Afdrukken

 

 

 

Op 1 januari viert de Kerk het hoogfeest van de Heilige Maria, Moeder van God, een titel die plechtig werd erkend door het Concilie van Efeze in 431. Van dit feest met die naam wordt al getuigd vanaf de 6de eeuw. In de 8ste eeuw werd het “Kerstmis van de Heilige Maria” gevierd, waarvan het hoogfeest van vandaag de rijke, in de liturgische teksten aanwezige mariale erfenis bewaart.

In recentere tijd stelde Pius XI de viering vast op 11 oktober ter herinnering aan het afsluiten van het Concilie van Efeze; pas in 1969 plaatste de heilige Paulus VI deze definitief op de octaafdag van Kerstmis, dat samenvalt met 1 januari.

Met deze dag wilde dezelfde paus Wereldvrededag, ingesteld in 1967[1], in 1974 verbinden door deze symbolisch aan Maria, Koningin van de Vrede, toe te vertrouwen.

 

Separador oro 3

 

In het huis van Nazaret

Een blik van geloof is voldoende om dat nederige huis in Nazaret binnen te gaan en in de jonge vrouw die Maria heet, een vrouw te herkennen die innerlijk zo verenigd is met God dat zij de moeder van Hem wordt.

In dat huis vertelt Lucas over de ontmoeting van de engel en Maria, een gebeurtenis die haar hoogtepunt vindt in het aannemen van Gods plan: het ter wereld brengen van Zoon voor het heil van de wereld.

Er is een echte dialoog, die verrast door een zo bijzondere roeping. De engel richt zich tot een vrouw en geeft haar ruimte, luistert naar haar. In het Oude Testament kwamen daarentegen goddelijke interventies bijna altijd via een rechtstreeks gebod zonder enige bemiddeling, zoals bij de roeping van Abraham:

“Jahwe zei tot Abram: ‘Trek weg uit uw land, uw stam en uw familie, naar het land dat Ik u aan zal wijzen’. … Toen trok Abram weg, zoals Jahwe hem had opgedragen” (Gen. 12, 1.4).

De kracht van Maria

Heel duidelijk en doordringend zijn de woorden van de heilige Paulus VI over de kracht van deze jonge vrouw, haar moed en haar innerlijke vrijheid[2]: behalve de in het Magnificat verkondigde onverschrokkenheid, die hijzelf onderstreept, erkennen wij ook graag de grootheid van Maria op het ogenblik van de Boodschap (vgl. Luc. 1, 26-38) in de details die marginaal lijken, maar die beslissend blijken: zij neemt de verantwoordelijkheid aan om de Zoon die geboren zal worden, een naam te geven en sluit zich in volledige vrijheid aan bij het plan om moeder te worden overeenkomstig de wil die door de engel wordt geopenbaard.

In die tijd kon een vrouw immers geen belangrijke beslissingen nemen zonder de instemming van de vader of de echtgenoot; tegelijkertijd was het niet de moeder, maar de vader die de naam van zijn kinderen koos.

Wel, Maria plaatst niemand tussen haar en de engel. Zij neemt autonoom beslissingen en laat zich zien als een vrouw die al gekozen heeft, die al haar ja heeft gezegd tegen het voorstel van God. En haar zoon zal Jezus heten,

“zoals Hij door de engel was genoemd voordat Hij in de moederschoot werd ontvangen” (Luc. 2, 21).

Aan het einde van de dialoog spreekt Maria, zich richtend tot de engel, de meest verbijsterende woorden uit waarmee zij vrij haar eigen leven aan Gods plan toevertrouwt:

“Mij geschiede naar uw woord” (Luc. 1, 38).

In de woorden van Maria tot de engel is heel de dynamiek gelegen van een antwoord dat deelneemt, in staat is te betrekken en op te roepen tot een volledige en actieve toestemming.

Het door de engel geboden bewijs lijkt bijna overbodig om te bewijzen dat die gebeurtenis werkelijk in vervulling kan gaan, wanneer hij herinnert aan hetgeen tegen iedere verwachting in haar bloedverwante Elisabet is overkomen:

“Weet, dat zelfs Elisabet, uw bloedverwante, in haar ouderdom een zoon heeft ontvangen en, ofschoon zij onvruchtbaar heette, is zij nu in haar zesde maand; want voor God is niets onmogelijk” (Luc. 1, 36-37).

Dochter, Bruid en Moeder

Als Maria Moeder is, omdat zij het Woord voortbrengt, mogen wij niet vergeten dat zij ook Dochter en Bruid van het Woord is.

Dit wordt door de dynamiek zelf van de Boodschap geopenbaard.

Zij is Dochter, omdat zij luistert en zich laat onderrichten door het Woord met de volgzaamheid van een leerlinge, een houding die haar haar hele leven zal begeleiden. Zij moest immers begrijpen en bewaren, zoals de uitdrukking onderstreept:

“Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en overwoog ze bij zichzelf” (Luc. 2, 19; vgl. ook Luc. 2, 51).

Zij is Bruid, vrij en toevertrouwd, omdat zij na geluisterd te hebben zich geheel overgeeft aan de stille werking van de Geest en het Hem mogelijk maakt Gods plan in haar te verwezenlijken.

Ten slotte is zij Moeder, de schoot die ontvangt en voortbrengt, omdat zij het het Woord mogelijk maakt vlees te worden in de geschiedenis.

Maria, bron van leven

Maria zal moeder zijn. Maar wie heeft zij ontvangen? Dat is het mysterie dat de theologische reflectie tot aan de formulering van het op het Concilie van Efeze afgekondigde dogma zal begeleiden: Maria is moeder, Moeder van God, omdat Hij die uit haar wordt geboren, niet alleen ware mens is, maar ook ware God is, eeuwig mensgeworden Woord.

Moeder van God, Maria is ook onze moeder. Niet in de geboorte, maar in de hergeboorte, zoals Guerric van Igny, een cisterciënzer monnik uit de Middeleeuwen, verfijnd in herinnering brengt.

Zij is de nieuwe Eva: terwijl de eerste haar kinderen de dood had gegeven, voordat zij ze nog voortbracht zonder erin te slagen hetgeen haar naam – moeder van alle levenden – betekende, te vervullen, laat Maria dit mysterie in vervulling gaan. Zij is moeder van al degenen die tot het leven herboren worden, en ook van de Kerk, waarvan zij het model is. Zij is moeder van het leven waaruit allen worden herboren en leven. Door het Leven voort te brengen heeft zij op een of andere wijze al degene die van dit Leven zouden moeten leven, opnieuw geboren laten worden[3].

De Kerk houdt ons Maria als model voor, opdat wij in de hergeboorte Christus kunnen volgen en ons met Hem, de door haar voortgebracht nieuwe Adam, kunnen verenigen door de weg die zijzelf al is gegaan, af te leggen.

Op deze weg verandert ons leven met vreugde, vernieuwd en in staat gesteld als wij zijn om lief te hebben zoals zij heeft liefgehad.

Op deze weg zijn wij er zeker van niet alleen te zijn, omdat zij ons voorgaat als trouwe metgezel en ons de weg wijst.

Daarom is het zo veelbetekenend het nieuwe jaar met dit hoogfeest te beginnen.

En moge op deze bijzondere dag over ons allen de zegen neerdalen die wij horen in de eerste lezing van de mis, een zegen die de gehele heilsgeschiedenis is doorgegaan om ons vandaag nog te bereiken:

“Moge de Heer u zegenen
en u behoeden!

Moge de Heer de glans van zijn gelaat over u spreiden
en u genadig zijn!

Moge de Heer zijn gelaat naar u keren
en u vrede schenken!” (Num. 6, 24-26).

Sandro Puliani

 

 

_________________

[1] Vgl. Paulus VI, Marialis Cultus, 5.

[2] Vgl. Paulus VI, Marialis cultus, 37.

[3] Vgl. Guerric van Igny, Preek 1, bij de Tenhemelopneming van de heilige Maagd Maria, in Patrologia Latina 185, 187-189.

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

01/01/2026

 

Categorie: Uitgediept