Hoofdstuk drie van het boek Prediker begint met deze woorden: “Alles heeft zijn uur, alle dingen onder de hemel hebben hun tijd”. Dan volgt er een reeks tegenstellingen: “Er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven, een tijd om te planten en een tijd om wat gepland is te oogsten, ... een tijd om te huilen en een tijd om te lachen, ... een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken...” (Pr. 3, 1-7).
De wijsheid van Prediker leert ons onze handelingen in tijd en ruimte te ordenen. Ook de zonde is eigenlijk niets anders dan een handeling van ons te plaatsen buiten haar eigen ruimte en passende tijd.
Het allereerste wat ik kinderen die naar de catechese beginnen te komen, leer, is het licht van de dag te kunnen onderscheiden van de duisternis van de nacht, de aarde van de hemel, de man/vrouw van een koe.
Er bestaan eerste principes die op zich onbewijsbaar zijn en zonder welke iedere catechese beroofd wordt van haar fundament.
De tijd van vandaag is niet meer de tijd waarin bepaalde stellingen rustig als vanzelfsprekend konden worden beschouwd. Het ging er alleen om te herhalen, te memoriseren en enkele onbetwistbare en door allen geaccepteerde grondslagen in herinnering te brengen.
Vandaag zijn een catechese en een pastoraal die een historisch-culturele kennis van de tijd waarin wij leven, buiten beschouwing laten, een werk dat op zinloosheid is gebaseerd en vanaf het begin al gedoemd is te mislukken.
Ieder pastoraal werk en ook en vooral de nieuwe evangelisatie, waaraan ons de laatste pausen met klem herinneren, kunnen op geen enkele manier een heroverweging buiten beschouwing laten van de crisis waarin vanaf het moderne en nog meer het postmoderne denken de zogenaamde preambula fidei terecht zijn gekomen.
De uitdrukking preambula fidei komt van een middeleeuwse, uitgebreidere zegswijze, die antecedens fidem zegt, maar niet noodzakelijkerwijze betekent dat de inhoud ervan vóór het geloof komt; zij duidt er veeleer op dat een ontkennen ervan de geloofsdaad onecht of niet vrij zou maken. Met preambula fidei duidt men vooral metafysische waarheden aan, zoals de onsterfelijkheid van de ziel, het bestaan van een persoonlijke God, de oneindige openheid van het menselijk subject en zijn
vrijheid... Met preambula wil men niet de goddelijke oorsprong van de openbaring bewijzen, maar het mogelijk maken dat de inhoud ervan, die wordt uitgedrukt in de artikelen van het geloof, begrijpelijk is. De reden bereikt en begrijpt deze en zij zijn echter ook door God geopenbaard[1].
Maar vooraleer ons met de kwestie van de preambula fidei bezig te houden moeten wij de aandacht richten op het principe van identiteit en non-contradictie. Dit is een principe dat men niet kan bewijzen door zijn toevlucht te nemen tot andere nog basalere evidenties die niet bestaan. Dit principe kan men alleen maar indirect verdedigen door de incoherenties te laten zien waartoe degene vervalt die ze ontkent.
Als Filip geen Filip is en Toon geen Toon, en als Filip tegelijkertijd en op dezelfde wijze Filip en ook Toon is, dan kan ik Toon rustig de prijs geven die door Filip is gewonnen door aan Toon de overwinning in de wedstrijd waarin Filip met grote moeite winnaar is geworden, toe te kennen.
En Toon kan hier totaal niets tegen inbrengen, omdat Filip of Toon toch dezelfde is, evenals het hetzelfde is te winnen of te verliezen, te eten of te vasten, te leven of te sterven.
Voor Aristoteles zou het ontkennen van het principe van identiteit en non-contradictie betekenen iedere betekenis van de taal afwijzen: als de mens hetzelfde zou zijn als niet-mens zijn, dan zou dat in werkelijkheid niets betekenen. Elke woord zou alle dingen aanduiden en tegelijkertijd er geen enkel betekenen. Alles zou hetzelfde zijn. Daarom zou iedere communicatie of ieder begrip tussen personen onmogelijk zijn. Als wij een woord uitspreken dat tot iemand is gericht, dan is dat, omdat wij veronderstellen dat er een mogelijkheid bestaat van communicatie en begrip. Anders zou er alleen maar stilte overblijven. En ook de stilte zou dubbelzinnig zijn[2].
Catechese, pastoraal, de nieuwe evangelisatie in de wereld van vandaag moeten de diepgaande verandering voor ogen houden die met de moderniteit en de postmoderniteit heeft plaatsgevonden. De wereld van vandaag – het heeft geen nut zich iets wijs te maken, wanneer de pleinen vollopen – lijkt veel op die stad Nineve, waar mensen woonden die het verschil tussen hun rechter- en hun linkerhand niet weten (vgl. Jona 4, 11).
In het bekende interview dat hij toestond aan Vittorio Messori, merkte de toenmalige kardinaal Ratzinger op dat men in de catechese zeer vaak niet uitgaat van Adam of van het begin van het boek Genesis, maar van de roeping van Abraham of van de Uittocht, dat wil zeggen, men concentreert zich alleen op de geschiedenis en vermijdt het zich met het zijn te meten[3].
Het boek Prediker heeft ons eraan herinnerd dat er verschillende tijden bestaan. Als wij niet willen falen, nog voordat wij beginnen, en als wij geen energie willen verspillen, kunnen wij de filosofische kern van onze tijd niet vermijden, die het ter discussie stellen is van het eerste en onbewijsbare principe – behalve met een argumentatio ad hominem die voor allen begrijpelijk is – en die niets anders is dat het principe van identiteit en non-contradictie. En evenmin kunnen wij de filosofie van het zijn en het begin van het boek Genesis, waar God de verschillen tussen de verscheidene realiteiten bewerkt, tussen haakjes zetten.
Anders zullen wij uiteindelijk in een maatschappij leven waarin niets en niemand meer een eigen en erkende identiteit heeft, maar alles identiek en warrig is.
Alles zou dan in wezen betrekking hebben op het subject alleen en het nieuwe Babel zou geen enkele vorm van menselijk leven meer mogelijk maken.
____________________
[1] Vgl. R. Fisichella, Preambula fidei, in Lexicon. Dizionario Teologico Enciclopedico, Piemme, Casale Monferrato (AL) 1993, 810.
[2] Vgl. T. Alvira - L. Clavell - T. Melendo, Metafísica, Ediciones Universidad de Navarra, Pamplona 1982, 46.
[3] Vgl. Rapporto sulla fede. Vittorio Messori a colloquio con il cardinale Joseph Ratzinger, Paoline, Cinisello Balsamo (MI) 1985, 78.
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
12/03/2022