Afdrukken

 

De zalige Victoire Rasoamanarivo

 

Zaligverklaard door de heilige Johannes Paulus II gedurende zijn reis naar Madagaskar op 30 april 1989 en herdacht door de katholieke Kerk op 21 augustus, is Victoire Rasoamanarivo[1] zeer geliefd op het Rode Eiland; zij blijft echter weinig bekend bij het grote publiek. Ook al heeft zij geleefd in de tweede helft van de 19de eeuw, zij presenteert zich als een verrassend moderne figuur, vooral in een tijd als de onze, waarin uitvoerig wordt gediscussieerd over de emancipatie van de vrouw en de rol van de leken in de Kerk.

Gedurende de eerste Frans-Madagassische oorlog van 1883 werden de Madagassische katholieken – die gedurende ongeveer 20 jaar door Franse missionarissen geëvangeliseerd waren – ervan beschuldigd te collaboreren met de vijand. Het was nu juist de rol van de leken, verenigd rond deze jonge vrouw, bij afwezigheid van de verdreven priesters en zusters, de katholieke Kerk te bevrijden van de buitenlandse voogdij door het haar zo mogelijk te maken diepe wortels op Madagaskar te krijgen.

Opgegroeid in een klimaat van haat tegen het geloof

Toen Victoire in 1848 werd geboren, was het rijk Madagaskar ten prooi aan een gewelddadige vervolging tegen de christenen. In 1820 werd het onder de regering van Radama I aan de eerste Engelse protestantse missionarissen toegestaan het grote eiland binnen te komen. Bij de dood van Radama I in 1828 volgde hem zijn vrouw Ranavalona op, die de voorvaderlijke cultussen hernam en de door de blanken ingevoerde godsdienst niet met een welwillend oog beschouwde. Zij verdreef alle protestantse missionarissen en liet de Bijbels verbranden die in de Madagassische taal waren gedrukt. In een poging om het christendom onder haar onderdanen uit te roeien liet zij de bekeerde inboorlingen vervolgen. Veel christenen werden zo gedood.

Rasoamanarivo, Rasoa (dat “mooi” betekent) genoemd, werd in dit klimaat van haat tegen het geloof geboren in een invloedrijk Madagassisch gezin. Zij was de dochter van een rijke burger en haar moeder had banden met de koninklijke familie. De overlevering beschrijft Rasoa als een kalm en rustig kind, steeds in het gezelschap van haar moeder, die zij aanbad. Het feit dat het huis van het gezin in de buurt lag van de steile helling waarvan de ter dood veroordeelden naar beneden werden geworpen, maakte voor de kleine Rasoa het zien van de doodstraffen die de christenen werden opgelegd, onvermijdelijk.

“Iemand keek naar mij”

Deze situatie duurde tot de dood van de koningin in 1861. Haar zoon Radama II volgde haar op en riep de vrijheid van godsdienst uit en liet de missionarissen terugkeren. Behalve de protestantse pastores waren er ook enkele jezuïeten en zusters die zich ervoor inzetten het katholieke geloof door te geven. De laatsten openden een school in Antananarivo in 1862. Rasoa was een van de eerste meisjes die werd ingeschreven.

Getroffen door de tederheid van Christus besloot zij de traditionele riten te verlaten. Volgens een getuigenis huilde Rasoa bij het lezen van het lijden van Jezus en zei zij: “Eerst wisten wij deze dingen niet, omdat wij God niet kenden”. Zijzelf vertelt:

“Op een keer ging ik een kerk binnen, terwijl ik een stuk fruit at. Mijn ogen vestigden zich op het tabernakel en ik realiseerde mij dat op dat ogenblik iemand naar mij keek. Ik voelde schaamte en wierp het stuk fruit weg. Ik knielde en bad. Van toen af werden in mij de liefde en het respect voor Jezus in het tabernakel geboren”.

Na het catechumenaat bracht zij het voornemen tot uitdrukking om het doopsel te ontvangen. Haar beslissing werd door de familie niet goed ontvangen. In de tussentijd was koning Radama II vermoord in zijn paleis; hij was door de opstandelingen ervan beschuldigd de Madagassische belangen niet te verdedigen en zijn land aan het katholieke Frankrijk uit te leveren. De familie van Rasoa volgde de algemene mening ten gunste van de Engelsen en begreep deze bijzondere wijze van gedrag van de dochter buiten de beslissingen van de clan niet. Haar vader dreigde verontwaardigd haar te beroven van haar deel van de erfenis. De familie moest wijken voor het passieve en serene verzet van Rasoa. Op 1 november 1863 werd zij gedoopt; zij koos de naam Victoire.

Betoverd door het Heilig Hart

Het jaar daarop ontving Victoire de Eerste Communie en bracht haar verlangen om zuster te worden tot uitdrukking. Wetend dat haar familie zich zou verzetten, moedigden de missionarissen haar echter niet aan; haar ouders hadden haar immers reeds verloofd. Het was een harde klap voor haar, maar zij accepteerde de raad van de missionarissen. Zo huwde Rasoa in maart 1864 op de leeftijd van 16 jaar Radriaka, een hoge legerofficier, de oudste zoon van de eerste minister, een van de ooms van Victoire. Alle dispensaties van nauwe verwantschap en verschil in eredienst werden verleend om de door Victoire gewilde zegening door de Kerk toe te staan.

Vier maanden na het huwelijk ontving zij het vormsel en sloot zij zich aan bij de groep van het Heilig Hart, waarvan de naam Victoire betoverde. Zo zette zij zich ervoor in om de verering van het Heilig Hart te bevorderen onder een dertigtal slaven in dienst van de familie. In een maatschappij die nog sterk werd gekenmerkt door een verdeling in kasten, stelde de jonge huisvrouw nieuwe verhoudingen van broederschap in. Wanneer een slavin moe of ziek was, nam Rasoa met opgestroopte mouwen en de schort om haar middel haar plaats in om het werk te verrichten. Alleen later verklaarde zij haar gedrag in het licht van het evangelie.

Haar huis lag vlak bij het koninklijk paleis en de kerk. Zo kon zij haar verplichtingen jegens het gezin en haar inzet voor de missie in overeenstemming brengen met haar plichten als hofdame. Anders dan de andere frivole jonge vrouwen die het gevolg van de koningin bevolkten, buitte Victoire haar vrije tijd uit om de studie voort te zetten aan de school van de zusters zonder zich te bekommeren om het geklets van de mensen.

Onophoudelijke bedreigingen van de kant van de familie

In de tussentijd werden de Frans-Madagassische betrekkingen steeds slechter, terwijl Engeland steeds meer verscheen als een bevriende natie. Zo werd in 1868 de nieuwe koningin, Ranavalona, protestants gedoopt. Het protestantisme werd uitgeroepen tot de “godsdienst van de koningin”, hoewel een wet de vrijheid van godsdienst bleef garanderen. In theorie leek alles volmaakt, maar in de praktijk begonnen de rivaliteiten en conflicten opnieuw met een hernieuwde intensiteit. De familie van Victoire, die zich tot het protestantisme had bekeerd, begon opnieuw druk uit te oefenen op haar om het hervormde geloof aan te nemen.

Men dreigde haar ermee dat zij al haar goederen zou verliezen en zelfs niet in het familiegraf begraven zou worden, hetgeen een verbreken van de banden met de voorvaderen zou veroorzaken, de ergste vervloeking. Soms spiegelden zij haar materiële voordelen voor. Zij gaf nooit toe. Haar antwoord was altijd kalm, maar beslist.

Er rest ons nog een getuigenis dat Victoire geeft over zichzelf:

“Op een dag leek mij een bovenmenselijk licht te inspireren en ik richtte deze woorden tot mijn oom: ‘Jullie trachten tevergeefs mij angst aan te jagen met dergelijke bedreigingen. Zij dienen er alleen maar toe om mijn geloof te versterken. Ik wacht op de dag dat jullie mij van huis zullen jagen. Dan zal ik, vrij van iedere zorg, door de stad gaan en gastvrijheid vragen van personen die een weinig genegenheid voor mij voelen. Maar wat het mij laten verzaken aan mijn geloof betreft, daar zal niemand ooit op deze aarde in slagen”.

Victoire verklaarde derhalve dat zij bereid was van haar familie af te zien en in armoede te leven om Jezus Christus te volgen.

Franco Paladini

(Wordt vervolgd)

   

 

   

“Ondanks de talrijke uitdagingen, waaronder vervolging en moeilijkheden binnen haar eigen familie, is de zalige Victoire standvastig gebleven in haar inzet voor Christus. Onze jongeren zien veel uitdagingen onder ogen, maar door geworteld te blijven in de eucharistie kunnen ook zij ze overwinnen en vrucht dragen”.

(Vgl. mgr. Benjamin Marc Balthason Ramaroson, aartsbisschop van Antsiranana,
in Les jeunes de Madagascar invités à imiter l’exemple de vie eucharistique
de la bienheureuse Victoire Rasoamanarivo:
www.aciafrique.org/news/11337/)

   

 

 

 ________________

[1] Er zijn talrijke artikelen on line gewijd aan haar figuur. De huidige bijdrage baseert zich voornamelijk op het volgende boek: F. Simon-Perret, Victoire Rasoamanarivo: Une chrétienne dans toute sa stature de laïque, 1995 (oorspronkelijke uitgave), 191 pp. - FeniXX digitale heruitgave.

 

 (Vertaald uit het Italiaans door Drs.H.M.G. Kretzers)

 

  

09/11/2025

 

Categorie: Missionaire en spirituele profielen