Afdrukken

 

De zalige Benedict Tshimangadzo Samuel Daswa (Bakali)

Deel een 

Hij wees de heksenjacht af

Het is belangrijk die aspecten van het ingewikkelde verschijnsel van de tovenarij in Afrika in herinnering te brengen om de waarde van het getuigenis van Benedict beter te begrijpen.

Bij het verdiepen van de socio-culturele werkelijkheid in Zuid-Afrika, de context van het leven en de marteldood van Benedict, hebben wij, hoewel met enkele verschillen, de typische dynamiek gevonden van het blokkeren ten gevolge van de tovenarij van de integrale ontwikkeling van de volken die wij tegenkomen in andere landen van het continent.

In Zuid-Afrika stelde men immers ten tijde van de marteldood van Benedict een opleving vast – en die is nog steeds actief – van de praktijken van tovenarij met rituele moorden. Uit de verminkingen van de lijken haalde men delen van het lichaam van de mensen, bijvoorbeeld een vinger, om hiermee drankjes en amuletten te maken om een bescherming tegen de geesten te verkrijgen, waarvan men denkt dat ze een bedreiging vormen voor het welzijn van mensen en groepen.

Er wordt vaak een summier volksgericht in gang gezet om degene die als een tovenaar wordt beschouwd, te doden; meestal worden onschuldige en weerloze vrouwen beschuldigd, slachtoffers van een ware heksenjacht, en de rechtspraak van de staat slaagt er niet in het verschijnsel ten volle te begrijpen, noch juridisch te definiëren om het hoofd eraan te bieden[1].

In die context wijst Benedict tovenarij af. Zij is vóór alles tegengesteld aan zijn geloof en Benedict is zich er ook van bewust dat die praktijken een bron zijn van ongerechtigheden en het zoeken naar een zondebok met beschuldigingen tegen en het doden van mensen zonder enig geldig bewijs. Hij had bovendien ervaren dat men behalve uit onwetendheid ook zijn toevlucht nam tot tovenarij om te proberen de culturele en socio-economische ontwikkeling te beperken waarvan hij getracht had integendeel de promotor te zijn.

En zo komen wij tot de epiloog van het jonge leven en de getuigenis van Benedict.

In januari 1990 treft een wolkbreuk de streek en het dak van veel hutten vliegt in brand door een reeks blikseminslagen, die de dorpshoofden interpreteren als een vervloeking, een vrucht van tovenarij. In de loop van een levendige vergadering van de dorpsraad besluit men een sjamaan aan te werven, opdat hij met zijn magische kunsten de verantwoordelijke voor de vervloeking vindt en hem mogelijkerwijze uit het dorp verwijdert; men bepaalt hem te betalen met een zelfbelasting.

De enige die zich in de raad verzet, is Benedict, omdat, zo legt hij uit, “mijn geloof mij belet deel te nemen aan deze heksenjacht”, terwijl hij zich inspant om de bewoners van het dorp de volstrekt natuurlijke oorsprong van deze abnormale blikseminslagen te verklaren.

In een klimaat van een reeds lang gekoesterde vijandigheid wordt Benedict met wantrouwen bekeken en bespot, omdat hij de tradities van het volk afwijst; en dit klinkt al als een veroordeling.

Nauwelijks een week later leggen zij immers een hinderlaag voor hem. Benedict had na het werk een ziek kind naar het ziekenhuis gebracht en was op weg naar de priester om groente uit zijn moestuin voor de armsten af te leveren.

Maar er waren dwars over de weg die hij geregeld aflegde, naast zijn school boomstammen gelegd die hem dwongen uit het voertuig te stappen om ze te verwijderen, en daarmee maakt hij de weg vrij voor de aanval van een groep bewoners van het dorp, die tot dat ogenblik, gewapend met stenen en stokken, verborgen waren.

Achternagezeten en mishandeld slaagt hij erin een huis binnen te vluchten, maar hij komt echter naar buiten om het leven van de eigenaars niet op het spel te zetten, die ermee bedreigd worden dat zij hun eigen woning in brand zien staan. Zij vertellen dat zij Benedict, meedogenloos afgerost, verbrand met kokend water en gestenigd, alvorens te sterven hardop hebben horen bidden, terwijl zijn moordenaars hem bespotten met dezelfde woorden die men op Golgota heeft gehoord: “Laten wij eens zien of zijn God hem nu komt helpen!”[2].

Hij getuigde van de geest van vrijheid

De parochie erkent onmiddellijk dat het getuigenis van Benedict een ware marteldood is geweest en de priesters dragen voor zijn begrafenis de rode liturgische gewaden, rood zoals het bloed van de martelaren. Een moedige beslissing om allen op te roepen tot bekering.

Het bisdom zal vervolgens een aanvraag voor het zaligverklaringsproces indienen, opdat het kwaad dat in het dorp had overheerst, werd overwonnen met de liefde en de vergiffenis die door Benedict tot het einde toe werd beleden.

Monseigneur Rodrigues, bisschop van het bisdom Tzaneen, waar Daswa werd geboren en leefde, die het door zijn voorganger, de emeritus bisschop Hugh Slattery, begonnen proces van zaligverklaring ten einde heeft gebracht, heeft als commentaar gegeven:

“Benedict leefde in een geest van vrijheid, die was gebaseerd op de vrijheid van Jezus Christus. Het geloof in hem heeft hem bevrijd van de angst voor de tovenarij, de boze geesten en de duistere krachten. In werkelijkheid getuigen zijn leven en dood ervan dat tovenarij en iedere vorm van waarzeggerij geen zin hebben en een last zijn die de menselijke geest, vaak geconditioneerd door angst en onwetendheid, tot slaaf maakt”[3].

De aartsbisschop van Kaapstad, mgr. Stephen Brislin, voorzitter van de bisschoppenconferentie die de bisschoppen van Botswana, Zuid-Afrika en Swaziland (SACBC) verenigt, heeft in een boodschap aan de gelovigen ter gelegenheid van de zaligverklaring de morele moed en de coherentie van Benedict tegen de tovenarij geroemd en intussen op hem gewezen als een voorbeeld voor allen, in het bijzonder voor de jongeren[4].

Gedurende de zaligverklaring is er door de afgevaardigde van de paus eraan herinnerd dat de naam Tshimangadzo in de lokale taal “wonder” betekent en Benedict werkelijk een “wonder” in de Kerk is geweest, “een meesterwerk van de Heilige Geest”[5].

Met zijn levensstijl heeft hij vóór alles het vrij zijn van Gods kinderen tot uitdrukking gebracht van de angst voor tovenarij, de vrees voor duistere machten die veel mensen in Afrika nog steeds in hun greep hebben.

De kostbare bijdrage van de martelaar Benedict Daswa aan Afrika en zijn evangelisatie, opdat geloof en rationaliteit hand in hand kunnen gaan en een toekomst van hoop voor dit continent kunnen opbouwen, is een “geest van vrijheid, gebaseerd op de vrijheid van Jezus Christus”.

Antonietta Cipollini

 

 

   

“Geliefde broeders en zusters,

Vandaag wordt in Zuid-Afrika Samuel Benedict Daswa, huisvader, vermoord in 1990 – amper 25 jaar geleden - en vermoord om zijn trouw aan het evangelie, zalig verklaard. In zijn leven liet hij altijd een grote coherentie zien door moedig een christelijke houding aan te nemen en wereldse en heidense gewoonten af te wijzen. Moge zijn getuigenis in het bijzonder de gezinnen helpen om de waarheid en de liefde van Christus te verspreiden. En zijn getuigenis verenigt zich met het getuigenis van zoveel broeders en zusters van ons, jongeren, ouderen, jongens en meisjes, kinderen, die vervolgd, verjaagd, vermoord zijn, omdat zij Jezus Christus beleden. Laten wij al deze martelaren danken voor hun getuigenis en vragen wij hun om voor ons ten beste te spreken”.

(Paus Franciscus, Angelus, 13 september 2015)

   

 

 

________________ 

[1] Vgl. J. Evans, On brûle bien les sorcières. Les meutres ‘muti’ et leur répression, in “Politique Africaine” nr. 48 (1992) 47-57.

[2] Vgl. G. Pettiti, Beato Tshimangadzo Samuele...

[3] W. Graham, Beato Tshimangadzo Samuele Benedetto Daswa (Bakali), Martire, op www.santiebeati.it

[4] Vgl. Message de l’Archivêque du Cap à l’occasion de la Béatification de Benedict Daswa, “exemple pour tous le jeunes catholiques de notre région”, op www.fides.org/fr/news/40693

[5] Vgl. Benedict Daswa, catechista laico, è il primo Beato sudafricano, op www.laici.va/content/laici/it/media/notizie/daswa.html

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs.H.M.G. Kretzers)

  

 

22/07/2025

 

Categorie: Missionaire en spirituele profielen