Afdrukken

  

 Deel een

 

De gewetens wakker schudden

De preek van Montesinos is, zoals al gezegd, tot ons gekomen via het verhaal van Las Casas. Volgens Venancio Carro kan men Las Casas het vaderschap toekennen van enkele aan hem zo dierbare uitdrukkingen; men kan echter de waarheid van het geheel en ook van fundamentele uitdrukkingen niet ontkennen.

Anderzijds zijn de formuleringen van Montesinos van thomistische en dominicaanse stempel en kenmerken zij sinds toen de theologisch-juridische lijn die de gepaste Wetten van Indiën zal doen ontstaan, die theologen zoals de Vitoria en Domingo de Soto zullen ontwikkelen[1].

De diepgaande studie van Pérez Fernández plaatst de datum van de homilie op de laatste zondag van de Advent, 21 december 1511[2]. Enerzijds zijn er Montesinos en de dominicanen, anderzijds Diego Colombo, zoon van de admiraal, en zijn gezellen. De eersten, arm, vermochten niets. De tweeden, machtig, vermochten alles. Maar desondanks durfden zij die religieuzen die met hun voornemens doorgingen, niet te verjagen.

De homilie van Montesinos wordt geboren binnen de gemeenschap van de dominicanen en is de vrucht ervan.

Er dient aan herinnerd te worden dat de orde van de predikheren vanaf het begin grote belangstelling heeft gehad voor het gemeenschapsleven als de omgeving van een familie waar iedere religieus een menselijke rijpheid en geestelijke groei koesterde die op hun beurt als steunpunt dienden voor een steeds doeltreffender apostolaat. Zo helpen de religieuzen van eenzelfde klooster, in liefde verenigd, elkaar op de weg van de christelijke vervolmaking en werken zij allen enthousiast samen in de prediking van de naam van Jezus[3].

Las Casas beschrijft ons de verschillende fases ervan en onderstreept de verschillende tijden die de voorbereiding ervan markeren:

  1. De bestudering van de situatie: Las Casas zegt dat de dominicaanse religieuzen lange tijd het trieste leven en de zeer zware gevangenschap bestuderen waarin de indios Zij zien, observeren, beoordelen en beginnen “recht en feiten met elkaar te verbinden” door zich vragen te stellen.

    Hier hebben wij een aanwijzing van een spiritualiteit en een methodologie.
    Er is bovendien reeds een vooruitlopen op een theologie die veel aandacht zal besteden aan wat “tekenen van de tijd” zal worden genoemd.

  1. De religieuzen verdiepen de informatie over de feiten. Zij zoeken het begin, het middel en het doel ervan.
  2. Deze verdieping bezielt hen met een brandende hartstocht en ijver voor de heerlijkheid van God en doet hun verdriet vanwege het onrecht dat tegen zijn geboden wordt bedreven. De liefde voor de mensen wordt alleen authentiek in de mate waarin die wordt beleefd als historische menswording van de liefde aan God.
  3. De analyse en het begrip van de feiten brengt de gemeenschap weer tot God, tot wie zij zich in gebed, vasten, nachtwaken wendt met de vraag om verlicht te worden, zich bewust als ze is van de nieuwheid en de aanstoot die daaruit zouden voortkomen bij het wakker schudden van mensen die in een zo diepe slaap verzonken waren.
  4. Tenslotte besluiten zij samen na herhaalde en wijze vergaderingen vanaf de preekstoel publiekelijk te prediken en te verklaren dat degenen die vanwege hun hebzucht hun broeders en zusters onderdrukken, in staat van zonde verkeerden[4].

De eenheid van de gemeenschap komt niet alleen naar voren in de gemeenschappelijke vorming van een oordeel, maar ook in haar verkondiging en het accepteren van de gevolgen die er ten gevolge van de nieuwheid van de boodschap uit zullen voortkomen. Ook al bestond, zoals Las Casas ironisch opmerkt, de nieuwheid in het “zeggen dat het doden van deze volken een grotere zonde was dan het doodslaan van luizen”[5].

Wanneer in het leven van de orde van de heilige Dominicus een gemeenschap klopt op het ritme van één hart, komt men heel snel tot een eenheid van criteria en handelen. De doeltreffendheid van de prediking hangt altijd af van de kwaliteit van het leven van de gemeenschap. Dankzij de hartelijke relaties en de oprechte dialoog is het mogelijk samen de wil van God te onderscheiden, die de mensheid in Christus wil redden. Door zo te doen zal het klooster met een meer dan symbolische, realistische titel “Heilige Prediking” genoemd worden. Anderzijds zal gehoorzaamheid gezien worden als een teken van eenheid in het gemeenschapsleven en het apostolaat; het is een daad die de gemeenschap versterkt onder hen die in vereniging leven, en de voorrang van het gemeenschappelijk welzijn boven individuele belangen erkent[6].

Daarom schreven met instemming van allen op bevel van de pater vicaris Pedro de Córdoba[7] de meest geletterden van de gemeenschap de preek. Allen ondertekenden deze met hun eigen naam om te onderstrepen dat zij voortkwam uit de instemming en de goedkeuring van allen, en zij vertrouwden vervolgens de taak toe om te prediken aan Antonio de Montesinos, die werd beschouwd als de hartstochtelijkste en doeltreffendste prediker van de gemeenschap[8].

Zoals men opmerkt, komen in de eenheid van de gemeenschap alle charisma’s tot hun recht.

Met gebruikmaking van een trinitaire analogie zullen wij kunnen zeggen dat het handelen ad intra van de gemeenschap behoort tot de verschillende personen die overeenkomstig hun verschillende eigenschappen een bijdrage leveren, terwijl het handelen ad extra zich presenteert als een handelen van heel de gemeenschap.

Naar analogie van het trinitair mysterie hebben wij hier het maximum aan persoonlijke identiteit, verbonden met het maximum aan eenheid.

Het vierde hoofdstuk van het 3de boek van de Historia de las Indias (Geschiedenis van Indië) is gewijd aan de inhoud van de preek van Montesinos en de reacties die deze teweegbracht.

Wij hebben gezien dat, zoals Las Casas schrijft, dat binnen de gemeenschap van Hispaniola er met meer handen werd geschreven aan de preek en dat deze door alle leden van de gemeenschap zelf werd ondertekend.

Welnu, een analyse van de formele structuur van de preek brengt duidelijk de evangelische vrijheid naar voren waarmee de auteur zich openlijk losmaakte van de autoriteiten en de retorische voorschriften die in die tijd veel werden toegepast.

Noé Zevallos, die de preek heeft geanalyseerd in verband met de kunst van het prediken in de Middeleeuwen, merkt op hoe Montesinos weliswaar de grote indelingen volgt die de heilige retorica voorhoudt, maar zeer vrij blijft in de uiteenzetting van het thema. Hij construeert geen preek, maar preekt het Woord van God. Hij ontwikkelt geen bewonderenswaardige overeenkomsten, maar presenteert met eenvoud de leer. Hij wil zijn eruditie niet laten zien met overvloedige citaten uit gewijde en profane auteurs, maar hij geeft er de voorkeur aan het evangelie van Onze Heer Jezus Christus in zijn eenvoud en zonder commentaren te prediken. Hij wenst niet te pronken met zijn vernuft om tekstueel en werkelijk aan te tonen dat de auteurs qua structuur met elkaar overeenkomen; hij wil de zonde van zijn toehoorders aantonen en hen tot berouw brengen. Als hij goed gebruik maakt van retorische kunstgrepen zoals vragen en apostrofes, dan is dat niet om de taal te verfraaien of hen die aanwezig zijn, te behagen, maar om hen dieper het onrecht te laten voelen dat zij begaan. Een volgens de regels van de school van Parijs gehouden preek zou, ook al zou ze hetzelfde thema behandeld hebben, de strengheid van de evangelische woorden hebben afgezwakt en de gewetens meer in slaap hebben gesust dan ze wakker geschud uit de diepte van een zo lethargische slaap[9].

De preek van Montesinos draaide om het thema: Ego vox clamantis in deserto (Ik ben de stem van iemand die roept in de woestijn).

Na een inleiding over de adventstijd analyseerde Montesinos de onvruchtbaarheid van de woestijn van de gewetens van de Spanjaarden van het eiland Hispaniola en hun verblinding.

Hijzelf is de stem van Christus in de woestijn van dit eiland. En deze stem zegt tegen hen dat allen in zonde verkeren, erin leven en sterven vanwege de tirannie die zij uitoefenen, en de wreedheid die zij betonen tegen onschuldige mensen. Hier stelt Montesinos een reeks persoonlijke vragen die het verdienen in hun geheel weergegeven te worden:

“Met welke gerechtigheid en welk recht houden jullie deze indios in een zo wrede en verschrikkelijke slavernij? Met welk gezag hebben jullie zoveel verfoeilijke oorlogen gevoerd tegen deze mensen die volgzaam en vreedzaam in hun gebieden leefden, en hebben jullie velen van hen uitgeroeid met ongehoorde moordpartijen en slachtingen? Waarom onderdrukken jullie hen zo en matten jullie hen af zonder hun eten te geven of hen te genezen van hun ziekten die zij oplopen en waaraan ze zelfs sterven ten gevolge van buitensporig werken? Of om het beter te zeggen, waarom doden jullie hen om iedere dag goud te verwerven? En hoe zorgen jullie ervoor dat zij de leer en hun God en schepper leren kennen, gedoopt worden, de mis bijwonen, de feesten en zondagen in acht nemen?”[10].

Met deze herhaalde vragen bevinden wij ons in de kern zelf van de homiletische kwestie. Zoals in de Bijbel is ook bij Montesinos een vraag niet zozeer een literair middel alswel een beroep op het affectieve verstand dat uitnodigt tot de herinnering en de bekering van het hart. Vragen die ons denken, voelen en zich engageren verontrusten[11].

Wanneer men niet gewoon is vragen te stellen, komt er geen authentieke dialoog met volgende persoonlijke antwoorden tot stand en beperkt ook de homilie zich tot een redenering, een vermaning, beknopte beweringen, morele betoogjes, uitbranders, verwijten, gewetensonderzoeken, adviezen[12].

Een profeet en een meester, en Montesinos toonde zich een ware profeet en meester, zijn niet zij die antwoorden aanreiken, maar zij die vragen stellen en overtuigingen en situaties van gebrek aan engagement aan de kaak stellen. Een meester zal nooit een werkelijke interesse kunnen hebben voor zijn gesprekspartner zonder uit te gaan van een vraag en van een goed geformuleerde vraag[13].

“Tot vragen opvoeden” is een van de conclusies geweest van het derde studieseminar van het tijdschrift Ad Gentes (31 mei - 3 juni 2004) over het thema “Het ad gentes in het leven van de Italiaanse Kerk vandaag”[14].

Tot dit “opvoeden tot vragen” roept ons de Phaedo van Plato op, waar geschreven staat: “Als men de mensen ondervraagt en zijn vragen goed stelt, zeggen zij alles zoals het is”[15].

Emilio Grasso

(Wordt vervolgd)

 

 

_____________________

[1] Vgl. D. Carro, La teología y los teólogos-juristas españoles ante la conquista de América (De theologie en de Spaanse theologen-juristen voor de verovering van Amerika) I, (Escuela de Estudios Hispano-Americanos de la Universidad de Sevilla 6), Madrid 1944, 54-55. Interessant is de kritische lezing van de franciscaanse kant, vgl. P. Borges Moran, Un drama lascasiano: Franciscanos y Dominicos en la actuación de Montesinos de 1511 a 1512 (Een Lacasiaans drama: franciscanen en dominicanen in de actualisering van Montesinos van 1511 tot 1512), in Actas del II Congreso Internacional sobre los Franciscanos en el Nuevo Mundo (siglo XVI). La Rábida, 21-26 de septiembre de 1987 (Handelingen van het 2de Internationaal Congres over de franciscanen in de Nieuwe Wereld 16de eeuw), Ed. Deimos, Madrid 1988, 755-780.

[2] Vgl. Pérez Fernández, La fidelidad..., noot 37, 85-89.

[3] Vgl. E.G. De Cea, La “fraternidad” en la vida comunitaria de los Frailes Predicadores (De “broederschap” in het gemeenschapsleven van de predikheren), in “Angelicum” 81 (2004), 261-237

[4] Vgl. B. de Las Casas, Historia de las Indias, lib. III, cap. 3..., 174-175.

[5] Vgl. B. de Las Casas, Historia de las Indias, lib. III, cap. 3..., 175.

[6] Vgl. E.G. De Cea, “La fraternidad..., 268-269.

[7] Over de figuur en het werk van Pedro de Córdoba, vgl. M.A. Medina, Una comunidad misionera al servicio del indio. La obra de Fr. Pedro de Córdoba (1482-1521) (Een missionaire gemeenschap ten dienste van de indio. Het werk van Pedro de Córdoba, 1482-1521), Excerpta ex dissertatione ad Doctoratum in Facultate Missiologiae Pontificiae Universitatis Gregorianae, Madrid 1982; vgl. M.G. Crespo Ponce, Estudio histórico-teológico de la doctrina cristiana para instrucción e información de los indios por manera de historia atribuida a Fray Pedro de Córdoba, op (+1521) (Historisch-theologische studie over de christelijke leer tot instructie en informatie van de indios met behulp van de geschiedenis, toegeschreven aan Pedro de Córdoba, op + 1521), Universidad de Navarra, Pamplona 1991.

[8] Vgl. B. de Las Casas, Historia de las Indias, lib. III, cap. 3..., 175.

[9] Vgl. N. Zevallos, Acerca de un discurso liberador: el sermón de Montesinos (Met betrekking tot een bevrijdend discours: de preek van Montesinos), in “Páginas” n. 99 (1989) 41-49.

[10] Vgl. B. de Las Casas, Historia de las Indias, lib. III, cap. 4..., 176.

[11] Vgl. P. Ortega Campos, La riqueza espiritual de la pregunta en la Biblia (De geestelijke rijkdom van de vraag in de Bijbel), in “Revista Agustiniana” 45 (2004) 244.

[12] Vgl. P. Ortega Campo. La riqueza espiritual..., 261.

[13] Vgl. P. Ortega Campo. La riqueza espiritual..., 269.

[14] Vgl. M.G. Furlanetto, L’assunzione della missione come nuovo e unico modo di essere Chiesa. Gruppo di lavoro a indirizzo spirituale (De aanvaarding van de zending als nieuwe en enige wijze van Kerk zijn. Werkgroep met een spirituele richting), in “Ad gentes” 8 (2004) 236.

[15] Plato, Phaedo, 73a.

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

05/02/2022

 

Categorie: Artikelen