Afdrukken

 

 

 

Verkeerde Messiaanse verwachtingen verlammen zeer vaak een gemeenschap van gelovigen.

Opbouwen vraagt werkelijk inspanning. Het is gemakkelijker alles te krijgen, maar dat komt niet overeen met de wil van God, die de mens vrij heeft geschapen en aan hem vragen stelt als aan een vrij wezen. Hij heeft ons geschapen zonder ons om verlof te vragen, maar Hij zal ons niet redden zonder onze inzet.

Hierin maakt Jezus zich geheel los van de messiassen die ieder mens niet ophoudt te bedenken en te verwachten, zoals het volk van Israël toentertijd deed.

Alleen de waarheid maakt vrij

Door zijn intocht in Jeruzalem als Messias te aanvaarden lijkt Jezus te wijken voor de druk van de mensen en de leerlingen, nadat Hij deze zozeer had afgewezen dat Hij Petrus zelfs “satan” noemde (vgl. Mat. 16, 23). Het lijkt dat Hij moe geworden is te vechten en dat Hij zich overgeeft aan de wil van hen die Hem toejuichen als Messias, naar hun model. Allen klappen, omdat Hij eindelijk heeft begrepen wat het volk wil, dat op dat ogenblik het gevoel heeft dat het Rijk wordt gesticht.

Het Rijk is echter de verandering van het hart. Alle zonden die er in de wereld zijn, zijn in werkelijkheid de vrucht van de zonde die in het hart van ieder is en die door zich te vermenigvuldigen zondige structuren voortbrengt.

Wat dit betreft, is het noodzakelijk na te denken over het feit dat Jezus, ondanks dat Hij zich tot koning uitroept, niet de problemen van honger, ziekten, ongerechtigheid, oorlog heeft opgelost, die juist tot de eigenschappen van de verwachte Messias behoorden. Zelfs met de verrijzenis “heeft de Heer het lijden en het kwaad niet van de wereld weggenomen, maar Hij heeft ze aan de wortel overwonnen met de overvloed van zijn genade. Tegenover de aanmatiging van het Kwaad heeft Hij de almacht van zijn Liefde gesteld”. Met beminnelijke, maar veeleisende woorden heeft Hij ons opgeroepen tot de enige oplossing: zoals Hij en met Hem dienen, liefhebben, zoals Hij heeft liefgehad, leven geven “om boodschappers te zijn van een vreugde die geen pijn vreest”[1].

Waarom legde Jezus, die heeft gezegd dat Hij de Waarheid is, deze niet op aan allen? Hier kruisen het thema van de waarheid en dat van de vrijheid elkaar.

Tegenover ieder, ook het beste, voorstel staat altijd de vrijheid van de mens, die alles kan afwijzen. Daarom kunnen bevrijding, heil niet afhangen van een politieke messias, maar alleen van de Zoon van God, die de vrijheid van de mens accepteert en hem ervoor laat kiezen zelfs niet gelukkig te zijn en hem de voorkeur eraan laat geven te zondigen.

In de geschiedenis van de mensheid, die geen rust vindt, hebben velen in naam van de vooruitgang van hun land ten overstaan van het verzet dat zij ontmoetten, uiteindelijk een dictatoriaal regime gevestigd om hun visie op te leggen voor het “welzijn van het volk”.

Tot hen die dromen van een betere toekomst, ook tot degenen die het meest bereidwillig zijn zich in te zetten om “de wereld te veranderen”, richt Jezus deze boodschap: de liefde van een mens, de Zoon van God, die alle machten van zijn tijd uitdaagde voor een plan van vrijheid en waarheid, omdat alleen de waarheid ons vrij maakt.

Jaren geleden schreef de toenmalige kardinaal Joseph Ratzinger in zijn overweging over Christus het volgende:

“De hele christologische discussie gaat tenslotte om het heil, de bevrijding van de mens. Maar wat maakt de mens vrij? Wie maakt hem vrij en waartoe? Of nog eenvoudiger: wat is die ‘vrijheid van de mens’? Kan de mens vrij worden buiten de waarheid, dat wil zeggen in de leugen, in de onzekerheid, in de dwaling? Een bevrijding die abstraheert van de waarheid, zonder de waarheid, zou geen bevrijding zijn, maar veeleer bedrog en slavernij, ondergang van de mens. Vrijheid zonder waarheid kan geen ware vrijheid zijn – dus zonder waarheid is er geen vrijheid die deze naam verdient”[2].

Om het hart te veranderen is de waarheid nodig, omdat deze alleen ons vrij maakt; het is verkeerd te denken dat een uiterlijke verandering het probleem oplost: dat is alleen mogelijk met een radicale verandering van het hart.

Dit vernieuwde hart brengt vervolgens een verandering teweeg van wetten, structuren, allerlei verhoudingen: maatschappelijk, economisch, cultureel...

Christus is de Waarheid, alleen in Hem ontmoeten de mensen de waarheid. Maar deze erkennen betekent zijn eigen mentaliteit veranderen, dat wil zeggen, niet blijven doen, zoals eerst. De mensen moeten kiezen: zij kunnen de waarheid aanvaarden, hun eigen hart veranderen en doen wat de waarheid vraagt door daarvoor de prijs te betalen; zij kunnen werkelijk “mens” zijn door de waarheid ten diepste te beleven. Maar zij kunnen haar ook afwijzen.

God respecteert deze vrijheid en hoewel Hij de koning van het heelal is, zal Hij nooit iets hiertegen kunnen doen. Het is de schoonheid van God dat Hij onze vrijheid erkent, ook als deze zich tegen Hem verzet en Hem doodt. Dat is de waarheid die ons werkelijk innerlijk vrij maakt, omdat wij hiervoor betalen met een verandering van het eigen leven, met de moed die hiermee gepaard gaat, met de dood van de angst: een vrijheid die ons niet meer laat leven, terwijl wij van de ene naar de andere vorm van slavernij gaan.

Vrijheid moet altijd verbonden blijven met waarheid en authentiek geluk, dat Christus is.

Iedere christen is de Messias

Waarom gaat Jezus Jeruzalem binnen?

Met deze daad daagt Hij de wereld en haar geest uit door te verkondigen dat het Rijk van God niet overeenkomt met de mentaliteit van de wereld.

Wij weten hoe Jezus spreekt over het Rijk, zoals blijkt uit parallelle passages bij de synoptici:

“Gij weet, dat de heersers der volkeren hen met ijzeren vuist regeren en dat de groten misbruik maken van hun macht over hen. Dit mag bij u niet het geval zijn” (Mat. 20, 25-26; vgl. Mar. 10, 42-43; vgl. Luc. 22, 25-26).

Dit is het idee van gezag overeenkomstig de mentaliteit van de wereld, van alle tijden en van alle landen: wie macht en gezag zoekt, doet dit in veel gevallen niet om de behoeftigen te dienen, maar om zich te verrijken. Dit is niet het gezag overeenkomstig de liefde van Jezus, ook als een dergelijk idee zelfs kan voorkomen binnen de Kerk, die niet mag veranderen in een willekeurige politieke groepering. De Kerk moet alleen haar Bruidegom Jezus volgen en zij mag dientengevolge niet luisteren naar andere stemmen die een andere mentaliteit volgen.

“Wie onder u groot wil worden, moet dienaar van u zijn” (Mat. 20, 26; vgl. Mar. 10, 43; Luc. 22, 26).

Soms wordt daarentegen de kleine taak van catechist, werker in de pastoraal, tot en met die van de kapelaan, pastoor en bisschop uitgeoefend in de functie van macht.

“Wie onder u de eerste wil zijn, moet slaaf van u wezen” (Mat. 20, 27; vgl. Mar. 10, 44; vgl. Luc. 22, 27).

Dienaar van allen moet men niet verstaan als slaaf van de grillen van allen, maar dienaar overeenkomstig het hart van Jezus, het enige dat werkelijk heeft liefgehad en liefheeft. Niemand kan zichzelf meer liefhebben dan Jezus hem liefheeft.

De mens geworden God is de koning van het heelal, maar zijn rijk heeft niets te maken met wat mensen zoeken, die naar de macht van het geld verlangen: dat schept alleen maar valse vrienden en niet de macht van de dienstbaarheid.

De macht van Jezus is de macht van iemand die alles doet in het teken van de armoede, ook wanneer Hij Jeruzalem binnengaat onder de toejuichingen van eenvoudige mensen en niet met de eerbewijzen die de machtigen der aarde worden betoond. En de vreugdekreten “hosanna!” zijn niets anders dan het voorspel van zijn lijden, dat Hem naar de kruisdood zal voeren.

Dit is het messianisme van Jezus, de enige en uiteindelijke Messias, die reeds is gekomen, reeds onder ons is. Iedere christen heeft door de zalving met het chrisma bij het doopsel de kracht, de macht en de genade ontvangen de Messias te zijn. Messias, Christus betekent immers “gezalfde”. Christenen, dat wil zeggen “gezalfden” delen met Jezus hetzelfde messianisme en ontvangen daarbij alle voorrechten die God de Vader hun geeft.

Het antwoord van Jezus op de messiaanse verwachtingen is zijn stilte op het kruis. Daarom leest de Kerk op dezelfde dag de vertelling van de zegevierende intocht in Jeruzalem en het lijdensverhaal. Het volk, hetzelfde volk dat, met palmtakken zwaaiend, “hosanna!” riep, zal om de dood van Jezus vragen.

Het wil niets zeggen dat een grote menigte op palmzondag Jezus toejuicht; wat telt, is dat, wanneer het ogenblik van ons kruis komt, wij, koste wat het kost, de moed hebben onze keuze te maken tegen de angst om te leven en de waarheid te verkondigen. Als wij dat zullen doen, zullen wij werkelijk vrienden en leerlingen zijn van de Heer. Als wij integendeel de moed van de waarheid niet hebben, zullen we van de ene koning naar de ander gaan: op palmzondag de Heer toejuichen en enkele dagen later roepen Hem te kruisigen, de voorkeur aan Barabbas gevend, omdat het minder moeite kost bij hem te zijn dan bij de Heer.

Paus Franciscus heeft in zijn homilie van 14 maart 2013 gezegd:

“Wanneer wij zonder het kruis op weg zijn, wanneer wij zonder het kruis opbouwen en wanneer wij een Christus belijden zonder kruis, zijn wij geen leerlingen van de Heer: wij zijn van deze wereld, wij zijn bisschoppen, priesters, kardinalen, pausen, maar geen leerlingen van de Heer”.

De eenvoudige conclusie betreft dus de vrijheid van ieder.

De “donkere nacht”

Als wij ware christenen willen zijn en de trots willen uitdragen leden van deze Heilige Kerk te zijn, moeten wij de moed hebben Jezus te volgen, niet alleen wanneer alles licht is, maar ook in de donkere nacht, wanneer alles verdwijnt. Het gaat erom het leven te zien, wanneer alles aan het sterven is; de boom te ontwaren die wordt geboren in het zaad dat aan het vergaan is in de aarde; hoop te blijven koesteren te midden van verlatenheid en gelatenheid.

Als wij geen geloof hebben, heeft wat wij doen, geen enkele waarde.

Laten wij nogmaals luisteren naar paus Franciscus in dezelfde homilie:

“Wij kunnen op weg zijn, zoveel wij willen, wij kunnen zoveel dingen opbouwen, maar als wij Jezus Christus niet belijden, lukt het niet. Wij zullen een verzorgings-NGO worden, maar niet de Kerk, de Bruid van de Heer. Wanneer men niet op weg is, blijft men stilstaan”.

Als wij geloof hebben, moeten wij niet bang zijn, noch ons schamen; de overwinning zal van ons zijn, omdat Jezus Christus de enige is die in de geschiedenis zegeviert.

Het is in het geheim van het eigen geweten – waaraan wij vóór alles een antwoord moeten geven – waar duidelijk wordt aan welke kant wij willen staan en wat wij moeten doen met ons leven.

Dan moeten wij de relatie onderzoeken die wij hebben met Jezus Christus, de Zoon van God, de mens geworden Waarheid, de vriend die het geheim ontdekt dat in ons hart leeft, die ons niet verraadt, noch ons bedriegt door ons vijf minuten van voorbijgaand geluk te geven, die ons vervolgens het hele leven zullen laten lijden.

Herzien en aangepast uittreksel van E. Grasso, Lo crucificaron por miedo a la verdad.
El itinerario de la Semana Santa,
Centro de Estudios Redemptor hominis
(Cuadernos de Pastoral 30), San Lorenzo (Paraguay) 2013, 9-17.

(Wordt vervolgd)

 

 

____________________

[1] Vgl. Benedictus XVI, Boodschap Urbi et Orbi voor Pasen (8 april 2007).

[2] J. Ratzinger, Il cammino pasquale. Corso di Esercizi Spirituali tenuti in Vaticano alla presenza di S.S. Giovanni Paolo II, Ancora, Milano 1985, 85.

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

06/04/2022

 

Categorie: Artikelen