Een van de hot items dat in het middelpunt van het politieke debat in Europa staat, is de legale en clandestiene immigratie van mensen die uit landen komen die geen deel uitmaken van de Europese Unie.
Dit debat heeft culturele, religieuze, morele, economische, juridische gevolgen. Het is een voorafbeelding van een nieuw scenario en een nieuwe opzet, die diepe veranderingen in de structuur van de verschillende staatkundige en nationale gemeenschappen impliceren.
Toen Europeanen emigreerden
Europa kende tot voor kort in zijn geheel een sterke emigratiestroom en dit behoedde het voor immigratiestromen.
Ook Europeanen waren in het verleden migranten. Er is berekend dat er tussen 1800 en 1940 ongeveer 50 miljoen mensen emigreerden vanuit Europa. In landen zoals Spanje en Ierland heeft de emigratie zich voortgezet tot 1970.
Terwijl de ondernemers in de immigratie een gelegenheid zien om de gaten in de arbeidsmarkt op te vullen die het gevolg zijn van een demografische achteruitgang in de Europese landen, neigt een groot deel van de publieke opinie immigratie te identificeren met criminaliteit, smokkel, prostitutie, en vergeet daarbij in het verleden zelf slachtoffer te zijn geweest van dezelfde vooroordelen.
Vooral de illegale migratiestroom raakt ten diepste verschillende aspecten van het samen leven. Het is mijns inziens wezenlijk al deze aspecten in overweging te nemen, zonder tot onrechtmatige vereenvoudigingen te komen die de complexiteit van het verschijnsel herleiden tot één visie die men voor doorslaggevend houdt.
Het is van groot belang de situaties niet te ideologiseren door het wenselijke en het reële met elkaar te verwarren. Dit leidt ertoe dat men zich onttrekt aan het zware en vaak ondankbare werk van een nauwgezette en verstandige analyse, van een behoedzame onderscheiding, van een zoektocht naar een consensus over een concreet historisch ideaal, hetgeen de specifieke taak is van het politieke handelen.
De crisis van de illusies
Na de grote bewegingen die mensen wisten te mobiliseren rond de problemen van de Derde Wereld, zoeken velen in het probleem van de immigratie, die in verband wordt gebracht met het ecologische probleem, een terrein waarop
revolutionaire utopieën elkaar bestrijden en revanche nemen.
Aan de tegenovergestelde kant ziet men bewegingen ontstaan met een etnische en lokale basis en vaak met een xenofobe, chauvinistische en racistische achtergrond, die tegenover een ideale universele mythe de verabsolutering van het principe van de bijzonderheid stellen.
De overgang van de industriële naar de postindustriële maatschappij, de val van de Berlijnse Muur, het einde van de ideologische tegenstellingen en het proces van de Europese opbouw hadden de illusie gewekt nu eindelijk op de drempel van een nieuwe internationale orde te staan. En hierbij zou men ook een ethos scheppen met een gemeenschappelijk referentiepunt die niet alleen was gebaseerd op een gemeenschappelijke Europese cultuur, maar vooral op een gemeenschappelijk doel. De veronderstelling van deze visie was het bestaan van een onherleidbare kern van culturele elementen, een middelpunt van de Europese cultuur die de karaktertrekken zelf van wat Europees is, zou bepalen.
Deze karaktertrekken zouden opnieuw ter discussie gesteld worden door de aanwezigheid van niet-Europese culturen en heel bijzonder door de komst van moslims van buiten de Europese Unie.
Het ontstaan van nieuwe sociale conflicten, het afnemen van gemeenschappelijke referentiewaarden, het oprukkende proces van de secularisatie van de Europese maatschappijen, de generatieconflicten, de genetische manipulaties, het grote ecologische vraagstuk en de crisis van de eenheidsstaat laten het toe van echte antropologische veranderingen te spreken.
De vreemdeling die aankomt, gedreven door het zoeken naar een mogelijkheid van een nieuw leven, wordt zonder enige voorbereiding geconfronteerd met een opeenhoping van problemen, vragen betreffende zijn identiteit, conflicten die hij niet kent en die niet de zijne zijn.
Een rationele analyse van de kwestie
De kwestie van de ander, de verschillende, de vreemdeling krijgt zo een rol die groter is dan haar specifiek belang. Men neigt vooral in tijden van crisis in de maatschappij, ertoe van de vreemdeling de zondebok van ieder kwaad te maken.
Ook dit is de korte weg die van elke verantwoordelijkheid ontslaat en waarlangs men op een gemakkelijke manier de vreemdeling probeert te vereenzelvigen met de oorsprong van een kwaad dat men niet in bedwang wil of kan houden,
problemen tracht op te lossen die echter een overgang vereisen van mythische stereotypen tot de macht van de rede.
Maar ook op hetzelfde vlak, hoewel vanuit een tegenovergesteld perspectief, bewegen zich degenen die de vreemdeling zonder meer eenvoudigweg een bijna magisch potentieel aan verlossing of maatschappelijke revolutie toekennen.
Spreken over de migrant als over “de Christus zelf die aan de deur klopt en die voor de uiterste nederigheid kiest om ons te benaderen en zich te laten beminnen” is een taal die een betekenis kan hebben binnen enkele gemeenschappen met een sterke mystieke inspiratie. Daarbinnen moeten echter ook de prostituee en de dief, volgens de logica van het evangelie, ontvangen worden als Christus die nader komt om zich te laten beminnen.
Deze taal is nochtans niet van toepassing op een geseculariseerde maatschappij waarin de christelijke inspiratie telkens steeds meer tot op de wortels betwist wordt.
Anderen zien in de migranten “het nieuwe proletariaat” waarvan men een wezenlijke bijdrage verwacht tot de revolutie die bij de “geïntegreerde” arbeidersklasse van het rijke Noorden in de vergeethoek geraakt lijkt te zijn.
Respect voor de migrant vereist – als eerste daad van liefde ten opzichte van hem – hem niet te idealiseren of te demoniseren. Men moet naar hem kijken in de werkelijke context waarmee hij wordt geconfronteerd.
Emigratie – dit mag nooit vergeten worden – is meestal het resultaat van een noodzaak of van dwang als gevolg van ondergaan geweld.
Het is niet geoorloofd van deze verschijnselen, die ontstaan uit diepe ongerechtigheid en omstandigheid van onmenselijke uitbuiting, te gebruiken om de poëet of de revolutionair te spelen.
Terwijl het politieke en culturele debat voortgaat, blijven mannen, vrouwen en kinderen aan de grenzen dringen, op zoek naar een Eldorado dat niet bestaat.
Het tragische van de kwestie is dat aan deze zoektocht naar een nieuwe aarde en een nieuwe hemel, aan de droom van een nieuwe horizon die verborgen is in het hart van iedere mens, de nieuwe handelaars in menselijk vlees grote rijkdommen verdienen.
Ook de migrant is business, een kans voor illegale winsten.
In de schaduw van drama’s en leed bouwt men rijkdommen en machtsposities op. Er ontstaan nieuwe criminele organisaties en er vestigen zich nieuwe maffiakartels.
Het probleem vraagt om de moed krachtige beslissingen te nemen die ook intussen gevestigde belangen betreffen.
Wat te doen?
Het is de beroemde vraag die Lenin zich voor de Oktoberrevolutie stelde. Het antwoord is bekend, en nog bekender is het tragische eindresultaat van het proces dat door die vraag in gang werd gezet.
Maar de vraag blijft gelden. Als het evangelie op de wegen van de wereld ons ertoe roept deze aarde en deze mensen met een overweldigende passie te beminnen, geeft het ons geen antwoord op de vraag hoe wij deze energie van universele liefde moeten omzetten in concrete historische verwezenlijkingen voor de individuele mensen die onze naasten zijn.
Er zijn geen kant-en-klare oplossingen of formules.
Er is alleen het risico dat men moet lopen door elke dag naar het antwoord te zoeken.
(Vertaald uit het Italiaans door Michele Chiappo)
05/03/2022