De zalige Benedict Tshimangadzo Samuel Daswa (Bakali)
Het is nu tien jaar na de zaligverklaring van de martelaar Benedict Daswa in Zuid-Afrika. Deze werd immers op 13 september 2015 gehouden bij een volksfeest waarbij ongeveer 30.000 mensen aanwezig waren, in Tshitanini, een dorp in de noordelijke provincie Limpopo op weinige kilometers afstand van de plaats waar Daswa op 2 februari 1990 werd vermoord.
Zijn figuur is echter nog niet voldoende bekend, hoewel zij een groot belang heeft voor heel de Kerk en de evangelisatie in Afrika. Zijn moedig getuigenis ten overstaan van de mentaliteit van zijn omgeving wordt ons allen aangeboden als een onderricht dat het christelijk leven en de zending naar andere volken en culturen belicht.
![]()
Het enthousiasme van de neofiet en zijn inzet
Zijn leven speelt zich geheel af in Mbahe, ongeveer 150 kilometer ten noorden van Polokwane, bisdom Tzaneen, waar hij op 16 juni 1946 wordt geboren binnen de Lemba-clan, waarvan de leden bekend staan als de “zwarte joden”, een stam die zich beschouwt als afstammende van de joden, dus een niet-christelijke familie. In het dorp waar hij leeft, is het christendom nog in de minderheid binnen de grotendeels protestantse context van Zuid-Afrika. En de traditionele vormen van geloof zijn stevig geworteld.
Als adolescent sluit hij zich aan bij de groep catechumenen die samenkomt onder een boom onder leiding van Benedict Risimati, een charismatische catechist met een dergelijke invloed op de jongen dat deze, wanneer hij 16 is, zelf vraagt
om het doopsel, de naam Benedict kiest ter ere van degene die zijn weg van het geloof heeft begeleid[1]. Ook de lijfspreuk van de heilige Benedictus Ora et labora bezielt hem gedurende zijn christelijk leven. Benedict brengt in deze keuze reeds de radicaliteit en de coherentie van de neofiet tot uitdrukking.
Door de vroegtijdige dood van vader is het aan Benedict als oudste de zorg op zich te nemen voor de opvoeding en het onderwijs van drie broertjes en een zusje[2].
Benedict bewerkt het land, waarbij hij samen met zijn broers de bebouwing van landbouwgrond voortzet die zijn vader hem heeft nagelaten en die in de praktijk groente levert voor het hele dorp, waarin de armen kunnen lenen om te kopen, terwijl de jongeren er kunnen werken om te verdienen wat nodig is om de kosten voor school te betalen zonder hun gezinnen daarmee te belasten[3].
Benedict zelf had tegelijkertijd gewerkt en gestudeerd om onderwijzer te worden; hij zal vervolgens ook de functie van directeur van de lagere school uitoefenen.
Zijn huis in het dorp is het eerste dat uit steen is opgetrokken in een moderne stijl en televisie en telefoon heeft. Zijn woning was bovendien verrijkt met een moestuin en een grote en vruchtbare boomgaard. Hij heeft ook een bestelbusje.
Daswa is een bevlogen opvoeder die zich als vrijwilliger tijdens de weekenden en in de vakanties bezighoudt met de jongeren en daarbij het dorp een sportveld schenkt en de jongeren van de voetbalclub traint.
Als een vastberaden aanhanger van de atletiek als middel om de jongeren verre te houden van de misdaad en de alcohol traint hij andere leraren om op hun beurt voetbal, volleybal en hockey te leren.
In deze kring van de sport neemt men het eerste publiek afwijzen van tovenarij door Benedict waar. Wanneer het voetbalteam dat hij had opgericht, zijn toevlucht wil nemen tot magische praktijken en zich wil voorzien van amuletten om de wedstrijden te winnen, verzet Benedict zich en neemt zijn toevlucht tot stemming: omdat hij in de minderheid is, verlaat hij het team. Hij richt een ander op, dat hij “Rebellen van de vrijheid Mbahe” noemt en waarvan hij samen met enkele spelers die hem hadden gesteund, ook de manager zal zijn. Dit standpunt markeert het begin van een klimaat van vijandschap en afgunst jegens hem.
Daswa zet zich een tiental jaren in voor de parochie, waar hij lid was van de parochieraad. Hij getuigt van zijn geloof door zich in te zetten als catechist, liturgische animator, promotor van werken van naastenliefde en gerechtigheid en vrede. Hij is actief voor de bouw van de kerk (waar nu zijn stoffelijke resten rusten) en de school. De getuigenissen herinneren eraan dat hij niet vluchtte voor handenarbeid en met zijn bestelbusje de stenen en het grind van de rivier naar het dorp vervoerde.
Tegen de dertig trouwt hij met Shadi Eveline Monyai en hij zal met haar acht kinderen krijgen. Als echtgenoot en een attente vader heeft hij een vernieuwende houding ten opzichte van de door de traditionele cultuur strikt vastgelegde rollen. Hij helpt zijn vrouw bij het huishouden, gaat hout zoeken en houdt zich soms ook bezig met het doen van de was in de rivier. Dat doet hij zonder zich ervoor te schamen en zonder zich belachelijk te voelen ten overstaan van de mentaliteit van de omgeving; integendeel, hij tracht deze concrete beschikbaarheid in het gezinsleven door te geven aan de andere mannen. Enkele vrienden en een van zijn kinderen, die al een jongen is ten tijde van zijn marteldood, zullen getuigenis afleggen van dit klimaat van liefde en dienstbaarheid in het gezin.
Benedict is dus een jonge, dynamische man, die door velen wordt gewaardeerd en ook lid is van de raad van wijzen van het dorp.
Maar het nieuwe van zijn wijze van leven en de inzet voor de jongeren, de opvoeding, de ontwikkeling en de verandering van mentaliteit beginnen problemen teweeg te brengen, vooral onder de ouderen en de aanzienlijken.
De energie van Benedict voor de verbetering van het leven van zijn gezin en het dorp botst op een concrete wijze met de afgunst, de traditionele vormen van geloof en de praktijken van de tovenarij, die geworteld zijn in het dorp.
Tovenarij, een struikelblok voor een integrale ontwikkeling
Het is belangrijk meer in het algemeen te bedenken dat in Afrika naar het individueel naar voren komen en het persoonlijk vergaren van een zekere rijkdom, die niet automatisch weer wordt verdeeld onder de leden van het dorp, vaak met achterdocht wordt gekeken als iets dat wordt ontvreemd of, erger nog, als de vrucht van praktijken van tovenarij die ten koste van anderen worden uitgeoefend.
Dientengevolge wordt het dynamische karakter van jongeren moeilijk geaccepteerd, vooral in de landbouwgebieden. Wij hebben in de missie van Kameroen vaak een conflict vastgesteld tussen ouderen en jongeren dat moeilijk te verhelpen is; de laatsten voelden zich gedwongen het dorp te verlaten, soms het werken van een modern huis in aanbouw halverwege achter te laten, omdat er veel conflicten en jaloezieën waren losgebarsten ten overstaan van een dergelijk teken van welzijn. Het “betoverde” huis werd vervolgens overwoekerd door onkruid en bos.
De beschuldiging van tovenarij die bij deze gelegenheden naar voren wordt gebracht, is een van de belangrijkste oorzaken waardoor de dorpen ook vandaag nog sterven van verveling en verlatenheid: de jongeren gaan weg en zijn bang om terug te keren. Zij beschuldigen op hun beurt de ouderen ervan dat ze “tovenaars” zijn die hun ontwikkeling verhinderen.
De ouderen in de dorpen radicaliseren ten overstaan van een sociale en culturele verandering, die moeilijk te sturen is, de traditionele vormen van de dynamiek en ideeën om hun autoriteit te versterken. De solidariteit van de groep en de
herverdeling van de bronnen daarbinnen, aspecten die fundamenteel waren om te overleven in een traditionele context, worden veeleer een rem op de ontwikkeling in een nieuwe socio-antropologische context; deze laatste zou immers ook het naar boven komen van het autonome individuele initiatief vereisen.
Men dient dus te begrijpen dat een contact met een nieuwe dynamiek van socio-economische ontwikkeling niet automatisch leidt tot een verandering in de opvattingen van de mens, van zijn plaats in de maatschappij en in de kosmos. Tovenarij kan niet eenvoudigweg worden uitgelegd als culturele achterstand die gemakkelijk overwonnen kan worden in contact met de moderne maatschappij en het christendom. In feite stelt men een opleving ervan ook vast in stedelijke gebieden en in alle lagen van de maatschappij en in alle leeftijdscategorieën.
Wij kunnen tovenarij definiëren als een metafysische uitleg die deze volken geven voor het kwaad dat hen heeft getroffen in de geschiedenis, en het lijden dat hen in het dagelijkse leven teistert. Vaak wordt zij echter ook een kortere route naar “spirituele” interpretaties om de moeite te vermijden van een rationele analyse en van de inzet om de meest nabije en concrete oorzaken van de problemen, bijvoorbeeld van armoede, ziekte, een verkeersongeluk of het zakken voor een examen enzovoorts weg te nemen of te beperken.
Aan de aandacht van de Kerk in Afrika dringt zich dus ook vandaag nog de noodzaak op om “de mensen te leiden naar de ontdekking van de volheid van de waarden van het evangelie door middel van een diepgaande catechese en inculturatie. Het is gepast de diepe betekenis van die praktijken van tovenarij te bepalen door de theologische, maatschappelijke en pastorale implicaties die door deze gesel worden overgebracht, te identificeren” (Africae munus, 93).
_____________________
[1] Vgl. G. Pettiti, Beato Tshimangadzo Samuele Benedetto Daswa (Bakali), Martire, op www.santiebeati.it
[2] Onder het materiaal op internet, dat grotendeels in het Engels is, dient in het bijzonder gewezen te worden op de documentaire over het leven van Benedict, die het bisdom waar hij leefde en stierf, wilde, met veel getuigenissen van familie en kennissen: www.benedictdaswa.com
[3] Vgl. G. Pettiti, Beato Tshimangadzo Samuele...
(Vertaald uit het Italiaans door Drs.H.M.G. Kretzers)
15/07/2025