Afdrukken

 

Het Pasen van de Heer: zonder kruis is er liefde, noch verrijzenis

Deel vijf

 

Men kan de schoonheid, het feest en het wonder van de verrijzenis niet begrijpen, als men niet door het lijden van de dood en de mislukking van Jezus is heengegaan. Om de waarde en de grootsheid van de verrijzenis te begrijpen is het noodzakelijk de droefheid en de frustratie te ervaren die zijn leerlingen leden, die de hoop op een ander leven dat Hij voor hen vertegenwoordigde, op tragische wijze verloren zagen gaan.

Niemand kan werkelijk de verrijzenis beleven, als hij niet eerst de dood heeft doorgemaakt, omdat hetgeen deze beide werkelijkheden verenigt, de liefde is. Als wij immers niet in staat zijn uit liefde van onszelf en alles wat het ware leven van de ander in de weg staat, af te zien; als wij uit liefde zelfs ons eigen leven niet weten te geven, zoals Jezus deed, kunnen wij niet tot de verrijzenis komen. Daarom heet het sacrament dat ons in het Lichaam van Christus doet treden, “doopsel”, dat betekent “onderdompeling”, omdat wij alleen door ons onder te dompelen in het lijden en kruis van de Heer, door ons te laten begraven in zijn dood, geboren kunnen worden tot een nieuw leven.

Hij die is herboren, is de gekruisigde, niet een ander; het is dezelfde persoon die is gestorven, ten leven is gewekt en nu leeft aan de rechterhand van de Vader en dezelfde heerlijkheid als Hij ontvangt.

De “opvoedkundige nood”

Dit discours heeft een belangrijke weerslag op wat de opvoeding van de jongeren betreft. Jongeren in de authentieke en geestelijke zin van het woord zijn zij die niet bang zijn om voor de weg van de waarheid te kiezen. Zij hebben immers de ervaring van veel leeftijdgenoten voor ogen die door dezelfde fouten van anderen te herhalen kiezen voor een gemakkelijke weg, een kortere weg die aan het begin aantrekkelijk en goedkoop lijkt, maar uitloopt op een doodlopende straat en hen veroordeelt tot een droefgeestig en zinloos leven. Omdat zij niet de moed hebben gehad om af te zien van een vluchtig en kortstondig genoegen, leiden zij een dor bestaan, intussen zonder grote horizonten, zonder dromen, zonder hoop en hierdoor houden zij op jongeren te zijn.

Het ware leven vereist offer, ontzegging en strijd, vooral in het eigen hart. Het gevecht aan het begin is altijd tegen de vijand die in ons is. Wij moeten niet anderen beschuldigen, als wij niet het vermogen hebben om de hindernissen te overwinnen: het is alleen onze schuld en niet die van slecht gezelschap. Altijd een zondebok zoeken om de verantwoordelijkheid af te wentelen maakt de jongeren zwak, niet in staat de waarheid te erkennen en de gevolgen van hun eigen keuzes op zich te nemen. Het zijn juist de ouders die dikwijls onvoorwaardelijk hun kinderen gelijk geven, hen rechtvaardigen en overdreven beschermen, zozeer zelfs dat de jongeren niet meer in staat zijn met anderen te leven, de moeilijkheden van het leven onder ogen te zien en veranderen in karakterloze figuren die alleen maar laf weten te zijn tegen de sterksten en aanmatigend tegen de zwaksten.

Hier ligt de wortel van de zogenaamde “opvoedkundige nood” waarnaar paus Benedictus XVI zelf heeft verwezen:

“Opvoeden is echter nooit gemakkelijk geweest, en het schijnt vandaag steeds moeilijker te worden. Ouders, leraren, priesters en allen die directe opvoedkundige verantwoordelijkheden hebben, weten dat goed. Daarom spreekt men van een grote ‘opvoedkundige nood’, dit wordt bevestigd door de mislukkingen die onze krachtsinspanningen te vaak ontmoeten om krachtige persoonlijkheden te vormen, die in staat zijn met anderen samen te werken en zin te geven aan het eigen leven. Dan komt men spontaan ertoe de nieuwe generaties de schuld te geven, alsof de kinderen die nu worden geboren, anders zouden zijn dan die in het verleden werden geboren. Bovendien spreekt men van een ‘generatiekloof’, die zeker bestaat en zwaar weegt, maar die meer dan de oorzaak het gevolg is van een uitgebleven overdracht van zekerheden en waarden”[1].

Het is daarentegen noodzakelijk de kinderen te leren opnieuw naar de waarheid te zoeken, waar die ook te vinden is, niet alleen met hen op te trekken die hun altijd gelijk geven, en daarbij liegen, om hen zich belangrijk te laten voelen. Jongeren moeten de onvolwassenheid overwinnen die het veranderen van de werkelijkheid alleen maar laat afhangen van het gedrag van de ander en niet van hun eigen bekering omdat men tenslotte zo zelfs zijn eigen leven delegeert, men de autonomie van handelen en identiteit verliest en zij rietstengels worden die door de wind worden bewogen, ontworteld en meegesleurd naar een plaats die anderen hebben gekozen.

Jongeren moeten weten dat zij zijn geroepen om langs het kruis te gaan, als zij het eeuwig leven willen bereiken. De grote liefde die zij zoeken, zullen zij niet vinden zonder offer, zonder zelfs hun leven te geven. Alleen wie weet te sterven, heeft lief. De liefde is altijd een kruis. Wie niet zijn kruis weet te dragen, is niet in staat lief te hebben; wie zich niet opoffert, heeft niet lief. Iemand die niet in staat is zich op te offeren, zal niet echt liefhebben, zal niet in staat zijn de ander en zichzelf op zijn juiste waarde te schatten.

Een vader en een moeder hebben lief, wanneer zij zich opofferen, wanneer zij hun eigen kind niet in de steek laten; een priester die liefheeft, laat zijn Kerk niet achter, maar beleeft tot het uiterste, koste wat het kost, de woorden die hij heeft verkondigt.

Ware liefde overwint de donkere nacht

Dat is, wanneer de donkere nacht komt, dat wil zeggen wanneer de grote moeilijkheden van het leven eraan komen, het ogenblik dat men ziet wie liefheeft en wie niet liefheeft. Als wij niet in trouw de donkere dagen, de nauwe poort weten door te komen, zullen wij niet tot de verrijzenis kunnen komen. Christus is waarlijk verrezen, omdat Hij is gekruisigd, omdat Hij is gestorven. Jongeren moeten niet bang zijn de harde ogenblikken van hun leven door te maken, zij moeten niet het bedrog van een gemakkelijk leven zoeken, omdat daarin geen mogelijkheid tot verrijzenis is, maar er alleen maar eeuwige dood en nederlaag.

Wie zijn eigen roeping, de liefde voor het eigen leven ook in moeilijke ogenblikken met trouw, geduld en vreugde weet te beleven zonder zijn eigen lijden op anderen te laten drukken, zal met grote vreugde de verrijzenis kunnen ervaren.

Eigen grenzen en gebreken ontdekken doet bijvoorbeeld lijden, maar deze overwinnen is de grote strijd van het leven beginnen aan te gaan. De wil van God, die verborgen is in de kleine dingen van elke dag en die vaak niet samenvalt met die van ons, brengt een grotere liefde tot uitdrukking dan die welke wij kunnen hebben, ook al schijnt ons het tegengestelde in eerste instantie het geval te zijn.

De wil van God, die de waarheid is en soms hard is, is het kruis, maar het kruis is de liefde, terwijl wat wij vaak leuk vinden, niet de waarheid is en niet de liefde is. Angst brengt altijd de dood van de ziel en de vrijheid voort. Wie bang is, is al een dode mens, een mens die slaaf is van alles: van de mode, van wat de anderen zeggen, van hun oordeel.

Het is ook belangrijk te begrijpen dat God vergeeft, maar de geschiedenis van de mensen weet niet te vergeven, zij blijkt verschrikkelijk te zijn en dikwijls betaalt iemand zijn hele leven voor een fout die hij in zijn jeugd heeft begaan, omdat hij wat hij leuker vond, een persoonlijke gril wilde volgen.

Jongeren moeten dan ook worden geholpen zonder angst het avontuur te beleven dat leidt naar het geluk en de uiterste grenzen van tijd en ruimte overschrijdt; het avontuur dat uit het kruis van de verrezen Christus, vreugde en vrede voor allen die Hem willen volgen, wordt geboren.

Laten wij naar de bemoedigende stem van paus Franciscus in de toespraak van 15 maart 2013 luisteren:

“Mogen wij ons nooit laten overwinnen door pessimisme, door de bitterheid die de duivel ons elke dag biedt; mogen wij niet tot pessimisme en moedeloosheid vervallen: wij hebben de vaste overtuiging dat de Heilige Geest met zijn machtige adem aan de Kerk de moed geeft om te volharden en ook nieuwe methoden van evangelisatie te zoeken om het evangelie tot het uiteinde der aarde te brengen (vgl. Hand. 1, 8)”.

Herzien en aangepast uittreksel van E. Grasso, Lo crucificaron por miedo a la verdad.
El itinerario de la Semana Santa
, Centro de Estudios Redemptor hominis
(Cuadernos de Pastoral 30), San Lorenzo (Paraguay) 2013, 43-48.

(Wordt vervolgd)

 

 

______________________

[1] Benedictus XVI, Brief aan het bisdom en de stad Rome over de dringende taak van de opvoeding (21 januari 2008).

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

17/04/2022

 

Categorie: Artikelen