Afdrukken

   

Deel drie

 

Antonio de Montesinos en wij

De context waarbinnen Montesinos, Las Casas en de andere verdedigers van de indios zich bewegen, is een christelijke context.

Vandaag zouden wellicht de prediking van Montesinos en het werk van Las Casas minder weerklank vinden, daar de gesprekspartners formeel, cultureel en sociologisch geen christenen zijn. Daarom is een verwijzing naar christelijke werkelijkheden een verwijzing die in het luchtledige weerklinkt.

De vox clamantis in deserto (de stem van iemand die roept in de woestijn) staat niet alleen tegenover de dorheid van de gewetens, maar ook de woestijn van intelligentie en rede.

Dit niet begrijpen wil zowel zeggen zich niet bewegen in de tijd van de “nieuwe evangelisatie”, als ook nog werken met de instrumenten die eigen zijn aan de gewone pastoraal en meestal nog aan een “gevestigd christendom”.

De nieuwe evangelisatie kan niet afzien van een relatie met de hedendaagse cultuur, een cultuur die sinds lange tijd een scheiding van het evangelie meemaakt.

Paulus VI schreef:

“De breuk tussen evangelie en cultuur is ongetwijfeld het drama van onze tijd... Het is derhalve noodzakelijk al het mogelijke doen voor een edelmoedige evangelisatie van de cultuur, of preciezer gezegd, van de culturen. Zij moeten weer tot leven worden gebracht door middel van de ontmoeting met de Blijde Boodschap. Maar deze ontmoeting zal niet tot stand komen, als de Blijde Boodschap niet wordt verkondigd”[1].

Laten wij terugkeren naar het probleem van de verkondiging. Hierbij kan de homilie van Montesinos van de vierde zondag van de Advent van 1511 ook in onze tijd helpen.

Van al deze aangegeven elementen lijkt het ons gepast nog te wijzen op de nauwe band – men zou analogisch kunnen spreken van een proces van wederzijdse immanentie – die de vrijheid en identiteit van Montesinos verenigt met de dominicaanse gemeenschap van het eiland Hispaniola en het volk van het eiland. De keuze bij voorkeur voor de indios (de armen) is niet exclusief, maar verbonden met de verkondiging van het evangelie aan de encomenderos (degenen aan wie de indios werden toevertrouwd) en de Spanjaarden in het algemeen[2].

Daarom bestaat er een triade die wordt gevormd door een bijzondere innerlijkheid, een gemeenschap en een volk, heel het volk. Wanneer een element van de triade ontbreekt, vervalt de mogelijkheid van de prediking.

Bovendien hebben wij gezien dat de prediking wordt voorafgegaan door studie, gebed, vasten, nachtwaken, eenheid van de gemeenschap. Zij is alleen werkelijk Woord van God in de zin van een genitivus subiectivus (het is God die spreekt)[3], als zij wordt geboren uit het nederig luisteren en de liefde van de gemeenschap waarin de religieuzen één hart en ziel vormen. De gemeenschap is niet een spontane gemeenschap, maar een hiërarchische gemeenschap waarin de gehoorzaamheid aan Pedro de Córdoba de eenheid en het tot hun recht laten komen van de verschillende charisma’s waarborgt. Zo presenteert zich de gemeenschap als verenigd in handelen ad extra en deze eenheid zal van groot belang zijn bij de bevestiging van de nieuwe leer. Vrijheid en gehoorzaamheid heffen elkaar niet op, maar verbinden zich met elkaar, terwijl ze elkaar versterken.

Een ander element dat naar voren gebracht moet worden, is het vermogen theorie en praktijk met elkaar in verband te brengen. De verkondiging zal des authentieker en doeltreffender zijn, naarmate zij leer en feiten van elkaar gescheiden en met elkaar verbonden zal weten te houden door een historische interpretatie van de feiten in het licht van de evangelische waarheid en tegelijkertijd een interpretatie van de evangelische waarheid in het licht van de feiten te geven.

Las Casas zal in het spoor van Montesinos “de gegeselde, geslagen, gekruisigde arme drommels van de Indieën” alleen maar liefhebben en verdedigen, in zoverre hij naar de Christus van het evangelie en het gelaat van de mensen kijkt.

Met dezelfde handeling bereikt hij God en de mensen, daar de handeling van de beschouwing christelijk een handeling van liefde is waarbij het goddelijke en het menselijke zich verenigen zonder zich te vermengen, zich van elkaar onderscheiden zonder zich te splitsen.

Wat meer direct de homilie betreft, lijkt het ons dat de manier van uiteenzetten van Montesinos uitermate interessant is. Hij stelt vragen aan de gewetens, hij streeft ernaar ze wakker te schudden door hun praktijk te stellen tegenover de theorie die zij zeggen aan te hangen.

In onze tijd gaat het er veeleer om vragen te stellen over de gevolgen van een bepaalde praktijk om te trachten te doen denken, erin te slagen een discours op te bouwen dat opnieuw de principes van een doeltreffende en uiteindelijke causaliteit en een minimale metafysische ondersteuning vindt, zonder welke men vervalt tot een zwak denken dat een rationaliteit van de antwoorden onmogelijk maakt.

Dat vereist een zeker niet troostende en geruststellende prediking, maar een die in staat is “door de kracht van het evangelie door te dringen tot en als het ware een omwenteling te bewerken in de beoordelingscriteria, de bepalende waarden, de punten die de belangstelling hebben, de denkwijzen, de inspiratiebronnen en de levensmodellen van de mensheid die in strijd zijn met het Woord van God en met zijn heilsplan”[4].

Een prediking die niet een omwenteling zou weten te bereiken van verworven zekerheden en heersende denkwijzen, zou een prediking zijn die de toehoorder niet raakt en niet ten dienste staat van Gods genade en de diepe vrijheid van de mens, uit de ontmoeting waarvan bekering kan voortkomen.

Het zou zeker niet de verkondiging van het Woord van God in de zin van een genitivus subiectivus zijn. Het zou hoogstens een van de zoveel discoursen zijn die de mens over God houdt en die in deze, op zoveel manieren “religieuze” tijd een plaats zou vinden in de mediamarkt van waarden en godheden.

De eerste verkondiging die vandaag gedaan moet worden, kan niet afzien van het feit dat

“de woorden waarmee Johannes zijn evangelie begint, daarmee het verhaal van de schepping in het Oude Testament hernemend en verdiepend, ‘In het begin was de Logos’, de scheppende rede, de energie van de intelligentie van God, die de dingen met betekenis vult, altijd een fundamentele bevestiging van het geloof zijn geweest en dit blijven. Men kan het mysterie van Christus alleen maar juist verstaan, als men uitgaat van dit begin, waarbij de rede zich tegelijkertijd ook manifesteert als liefde... Ten overstaan van de huidige crisis van de rede moet deze essentiële redelijke natuur van het geloof weer helder gaan schijnen. Het geloof redt de rede, juist omdat het deze in heel haar volheid en diepte omvat en haar beschermt tegen pogingen om haar eenvoudigweg te reduceren tot wat empirisch geverifieerd kan worden. Het mysterie is niet een vijand van de rede; integendeel, het redt en beschermt de innerlijke rationaliteit van het zijn en de mens”[5].

De rede weer gezond maken

De vragen die Montesinos in 1511 op het eiland Hispaniola stelde, zouden vandaag misschien anders geformuleerd moeten worden. Vandaag zouden eerder nog andere vragen gesteld moeten worden, als het voor ons werkelijk van belang is de gewetens wakker te schudden. En daar de prediking een voorwaarde is voor de mogelijkheid van een geboorte en ontwikkeling van het geloof[6], dient men voor ogen te houden, zoals kard. Ratzinger stelt dat vandaag

“een van de functies van het geloof, en niet de meest irrelevante, is de rede als rede de mogelijkheid te bieden weer gezond te worden, haar geen geweld aan te doen, haar niet vreemd te blijven, maar haar weer tot zichzelf terug te brengen. Het historisch instrument van het geloof kan de rede als zodanig opnieuw bevrijden, zodat deze laatste – wanneer zij door het geloof op de goede weg is gezet – uit zichzelf kan zien. Wij moeten ons inspannen tot een dergelijke nieuwe dialoog tussen geloof en filosofie te komen, omdat zij elkaar nodig hebben. De rede wordt zonder het geloof niet opnieuw gezond, maar het geloof wordt zonder de rede niet menselijk”[7].

Wat de homilie van Montesinos uiterst actueel maakt, is de hartstochtelijke liefde voor God en de mensen en de gewaarwording dat de dood van de mens de kruisiging van God in de geschiedenis voortzet.

Het tegengestelde is echter ook waar en het hedendaagse denken kent deze het verloop ook, het verloop waarbij men door middel van de crisis van het metafysische denken en de verduistering en de dood van God gekomen is tot een theoretiseren van de dood van de mens[8].

De tijd van vandaag vraagt, evenals overigens alle tijden, om geduld. Ten overstaan van een faillissement van het woord gaat het niet erom de moed te verliezen, zich terug te trekken of te veranderen. Het gaat erom de argumentatie te herhalen en te verdiepen, te herformuleren met op de juiste wijze aan de cultuur aangepast uitdrukkingen.

En dat is wat Montesinos de daarop volgende zondag deed, toen hij de preekstoel opnieuw beklom onder druk van de Spanjaarden van het eiland, die wilden dat hij de gehouden homilie matigde en introk.

Montesinos zei zich baserend op de verzen 3-4, hoofdst. 36 van Job:

“Repetam scientiam meam a principio et sermones meos sine mendatio esse probabo... (Ik zal mijn wijsheid vanaf het begin halen en ik zal bewijzen dat mijn preken zonder bedrog zijn…). Ik zal weer spreken over mijn wijsheid en waarheid waarover ik u afgelopen zondag heb gepreekt, en laten zien dat mijn woorden die u zo verbitterden, waarachtig zijn”[9].

De prediking van de nieuwe evangelisatie kan een bron en onuitputtelijke leer vinden in de kennis en de verdieping van de grote retorische traditie van het verleden.

Onder de grote homilieën die de geschiedenis markeerden, nieuwe structuren van beschaving en liefde opbouwden en inspiratie en een reden voor bekering voor zeer velen waren, boezemt ook nu nog de homilie van Antonio de Montesinos gezag in vanwege de liefde en de kennis van het hart van God en het hart van de wereld.

Vandaag moet duidelijk worden gesteld dat een project van evangelisatie voor de rijke landen van het Noorden dat zich uitsluitend zou focussen op het probleem van het atheïsme, de onverschilligheid, de secularisatie en de markt van de godsdiensten zonder met alle kracht naar de angstkreet en de aanklacht van de armen van het Zuiden te luisteren, niet alleen een onvolledige evangelisatie zou zijn, maar ook een die ontrouw is aan de door Jezus van Nazareth verkondigde boodschap.

Tussen het project van nieuwe evangelisatie van de geseculariseerde en postmoderne maatschappij van het Noorden en dat van de bevrijding van het Zuiden van de wereld dient een nauwe relatie onderhouden te worden[10].

In deze optiek krijgt de homilie van Montesinos heel haar actuele reikwijdte.

Indien, zoals de heilige Gregorius de Grote zegt, het om de liefde is die wij kennen[11], en nog beter, “de liefde de kennis zelf is”[12], dan kunnen wij zeker zeggen dat in Montesinos liefde en kennis één waren. Hij stierf, misschien als martelaar, in 1545 in Venezuela[13] en zijn dood was als het ware christelijk zegel van zijn leven en spreken.

Emilio Grasso

 

 

________________________

[1] Evangelii nuntiandi, 20.

[2] “Wees er zeker van dat in de staat waarin u leeft, u zich niet kunt redden”, in B. de Las Casas, Historia de las Indias, boek III, hoofdstuk 4..., 176.

[3] Over het verschil tussen Woord van God in de zin van een genitivus subiectivus en een genitivus objectivus, vgl. D. Grasso, L’annuncio della salvezza. Teologia della predicazione (De verkondiging van het heil. Theologie van de prediking), D’Auria, Napoli 1965, 63-67.

[4] Evangelii nuntiandi, 19.

[5] J. Ratzinger, Svolta per l’Europa? Chiesa e modernità nell’Europa dei rivolgimenti (Een keerpunt voor Europa? Kerk en moderniteit in het Europa van de kenteringen), Edizioni Paoline, Cinisello Balsamo (MI) 1992, 84-85.

[6] Vgl. Rom. 10, 17: “Zo ontstaat dan het geloof door de prediking, en de prediking geschiedt in opdracht van Christus”.

[7] J. Ratzinger, La fede e la teologia ai giorni nostri (Geloof en theologie in onze dagen), in “La Civiltà Cattolica” 147/IV (1996) 490.

[8] De conclusie waartoe Michel Foucault meent te kunnen komen, is dat “wij vandaag alleen maar kunnen denken binnen de leegte van de verdwenen mens”: de wieg van de mens is ook zijn graf; de mens bij Foucault wordt dood geboren, vgl. E. Corradi, Filosofia della “morte dell’uomo”. Saggio sul pensiero di Michel Foucault (Filosofie van de “dood van de mens”. Essay over het denken van Michel Foucault), Vita e Pensiero, Milano 1977, 217.

[9] Vgl. B. de Las Casas, Historia de las Indias, boek III, hoofdstuk 5..., 178.

[10] Vgl. A. González Dorado, Los Pobres del hemisferio sur, un desafío a nuestra fe (De armen van het zuidelijk halfrond, een uitdaging aan ons geloof), in “Proyección” 43 (1996) 15-16.

[11] Vgl. Gregorius de Grote, Moralium libri, boek X, 8, 13, in Patrologia latina 75, 927.

[12] Gregorius de Grote, Homiliarum in Evangelia, boek II, 27, 4, in Patrologia latina 76, 1207.

[13] Vgl. J. Quetif - J. Echard, Scriptores Ordinis Praedicatorum recensiti notisque historicis et criticis illustrati, II, Lutetiae Parisiorum 1721, 123.

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

14/02/2022

 

Categorie: Artikelen