Afdrukken

 

Een belofte is een door iemand vrij en spontaan getoonde intentie om in de toekomst iets te doen.

Voor Nietzsche is de mens het enige levende wezen dat beloften kan doen: tegenover de kracht van het vergeten staat “een actief niet zich weer willen bevrijden, een nog steeds blijven willen wat men gewild heeft, een echte herinnering aan de wil”. Dat veronderstelt dat de mens in staat is “de verre dingen te voorzien” en dat hij ook voor zichzelf “voorspelbaar, gewoon, noodzakelijk” is: hier begint “de lange geschiedenis van de oorsprong van de verantwoordelijkheid[1].

Etymologisch komt het Italiaanse werkwoord promettere of het Engelse to promise (beloven) uit het Latijn en is het samengesteld uit het voorvoegsel pro en het werkwoord mittere en betekent het vooruit zenden.

Beloven (promettere, to promise) is in Bijbelse zin een van de sleutelwoorden van de taal van de liefde.

Spelen met beloftes wil dus zeggen spelen met de liefde zelf.

Trouw aan een belofte verbindt daarom in het heden het verleden van de mens met zijn toekomst.

Helaas hebben wij heel vaak een kort geheugen. Op het ogenblik van gevaar en nood beloven wij, zoals men zegt, gouden bergen. Vervolgens vergeten wij, wanneer dat ogenblik voorbij is, onze beloften en bouwen wij dientengevolge aan een toekomst zonder wortels en beleven wij een heden zonder herinnering.

Deze wijze van loze beloften doen, waaraan men geenszins van plan is zich te houden of waaraan men zich werkelijk niet kan houden, hoort tot wat wij gewoonlijk “zeemansbeloften” noemen.

Het lijkt dat de uitdrukking komt van de voortdurende risico’s van het zeemansleven, dat zeelieden ertoe bracht wat dan ook aan God en de heiligen te beloven, als zij hen hadden beschermd tegen een schipbreuk of de dood, waarbij ze het weer vergaten, zodra de storm voorbij was. Zij kan echter ook zinspelen op het zwervend leven van zeelieden die, wanneer zij voor een onderbreking op hun lange reizen van boord gingen, vaak meisjes beloofden met hen te trouwen bij hun volgende terugkeer, die echter nooit plaatsvond. Hier komt ook de uitdrukking vandaan “in iedere stad een andere schat”[2].

Beloven-belofte zijn integendeel

“sleutelwoorden van de taal van de liefde. Beloven betekent tegelijkertijd het eigen vermogen en de eigen trouw verplichten, verklaren dat men zeker van de toekomst en zichzelf is, en het betekent tegelijkertijd bij de partner de bijval van het hart en de edelmoedigheid van het geloof opwekken. Door zijn wijze van beloven, door de zekerheid die dit geeft nooit teleur te stellen, openbaart God zijn unieke grootheid: ‘God is geen mens, Hij liegt niet, geen mensenkind, Hij krijgt van zijn woord geen spijt’ (Num. 23, 19). Voor Hem is beloven al geven, maar het is vooral het geloof geven dat in staat is erop te wachten dat de gave komt en door deze genade hem die ontvangt, in staat te stellen tot dankzegging (vgl. Rom. 4, 20) en in de gave het hart van de gever te herkennen”[3].

In de belofte ontmoeten wij de gave van God en het geloof van de mens die in staat is met de gave van zijn leven te danken.

In dit sleutelwoord verwezenlijkt zich de geschiedenis van de mens als – om het idee van Nietzsche te hernemen – een lange geschiedenis van de oorsprong van de verantwoordelijkheid.

Wij leven in een tijd die wordt gedefinieerd als post-ideologisch. Het is een tijd die wordt gekenmerkt door voortdurende veranderingen van lidmaatschap. Sommigen spreken van een zwak denken of van een verval van het zijn, anderen van nihilisme, weer anderen van een afwezigheid van een fundament, en weer anderen van een lichtzinnigheid van zijn of van een bestaan dat zijn zin vindt in het bestaan zelf.

Buiten iedere socio-filosofische analyse is het ongetwijfeld zo dat wij ons moeten meten met de postmoderne mens voor wie bepaalde woorden, zoals “trouw”, zonder betekenis zijn.

Men leeft van het vluchtige ogenblik zonder een vóór en zonder een na. En bepaalde discoursen die wij blijven houden, worden niet begrepen, omdat ze zich bewegen op verschillende golflengten.

Vandaag is de geschiedenis van Mara een geschiedenis die beschouwd zou worden als van andere tijden en van een andere planeet.

De geschiedenis van Mara is een geschiedenis van een meisje dat heeft geleefd in een hartstochtelijke atmosfeer van het Verzet, die pas is afgesloten met de bevrijding.

Haar vriend Bube is een dappere verzetsman geweest die betrokken wordt bij een bloedige gebeurtenis, waarvoor hij veroordeeld zal worden tot veertien jaar cel.

Terwijl Bube in afwachting van het proces in de gevangenis zit, ontmoet Mara Stefano, een jonge arbeider en wordt geraakt door de kuise verleiding van een nieuwe liefde.

Stefano stelt Mara voor de keuze van haar leven: of mij of Bube.

En Mara kiest: “Stefano, ik weet niet of ik van jou of van Bube houd; maar mijn gevoelens tellen niet bij de beslissing die ik heb genomen: ik... ben de vriendin van Bube”.

Kijk, zo was het: zij was de vriendin van Bube; zij kon hem niet in de steek laten; het zou een ongehoorde lafheid zijn geweest, als zij hem in de steek had gelaten, nu hij in de gevangenis zat[4].

De lange geschiedenis van de oorsprong van de verantwoordelijkheid zal Mara, zoals Maria aan de voet van het kruis, ertoe brengen Bube niet te verlaten, nu Bube een looser is.

Want de belofte van het verleden zal heerlijkheid en triomf in de eeuwigheid zijn, als zij een kruis is dat gedeeld wordt in het heden, trouw die sterker is dan iedere scheiding.

Gevoelens van het ogenblik horen niet bij een fundamentele beslissing van heel een leven: van de oorsprong tot de uiteindelijke vervulling.

Als ik heb beloofd de vriendin van Bube te zijn..., ben ik de vriendin van Bube.

Emilio Grasso

 

 

_____________________

[1] Vgl. F. Nietzsche, Genealogia della morale, in A.M. Moschetti - M. Gensabella Furnari, Promessa, in Fondazione Centro Studi Filosofici di Gallarate, Enciclopedia Filosofica, IX, Bompiani, Milano 2006, 9028.

[2] Vgl. Huizinga’s Spreekwoorden en gezegden, Trion, Baarn 1994/1997, nr. 8650.

[3] M.-L. Ramlot - J. Guillet, Promesse, in Dizionario di Teologia Biblica. Sotto la direzione di X. Léon-Dufour - J. Duplacy e altri, Marietti, Torino 1968, 901.

[4] Vgl. C. Cassola, La ragazza di Bube, Rizzoli, Milano 1984, 221.

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

28/02/2020

 

Categorie: Artikelen