Afdrukken

 

De figuur van don Giulio Facibeni

Deel een

 

Een priester voor de wereld van vandaag

Don Giulio was een priesters die helemaal opging in de geschiedenis van zijn tijd: hij wist de tekenen ervan op te vangen en werd ertoe gebracht edelmoedig te plannen en te handelen. Hij had een visie die verder dan de grenzen van zijn tijd ging, omdat hij de drager was van de grondslagen van liefde die altijd en overal geldig zijn, en nog veel meer vandaag, in een wereld die steeds meer afgeleid en oppervlakkig is. Daarom blijft don Giulio ook vandaag nog een actueel figuur van een man en een priester waaraan met zich moet meten en toetsen zonder ruimte te laten voor gemakkelijke en veelvuldige excuses.

Voorbeeldig was zijn moed om niet de loop van de dingen te bevestigen, als hij zag dat deze niet beantwoorden aan de wil van God; en hij was bereid wakker te schudden, te veranderen door allen, ieder op zijn niveau, eraan te herinneren de blik van zichzelf trachten af te wenden om de ander te ontmoeten.

Don Giulio durfde, indien noodzakelijk, initiatieven te nemen; hij verspilde geen woorden over de noodzaak en de wijze van handelen zonder de feiten op de woorden te laten volgen. Hij heeft zijn tijdgenoten gewezen op een nieuw elan van herstel, vooral op de donkerste en meest duistere ogenblikken, toen de verwoestende razernij van de twee wereldoorlogen de dromen, de offers, de toekomst van zoveel levens verwoestte en puinhopen, leed en verdriet achterlieten. Hij was ervan overtuigd dat de vruchten, een teken van een nieuw leven, ook moesten ontstaan op een onontgonnen terrein als dat van Rifredi, in de parochie van Santo Stefano in Pane, een parochie in een rampzalige toestand, ver van referenties aan de Kerk, te beginnen bij de zeer schaarse aanwezigheid bij de vieringen, waar in een sterke context van politieke en maatschappelijke tegenstellingen men de figuur van de priester wantrouwde, die werd gezien als “het zwarte monster, de vijand van het volk, omdat hij een bondgenoot was van het kapitaal”. Daar was hij pastoor gedurende meer dan veertig jaar, zijn Kruis omarmend, omdat hij geloofde dat er geen vervloekte gebieden of tijden bestaan waar de Zoon van God niet een hart dat Hem liefheeft, kan liefhebben en ontmoeten.

Daarom stort don Giulio Facibeni zich halsoverkop in het pastorale werk. Op een steeds meer socialistisch terrein herstelt hij de tradities van het volk, evangeliseert ze door het volk te doordringen van de trots christenen te zijn, zich niet te schamen om in het openbaar het geloof te tonen, met opgeheven hoofd te marcheren, door te vragen om respect voor het geloof en de straat opnieuw te veroveren. De zovele verenigingen die in de parochie ontstaan, worden een getuigenis van geloof, van de aanwezigheid van de Kerk te midden van het volk en niet alleen maar centra van devotionisme.

Hij vecht met veel energie ook voor de verwezenlijking van een economische transparantie in de parochie door geregeld de balansen in zijn “Bulletin” te publiceren en deze nauwgezet te documenteren.

Hij was zeker geen bureaucraat van het sacrale. Hij streed altijd tegen het risico dat het godsdienstige credo ertoe leidde de christen in zichzelf op te sluiten en zijn geloof als een privé-aangelegenheid te beschouwen; daarom vermenigvuldigde hij zijn initiatieven op alle niveaus van de tijd na school tot de avondschool en de beroepsopleiding. Hij heeft altijd meer de klemtoon gelegd op de vorming dan op de vroomheid, omdat hij van mening was dat alleen een goede vorming een goed fundament kon geven aan de verschillende functies.

Hij onderstreepte het belang van een goed godsdienstonderwijs, waar ook het bezoeken van de catechese een ervaring van christelijk leven was; hij gebruikte een eenvoudige, autobiografische taal en gaf daarbij een oprecht en zuiver getuigenis, omdat hij altijd naar zijn eigen ervaring verwees[1].

Don Giulio blijft een boeiende figuur, het gezicht van een Kerk als “een open terrein” waar men de uitdagingen van het leven aanneemt, waar wij de redenen van onze hoop leren kennen en verdiepen om ze aan de anderen te verkondigen.

Bisschop Fiorino Tagliaferri, zijn grote vriend, zei over hem dat hij “een man, een priester was die door zichzelf te geven zonder zich te sparen, verder dan zichzelf ging”[2]..

“Don Facibeni had een onbegrensde liefde voor de mens”, zijn programma was “de hele mens op te bouwen... door hem in de geschiedenis van een volk op te nemen, door hem een gezin, een werkplaats, een school, een kerk te geven...”; dit zijn enkele woorden, uitgesproken door Giorgio La Pira in 1964 ter gelegenheid van een herdenking van don Giulio in Galatea. La Pira sloot zijn toespraak af met de woorden dat hij don Corso Guicciardini, de erfgenaam van don Giulio, had gevraagd om begraven te worden op het kerkhof van Rifredi, dicht bij Facibeni, omdat hij zich in alles een zoon van hem voelde, gevoed door zijn geloof, hoop en liefde.

Het drama van de eenzaamheid, dat hij als jongetje had meegemaakt en hem als een droevige, weemoedige en vooral gevoelige jonge man kenmerkte, had heel de jeugd en adolescentie van don Giulio getekend, zozeer dat hij zei dat hij deze fases van het leven met een “scherp gevoel van eenzaamheid” had doorgemaakt. Als man die dit drama had meegemaakt, wist hij in het bijzonder de jongeren te ontmoeten, die, misschien zonder het te weten, het drama van de existentiële eenzaamheid meemaakten en daarbij in hen de zeer kostbare dimensie van het mens zijn weer deed herboren worden. Don Giulio wist met de jongeren van die tijd authentieke relaties aan te knopen, hij slaagde erin het onbehagen te begrijpen dat voortkomt uit het feit dat men geen antwoorden op de min of meer bewuste vragen vindt waarop de identiteit van een persoon zich baseert: wie ben ik? Wat is mijn rol in de wereld? Is misschien niet de existentiële angst, het zich alleen voelen te midden van de anderen, het gebrek aan modellen voor referentie en sterke relaties het drama van de jongeren van vandaag?

Don Giulio: de Vader

Er zijn zeer veel getuigenissen van velen van zijn kinderen die terug zijn gegeven aan de volheid van het leven door zijn groot vaderhart. Hij begreep de waarde van iedere ziel in het licht van de eeuwigheid goed en hij wijdde daaraan een langzaam en geduldig werk.

En zo kan don Giulio geïdentificeerd worden met één woord dat heel zijn leven omvat en hem op een unieke wijze definieert: de Vader. Dit Vaderhart, dat nooit ophoudt te kloppen, komt men niet gemakkelijk tegen in een jonge priester van 26 jaar, een leeftijd die hijzelf beschouwt als de meest beslissende in het leven van een priester.

In Florence was het misschien de eerste keer dat men een priester zag wandelen over straat gearmd met jongeren, lachend en met hen converserend als een vriend, een broer. Carlo Alessandrini, een arts die hij aan het front ontmoette, zei over hem: “Hij wist onmiddellijk met de ziel te communiceren. Hoe hij dat deed, weet ik niet”. En don Divo Barsotti: “Hij was voor allen de Vader... Voor zijn kinderen was don Giulio Facibeni het levende beeld van God”.

Don Nistri zegt, nog steeds in La vita di don Giulio Facibeni (Het leven van don Giulio Facibeni), dat de naam Vader, zoals allen hem noemden, de naam is die het meest het wezenlijke aspect van zijn persoonlijkheid en spiritualiteit treft. Vaderschap was het charisma dat don Giulio het meest kenmerkte[3]. De kinderen kosten het bloed van Jezus! De jongeren liefhebben en naar hen kijken met de blik en de liefde van Christus, die blik van hem die in de harten binnendringt als een boor, die erin slaagt persoonlijke en diepe relaties te hebben met een zeer groot aantal personen, die ieder ziet als het enige kind om lief te hebben, het kind dat hij moedig aanspoort de eigen tijd nooit als op sleeptouw genomen te beleven.

Dat was zijn programma, zijn pastorale en educatieve methode, waarvoor hij van alles had afgezien om de naam van Vader minder onwaardig te zijn, de naam die zoveel ontzeggingen oplegde.

Don Giulio was gewoon te herhalen dat men niet onvoorbereid de rol van opvoeder kan spelen en, hoewel hij vasthield aan het belang om de pedagogische problemen te kennen, onderstreepte hij dat men, als men niet door een goddelijke liefde bezield nadert tot de harten, er niet in zal slagen de afgronden ervan te polsen en de slagen ervan te interpreteren.

Het is indrukwekkend in een van zijn brieven aan Corso Guicciardini de hoeveelheid ellende te lezen die in één dag aan de deur van zijn huis klopte en zijn hart bereikte en waarvoor hij de zware verantwoordelijkheid voelde om de adem van Christus langs te laten komen!

Op enkele bladzijden van aantekeningen schreef hij dat, wanneer men een zekere leeftijd bereikt en onaangename ervaringen heeft beleefd, de ziel zich bevrijdt van iedere gehechtheid aan personen, plaatsen, dingen en alles bekijkt in het licht van de eeuwigheid. Hij was bereid zich los te maken van alles wat hij intens had liefgehad, zoals afzien van zijn parochie, zodat hij kwam tot een totale onthechting en alles veranderde in gebed.

“Hem werd alles afgenomen: fysieke zelfstandigheid, pastorale dromen, parochie, zelfs een eigen intimiteit, de mogelijkheid van leven in relatie met anderen... En toch, als het Vader zijn een vermogen tot liefde en toewijding zonder terughoudendheid vereist, een leven voor en in kinderen tot aan de onthechting van alles, verdiende don Giulio Facibeni misschien juist in deze laatste levensjaren de titel Vader, die intussen heel een stad hem allang toekende”[4].

De toestand van totale afhankelijkheid die de ziekte van Parkinson hem deed beleven – hijzelf zei dat een strootje voldoende was om hem te doen struikelen – maakte het hem onmogelijk alleen te zorgen voor de meest elementaire fysieke vereisten. Maar deze vernederingen werden gecompenseerd door de voortdurende genegenheid van zijn kinderen: de arts die hem katheteriseerde was een kind van hem, evenals de verplegenden, de chauffeur, de assistenten die elkaar dag en nacht afwisselden. Er verwezenlijkte zich wat don Giulio zeer vaak hun had geleerd, dat wil zeggen dat zij, als zij wilden dat de Vader Vader was, kinderen moesten zijn, niet met woorden, maar met daden. Dat hadden zij goed begrepen en don Giulio, die intussen een beroemd personage was geworden, zag af van de uitnodigingen die hem door zeer veel vrienden en beroemde artsen werden gedaan om te verhuizen naar hun privé-kliniek of privé-verpleegkliniek.

Hij stierf op 2 juni 1958. Zijn begrafenis was een ware apotheose. Een hele stad die hem als Vader voelde, volgde in stilte en in gebed zijn baar, de baar die hij had gewild: de baar van de armen.

In een kroniek van Davide Maria Turoldo leest men:

“Arbeiders en jongeren en vrouwen en mannen van iedere partij en iedere richting hadden elkaar ontmoet achter dezelfde baar van een zelfs niet mooie kleine man, van een oud mannetje, kortom van een priester die had liefgehad”[5].

Het was nog steeds de schilder Pietro Annigoni die in een interview zei dat hij in het gezicht van don Facibeni het paradijs had gelezen:

“Ik heb hem enkele keren in mijn leven ontmoet en op het laatst leed hij heel veel, hij was geheel gebocheld, krom, had opgezwollen, stijve, misvormde handen... Ik herinner mij dat de laatste keer dat ik hem ging bezoeken, hij niet meer kon staan. Hij draaide zijn hoofd naar mij toe met de blik van een dergelijke zachtheid en kalmte dat ik tegen mijzelf zei dat als die man zo leed en toch op zijn gezicht die wonderbaarlijke zachtheid weerspiegelde, dat wilde zeggen dat hij reeds deelhad aan een andere dimensie”.

En wanneer men Annigoni vraagt wie hij graag in het paradijs zou ontmoeten, antwoordt hij: “Ik zou graag willen tegenkomen wat het gezicht van don Facibeni uitdrukte”[6].

Paus Leo XIV zei gedurende een homilie, onmiddellijk na het conclaaf gericht tot de kardinalen, daarbij verwijzend naar de marteldood van de heilige Ignatius van Antiochië, dat het noodzakelijk is dat “men zich tot het uiterste moet opofferen, opdat aan niemand de gelegenheid ontbreekt Hem te leren kennen en Hem lief te hebben”.

Don Giulio heeft zich tot het uiterste opgeofferd.

Het proces voor zijn zaligverklaring is op 10 augustus 1989 geopend en op 11 december 2019 is don Giulio eerbiedwaardig verklaard door paus Franciscus. Op dit moment is er een onderzoek gaande naar het materiaal om een eventueel wonder te documenteren en de volgende fase van het traject te beginnen.

Rosalba Cipollone

 

 

_________________

[1] Vgl. S. Nistri, Vita..., 247.266-267.

[2] M. Bertini, Fui anch’io uno..., 118.

[3] Vgl. S. Nistri, Vita..., 357.

[4] S. Nistri, Vita..., 439.

[5] M. Bertini, Fui anch’io uno..., 128.

[6] M. Bertini, Fui anch’io uno..., 133.

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs.H.M.G. Kretzers)

 

 

30/01/2026

 

Categorie: Missionaire en spirituele profielen