Silvia Recchi, lid van de Gemeenschap Redemptor hominis, is op 24 januari 2017 naar het Vaderhuis teruggekeerd. Ze werd op 9 april 1952 in Urbisaglia in de provincie Macerata (Italië) geboren, waar zij eindexamen gymnasium A deed.
Na aan de Universiteit van Macerata summa cum laude een doctoraat in de Politieke Wetenschappen te hebben behaald met de scriptie: Fenomenologia della relazione e politica nel pensiero di J.P. Sartre behaalde zij onder leiding van p. Gianfranco Ghirlanda een doctoraat in het Kerkelijk Recht aan de
Pontificia Università Gregoriana met een proefschrift, getiteld: Consacrazione mediante i consigli evangelici. Dal Concilio al Codice.
Na enkele jaren van werkzaamheden in Italië, België en Nederland, waar zij de functie van kerkelijk rechter had uitgeoefend aan de kerkelijke rechtbank van het bisdom Roermond, leefde zij vanaf 1994 in Kameroen in de communauteit van Mbalmayo.
Zij doceerde aan de Université Catholique d’Afrique Centrale/Institut Catholique de Yaoundé en was directeur en vervolgens emeritus directeur van de afdeling Kerkelijk Recht. Jaarlijks organiseerde zij de vormingsbijeenkomst, de Quinzaine van Yaoundé genoemd, voor de uit verschillende landen van Centraal-Afrika afkomstige leden van de Instituten van Godgewijd Leven en de Sociëteiten van Apostolisch Leven.
Zij was juridisch consulent van de Nationale Bisschoppenconferentie van Kameroen en de Vereniging van Bisschoppenconferenties van Centraal-Afrika en de Conferentie van Hogere Oversten van Kameroen. Zij was bovendien consultor van de Pauselijke Raad voor de Leken.
Zij was lid van de redactieraad van het tijdschrift “Quaderni di diritto ecclesiale” en ook auteur van het commentaar op de canones betreffende de Instituten van Godgewijd Leven en de Codice di diritto canonico (verzorgd door de redactie van “Quaderni di diritto ecclesiale”), Ancora, Milaan 20093.
Zij schreef in gespecialiseerde tijdschriften talrijke artikelen over kerkelijk recht en Godgewijd leven.
![]()
Anderen zullen zich Silvia herinneren als een deskundige op het gebied van kerkelijk recht, als auteur en
tekstbezorger van belangrijke werken, vooral over het Godgewijde leven, als consultor van Vaticaanse Congregaties en als gewaardeerde en geachte medewerkster van Apostolische nuntiussen en verschillende bisschoppen en bisschoppenconferenties.
Vooral zal men zich haar herinneren vanwege haar onvermoeibaar en belangrijk werk op de afdeling Kerkelijk Recht aan de Katholieke Universiteit van Centraal-Afrika.
Ongetwijfeld zijn al deze aspecten van het leven van Silvia belangrijk, maar ook de minst betekenisvolle van haar levensloop.
Wanneer deze levensloop zijn eindpunt bereikt – het punt omega –, moeten wij naar het beginpunt teruggaan – het punt alfa – om het criterium van coherentie tussen begin en einde te verifiëren. Het einde is immers de ontwikkeling van het begin en het begin bevat de kiem die zich ontwikkelt tot haar uiteindelijke voltooiing, die het punt omega is.
Vandaag wil ik graag het punt alfa van het leven van Silvia in herinnering roepen. Ik doe dit in de stijl, met de frisheid en de authenticiteit van iets dat ik over haar schreef in het verre 1978.
Iets dat ons een aspect van haar leven voor ogen houdt en doet ontdekken: het fundamentele aspect zonder hetwelk wij Silvia alleen maar reduceren tot een verzameling van chemische elementen die uiteenvallen, en verraad plegen ten opzichte van hetgeen de zin van haar leven is geweest.
In dat verre 1978 schreef ik letterlijk:
“Silvia heeft onder andere juist met een doctoraalscriptie over J.P. Sartre, de filosoof van de vrijheid, een doktoraat in de Politieke Wetenschappen behaald.
Silvia heeft de capaciteit de werkelijkheid te benaderen, zij heeft een wereldbeeld, een culturele diepgang.
Zij heeft gelezen en geleefd.
Ik herinner mij nog altijd de eerste keer dat ik haar ontmoette.
Het was in Urbisaglia, een dorpje in de regio Marche, waar ik was uitgenodigd om te spreken
over de toestand van het lompenproletariaat van de grote stedelijke centra.
Silvia was een van de talrijke aanwezigen, maar zij bracht niets spectaculairs naar voren. Wel was hetgeen haar vader, de zeer geliefde Checco, zei, interessanter. Hij was de socialistische burgemeester van het dorp, een ambachtsman en een autodidact met een duidelijk niet kerkelijke en niet gelovige ontwikkeling. Ik ontmoette Silvia een tijd daarna in Rome, toen ik niet meer had kunnen verwachten dat zij zich die dag herinnerde.
Zij bleef urenlang met mij en de andere praten over onderwerpen zoals vrijheid en rechtvaardigheid, de toekomst van de mensen, de mogelijkheden om een wereld op te bouwen die anders was dan degene die wij hadden geërfd.
Onderwerpen, kortom, die een verstandig en goed voorbereid meisje kenmerken: een meisje dat haar leven niet opsluit in de mechanische herhaling van een niet authentiek leven, waarin de norm gelijkvormigheid is aan het oude, dat nauwelijks is opgekalefaterd en met dat oppoetsen nog aftandser en muffer lijkt.
Zoals het gezicht van vrouwen in bepaalde kringen: hoe ouder zij worden, des te meer maken zij zich op en des te ouder zien zij eruit, en dat alles binnen een vicieuze cirkel zonder uitgang waarbinnen sommigen, nog voordat zij sterven, reeds gestorven zijn aan ouderdom en opmaak.
Daarna ging Silvia naar huis. Zij bleef met enkele leden van de groep rondom mij per brief contact houden. Op een dag verscheen Silvia weer en zei dat zij zich in de krottenwijk van Borghetto Alessandrino waar ik leefde met andere jongeren, wilde vestigen.
Haar vader deelde haar keuzes niet, maar hij zou zich absoluut nooit tegen haar vrije wil, haar besluit om de universiteit te verlaten inbegrepen, hebben verzet.
Ik sprak met Silvia en zei tegen haar dat zij moest terugkomen, wanneer zij eenentwintig zou worden.
In die tijd was de wet van 8 maart 1975 nr. 39 betreffende meerderjarigheid nog niet in werking getreden. Desalniettemin was de gewoonte en de mentaliteit al zodanig dat de wetgever spoedig daarvan notitie moest nemen door een ondertussen achterhaalde wet te veranderen.
Ik ben altijd van mening geweest dat iemand, wanneer hij in zijn keuzes gelooft, geduldig kan afwachten, zodat zijn keuze rijper, bewuster en vrijer wordt.
Silvia kwam terug, toen zij eenentwintig werd. Zij kon dat doen, omdat haar niet gelovige, niet kerkelijke vader de keuzes van zijn dochter altijd wist te respecteren, ook al deelde hij ze niet, en zag dat zijn enige dochter zich waagde aan een project dat was gericht op een toekomst die alleen maar rijk was aan een hoop die over alle grenzen heen gaat.
Silvia kwam en drong steeds meer door tot de wortel van haar keuze: zij leed en huilde, zij lachte en genoot, zij studeerde en werkte, zij zong en zweeg, zij discussieerde, zij stemde wel of niet ergens mee in, dat alles in trouw aan haar oorspronkelijk besluit: ‘Vrijheid als fundament van iedere waarde’”.
En nu veroorloof ik mij tegenover God enkele woorden te zeggen over het punt omega in het leven van Silvia.
Ik schreef haar openhartig begin januari, toen het laatste stuk van haar levensloop zijn hoogtepunt bereikte.
Ik herinnerde haar aan “de kernen en vonken van eeuwigheid die het hart van ieder in zich draagt”.
Silvia had het recht, het evangelisch recht om de kracht van het verhaal over haar oorsprong nog eens te horen en op grond van dit verhaal de keuze voor haar roeping nogmaals te laten losbranden, losbranden in de waarheid die vrij maakt, de waarheid die inhoud geeft aan de “vrijheid als fundament van iedere waarde”.
Haar onmiddellijke antwoord heeft mij de zekerheid gegeven dat Silvia op het punt omega van haar leven haar punt alfa heeft teruggevonden.
Haar brief begon als volgt: “... de kracht en de hartstocht van de woorden van je brief hebben me bereikt als in een graf”.
En zij sloot als volgt af: “... ik wil strijden voor wat mij nog te leven overblijft, om in mij de genade van je onsterfelijke liefde niet te doden”.
Ciao, Silvia!... We zullen elkaar weer zien! Ja, we zullen elkaar weer zien.


![]() |
![]() |
![]() |
![]() |

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
23/01/2022



