Afdrukken

 

Interview met Innocent Ouédraogo, een Afrikaanse missionaris in België

 Deel een

 

Ik heb vóór alles geprobeerd een bouwer van eenheid te zijn. Macht is voor mij niet een macht als hoofd. Ik probeer niet alles naar mij toe te trekken, het parochieleven te delen en de gelovigen hun verantwoordelijkheid te geven. Ik ga met hen in gesprek en dat alles leidt ertoe het dienstwerk van de leken meer te ontwikkelen. In Afrika is de verantwoordelijkheid van de leken een fundamenteel missionair aspect geweest vanwege van de grote omvang van de gebieden van de bisdommen en de missies.

Hier overheerst vaak nog een chauvinistische opvatting van het verleden, volgens welke ieder dorp zijn eigen pastoor zou moeten hebben. En de pastoor streeft ernaar alles te doen. Dat is ook niet in Europa meer mogelijk door de vergrijzing van de priesters en het gebrek aan nieuwe roepingen en is dientengevolge een priester hoofd van meer parochies.

De mensen waren in het verleden gewend aan een pastoor die er helemaal voor hen was, en tegenwoordig accepteren ze niet altijd deze verandering van perspectief en aanvaarden ze het niet dat ze zich voor een mis of voor activiteiten moeten verplaatsen en een actievere rol moeten hebben.

Het veelvuldig afhaken van oude christenen wordt veroorzaakt door deze nieuwe situatie en hun weigering zich aan te passen aan een nieuw kerkelijk model, waarbij men niet alleen verbruikers van het sacrale is.

Desondanks blijft de clustering van parochies de weg die wij moeten gaan door de gelovigen zich meer bewust te laten worden van de huidige kerkelijke situatie in België.

Mijn talrijke lekenmedewerkers worden op diocesaan niveau gevormd en krijgen een mandaat van de bisschop voor de catechese en om ook gebedswaken en begrafenissen te leiden.

Zo is de pastoor vrijer, minder gestrests door van de ene naar de andere viering te hollen en kan hij een meer specifieke taak van prediking en begeleiding van de mensen uitoefenen.

Ikzelf tracht meer aandacht te besteden aan de mensen en het luisteren. Wij weten dat de mensen in deze Europese context naar psychologen gaan omdat ze willen dat er naar hen geluisterd wordt en om raad te krijgen, en dat ze moeten betalen. Wanneer ze daarentegen zien dat iemand naar hen luistert, ontdekken ze, geroerd door de belangeloosheid van het evangelie, opnieuw hun persoonlijke waarde en stellen zij zich open voor de inzet.

In kleine gemeenschappen is de solidariteit sterker en zijn de relaties derhalve minder anoniem en derhalve zie ik ondanks zoveel aspecten van crisis van het christendom in Europa ook positieve aspecten.

Wat de jongeren betreft die zich van de Kerk hebben verwijderd, geloof ik dat een van de oorzaken een te moralistische benadering is geweest. Men heeft van hen gevraagd praktijken in acht te nemen en hun richtlijnen gegeven op het gebied van de moraal zoals de seksualiteit zonder in de diepte te evangeliseren. Een te moralistisch discours verhardt alleen maar de standpunten.

Overigens zijn ook in Afrika de jongeren die naar de kerk komen, in de minderheid ten opzichte van hen die er ver van blijven, hoewel er nog steeds een druk van het gezin en de christelijke religieuze traditie is.

Ik onderstreep, hoe dan ook, dat in Europa veel christelijke waarden nog altijd in het gezin worden doorgegeven, ook al is men zich hiervan niet bewust. Veel werkelijkheden van maatschappelijke aard komen bovendien uit het christendom, zoals scholen en ziekenhuizen.

Voor mij, die uit Afrika kom, is dat zeer positief en een belangrijke verwezenlijking van het christendom.

Wij moeten niet te veel slaaf zijn van de cijfers, maar de banden van solidariteit in acht nemen die zich in een kleine groep ontwikkelen.

Men moet uitgaan van de kern van de evangelisatie en vooral apocalyptische discoursen en beschuldigend taalgebruik vermijden, waarbij men eventueel de zonde, maar nooit de zondaar veroordeelt.

En ten slotte is daar de vrijheid te ontdekken om zich aan te sluiten bij het christendom, niet alleen als een cultureel feit, maar als een persoonlijk antwoord.

Als priester die uit Afrika komt, zou ik vooral de missionaire dimensie van de universele Kerk willen onderstrepen: het zit in haar DNA de blijde boodschap te verkondigen. Mijn aanwezigheid in België wil een teken van hoop zijn, omdat buiten onze culturele en historische verschillen het evangelie een teken van eenheid, ontmoeting en dialoog is.

Ik tracht deze dialoog te verwezenlijken in mijn pastorale benadering. Ik heb al herinnerd aan het belang van het luisteren, omdat er hier veel discussies zijn en men vaak gelooft in alles gelijk te hebben, maar er wordt weinig naar de ander geluisterd.

Ik zou hier graag een andere pastorale prioriteit aan toe willen voegen: de mensen van je eigen tijd geven. Hier is er een stijl van leven waardoor er nooit tijd is. Je opnieuw je eigen tijd eigen maken en deze aan de ander wijden is zeer belangrijk.

Ten slotte zou ik, komend uit Afrika, willen onderstrepen dat ik mij realiseer hoezeer het geloof in de eeuwen de Europese cultuur heeft doordrenkt en hoe er praktijken van gezins- en maatschappelijk leven zijn die christelijke waarden tot uitdrukking brengen. Daarvan zijn wij in Afrika en in Burkina Faso nog zover verwijderd!

Laten wij derhalve apocalyptisch taalgebruik vermijden, dat voortkomt uit het feit dat er alleen maar wordt gekeken naar de neergang van het deelnemen aan de mis. Zeker, er zijn verontrustende gegevens en elementen van achteruitgang van de christelijke waarden en anderzijds is er een voortschrijden van een relativistische mentaliteit.

Ik wil deze moeilijkheden niet bagatelliseren of mijn verplichting ten opzichte hiervan afschuiven. Wij staan naar mijn mening veeleer tegenover een nieuwe vorm van christendom van een minderheid, die niet tot uitdrukking komt in cijfers, maar authentieker en persoonlijker is.

Rekening houdend met Afrika en zijn lijden, tracht ik daarom de mensen een gevoel van dankbaarheid mee te delen voor hetgeen zij al hebben opgebouwd, en ook van verwondering over hetgeen zij hebben gekregen.

De westerse cultuur heeft de rechten van de mens gekregen, tegenwoordig een erfgoed van heel de mensheid. Te vaak wordt echter in de heersende mentaliteit alles beschouwd als een recht en realiseert men zich niet dat er vaak integendeel alle reden zou zijn om dankbaar en gelukkig te zijn.

In Burkina Faso is bijvoorbeeld een huis hebben en alle mogelijkheden om aan een toekomst voor de kinderen te bouwen, school, gezondheid... een droom van een heel leven.

Hier weten wij niet meer het handelen van de Voorzienigheid van God in de geschiedenis en zoveel van deze laatste ge-erfde aspecten te zien. Dank weten te brengen is zeer belangrijk.

Het lijkt mij vóór alles dat dit verschijnsel te veel wordt geïdentificeerd met de migratie die als belangrijkste drijfveer het ontvluchten van de situatie van armoede in Afrika heeft.

Het is een zeer gedeeltelijke interpretatie van de missie van de Afrikaanse priesters in Europa. Dit verschijnsel dient in een religieuze en spirituele visie te worden geplaatst.

Ik zou hieraan willen toevoegen dat de Heer in ieder geval zich in het begin ook kan bedienen van minder nobele bedoelingen, opdat het Woord van God wordt verkondigd.

Op dit vlak zou men hiertegen in kunnen brengen dat de motiveringen van de Europese missionarissen in Afrika bij hun vertrek gezuiverd moesten worden. Men zou zich ook moeten herinneren hoeveel missionarissen niet willen terugkeren, omdat ze iets bevredigends in Afrika, in de menselijke relaties, vinden dat in Europa niet meer bestaat.

De dienst van de missionarissen in Afrika blijft hoe dan ook van een onschatbare waarde: wanneer hij verricht is met toewijding. En dit geldt ook voor de Afrikanen in Europa.

Persoonlijk kan ik zeggen dat ik tegenwoordig leef in een situatie van economische rust, die het mij mogelijk maakt ook hetgeen ik heb, te delen, maar ik heb geleerd het belang van dit alles te relativeren en ik realiseer mij hoeveel mensen in Europa rijk, maar niet gelukkig zijn. Als iemand alleen is, niet in staat om te delen, zonder vreugde, is hij uitermate arm, ook al heeft hij een goed voorziene bankrekening.

Voor mij is een huis, een auto hebben niet meer en mythe zoals vroeger. Ik tracht een zeker evenwicht te bereiken, te begrijpen dat men eenvoudig en onontbeerlijk kan blijven en een spiritualiteit kan behouden die gebaseerd is op de genade van de menswording.

Zeker, Afrika moet eerst een ontwikkelingsniveau bereiken om vervolgens dit economisch aspect te kunnen relativeren; het zou naar mijn mening beledigend zijn geen rekening te houden met de materiële ellende ervan en tegen de Afrikanen te zeggen dat zij desondanks gelukkiger dan de anderen zijn.

Wanneer ze mij in mijn parochie vragen naar de armoede van Afrika, tracht ik zeker een objectieve situatie te doen kennen, maar ook te laten begrijpen dat er een antropologische armoede en een complex zijn die veel ernstiger zijn dan materiële armoede.

Er is een antropologische armoede en een door culturele, spirituele vooroordelen gevoed complex, zowel in Afrika als in Europa.

Wij hebben dus allemaal en overal de verkondiging van het evangelie nodig, die ons vrij maakt, ons openstelt voor de ander en voor de ware vreugde.

(Verzorgd door Antonietta Cipollini)

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

17/01/2020

 

Categorie: Interviews