De crisis van de volwassenen en de educatieve crisis
Digitale omgeving, cultuur van de emotie en narcisme
Ook al zijn de manifestaties van dit syndroom altijd individueel en persoonlijk, men kan echter niet de invloed van de social media verwaarlozen op de veranderingen die veroorzaakt worden in de hedendaagse maatschappij met het scheppen van een emotionele en narcistische cultuur.
Wij leven in een niet alleen vloeibare maatschappij, zoals Zygmunt Bauman deze heeft gedefinieerd, waar het ontbreekt aan iedere referentiepunt, die leeft om te consumeren, die de menselijke relaties verkwanselt en waar de individuen onrustig en boulimisch het bezit najagen van een nieuw object van verlangen. Maar we leven ook – zoals Ferrarotti zou zeggen – in een intussen “vloeibaar geworden”, in de zin van afgebroken, broze, zwakke, onzekere maatschappij, een
“Saturnische” maatschappij, gebaseerd op Saturnus, de mythologisch godheid die zijn pas geboren kinderen verslond.
De maatschappelijke crisis gaat diep en is ook antropologisch, cultureel, educatief en vormgevend, zo schrijft de bekende Italiaanse socioloog. In zijn boek Dalla società irretita a un nuovo umanesimo (Van een in een net gevangen maatschappij naar een nieuw humanisme) heeft hij het over een “in een net gevangen” maatschappij, tot zichzelf aangetrokken of listig, met bedrog verleid, beetgenomen, bedonderd. En het net heeft natuurlijk te maken met internet.
Internet heeft het menselijk wezen veranderd: vandaag zitten aan welke kant van de planeet dan ook massa’s individuen gebogen over hun gsm’s om te chatten, om de gewilde berichten of video af te wachten, om de zoveelste emoticon te sturen of te ontvangen!
“Het is een steeds met internet verbonden, onrust verwekkende, neurotisch makend en zeer broze maatschappij – zo merkt Ferrarotti nog op in zijn tekst Il viaggiatore sedentario (De sedentaire reiziger) –. Men kan alles met allen communiceren real time op wereldwijde schaal. Maar er is niets meer te communiceren. Niets dat menselijk veelbetekenend is vanuit de diepte, van persoon tot persoon. Men communiceert ‘naar’, men communiceert niet meer ‘met’...”.
Met deze analyse wil men absoluut niet de nieuwe technologieën van de communicatie demoniseren, evenzeer als waarschuwen tegen het gevaar van de verwarring, gevierd door Facebook, Tik Tok, Instagram en alle andere sociale netwerken onder de instrumentele en uiteindelijke waarden. Daarom is de vraag die Ferrarotti zich stelt gewettigd, “als wij nog staan voor en in tegenwoordigheid zijn van de homo sapiens van Socratische origine of, eenvoudig gezegd, wij ons bevinden in het stadium van een simia insipiens” (breinloze aap).
Allen hebben geleerd te reizen, zo schrijft Ferrarotti, ook de kleinsten, maar dan wel comfortabel ongegeneerd in een stoel voor een scherm en met als prijs dat wij de reflectie, de dialoog, de menselijke relatie met anderen verloren hebben, ons emotionele deel geprezen hebben ten koste van de rede; ons geheugen aan een instrument toevertrouwd hebben. Zo veranderen wij in Un popolo di frenetici informatissimi idioti (Een volk van bezeten, zeer geïnformeerde idioten), zoals hij in het boek met deze titel opmerkt.
Deze omgeving begunstigt een benadering die de inspanning van het denken, van de vergelijking, van de verdieping, vooral van het een gepast tijdsverloop te overwegen om zich een adequaat idee te vormen van de complexiteit van het betreffende probleem, bevestigt Cucci. Een gevolg is dat het leven wordt gepresenteerd als een roman, een soap of een fictie waar het verschil tussen fictie en werkelijkheid steeds meer geschakeerd en onduidelijk blijkt.
Kenmerkend voor deze maatschappij is de triomf van de cultuur van het narcisme, die wijst op een toegenomen broosheid van de jongere generaties, die steeds minder in staat zijn de eigen emoties te erkennen en te beheersen: aan de ene kant verheerlijkt zij de mythe van de eeuwige jeugd, van de vereeuwiging van het genoegen en anderzijds laat zij heel de paranoïde angst voor het ouder worden, het onvermogen de zin van de grens, de nederlagen, de gebreken, de verantwoordelijken zien en brengt ons weer terug naar het syndroom van Peter Pan.
Onder de jongsten wordt de kiem gelegd voor het onvermogen iedere tegenspoed, een onvoldoende op school, een
berisping van een ouder, het voor de gek gehouden worden door vriendjes, het verbreken van een verkering, een “nee” van het vriendinnetje te verdragen.
“Wij hebben jongens en meisjes gecreëerd die de frustratie niet kennen, die niet weten dat er ook nee bestaat, die hun eigen gevoelens niet weten te onderscheiden”, schrijft de psychiater en socioloog Paolo Crepet in een artikel.
“Het afwijzen van een meisje ondergaan betekent de eigen grenzen erkennen, erkennen dat men niet alles kan zijn of alles kan hebben. Het betekent een nederlaag van de eigen aspiraties aanvaarden... Het is een tendens van onze tijd: de hindernis, het verlies, de mislukking, het verdriet afwijzen”, merkt ook de psychoanalist Recalcati in een interview op.
Dat alles wordt een symptomatische aanwijzing voor een ongenoegen en een educatief gebrek. Het wijst erop – zo merkt Cucci in zijn boek op – dat een persoon niet in staat is om de werkelijkheid onder ogen te zien in haar minder aantrekkelijke, maar daarom niet minder belangrijke en diepe aspecten.
In veel gevallen wordt de virtuele wereld een veilig heenkomen. Met het virtuele kan men zich verbergen, camoufleren, kan men verschijnen en verdwijnen, wanneer men wil, kan men ieder beeld en voorkomen aannemen, een dubbelleven leiden, alles is een spel, alles wordt maakbaar en vereist geen beslissingen en definitieve verplichtingen.
Zich opsluiten in de verbeelding sluit echter het bedrog in daardoor te worden beheerst en de bruggen met de werkelijkheid, waarvoor men bang is, af te snijden. Men vreest de grenzen, de moeilijkheden, de teleurstellingen, de hindernissen die zij met zich meebrengt. Dat kan leiden tot extreme gevallen zoals het geval van de hikikomori in Japan, een term die bedacht is om de jongeren aan te duiden die niet in staat zijn zich te ontkoppelen en de wereld teruggebracht hebben tot hun eigen kamer.
Crisis van de volwassenen = educatieve crisis
“Het narcisme van de kinderen – merkt Recalcati op – is altijd een product van dat van de ouders. Tegenwoordig
is een van de onder ouders meest verbreide zorgen hun kinderen juist te beschermen tegen het gevaar van mislukking en vallen. Dat helpt de kinderen niet de verantwoordelijkheid voor hun woorden en daden op zich te nemen en vooral te begrijpen dat juist door vallen en mislukking het leven van onze kinderen een definitieve vorm krijgt. De volwassenen zijn er verantwoordelijk voor op hun kinderen de zin van de wet niet over te dragen of door te geven dat men niet alles kan zijn, alles kan hebben, alles kan weten, alles kan doen...”.
Het ongenoegen van de volwassenen om te groeien brengt dus een vracht aan gevolgen met zich mee die hun fundamentele educatieve en normatieve functie en de banden tussen de generaties betreffen met een desastreuze terugslag op heel de maatschappelijke context.
Het lijkt dat de volwassene niet meer in staat is het principe van autoriteit, vaderschap en begeleiding uit te oefenen dat noodzakelijk is voor de groei van de jongere generaties.
In het verdwijnen van de vader, begrepen als referentiefiguur in het gezin en de maatschappij, en in het daarop volgende aantasten van de moederfiguur en de gezinsrelaties vindt men ook het onvermogen van een generatie om waarden over te dragen die de toekomstige volwassene helpen de moeilijkheden van het leven onder ogen te zien en hem op zijn beurt in staat te stellen om op te voeden.
Volwassenen en kinderen zijn onderworpen aan dezelfde affectieve broosheden, dezelfde angsten en onzekerheden, dezelfde problemen met alcohol, drugs, agressiviteit en seksualiteit.
De crisis van het gezin, van een gezond principe van autoriteit, hetzelfde huwelijk – zo schreef Eugenio Scalfari in een artikel – heeft het verschijnsel voortgebracht van individuen die zijn overgelaten aan zichzelf, aan de eigen eenzaamheid, die als remedie hebben gevonden op te gaan in de kudde, dat wil zeggen een anoniem en niet onderscheiden subject, dat alleen maar door emotionele motiveringen overeind wordt gehouden.
Kinderen en jongens en meisjes hebben behoefte aan grenzen en normen, aan asymmetrische relaties van ouder tot kind, van opvoeder tot iemand die opgevoed moet worden. Vader en moeder mogen zich niet op hetzelfde niveau als het kind plaatsen, “vrienden” van hen zijn, omdat zij hun opvoeders moeten zijn. Wanneer de verhoudingen hun asymmetrie verliezen, ontstaan er vaak mechanismen die een gebrek aan evenwicht en disharmonie voortbrengen. Dat betekent niet een autoritaire educatieve stijl terughalen.
De houding van veel ouders die schommelt tussen laksheid, overdreven beschermend zijn en/of een pseudo-gelijkheid die zich als te jeugdig gedrag presenteert, betekent zich onttrekken aan de taken van leiding.
Wie opvoedt, moet voortdurend keuzes maken om waarden, modellen en begrippen te kiezen die doorgegeven moeten
worden, om de jongere in de groei te begeleiden, waarbij hij ruimte laat en de vrijheid van zelf beslissen en het vermogen om te kiezen ontwikkelt. De term begeleiden wijst precies op een respectvoller vorderen van de vrijheid van de jongeren.
Niet voor niets wordt de adolescentie gedefinieerd als de leeftijd van de overgang. De adolescent kan deze reis niet alleen maken zonder een leiding die wordt vertegenwoordigd door ouders, leraren, opvoeders en op manieren die helpen van de ene fase naar de andere van het bestaan over te gaan, manieren die eens en in verschillende culturen tot uitdrukking kwamen in overgangsriten die de adolescent altijd onder leiding doorliep, als symbolische uitdrukking van een gemeenschap.
Datgene waartoe de huidige volwassene niet meer in staat lijkt te zijn, is houdingen aan te nemen die beantwoorden aan de bereikte volwassenheid door bij de educatieve taak het eigen gezag uit te oefenen. Dat betekent voor de volwassenen echter, zoals Hannah Arendt schreef in haar boek Tra passato e futuro (Tussen verleden en toekomst) dat zij weigeren de verantwoordelijkheid voor de wereld waarin zij hun kinderen hebben binnengebracht, op zich te nemen.
De educatieve taak die van een volwassene wordt gevraagd, is het kind te helpen buiten de gevangenis van de fantasie te treden door het op te voeden om deze te integreren met de zin van de werkelijkheid.
Dan Kiley erkent in zijn essay over het syndroom van Peter Pan dat hij genezen is van de verleiding om adolescent te blijven door een opmerking van zijn grootmoeder. Toen hij haar openbaarde dat hij niet volwassen wilde worden, sprak zijn grootmoeder hem niet tegen, maar vroeg hem eenvoudigweg of hij naar buiten kon gaan om de tomaten te oogsten.
“Als ouders, leraren en alle andere volwassenen die hem omgeven – zo schrijft Cucci, Dan Kiley citerend – het
kind zouden helpen de werkelijkheid onder ogen te zien, zou het verleidelijke aura dat Peter Pan en zijn leger omgeeft, langzamerhand verdwijnen, ook al zal het een aangename bron van herinneringen blijven. Als het kind daarentegen aan de drempel van de adolescentie komt, geheel in beslag genomen door het zoeken naar de eeuwige jeugd, zullen, naarmate de werkelijkheid waarmee hij te maken heeft, ingewikkelder wordt, enorme problemen beginnen te rijzen”.
Ouders, opvoeders, volwassenen in het algemeen komt de taak toe de kinderen te leiden naar het zich bewust worden van de eigen grens, een wezenlijke voorwaarde om volwassen te worden en het eigen leven te programmeren. Zij kunnen dit echter alleen maar doen, als zij in zichzelf hun eigen broosheid, hun eigen onvolmaaktheid hebben verwerkt zonder hun kinderen iedere soort van moeilijkheid te willen besparen.
Het onvermogen “nee” te zeggen is een van de sterkste tekenen van de huidige crisis van de volwassene en derhalve van de dringende educatieve noodzaak.
De grenzen en de frustraties, het verdriet en de moeilijkheden zij een wezenlijk element van de opvoeding, wanneer zij gepaard gaan met genegenheid en vertrouwen. Het is de enige wijze om de kinderen geen slaaf te laten worden van hun eigen grilligheden en de juiste zin te geven aan een natuurlijke erkenning en identificatie: de jongeren moeten door de volwassenen worden erkend, zodat zij zich men hen moeten en kunnen vereenzelvigen, en niet omgekeerd.
Het gaat erom nee weten te zeggen, grenzen weten te stellen, die impopulair zijn, maar die het de jongere generaties mogelijk maken de hindernissen te overwinnen, die onvermijdelijk zijn op de levensweg, en hen in staat stellen het diepe verlangen van het hart te ontsteken en na te volgen.
(Verzorgd door Emanuela Furlanetto)
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
31/07/2024

