wil zeggen het authentieke hindoeïstische zoeken hernemen om het te christianiseren met een leven dat geheel is gewijd aan het zoeken naar God en zijn verering in naam van India en in de
verwachting dat het daar ten volle komt.
Zijn idee concretiseert zich in 1950, wanneer hij samen met de monnik Henry Le Saux een klein en arm klooster sticht waarin de benedictijnse traditie zich verenigt met de spirituele tradities van India.
Hij ervaart echter wat hij aan zijn geestelijke dochters had geschreven:
“Bidden is niet voldoende, de wereld is gered niet door de verkondiging van de zaligsprekingen, maar door het kruis, de machteloosheid, de dood”[5]. “Weten te leven en te sterven zonder dat een ster in het hart opgaat, dat is de zending”[6].
Het project om een vorm van monastiek leven te scheppen naar het voorbeeld van de sannyasins (in het hindoeïsme “degenen die afstand doen”) die als anachoreten leven in meditatie, slaagt er immers niet in zich te consolideren en Monchanin blijft alleen zoals de Christus van het kruis. Bezocht door de armen van de nabije dorpen, die om zegeningen vragen, of door een vrome hindoeïstische vrouw die hem als haar goeroe beschouwt, maar volkomen ongevoelig voor het evangelie blijft, slaagt hij er evenmin in om van die plaats een centrum van studie of spirituele vorming te maken, zoals hij hoopte.
Uitgeput door een streng leven en getroffen door een ziekte, zal Monchanin in 1957 naar Frankrijk worden overgebracht. Kort daarna zal hij sterven, getroost door zijn vrienden van weleer en zijn leven aanbiedend voor India waar hij nog steeds begraven ligt.
Zijn bestaan blijkt als een evangelisch zaad dat sterft om vrucht te dragen. Het Indiase kluizenaarsverblijf van Monchanin is een klooster geworden dat is geaffilieerd met de benedictijnse orde. Zijn intuïties zijn een weg tot inculturatie en zending, maar hij is vooral een gekruisigde getuige van het zoeken naar het absolute dat de Kerk geroepen is te beleven.
_____________________
[1] Vgl. H. de Lubac, Images de l’Abbé Monchanin, Editions Aubier-Montaigne, Paris 1967, 63-64.121.
[2] Vgl. H. de Lubac, Images de l’Abbé Monchanin..., 20-21.
[3] Vgl. F. Jacquin, Jules Monchanin prêtre. 1895-1957. Les Éditions du Cerf, Paris 1996, 260.
[4] Vgl. F. Jacquin, Jules Monchanin prêtre..., 179.
[5] F. Jacquin, Jules Monchanin prêtre..., 155.
[6] H. de Lubac, Images de l’Abbé Monchanin..., 118.
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
07/07/2025