Het laatste boek van kardinaal Sarah

 

De bescheiden, duidelijke titel van het laatste boek van kardinaal Robert Sarah, Catéchisme de la vie spirituelle[1] laat begrijpen dat de lezer er een even eenvoudige als essentiële inhoud zal vinden: geen nieuwe theorieën of originele voorstellen, maar de ervaring en de duizendjarige overlevering van de Kerk over een thema dat niet een van de vele is, omdat zonder een geestelijk leven het menselijk wezen wordt gereduceerd tot een variabele van het toeval, van de materie en de logica van macht en markt; het betreft immers iets innerlijkers in ons, het laatste bolwerk van onze waardigheid, het heiligdom waarin de ontmoeting met God tot stand komt.

Een catechismus dient ertoe om fundamenten in herinnering te brengen. Tot de constatering komen dat het noodzakelijk is gebleken een nieuwe te herschrijven is impliciet een oordeel over de huidige situatie van de Kerk. Haar herders hebben als missie geen sociopolitieke verhalen, pastorale brieven over mensenrechten en de moderne democratieën, of de laatste nieuwigheden aan te bieden, alsof zij zouden lijden aan het complex zich ouderwets te voelen, maar “het duurzame, soliede en definitieve woord van Jezus en de leer van het magisterium van de Kerk die daaruit volgt”. Zoals de kardinaal in een interview met “Le Figaro” ter gelegenheid van de presentatie van het boek heeft samengevat, “gaat men naar een priester, omdat men een ontmoeting met God zoekt, niet omdat men de planeet wil redden”.

Men hoort vaak herhalen dat christenen vorming nodig hebben. Men denkt dan aan para-universitaire cursussen Bijbelwetenschappen, theologie of moraal, maar dat kan, meent de kardinaal, het werk van de herders niet vervangen, dat moet bestaan uit het onophoudelijk verstrekken van een elementaire vorming betreffende de fundamentele aspecten van een christelijk leven.

Deze catechismus van het geestelijk leven is dus niet een theologisch traktaat voor intellectuelen en specialisten, maar een helder, voor allen toegankelijk boek in een praktisch en niet academisch perspectief. En ook al is het gemakkelijk te lezen, het legt een langzaam ritme op bij het doorlopen van de bladzijden, omdat het voortdurend aanzet tot een confrontatie met zichzelf en met God.

In een tijd waarin ook in katholieke kring het wemelt van de meest verschillende voorstellen, kan het verrassend lijken dat de weg van de initiatie, aangegeven door de kardinaal, gestalte krijgt rond de sacramenten, die instinctief vaak worden geassocieerd met de alledaagsheid van de routine. De keuze voor de sacramenten, die allen worden aangeboden, laat duidelijk zien dat de Kerk geen weg wil zijn voor weinig verlichten die elkaar ontmoeten achter gesloten deuren, waarbij ze zorgvuldig een leer bewaken die aan uitverkorenen moet worden meegedeeld. Heiligheid, dat wil zeggen zich door God laten beminnen door Christus te volgen, is niet voorbehouden aan een kleine elite. Zij is voor allen. Iedereen kan op zijn wijze iedere dag beginnen. En de parochie, waar de sacramenten hun natuurlijke omgeving vinden, is de plaats van deze noch individualistische, noch sektarische, maar ten volle kerkelijke weg.

Tegelijkertijd getuigt het moeten blijven stilstaan bij het uiteenzetten van de betekenis van de sacramenten – en de kardinaal doet dit hartstochtelijk en met een groot didactisch vermogen, daarbij puttend uit de meest betekenisvolle teksten van de Schrift, de kerkvaders en het meest recente pauselijk magisterium – hoe de meest innerlijke, geestelijke en mystieke werkelijkheid ervan niet wordt gekend en hoe velen niet verder komen dan de uiterlijke dimensie ervan door ze te reduceren tot maatschappelijke riten of wereldse feesten.

Dat is wat er gebeurt wanneer doopsels, eerste communies en vormsels uitsluitend worden beleefd als familiegebeurtenissen, maar ook wanneer men missen bijwoont waar authentiek misbruik plaatsvindt door slordigheid, door het verlangen te behagen en tevreden te stellen, door het gebrek aan inkeer, door het lawaai en de afleiding, door de vrijheid die sommige celebranten zich veroorloven om de lezingen uit de Schrift te vervangen door andere die zij geschikter achten, door de veranderingen die men het eucharistisch gebed laat ondergaan, als was het een persoonlijk eigendom van een celebrant of een gemeenschap.

En in een tijd waarin het veelvuldig voorkomt dat Afrikaanse vieringen, gepresenteerd als een teken van de vitaliteit van het geloof, geprezen worden, treffen de scherpzinnigheid en vrijmoedigheid van de kardinaal, die het aartsbisdom van Conakry leidde en daarbij zich ervoor inzette om voor de Kerk de onafhankelijkheid te garanderen van het autocratische regime van Ahmed Sékou Touré.

Kardinaal Sarah zegt:

“In Afrika hebben wij de neiging ons te laten gaan in een ongecontroleerde bezetenheid in de bijeenkomsten. Onze kerken zijn plaatsen geworden van opwinding, uitbundige en ongebreidelde vreugde, van een ‘heilige chaos’ en ten slotte van een gebrek aan respect voor de glorierijke majesteit van de drievoudig heilige God. ... De oren van God worden verdoofd door onze gezangen, ons geschreeuw, processies en dansen die niet meer ophouden, wanneer men daarentegen veronderstelt dat wij de vreselijke en onterende dood waarmee Jezus ons heeft willen redden, zouden moeten gedenken”.

Christus volgen in de sacramenten

Opdat God ten volle in ons leven schittert, begeleidt ons de kardinaal dan op een reis naar de herontdekking van de rijkdom van de zeven sacramenten, die vaak wordt vergeten, omdat men geen moeite doet de symbolen waarin het mysterie zich openbaart en God zelf zich meedeelt, te leren kennen en te respecteren.

Enkele hoofdgedachten die in heel het boek (evenals in zijn voorafgaande boeken) te vinden zijn: stilte, woestijn, bekering, kruis, gebed, gezien als handelen van God in de mens. En de kardinaal onderbreekt overigens de opeenvolging van de hoofdstukken, die overeenkomen met de zeven sacramenten, om er een hoofdstuk in te voegen dat nu juist de titel heeft “Jezus volgen in de woestijn”.

De woestijn is de plaats waar God zich openbaart. Als wij erin slagen innerlijke woestijnen te scheppen die bestaan uit stilte en aanbidding, in onze levens die overspoeld worden door lawaai en activiteit, zullen wij vervuld worden van de goddelijke aanwezigheid. In de armoede en de ontlediging van zichzelf wordt in ons de aandacht voor God gewekt, wanneer ook de zintuigen, die op de proef worden gesteld, deelnemen aan de dorst naar God. In het diepste van iedereen is er een min of meer bewust verlangen om te ontkomen aan de storm van de schijn met de leegte die deze met zich meebrengt, en de diepte, het leven met God, te bereiken.

Bekering gaat gepaard met een voortschrijdend en steeds innerlijker kennen van Jezus: “Wie bent U, Heer?” en “wat wilt U dat ik doe?” zijn de twee vragen die de evangelies en het geestelijke leven van een christen markeren.

Het boek reikt de sleutels aan voor een dagelijkse persoonlijke bekering door meer nog dan de noodzaak de schoonheid ervan te laten zien, omdat het gaat om het binnengaan in een nieuwe wereld die door het geloof voor onze ogen wijd wordt opengezet.

Dit project zou in iedere christen moeten wonen als een voortdurende zoeken dat de heilige Augustinus als volgt heeft samengevat: “Als je zegt ‘genoeg’, ben je verloren”. Het gaat erom altijd naar iets meer te streven, te vorderen zonder op hetzelfde punt te blijven staan of, nog minder, terug te keren of af te wijken.

Het leven bij het volgen van Christus loopt via het kruis, dat de volheid van de manifestatie van de liefde is. Het kruis is liefde in haar grootste uitdrukking, en de liefde is kruis; het is de overwinning van het leven en van de liefde op de dood, de haat en de zonde.

“In de dynamiek van het geestelijk leven – stelt de kardinaal – wordt alles duur betaald en moet alles met inspanning veroverd worden; maar alles wordt in een klimaat van liefde, schoonheid en vrede beleefd”.

De zending van de Kerk

Na de reis van de initiatie die de gelovigen door de opeenvolging van de sacramenten afleggen, opnieuw doorlopen te hebben sluit veelbetekenend het boek af met een hoofdstuk dat gewijd is aan “de Kerk en de zending”. Deze laatste bladzijden zijn een gelegenheid om te preciseren waaraan de Kerk zich moet wijden: evangeliseren, de mysteries uitdelen die de ziel voeden voor het eeuwige leven, de waarheid van Christus meedelen en de waardigheid van elk menselijk wezen vanaf de ontvangenis tot de dood beschermen.

De hindernissen voor deze zending zijn talrijk en niet allemaal uiterlijk. Sterker nog, de verschrikkelijkste zijn misschien de innerlijke hindernissen. Zich beroepend op de Soloviev van de Drie dialogen en het verhaal van de Antichrist, identificeert de kardinaal een van de grootste uitdagingen voor de Kerk met de neiging het heilsfeit – dat alleen maar ontvangen kan worden met een moeilijke en moedige geloofsdaad – af te zwakken met een reeks “waarden” (solidariteit, vrede, dialoog, ecologie...) die in de huidige publieke opinie een gemakkelijke aanvaarding vinden. Bij deze benadering wordt Jezus alleen maar een voorwendsel om over iets anders te spreken.

Het resultaat is een boek dat vragen stelt, niet troost, zeker niet geschreven om gemakkelijk bijval te ontlokken en daarom ook kostbaar voor wie zich wil wagen op het pad van de innerlijkheid, dat altijd een tegen de stroom in gaan is, een opgang waarvoor het noodzakelijk is zich los te maken van al wat schijn, oppervlakkigheid en lege slogans is, om de stappen te volgen van de authentieke gidsen die wij vinden in de Overlevering van de Kerk.

Michele Chiappo

 

 

 ____________________

[1] Kardinaal Robert Sarah, Cathéchisme de la vie spirituelle, Librairie Arthème Fayard, Paris 2022, 335 blz.

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

12/11/2022