Toen Myrian voor het eerst de kerk binnenkwam, was zij een paar maanden oud. Zij kwam binnen om het doopsel te ontvangen, vervolgens kwam zij een paar andere keren weer binnen en uiteindelijk zette zij geen voet meer in het “huis van de Heer”.

Zij had geen enkele belangstelling om erheen te gaan en ook haar ouders leefden hun leven buiten iedere, met de Kerk verbonden, godsdienstige praktijk.

En zo groeide Myrian op zoals zoveel en zoveel jongeren in Paraguay, en niet alleen in dit land.

Vervolgens ontmoette Myrian een jongeman die Nelson heette. Nelson was met negentien jaar getrouwd en had al een dochter. Nelson had behalve een burgerlijk huwelijk, ook een kerkelijk huwelijk gesloten.

Myrian en Nelson hielden van elkaar en zij verenigden zich.

Uit deze liefde werden drie kinderen geboren. Maar tijdens de derde zwangerschap ontdekte Myrian dat zij een niet te opereren kwaadaardige kanker had.

Haar grote zorg was dat het kind kon sterven of misvormd geboren werd.

En op die ogenblikken van angst en verdriet begon Myrian te bidden: een smeekgebed, een gebed met een wens, een gebed niet voor zichzelf, een gebed tot de Enige die naar haar kon luisteren.

Er werd een mooi jongetje geboren: het was gezond, had geen enkele misvorming, het was een levendig kereltje.

Myrian zag hem, nam hem in haar armen, tilde hem op naar de hemel en wilde dat hij Jesús heette.

Op dat ogenblik werd het geloof van het doopsel van Myrian weer wakker. Zij had zeker nooit de Heilige Schrift gelezen, nooit horen spreken van Mirjam, de zuster van Aäron.

Maar het is zeker dat op dat ogenblik de overwinning van de Heer opnieuw werkelijkheid werd, die wagens en paarden van de farao in de wateren van de zee meesleurde, en Myrian zong in haar woorden het gezang van de zuster van Aäron:

“Zing voor de Heer

want Hij is de hoogste;

paard en berijder

dreef Hij in zee” (Ex. 15, 21).

Het geloof van Myrian was weer wakker geworden. Haar liefde voor Jesús, die in haar lichaam leefde, had dit “wonder” bewerkstelligd.

Deze liefde voerde haar langzaam terug naar de eucharistische Jezus.

Veel “aanhangers van verschillende godsdiensten” gingen naar het huis van Myrian.

Hier in Latijns-Amerika is de supermarkt van het heilige zeer actief.

Wij moeten zeker geen godsdienstoorlogen voeren en nog minder ons op het vlak van proselitisme begeven.

Paus Franciscus heeft in de apostolische exhortatie Evangelii gaudium geschreven:

“De evangelisatie houdt wezenlijk verband met de verkondiging van het evangelie aan hen die Jezus Christus niet kennen of Hem altijd hebben afgewezen. Velen van hen zoeken God heimelijk, uit heimwee naar zijn gelaat, ook in landen met een oude christelijke traditie. Allen hebben er recht op het evangelie te ontvangen. De christenen hebben de plicht het te verkondigen zonder iemand uit te sluiten. Niet als iemand die een nieuwe verplichting oplegt, maar als iemand die een vreugde deelt, wijst op een mooie horizon of een begerenswaardig gastmaal aanbiedt. De Kerk groeit niet door proselitisme, maar door ‘aantrekkingskracht’” (nr. 14).

Margarita, een buurvrouw van Myrian, een van die authentieke pijlers van de Kerk, die haar wortelen te midden van het volk met nederigheid en hartstocht, bracht mij in contact met Myrian.

Myrian had een grote wens tot uitdrukking gebracht: een dag aan de Mis kunnen deelnemen, maar zij had zoiets als een gevoel van vrees vanwege haar familiesituatie dat dit verlangen niet verwezenlijkt kon worden. Bovendien verhinderde haar gezondheidstoestand haar uit bed te komen.

Ik zei tegen Margarita aan Myrian te vragen of zij het fijn zou vinden als ik haar een bezoek bracht en of zij met mij wilde praten.

De vreugde van Myrian was groot en diezelfde avond nog ging ik naar haar toe met Mery en Mary.

Myrian was gelukkig en vertelde ons haar geschiedenis. Haar door de kwaal doorgroefd gezicht was van een zachtheid die ik in mijn intussen lange leven zelden ben tegengekomen.

Haar grote verlangen was deel te mogen nemen aan de Mis en de... Eerste Communie te doen.

Hier in Paraguay wordt de Mis alleen in kerken of kapellen waar dat is toegestaan, gevierd.

Ik belde naar Gladys en vroeg haar om een dringende afspraak te maken met onze heilige bisschop, mgr. Joaquín Robledo.

Mgr. Robledo gaf mij ieder verlof, ook dat om het sacrament van het Vormsel toe te dienen.

De vreugde van Myrian kon niet groter zijn. Zij herhaalde meermalen dat zij nooit in haar leven zoveel vrede in haar hart had gevoeld.

Myrian moest snel worden voorbereid op haar Eerste Communie.

Bij deze voorbereiding zijn Mary en Mery werkelijk geweldig geweest. Zonder hen en zonder mijn Gemeenschap achter mij zou ik Myrian nooit hebben kunnen bereiken en had Myrian nooit deze vrede in haar hart bereikt.

Het is de moeite waard de tanden op elkaar te zetten op ogenblikken van de grootste moeilijkheden: als er voor Mara een Bube in de cel zat, die op haar wachtte, is er voor ons steeds een Myrian die op ons wacht, een Myrian die wij niet in de steek mogen laten.

Alvorens Myrian de biecht af te nemen voelde ik de plicht haar te vragen of zij zich bewust was van haar gezondheidstoestand.

Zij glimlachte tegen mij en zei: “Ik ben niet bang voor de dood”.

De volgende zondag vierde ik de Mis op de patio voor het huis van Myrian. Rechts van het altaar zat op een voor haar klaargezette stoel Myrian, met naast zich Nelson en de twee vriendinnen van Myrian: Mary en Mery.

De patio zat vol mensen en langzaam liep de straat vol.

Mary is nu Myrian aan het voorbereiden op het ontvangen van het Vormsel.

Met Nelson, die gescheiden is, zou zij een burgerlijk huwelijk willen sluiten.

Ik heb de Communie niet kunnen geven aan Nelson. Maar ik heb hem omarmd en aan mijn hart gedrukt.

Soms beulen wij ons af in congressen-voor en tegen om te raden, als was het de lotto, wat wij moeten doen.

Myrian leert ons dat Jesús altijd voor ons gaat. Hem moeten wij volgen en niet als dwazen om elke prijs te proberen dat Hij ons volgt.

Emilio Grasso

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

13/03/2020