Afdrukken

 

Iedere maand december en aan het begin van het nieuwe jaar begint de tijd van de zoetige sprookjes voor kinderen die niet groeien, en voor degenen die Kerstmis reduceren tot een dag waarop men zoveel mogelijk uitgeeft en consumeert, deze vleselijke genoegens combinerend met een of ander beperkt edelmoedig werk, dat ervoor zorgt dat wij ons betere mensen voelen en het ons mogelijk maakt onze verlangens te bevredigen zonder verontrustende gewetenswroeging.

Over de verandering van Kerstmis van een christelijk feest in dagen van folklore en consumisme zijn diepgaande analyses geschreven. Onder de vele verwijs ik naar de studie ter zake van Martyne Perrot[1]. Hierin wordt duidelijk aangetoond dat vanuit het Engeland op de helft van de 19de eeuw Kerstmis een “familiefeest” wordt: door de huiselijke intimiteit te verheerlijken versterkte deze viering zo het idee van de familie als toevluchtsoord, een beschermend bastion tegen de gevaren van de buitenwereld, die steeds meer verstedelijkte en snel industrialiseerde.

Het heel Europa zal door deze intimistische en private visie op Kerstmis gefascineerd blijven. Vervolgens zal de Engelse schrijver Charles Dickens met zijn A Christmas Carol uiteenzetten wat daarna bekend zal staan als “kerstfilosofie”, bestaande uit medelijden en naastenliefde.

Ook al is dit de overheersende en gangbare mentaliteit die Kerstmis kenmerkt, de christenen zijn geroepen de oorspronkelijke en authentieke betekenis, de historische en heilzame betekenis van dit feest opnieuw te ontdekken.

De ware datum van de geboorte van de Heiland is ons onbekend. 25 December werd waarschijnlijk gekozen om een christelijk feest te plaatsen tegenover de verjaardag van de onoverwinnelijke zon (Natalis solis invicti), bepaald vanaf de tijd van keizer Aurelianus (270-275) als heidens feest van het keizerrijk en gevierd met de grootste plechtigheid door de talrijke vereerders van de god Mithras. Aan de keuze voor die dag droeg echter ook het natuurlijk symbolisme bij, dat wil zeggen de gedachte in de dagen dat het licht begint toe te nemen (na de winterse zonnewende), de verjaardag van de “Zon der gerechtigheid” te vieren[2].

Het is daarom belangrijk opnieuw het historische en werkelijke fundament van deze gebeurtenis vast te stellen en haar te bevrijden van een intimistische en private betekenis, omdat het binnentreden van de Zoon van God in de geschiedenis van de mensen een unieke betekenis voor de mensen van alle tijden heeft, ook al geschiedt dit op een verborgen wijze.

Het kenmerk van armoede, het verborgen zijn, broosheid en zwakheid geeft reeds de omverwerping van onze beoordelingscriteria aan en zijn een vooraankondiging hiervan: niet de kracht en de machtsinstrumenten, in welke vorm zij zich ook voordoen, redden, maar ons redt de “goddelijke dwaasheid”, die onze plannen in de war stuurt en ons oproept een antwoord te geven op Zijn vraag.

Ten overstaan van deze God – die de God van de geschiedenis is en niet een projectie van onze verlangens of een menselijke schepping als antwoord op onze vragen – is ieder van ons geroepen in vrijheid zijn persoonlijke antwoord te geven, omdat – zoals Tertullianus in zijn Apologeticum stelde – “men wordt christen, niet als christen geboren”. En men wordt het in de ontmoeting tussen de genade van God en de vrijheid van de mens.

Wanneer wij de optiek van het evangelie volgen, realiseren wij ons dat de menswording reeds een gekruisigde menswording is, die niet op zich redt, maar die reeds vanaf het begin op weg is naar het paasmysterie in zijn totaliteit van dood-verrijzenis-hemelvaart-zending van de Heilige Geest.

Kerstmis is derhalve het mysterie van God die mens wordt, opdat de mens als kind in de Zoon zelf God wordt.

Wij zijn daarom geroepen ons te bevrijden van die mierzoete en smakeloze ideeën die niets van doen hebben met de Jezus van onze geloofsbelijdenis.

De cultuur van onze tijd is een cultuur die typisch is voor een vloeibare maatschappij zonder smaak-geur-kleur; een cultuur van de “lichtheid” van het bestaan en het zwakke denken; een cultuur die het offer afwijst en zich goedkoop laat manipuleren door wie je tegen een lage prijs “alles onmiddellijk” aanbiedt.

Eigenlijk is het, zoals dat altijd is gebeurd, een cultuur die het sprookje met een happy end verkiest boven de harde en kruisigende waarheid.

Maar dit is, welbeschouwd, dezelfde cultuur als die ten tijde van de heilige Paulus, wanneer de apostel van de heidenen Timotheüs aanspoorde zijn werk om het evangelie te verkondigen te voltooien, omdat hij, zo waarschuwde hij hem, “er een tijd komt dat de mensen de gezonde leer niet meer zullen verdragen. Zij zullen zich een menigte leraars aanschaffen naar eigen smaak, die hun naar de mond praten. En zij zullen hun oren sluiten voor de waarheid om te luisteren naar allerlei mythen” (2 Tim. 4, 3-4).

Er zijn al zoveel feesten en sprookjes in omloop. Er is echt geen behoefte om hieraan ons kerstsprookje toe te voegen alleen maar om het applaus van de wereld te krijgen.

Emilio Grasso

 

_________________

[1] Vgl. M. Perrot, Ethnologie de Noël. Une fête paradoxale, Grasset, Paris 2000.

[2] Vgl. L. Eisenhofer - J. Lechner, Liturgia romana, Marietti, Torino 1961, 182.

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

24/12/2019

 

Categorie: Artikelen