Afdrukken

 

Secretaresse van mgr. Jean Zoa, aartsbisschop van Yaoundé, overleden op 20 maart 1998

 

Wij hebben zuster Jeanne De Groote in Leuven ontmoet, in een huis van haar congregatie, de Missiezusters van het Onbevlekte Hart van Maria (ICM).

Zuster Jeanne heeft al haar 87 kaarsjes uitgeblazen en op 8 november j.l. ook 65 jaar als religieuze gevierd; zij blijft echter actief en helder. Het is een waar genoegen geweest met haar te spreken over het kerkelijk leven in België en Kameroen en daarbij herinneringen op te halen van vooral zoveel vreugden en moeilijkheden van de missie.

Vóór alles als missiezuster gedurende acht jaar in Kongo, antwoordde zuster Jeanne op het verzoek van haar oversten om het eerste huis van haar congregatie in Kameroen op te richten en verbleef 42 jaar in dit land, waarvan 23 ten dienste van de aartsbisschop van Yaoundé.

Wij hadden elkaar leren kennen in Kameroen; zij was immers eerst de persoonlijke secretaresse van de betreurde mgr. Jean Zoa geweest en vervolgens de verantwoordelijke voor het pastorale secretariaat van het aartsbisdom.

Het elkaar weer ontmoeten in België deed het idee ontstaan om het getuigenis te delen van het werk dat zuster Jeanne naast mgr. Jean Zoa heeft verricht.

 

Ik dank u vooral voor deze gelegenheid die mij wordt geboden. De Gemeenschap Redemptor hominis heeft altijd veel belang gehecht aan de figuur van mgr. Jean Zoa en bewaart tot op de dag van vandaag een kopie van zijn geordende geschriften in haar Centrum in Mbalmayo. Het allereerste theologisch colloquium over het onderricht van mgr. Jean Zoa werd juist door de Gemeenschap een jaar na zijn dood georganiseerd in samenwerking met de faculteit Theologie. En de Gemeenschap is mettertijd zijn rijk onderricht blijven uitdiepen.

Mgr. Jean Zoa leren kennen en werken aan zijn zijde is voor mij een grote genade geweest. Ik bewonderde hem zeer. Hij was een intelligent en ook een goed iemand. Er werd gezegd dat hij de intelligentie van zijn vader en de goedheid van hart van zijn moeder had geërfd.

Hij was een dynamische man, vulkanisch in zijn initiatieven en dagelijkse bezigheden. Hij had altijd een grote energie en voor ons, zijn medewerkers, was het soms moeilijk zijn ritme bij te houden. Ik herinner me dat, toen de paus, nu de heilige Johannes Paulus II, Kameroen bezocht, hij mij ’s morgens om vier uur naar zijn huis liet komen, nadat hij tot ’s avonds laat had gewerkt; hij was enigszins verrast dat ik nog rustte, en zei tegen mij: “Maar wij hebben het bezoek van de paus!”.

Hij bleef hoe dan ook attent jegens anderen en had altijd een woord van bemoediging voor de mensen die hij ontmoette. Hij was zeer fijngevoelig en ik herinner me dat hij eens na een radio-uitzending waarin ik had gesproken over het bevorderen van de waardigheid van het werk van de vrouw, mij riep om te zeggen dat hij deze had gevolgd en mij aanmoedigde in deze richting verder te gaan.

Hij was ook een man van gebed. Hij heeft mij in het bijzonder geleerd de psalmen goed te bidden en gaf mij daarbij goede raad.

Hij gaf zijn medewerkers een gevoel van verantwoordelijkheid en moedigde hen aan creatief te zijn. Toen hij mij het pastorale secretariaat van het aartsbisdom toevertrouwde, vroeg ik hem wat hij verwachtte dat ik zou doen. Hij antwoordde dat hij dat nog niet precies wist en voegde eraan toe: “Wij zullen dat samen met z’n tweeën uitvinden”.

En dit pastorale secretariaat was inderdaad een geweldig instrument om een band tussen het aartsbisdom, de parochies en de verschillende diocesane diensten te onderhouden.

Na de dood van de aartsbisschop ging ik voor een bepaalde tijd verder met mijn werk, maar vervolgens werd de door deze structuur verleende dienst door mgr. Victor Tonyé Bakot toevertrouwd aan twee vicarissen-generaal. Het was in elk geval een bewijs van de geweldige omvang van de verleende dienst!

Mgr. Jean Zoa trachtte een nieuw stempel op de pastoraal te drukken met bijzondere aandacht voor de vorming van de gelovigen. Hij lette zeer op de rol van en het respect voor de vrouw en op de toekomst van de jongeren; door de verkondiging van het evangelie sprak hij zeer duidelijk en krachtig, wanneer de traditionele cultuur hen in de dorpen wilde buitensluiten.

Hij had een strijdbare geest en hij heeft moeilijke ogenblikken gekend: hij ging ware gevechten aan om bijvoorbeeld de katholieke scholen te redden die verwaarloosd werden en economisch door de staat, die op dat ogenblik beschikte over de noodzakelijke fondsen, niet werden ondersteund.

Hij stelde dat de twee longen van het bisdom de Caritas en Justice et Paix (Gerechtigheid en Vrede) waren.

Mgr. Jean Zoa had deze dienst van Justice et Paix gewild om de rechten te ondersteunen van de gevangenen die aan hun lot werden overgelaten, vaak voor hun berechting op een lange wachtlijst stonden en wiens gerechtelijke dossier in de stoffige kantoren van de rechtspraak lagen. De leden van commissie Justice et Paix bezochten regelmatig de centrale gevangenis van Yaoundé, die overbevolkt was en waar de levensomstandigheden dientengevolge verschrikkelijk waren (de vrouwenafdeling voorzag bijvoorbeeld in 45 plaatsen, maar vast werd bezet door 145 personen).

Er werd vooral juridische ondersteuning gegeven: onze commissie kon intussen rekenen op vijf juristen en twee advocaten als vrijwilligers. Iemand ging iedere dag naar de gevangenis en ikzelf meerdere keren per maand.

Heel snel deed de Voorzienigheid andere caritatieve initiatieven van de kant van enkele religieuze congregaties ten opzichte van deze gevangenen toevoegen. De Zusters van Naastenliefde van Moeder Teresa van Calcutta brachten bijvoorbeeld alle weken voor 800 gevangenen het middageten. Men zorgde ervoor dat in de loop van de maand allen een goed middagmaal konden krijgen; ik geloof dat de zusters het vandaag nog doen.

In de diocesane kantoren van Justice et Paix ontvingen juristen de mensen voor de meest verschillende maatschappelijke en juridische problemen. De gevallen van conflicten op het niveau van het gezin, de problemen met betrekking tot grond en met buren waren talrijk. Deze deskundigen hielpen en begeleidden de mensen.

De aartsbisschop vertrouwde mij vervolgens een nieuwe taak toe: die van de vorming van comité’s van Justice et Paix in de parochies. Het ging erom in de parochies de boer op te gaan, beschikbare mensen te sensibiliseren en te vormen. Zo zijn wij erin geslaagd meer dan een honderdtal comités te vormen. Ik organiseerde voor hen een vormingsdag per maand en vier sessies van twee weken per jaar. Een groot vormingswerk dat werd geïnspireerd door de sociale leer van de Kerk en hierop was gericht.

Ook vandaag nog blijf ik in België in de mate waarin mijn gezondheid het toestaat, mijn bijdrage leveren aan Justice et Paix. Ik ben lid van het uitvoerend comité van het net van de religieuze congregatie “Africa Europe Faithe and Justice” (A.E.F.J.N.). Wij houden ons vooral bezig met de strijd tegen het opkopen van land in Afrika, tegen namaakmedicijnen, de verkoop van wapens, banken die bij die verkoop betrokken zijn enz. Wij hebben ontmoetingen en verder werken wij via internet.

Ik neem ook deel aan de J.P.I.C., de commissie “Justice, Peace and Integrity of Creation”, in het leven geroepen door de hoogste oversten. Ik werk in het bijzonder in samenwerking met de groep van de paters scheutisten in Brussel.

Ten slotte help ik vluchtelingen in Leuven met hun studie van de Nederlandse taal en bij het zoeken naar huizen die voor een redelijke prijs beschikbaar zijn.

De aartsbisschop bereidde zijn homilieën thuis voor na een groot aantal kranten te hebben gelezen, omdat hij zeer lette op de actualiteit, en met zijn Bijbel ernaast. Hij zei dat zijn beste homilieën die waren welke hij had kunnen voorbereiden eerst in dialoog met de verantwoordelijken van de groepen of diensten waartoe hij zich richtte, bijvoorbeeld jongeren en kinderen, of met de pastoors van de parochies die hij bezocht.

Hij liet zich betrekken bij de situaties. Ik herinner mij de homilie goed die hij hield ter gelegenheid van de ramp van Nsam, toen een hele wijk van Yaoundé vlam vatte door een benzinetank die was omgevallen en de mensen waren toegestroomd om ervan te profiteren om benzine te hamsteren en daarbij verwoestende ontploffingen en branden veroorzaakten. Die dag was mgr. Jean Zoa bij ons, de zusters van Abom, voor een dag van overdenking, en toen hij op de radio hoorde van de ramp, is hij onmiddellijk vertrokken om de situatie in de wijk Nsam in ogenschouw te nemen. Hij hield vervolgens een gedenkwaardige homilie en vroeg de mensen zich redelijk te gedragen om niet op die wijze te sterven!

Ik herinner mij goed dat hij zorgvuldig had gewerkt aan de eerste Afrikaanse synode. Zijn bijdrage in de aula bracht goed zijn “Afro-realistische” benadering tot uitdrukking, die niet verviel tot een van de twee tegengestelde tendensen, een “Afro-pessimistische” of “Afro-optimistische”. Hij moedigde ook de vertaling in meer lokale talen van zijn bijdrage over de figuur van de Barmhartige Samaritaan aan: van Jezus die zich buigt over een Afrika dat wordt aangevallen door bandieten en aan de rand van de weg van de geschiedenis wordt achtergelaten. Deze bijdrage vond inderdaad een zeer gunstige ontvangst onder de gelovigen. Helaas verhinderden bepaalde vormen van een tribale mentaliteit een ruimere verspreiding ervan, iets dat mgr. Jean Zoa erg vond.

De mensen hielden veel van mgr. Jean Zoa, die tegen hen duidelijk sprak en aandacht had voor de problemen in hun leven. Na de diocesane synode, waardoor hij zijn aandacht voor het thema van de ontwikkeling had laten zien, haalden de gelovigen vaak zijn onderricht aan dat werd samengevat en van buiten geleerd:

Het geluk van een christen is samen delen. Om samen te delen moet men hebben. Om te hebben moet men werken. Om te werken moet men zich rationeel en solidair organiseren”.

De mensen herinneren zich nu nog dit onderricht, dat men beschouwt als zijn pastoraal testament.

Zoals vaak gebeurde bij zijn pastorale bezoeken, gaven de mensen edelmoedig levensmiddelen, de vrucht van hun werk in de landbouw, aan mgr. Jean Zoa. Op een keer bracht de monseigneur zijn beslissing tot uitdrukking om een gedeelte hiervan te schenken aan de centrale gevangenis van Yaoundé. De gelovigen brachten hun teleurstelling tot uitdrukking door te zeggen: “Wij hebben niet gegeven voor de gevangenen...”. Mgr. Zoa antwoordde krachtig: “Ook gevangenen zijn onze broeders en zusters, wij moeten ook aan hen denken”.

Overigens waren de initiatieven talrijk die door mgr. Jean Zoa werden genomen om de ontwikkeling in de landbouw te bevorderen, zoals het vormingscentrum van Sa’a.

De monseigneur was in staat zich in alle eenvoud op weg te begeven om het leven van de mensen te leren kennen.

Ik herinner me dat hij op een dag, nog voordat ik mijn werk als secretaresse begon, zonder ons te waarschuwen naar de parochie van Mva’a was gekomen en er niemand vond, daar wij allen, paters en zusters, op bezoek waren in de dorpen. Hij kwam ons zoeken en ging samen met ons verder om ons werk beter te begrijpen. Hij noemde ons de équipe domino, omdat wij Europeanen en Afrikanen waren.

Ik zou dagen kunnen doorbrengen met te vertellen over de geweldige ervaring met mgr. Jean Zoa en over een kerkelijke tijd van grote theologische en pastorale gisting.

Zijn dood liet ons opeens verweesd achter. Hij was al ziek, maar onttrok zich niet aan de zware verantwoordelijkheden die hij op dat moment had. Tot op het laatst organiseerde hij ook de begrafenis van mgr. Paul Etoga in Mbalmayo.

Gedurende de voorbereiding van deze begrafenis zei hij tegen ons: “Wat mij betreft, wil ik niet begraven worden in de kathedraal, maar te midden van de bloemen...”. En ik antwoordde hem: “Monseigneur, zou u dat niet op schrift moeten zetten als uw wil?”. Ik kon niet denken dat dit snel zou gebeuren.

Hij is gestorven, zoals hij heeft geleefd: gedurende de Heilige Mis, die in het middelpunt van zijn leven stond, en in tegenwoordigheid van het volk van God, allen groetend gedurende een officiële viering voor de uitvaart van mgr. Paul Etoga, ten overstaan van de hoogste autoriteiten.

Ik dank de Heer voor de genade die ik heb ontvangen om met deze grote man en herder te mogen werken.

Antonietta Cipollini

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

20/03/2020

 

Categorie: Interviews