Afdrukken

 

Ter herinnering aan don Divo Barsotti

 

Ter gelegenheid van de veertiende verjaardag van de dood van don Divo Barsotti, op 15 februari 2006, mysticus en theoloog en een van de meest vermaarde persoonlijkheden van het Italiaanse katholicisme van de twintigste eeuw, willen wij hier de bijdrage presenteren van Emilio Grasso over de figuur van deze meester van het geloof op een theologisch congres dat op 19 en 20 februari 2011 in Rome werd gehouden.

 

Ik begin met een herinnering: toen ik in 1984 als onderwerp van mijn proefschrift aan de faculteit Missiologie van de Pontificia Università Gregoriana voorstelde de Fondamenti di una spiritualità missionaria secondo le opere di Don Divo Barsotti (Grondslagen van een missionaire spiritualiteit volgens de werken van Don Divo Barsotti), kwam ik bijna onoverkomelijke moeilijkheden tegen om een studie over deze auteur geaccepteerd te krijgen.

Ik schreef in de inleiding van mijn proefschrift:

“Ondanks zijn grote productie is Divo Barsotti een auteur die weinig is bestudeerd en die bijna geen invloed heeft gehad op de theologische en spirituele geschriften van onze tijd. Dat is vóór alles toe te schrijven aan het fragmentarische karakter van zijn werk. De theologische structuur die eraan ten grondslag ligt, wordt niet systematisch behandeld, maar dient geduldig en als het ware monnikenwerk te worden gezocht door een nauwkeurig lezen van zijn hele productie. Het denken van Barsotti kan immers alleen maar begrepen worden vanuit een globaal lezen van zijn werk. Zij paradoxale stijl, zonder nuances, scherp en zonder het noodzakelijke onderscheid bij het geven van oordelen, kan immers iemand op een dwaalspoor brengen en leiden tot wegen die niet de zijne zijn en zo van zijn eigenlijke denken afleiden”[1].

Ongetwijfeld blijven deze redenen voor mij hun geldigheid houden. Ik denk echter dat de reden van de marginalisering van Barsotti, die hij duidelijk heeft gemerkt en waaronder hij heeft geleden, te vinden is op een dieper niveau en hem zal blijven vergezellen. De uitstekende studie van Stefano Albertazzi over de dagboeken van don Divo getuigt hiervan in ruime mate[2]; ook kardinaal Ruini heeft onderstreept dat hem geen enkele “terechte en passende academische onderscheiding” werd toegekend[3].

En zo moet het zijn, omdat Barsotti accepteren alleen maar twee dingen kan betekenen, indien wij van een empirisch oordeel overgaan naar een dat doordringt tot de kern van de kwestie:

  1. ofwel men heeft de onvermijdelijke kern niet begrepen van de kwestie die hij stelt;
  2. ofwel men accepteert zijn charisma, hetgeen wil zeggen, men beleeft het geloof, om de woorden van don Silvano Nistri te gebruiken[4].

God willen is de dood willen

Om Hans Urs van Balthasar, een door Barsotti geliefd auteur, die als een van de eersten de afgrond begreep van de diepe visie van Barsotti, te parafraseren, het geloof beleven is, in een gesprek van hart tot hart met don Divo, gelijk aan niet ontkomen aan hetgeen het enige serieuze geval in het leven is: het geloof als dood. Voor degene die voor God heeft gekozen, is de dood een onvermijdelijke overgang: “Wie voor God kiest”, zo schrijft Barsotti, “kiest noodzakelijkerwijze voor de dood”[5], omdat “God willen ... de dood willen is”[6].

Voor don Divo vereist de volmaaktheid van de liefde in de christen het overwinnen van de aardse toestand. “Zo tendeert onze liefde noodzakelijkerwijze naar de dood en kan in de dood haar vervulling vinden”[7].

Als de dood een voorwaarde is dat ons wezen God volledig bezit, dan is zij ook een voorwaarde van het liefdevol handelen jegens de mensen, als een zending die verwerkelijkt en vervult wat zij verkondigt. Ons leven zou zonder de dood alleen maar verkondiging zijn zonder vervulling, belofte zonder verwezenlijking. Door onze dood neemt het Woord bezit van ons wezen en worden wij de verwezenlijking van de verkondiging[8].

Deze beweringen over de verhouding geloof-dood zijn niets anders dan het woord van God serieus nemen.

Barsotti heeft het woord van het boek Exodus in de dialoog van God met Mozes verschrikkelijk serieus genomen: “Geen mens kan mijn gelaat zien en in leven blijven”[9]. Anderzijds heeft zijn antropologie als poolster de werkelijkheid van de mens als “natuurlijk verlangen om God te zien”[10].

Het geloof als begin van het zien van God en het leven van de mens als het verlangen om Hem te zien kunnen alleen maar de kwestie van de dood in herinnering brengen en centraal stellen.

De relatie tussen geloof en dood

Barsotti is zich bewust van de reikwijdte van zijn betoog over het geloof in zijn verhouding tot de dood.

Daarom deinst hij terug voor welke vorm van triomfalisme dan ook. Op dit punt verandert don Divo niet van positie, evenals op andere punten. In 1945 schrijft hij in zijn dagboek La fuga immobile: “Ik verbaas mij er niet over dat er weinig gelovigen zijn, maar ik verbaas me erover dat er kunnen zijn”[11]. En op 15 augustus 1973 bevestigt hij zijn diepe overtuiging:

“Het geloof is altijd een wonder. Beweren dat er veel gelovigen zijn, is absurd. Het is al onvoorstelbaar dat er iemand is, maar weinigen zijn voldoende om alle mensen hoop te geven, een reden om te leven, om voor het hele universum tot steun te zijn”[12].

Deze visie wordt niet veranderd en vertoont in de loop van de tijd geen enkele barst.

Op 28 augustus 1985 tekent hij in zijn dagboek aan:

“Zijn het niet de weinigen die velen redden? Wat kan de doeltreffendheid zijn van deze weinigen die niet bang zijn om Christus te belijden in een heidense wereld? Zal er misschien niet binnenkort ook dezelfde verhouding tussen de naties bestaan die zich ten onrechte christelijk noemen? En wij moeten optimistisch zijn – het ware geloof van één is voldoende om voor een hele stad antwoord te geven. Is de kracht van één die God bemint, niet groter dan de kracht van de wereld?”[13].

Barsotti toont geen enkele bezorgdheid van statistische aard of voor het behoud van een bepaalde Kerk, een bepaalde gemeenschap, een bepaald christendom in welke tijd of op welke plaats dan ook.

De enige reden voor onrust voor hem is de zuiverheid van het geloof in het hart, al is het maar in een enkele gelovige.

Bij deze gelegenheid wil ik herinneren aan een schrijven dat don Divo mij stuurde op 17 april 1982 en dat het mij mogelijk maakt vandaag beter te begrijpen wat de fundamentele bijdrage van Barsotti is aan een “biddende missietheologie”.

“Mijn beste, ik hoop dat op Goede Vrijdag eindelijk het Pasen van de verrijzenis heeft plaatsgevonden. Hoe dan ook, juist jouw voorval is een bewijs van Gods handelen. Het werk dat Hij je heeft gegeven om te verrichten, is te groot dat jij niet moet meemaken dat je aan het christelijk mysterie deelneemt, dat niet dood en vervolgens verrijzenis is, maar dood en verrijzenis. Jij zult misschien hier beneden de verrijzenis alleen maar in de dood kunnen beleven. Laat marginalisering, stilte voor en in jou een teken zijn van een levende en immense Aanwezigheid van liefde. Hoe herken ik vandaag in jou Jezus! Moge jij niet aan zijn Hand ontglippen. Bid voor mij en geef mij je zegen”.

De bijdrage van Barsotti aan een missietheologie

Na deze uitweiding, die het mij mogelijk maakt mij te verplaatsen midden in een dialoog van hart tot hart met don Divo, die nooit is onderbroken, is het voor mij gemakkelijker te wijzen op enkele kernpunten van zijn visie in verband met de missietheologie.

Ik wijs hierop, uitgaande van een ervaring van lange jaren werk op het terrein in Kameroen en Paraguay. Bovendien houd ik landen als Nederland en België voor ogen waarvan de kerkelijke realiteit aan heel de Kerk onvermijdelijk vragen stelt.

  1. Het kernpunt betreffende een missietheologie, dat ik zie bij een globaal, zowel diachronisch als synchronisch lezen van het werk van Barsotti, is dat “contemplatief” zijn “in actie”. Dit is een uitdrukking die Nadal gebruikte, de eerste biograaf van de heilige Ignatius en die Johannes Paulus II gebruikt in zijn Redemptoris missio[14].
    Voor Barsotti “kan men niet het mysterie van de menswording van het Woord, het mysterie van de geboorte van Christus beschouwen zonder tegelijkertijd de schoot van Maria te worden die de Christus voortbrengt”[15]. “In jouw leven, in jouw wezen, in jou” – schrijft hij in Parola e silenzio – “moet alles gestalte krijgen, alles moet vanuit jou leven krijgen”[16].
    Ieder schepsel wordt dan het gelaat van de Vader en met ieder schepsel beleeft men de relatie met de Zoon. “Er bestaat niet meer dan een leven. Er is niet meer dan God – God die alles is in alles”[17]. De daad van liefde zal niet dan dubbel zijn. In de daad zelf waarmee de mens God liefheeft, vraagt God zelf hem zijn broeders en zusters lief te hebben. In deze eenheid is het heil van de wereld gelegen[18].
    Wij moeten nooit vergeten dat de spiritualiteit van Barsotti een spiritualiteit van strijd is. Er is altijd de twijfel aan de relatie met God. God is niet de ziel en de ziel kan niet de plaats innemen van God. Ook op de hoogste toppen impliceert de spiritualiteit van Barsotti de dimensie van de relatie. Er is nooit een ongedifferentieerd opgenomen worden in het goddelijke. De mens blijft nog meer en wezenlijk een persoon, een esse ad, in de relatie met God. Deze dialogische relatie met God impliceert een wezenlijk aspect voor het christelijk leven dat nooit kan worden onderdrukt: het drama. De mens blijft altijd mede-hoofdpersoon van dit drama. Op de achtergrond de mogelijkheid van de hel[19].
    Dit kernpunt bevrijdt de missie van filantropische sentimentaliteit. Het maakt deze los van dat pacifistisch irenisme, van die inschikkelijke en medeplichtige blik in de richting van alles wat voorchristelijk is en dat wordt gepresenteerd als een tuin van Eden. Een tuin van Eden, niet besmet door het binnendringen van de openbaring die in de fysieke persoon van Christus Jezus haar voltooiing en zijn definitief punt vindt in de geschiedenis van de mens.
    Om alleen maar een klein voorbeeld te geven binnen de context van het land waar ik nu leef: terwijl ik deze korte voordracht schreef, ontving ik het jongste nummer van het belangrijkste tijdschrift inzake reflectie en dialoog van de jezuïeten in Paraguay.
    In een artikel, de taken betreffend die ons wachten bij de komende tweehonderdste verjaardag van de onafhankelijkheid van het land, wordt gesproken over een bevrijding van de erfenis van het kolonialisme met de eigen filosofie van het zijn.
    Ik citeer letterlijk: “Ook al houdt kolonialisme vast aan het unieke (monos), aan voorvaderlijke wijsheid, de werkelijkheid is altijd nog complex, pluralistisch, complementair, wederzijds en kosmisch. Het middelpunt is nooit de persoon, maar het leven zelf. En nu de vraag: hoe eraan te werken om het wezen te dekoloniseren?”[20].
    Ik vraag mij ten overstaan van deze visie en passant af waartoe de fysieke persoon van Jezus Christus zou worden gereduceerd, nadat men eraan gewerkt heeft om het wezen te dekoloniseren. Heel het drama – de theodramatiek, zou von Balthasar zeggen – dat de relatie tussen personen impliceert, zou door fusie of absorptie verdwijnen.
  2. Nog een kernpunt is dat van een discours over geloof-liefde dat, zoals wij hebben aangegeven, dat over de dood impliceert.
    “Het leven” – zo heeft Barsotti geschreven – “is ons gegeven voor de dood, omdat alleen in de dood de mens de uiterste daad van de liefde beleeft”[21].
    De moderniteit heeft in Europa de relatie geloof-cultuur doen instorten en de scheiding tussen Kerk en arbeidersklasse volbracht.
    Het grote missionaire reveil van de negentiende eeuw is te zien als een zoeken in verre streken naar die “bon sauvage” die uit onze schema’s was verdwenen. Hij had zich geëmancipeerd uit de bevoogding van de Kerk, toen eenmaal de alliantie troon-altaar was gevallen.
    Een dergelijk reveil was ook een utopisch zoeken naar de mogelijkheid om de intussen uitgestorven vormen van christendom te reconstrueren.
    Het discours van Barsotti, dat geen enkele ontsnapping toelaat en hamert op de onvermijdelijke verbinding van geloof-dood, bevrijdt de missie van illusies. Het gaat om de illusie dat er de zo geprezen lentes van de Kerk zijn of gebieden waar men heen kan gaan om daar goedkoop roepingen te halen, als waren het reservoirs in geval van nood, door transfusies van zuiver bloed uit te voeren om een oud en ziek lichaam nieuwe krachten te geven.
    Het cruciale punt is op iedere plaats en te allen tijde het kruis van de Heer, “totale liefde die het God in jou mogelijk maakt God te zijn”[22].
    Wat dat betreft, moet men de moed hebben met een gezonde kritische en nuchtere geest de zogenaamd “roepingenboom” die er in sommige landen bestaat, te ontmythologiseren en te lezen. Zijn het allemaal werkelijke bekeringen tot de gekruisigde Christus die men ontmoet op zoveel overbevolkte seminaries of in religieuze congregaties, waar men arbeidskrachten exporteert om dode religieuze gemeenschappen in leven te houden? Betreft het niet vaak een zoeken naar maatschappelijke promotie enerzijds en anderzijds een medisch doorbehandelen van instituten die niets meer tot uitdrukking brengen en de ars moriendi afwijzen?
    Is er ook niet in sommige gemeenschappen die je als de moederplacenta omgeven, een zoeken aanwezig naar zekerheid, een vorm van het zich onttrekken aan verantwoordelijkheid en van persoonsvervreemding? Wordt deze persoon zo niet te niet gedaan in een gemeenschap waar het ik – om de taal van de structuralistische filosofie te gebruiken – niet denkt, maar wordt gedacht, niet handelt, maar wordt gehandeld, niet wil, maar wordt gewild door anonieme structuren of door een nieuw superego?
    En kan het reduceren tot een exclusief en krampachtig zoeken naar geld en economische bronnen in verschillende vormen als missionaire activiteit van de Kerk worden gedefinieerd? Brengen deze, zoals intussen op ruime schaal is aangetoond, geen nieuwe relaties van wederzijdse afhankelijkheid tot stand in een soms “misdadige” uitwisseling? Enerzijds sust men het geweten en worden de radicale eisen van het kruis van Christus afgezwakt en anderzijds blijft de cultuur van onverantwoordelijkheid en chronische bedelarij voortbestaan.
  3. Een derde kernpunt in het denken van Barsotti is zijn visie op Maria Magdalena als figuur van de Kerk op missie. Dit punt is nauw verbonden met het afwijzen van iedere triomfalistische benadering.
    Op missie ontdekt de Kerk haar armoede aan menselijke zekerheden, haar zonde in het zich prostitueren ten opzichte van overheersende ideologieën, haar eenzaamheid, nadat zij zich in haar liefde voor de volken onder zovele bomen heeft ontkleed, daarbij vergetend dat zij zich alleen moest ontkleden voor haar Bruidegom. Hierin ontdekt de Kerk een realiteit die haar werkelijk arm en naakt maakt, blootstelt aan spot, ontgoocheling, vervolging. Maria van Magdala heeft de weg voor haar gebaand, zij wijst haar de weg. Zij is de vrouw die de Verrezene op missie stuurt. Zij is de boetelinge die weent over haar eigen zonden, die niet stil blijft zitten. Zij is “het type” van iedere bekering, terugkeer van heel de mensheid, als ontrouwe bruid, naar haar goddelijke Bruidegom. De Kerk op missie heeft als een nieuwe Magdalena in haar vlees een boodschap geprent van armoede en van geween, van naaktheid en bekering. Arm van zichzelf en alleen maar rijk aan de liefde van de Bruidegom brengt zij de volken vreugde en heil. Zij voltrekt buiten de muren van de stad de huwelijkseenheid in een “transfusie” van bloed – zoals Barsotti zich uitdrukt – en in een gave die leven voortbrengt voor alle volkeren. In de daad van de kruisdood wordt de huwelijkseenheid voltrokken. In deze daad van de dood staat Maria van Magdala niet alleen voor haar Bruidegom. Daar, aan de voet van het kruis, ontmoeten Maria van Magdala en moeder Maria samen Jezus. In deze ontmoeting, in dit drama wordt de Liefde bevestigd en dit drama, die goddelijke uitwisseling, is de Verlossing voor alle volken[23].
    Wanneer men Maria van Magdala tot figuur van de Kerk op zending verheft, vallen al die vormen van kinderlijke naïviteit weg, al die infantiele vormen van optimisme, die illusies en die luchtspiegelingen waardoor men uiteindelijk zending verwisselt met een toeristisch uitstapje. Of men verwisselt deze met een ervaring van gefrustreerde mensen die vertrekken, niet omdat zij door de liefde tot de Enige die het hart heeft geraakt, worden gedreven, maar omdat zij op zoek zijn naar iets dat zij in hun land van oorsprong niet kunnen vinden.
  4. Het vierde punt dat naar voren komt bij het lezen van Barsotti met betrekking tot ons thema komt uit dezelfde daad van geloof voort. Het betreft de gelovigen te behoeden voor de verleidingen die het geloof veeleer reduceren tot een ideologie dan het te beschouwen als “een levende relatie met de levende God”[24].
    De altijd op de loer liggende verleiding van de “dictatuur van de cijfers” of het “zalig makende” succes van onze werken brengen ons ertoe het geloof te vervangen door een bepaalde cultuur.
    Barsotti schrijft in dezen: “Het geloof is verdwenen en een bepaalde menselijke cultuur vervangt dit. De theologie is een mythologie geworden en men schaamt zich voor de boodschap. Is Jezus werkelijk de Zoon van God? Is Jezus werkelijk verrezen? De liturgie is een nutteloze rite. En de Kerk moet zichzelf rechtvaardigen door zich alleen maar ten dienste te stellen van de wereld voor hetgeen de wereld van haar vraagt”[25].
    Hier is het noodzakelijk de krachtige stelling in herinnering te roepen die in de encycliek Redemptor missio van Johannes Paulus II staat: “De missie is een kwestie van geloof: zij is een nauwkeurige graadmeter voor ons geloof in Christus en in zijn liefde voor ons. Er bestaat nu de verleiding om het christendom te reduceren tot een menselijke wijsheid, tot een soort wetenschap om goed te leven. In een sterk geseculariseerde wereld heeft een geleidelijke secularisatie van het heil plaatsgevonden, waarbij men wel voor de mens opkomt, maar voor een gehalveerde mens die gereduceerd is tot zijn horizontale dimensie. Wij weten daarentegen dat Jezus gekomen is om het integrale heil te brengen dat heel de mens en alle mensen omvat, en om hen open te stellen voor de wonderbare horizonten van het kindschap Gods”[26].
    In mijn arme en zeer beperkte ervaring (Paraguay is echter met de verkiezing tot president van de republiek van een emeritus-bisschop, met de stilzwijgende of expliciete steun van bisschoppen, priesters, religieuzen en exponenten van de leken een laboratorium waarop veler ogen zijn gericht...) vind ik dat deze woorden van don Divo een grote actualiteit hebben: “Jezus, de Christus, is geen vertrekpunt om over iets anders te spreken, om iets anders te beweren, om iets anders te beleven. Het is medeplichtigheid met een wereld die het geloof heeft verloren, van Christus een mythe te maken, een symbool van waarheid, menselijke waarden, religieuze of maatschappelijke idealen”[27].
  5. Om af te sluiten, wijs ik op een vijfde punt in het werk van Barsotti met betrekking tot de missietheologie.
    In een steeds meer gemassificeerde wereld, waarin de nieuwe technologieën een hele serie virtuele relaties scheppen waarbij de mens verdwijnt in de anonimiteit van relaties die worden geleid door onpersoonlijke eenheden, door informatica-apparaten of hoogstens door koude bureaucratische structuren, de mens zelf sterft, zoals Foucault al had voorspeld. De dood van de persoonlijke relatie met God kan alleen maar de dood van de mens met zich meebrengen.

    De originaliteit, die ook het eigene van de missie is, bestaat voor Barsotti eruit de mensen uit de menigte naar voren te doen komen. Het betekent hen bij hun naam te roepen, een naam geven aan de geliefde, ervoor zorgen dat hij een unieke waarde krijgt. Dit is voor de christen mogelijk, omdat hij door het mysterie van de menswording is binnengetreden in het circuit van de trinitaire liefde. Hij wendt zich niet meer tot de Vader als tot een derde, maar als een “ik” tot een “Jij”. Het christelijk leven is liefde. En liefde wil voor Barsotti in wezen zeggen relatie. De meest typische inhoud van de missie kan alleen maar de relatie tussen personen zijn. De laatste plaats waar de wedstrijd zal worden gespeeld, is nu juist gelegen in deze relatie tussen personen. Deze relatie is een weerspiegeling, een teken en verifieert de ononderbroken dialoog tussen het “ik” van de mens, in het “Ik” van Christus, en het “Jij” van de Vader. Wanneer Barsotti komt te spreken over de moderne maatschappij en de spiritualiteit van onze tijd, ziet hij het gevaar dat de absolute waarde van de persoon in gevaar wordt gebracht. Niet de mensheid, niet de mens in het algemeen, maar de concrete mens, de mens die ik ben, is het middelpunt van de wereld, het hart van heel het universum, het einddoel van Gods liefde[28].

 

 

In een meer dan veertigjarige omgang met don Divo heb ik het recht verworven te getuigen dat in deze man geloof en liefde nooit gescheiden van elkaar optrokken. In hem gingen de liefde voor God en de liefde voor de mens hand in hand. Voor hem werden immers in Christus Jezus de menselijke en de goddelijke natuur in hun geheel gezien, als volkomen aanwezig, zonder vermenging, onveranderlijk, ongedeeld, onafscheidelijk in hun coëxistentie.

Toen ik don Divo enkele weken voor zijn dood voor de laatste keer ontmoette, wilde ik hem vragen hoe hij zich het gelaat van God voorstelde, dat gelaat waaraan hij zijn hele leven had gewijd.

Met die ontwapenende naïviteit van hem keek hij mij aan en antwoordde: “Jouw gelaat”. Hij zei het tegen mij in mijn unieke en onherhaalbare oorspronkelijkheid, zoals hij het aan wie dan ook zou hebben gezegd. Omdat don Divo werkelijk altijd God heeft aanschouwd in het gelaat van Jezus Christus, waarin heel de schepping en de menselijke geschiedenis zijn opgenomen en waarin deze zijn vervat.

 

 

Met angst en beven zond ik mijn doctoraalscriptie aan de prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer. Korte tijd later ontving ik deze brief van kardinaal Ratzinger:

Vaticaanstad

11-10-1986

 

Beste don Emilio,

Dank voor het mooie boek dat u mij heb toegestuurd, de vrucht van uw langdurige inspanningen en onderzoek. Het laat een diepe liefde zien voor de door u bestudeerde schrijver en met wie u een duidelijke innerlijke overeenkomst toont. Maar uw werk laat vooral liefde tot God zien, de oorsprong van de missie van de Kerk, van iedere christen en middelpunt van uw leven en persoonlijke zending.

Ik wens dat het door u begonnen, op deze stevige wortels gegrondveste werk zich moge uitbreiden tot aan de uiteinden van de aarde.

U gedenkend in mijn gebed, doe ik u een hartelijke groet toekomen.

Joseph Kard. Ratzinger

 

 

 

Ik hoop en bid dat ik mag groeien in een steeds “duidelijkere innerlijke overeenkomst” met don Divo. En dat het geloof en de meeslepende liefde tot de beminde Bruidegom van deze verliefde man de uiteinden van de aarde mogen bereiken.

Emilio Grasso

 

 

_____________________

[1] E. Grasso, Fondamenti di una spiritualità missionaria. Secondo le opere di Don Divo Barsotti, Università Gregoriana Editrice (Documenta Missionalia 20), Roma 1986, 14.

[2] Vgl. S. Albertazzi, Sull’orlo di un duplice abisso. Teologia e spiritualità monastica nei diari di Divo Barsotti, San Paolo, Cinisello Balsamo (MI) 2009.

[3] C. Ruini, Presentazione, in Don Divo Barsotti, il cercatore di Dio. Dieci anni di interviste. Verzorgd door A. Fagioli, Società Editrice Fiorentina, Firenze 2008, 8.

[4] Vgl. S. Nistri, Il carisma di don Barsotti, in Cerco Dio solo. Omaggio a Divo Barsotti. Verzorgd door S. Tognetti - G. Guarnieri - L. Russo, Comunità dei Figli di Dio, Settignano (FI) 1994, 62.

[5] D. Barsotti, Luce e silenzio. Diario 13 marzo 1985-17 maggio 1986, EDB, Bologna 1993, 208.

[6] D. Barsotti, Luce e silenzio..., 288.

[7] D. Barsotti, Il Signore è Uno. Meditazioni, Morcelliana, Brescia 1965, 218.

[8] Vgl. E. Grasso, Fondamenti..., 92-93.

[9] Ex. 33, 20.

[10] Vgl. E. Grasso, Fondamenti..., 50-61.

[11] D. Barsotti, La fuga immobile. Diario spirituale, San Paolo, Cinisello Balsamo (MI) 2004, 104. De eerste editie verscheen in 1957 in Italië.

[12] D. Barsotti, L’attesa. Diario: 1973-1975. Verzorgd door en met een inleiding van P. Zovatto, Società Editrice Internazionale, Torino 1995, 59.

[13] D. Barsotti, Luce e silenzio..., 146.

[14] Vgl. Redemptoris missio, 91. Voor een uitdiepen van de uitdrukking “contemplatief in actie”, vgl. E. Grasso, “Contemplativo in azione” (RM 91): Maria Maddalena figura della Chiesa in missione”, in “Omnis Terra” (it.) 9 (1991) 106-113.

[15] E. Grasso, Fondamenti..., 42.

[16] D. Barsotti, Parola e silenzio. Diario 1955-1957, Vallecchi Editore, Firenze 1968, 23.

[17] D. Barsotti, Parola e silenzio..., 82.

[18] Vgl. D. Barsotti, Parola e silenzio..., 132.

[19] Vgl. E. Grasso, Fondamenti..., 39.

[20] M. Bremer, Bicentenario e integración latinoamericana, in “Acción” nr. 310 (2010) 38.

[21] D. Barsotti, Nel Figlio al Padre. Presentatie van N. Incardona, L’Epos, Palermo 1990, 136.

[22] D. Barsotti, Nel Figlio al Padre..., 199.

[23] Vgl. E. Grasso, Fondamenti..., 192-193; vgl. D. Barsotti, Il Mistero Cristiano nell’Anno Liturgico, Libreria Editrice Fiorentina, Firenze 1966, 337.167.164.

[24] D. Barsotti, Parola e silenzio..., 203.

[25] D. Barsotti, Fissi gli occhi nel sole. Diario 1987-1990. Verzorgd door P. Zovatto, Messaggero di S. Antonio Editrice, Padova 1997, 260.

[26] Redemptoris missio, 11.

[27] D. Barsotti, Battesimo di fuoco. Diario mistico 1966-1968, Rusconi, Milano 1984, 235-236.

[28] Vgl. E. Grasso, Fondamenti..., 72.

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

15/02/2020

 

Categorie: Artikelen