Afdrukken

 

 

 

Achter het zich herhalen van gemeenplaatsen, zo waarschuwt de auteur, verdwijnt steeds meer “het vermogen om opnieuw de kritische fundamenten, de eenvoudige en essentiële vragen” te vinden, “het ‘boek van het waarom’ zonder hetwelk de mens zich niet meer voedt met het hartstochtelijke en zware zoeken op de reis naar de waarheid, maar wordt gevoed met gemeenplaatsen, gewone antwoorden, gewoon voedsel dat hoe gewoner het is in de zin van leeg, alledaags, voor de hand liggend, des meer wordt toegediend als nieuw, zeldzaam, de laatste verworvenheid, exotisch, onontbeerlijk. Alsof hetgeen dat nieuw is, waar is en alles dat al gekend is, verkeerd is”.

Het krampachtig zoeken naar het nieuwe wordt een obsessie, die ertoe neigt allen in te sluiten en mee te slepen.

Ook “de zending van de Kerk moet om zending van Christus, Gods Zoon en Mensenzoon te blijven zich bevrijden van iedere gemeenplaats, van het automatisch en onpersoonlijk herhalen van voorbije of eigentijdse woorden en haar taal, formuleringen, leven, het voortdurend waarmaken van haar ambities onderwerpen aan een voortdurende, zuiverende kritiek”.

 

Separador de poemas

 

Met de uitdrukking gemeenplaatsen wordt in het gangbare taalgebruik tegenwoordig bedoeld beweringen, argumenten, oordelen die zo vaak herhaald en dus intussen afgezaagd en alledaags zijn.

In het Griekse equivalent ervan werd de term voor de eerste keer door Aristoteles gebruikt om de fundamentele beginselen, de gemeenplaatsen, bijvoorbeeld gezegden, aan te duiden waarmee het in een dialoog mogelijk is iemand te overtuigen, maar waarop men geen enkele wetenschap kan bouwen.

Het feit echter dat zij voor een ware wetenschap geen basis gaven, leidde tot een steeds verder gaande geringschatting.

De logica van de markt

Dit is niet de plaats om een discours te ontwikkelen betreffende gemeenplaatsen en de noodzaak om verschillende beweringen en oordelen waarmee wij voortdurend worden gebombardeerd, te onderwerpen aan een controle.

De steeds spitsvondigere kunsten van de verborgen overreding zorgen ervoor dat het steeds moeilijker wordt zich te onttrekken aan de logica van een markt die ook in de meest intieme en heilige ruimten van de mens binnendringt om keer op keer het laatste nieuwe van een productieketen die gericht is op het bereiken van de grootste winst, op te dringen als een waarheid waaraan men zich niet kan onttrekken.

Er bestaat niets meer dat zich onttrekt aan deze bedrieglijke logica van de markt. Het drama is dat achter het zich herhalen van gemeenplaatsen, steeds meer het vermogen verdwijnt om opnieuw de kritische fundamenten, de eenvoudige en essentiële vragen te vinden, het “boek van het waarom” zonder hetwelk de mens zich niet meer voedt met het hartstochtelijke en zware zoeken op de reis naar de waarheid, maar wordt gevoed met gemeenplaatsen, gewone antwoorden, gewoon voedsel dat hoe gewoner het is in de zin van leeg, alledaags, voor de hand liggend, des meer wordt toegediend als nieuw, zeldzaam, de laatste verworvenheid, exotisch, onontbeerlijk. Alsof hetgeen dat nieuw is, waar is en alles dat al gekend is, verkeerd is.

De obsessie voor het nieuwe

Het drama van onze tijd is dat de relatie tussen herinnering en toekomst verbroken is die het de heilige Augustinus mogelijk maakte te spreken van een “oude en steeds nieuwe schoonheid”.

Als het waar is, zoals Johannes Paulus II meermaals heeft herhaald, dat “er geen toekomst zonder herinnering is”, dan is het evenzeer waar dat de herinnering niet het amarcord is dat ons in het verleden opsluit en ons nostalgisch doet verlangen naar een tijd die niet de onze is en niet meer zal terugkeren.

De herinnering staat ons niet ondankbaarheid toe jegens degenen die ons in het goede en het kwade een erfenis in bewaring gegeven hebben die wij onder ogen moeten zien. Maar deze herinnering laat ons niet stilstaan bij herinneringen, sluit ons niet op in het verleden, doet ons het heden niet vergeten, maakt ons niet onverantwoordelijk voor de toekomst.

In een prikkelende verhandeling over onze tijd als een tijd van ondankbaarheid sprak Alain Finkielkraut over wat het prototype van de moderne mens kan zijn, daarbij een in “Le Monde” verschenen artikel hernemend:

“Hij spreekt hedendaags. Hij denk hedendaags. Hij leeft hedendaags. Hij ademt hedendaags. Hij drukt zich uit in een taal van zijn tijd over de problemen van zijn tijd, met de woorden en de ideeën van zijn tijd”[1].

Men vraagt zich af waar in deze authentieke obsessie voor het eigentijdse de herinnering een plaats krijgt.

Als wij naar de televisie kijken of de kranten lezen, als wij het onverbiddelijk voorbijkomen van de berichten op internet volgen, waar wij onmiddellijk een volledig overzicht hebben van alle gebeurtenissen die zich op onze planeet afspelen, worden wij gek met het gek worden van de wereld, als wij niet het gevoel voor het zich losmaken van het hedendaagse en de kritiek op de gemeenplaats behouden.

Wanneer men de opiniepeiling met als criterium voor de waarheid aanvaardt, brengt dat terugkeer en loslaten, de opeenvolging van verklaringen en tegengestelde verklaringen met zich mee, waardoor het lijkt dat wij leven in een Pirandelliaanse wereld, waarin dezelfde persoon tegelijkertijd één, niemand, honderdduizend is. En wij desintegreren in honderdduizend fragmenten, als wij de herinnering in een put gooien en haar daar inmetselen.

Nietzsche, die zeer terecht wordt gezien als profeet van onze tijd, zag in het conflict tussen herinnering en trots de desintegratie van het wezen, de dood van God, het rijk van het niets.

Nietzsche schreef:

“Ik heb dit gedaan, zegt mijn herinnering. Ik kan dit niet gedaan hebben – zegt mijn trots en die blijft onwrikbaar. Uiteindelijk – is het de herinnering die zich overgeeft”[2].

Zending en gemeenplaatsen

De zending van de Kerk is vandaag onderhevig aan een spervuur van gemeenplaatsen.

Gemeenplaatsen van degenen die, ondankbaar jegens de herinnering, de illusie hebben uit te kunnen gaan van een mythisch nulpunt, van een woord of een “chemisch zuiver” evangelie, alsof wij ons bevinden in een tijd die met ons begint, zonder geschiedenis en zonder wortels. Het is illusoir steeds weer de ontmoeting te herhalen met de bon sauvage, die gezocht en nooit gevonden wordt in een Eldorado of een tierra mal, dat ons bevrijdt van de last van het engagement in het land waar wij ons bevinden. Het is mateloze trots te geloven dat wij de nieuwe mens zijn, de nieuwe mensheid, zonder vlek en rimpel, jong en altijd gelijktijdig met iedere mens, zoals de anderen, ook al komt de diversiteit van onze natuurlijke, culturele oorsprong al onze poriën uit. Maar gemeenplaatsen zijn ook de gemeenplaatsen van hen die weigeren in deze tijd te leven met deze mensen, met wie men steeds weer opnieuw het avontuur van de ontmoeting moet beginnen, en die vluchten in de herinnering aan een verleden waar alles gemythologiseerd en alles ongerept is.

De zending van de Kerk moet om zending van Christus, Gods Zoon en Mensenzoon, te blijven zich bevrijden van iedere gemeenplaats, van het automatisch en onpersoonlijk herhalen van voorbije of eigentijdse woorden en haar taal, formuleringen, leven, het voortdurend waarmaken van haar ambities onderwerpen aan een voortdurende zuiverende kritiek.

Kritiek wil in etymologische zin zeggen onderscheiden, oordelen. Welnu, de zending moet gepaard gaan met de kunst van het voortdurend oordelen. Zij moet, zoals Paulus VI al zei in Evangelii nuntiandi weten

“door de kracht van het evangelie een omwenteling te bewerkstelligen in de beoordelingscriteria, de bepalende waarden, de punten van belangstelling, de denkwijzen, de inspiratiebronnen en de levensmodellen van de mensheid die in strijd zijn met het woord van God en het heilsplan” (nr. 19).

Het criterium van het kruis

In een analyse van onze maatschappij schrijft de vader van de Italiaanse sociologie, Franco Ferrarotti, dat het denken, de taal, het handelen van de wereld van vandaag zich steeds meer gaat kenmerken als een denken waarin een onpersoonlijk Absoluut Iets zich kruist met het onpersoonlijke karakter van de mechanismen van automatisering. De moderne mens onderscheidt zich in zijn vlucht naar optimisme van een adolescent in de vage regionen van zijn onverantwoordelijkheid door zijn onvermogen om te begrijpen en het drama van de keuze waarmee hij moet afrekenen, onder ogen te zien. Deze wereld komt de kreet van de stervende Christus, de kreet van iemand die lijdt, die door de nacht van het zweten van bloed is gegaan, voor als de onbegrijpelijke kreet van een gewond wild dier. Hij kan niet meer begrepen worden, past niet binnen de verfijnde schema’s van ieder onpersoonlijk en automatisch rationalisme dat naar de hoogste perfectie streeft en dat alles verslindt en insluit in de opeenvolging van verrichtingen die met een steeds duizelingwekkendere snelheid oprukken[3].

Van sociologische zijde wordt zo opnieuw voorgehouden wat von Balthasar in een beroemde theologische verhandeling het ernstige geval van de christelijke boodschap noemde: het kruis van Christus Jezus.

Het aanvaarden van het kruis van Jezus, dat ook het kruis van de heraut van het evangelie is, is het beoordelingscriterium waarmee de zending van de Kerk en de gemeenplaatsen waarmee zij gepaard gaat, zich moeten meten.

Al het overige kan een propedeutische of hieruit voortvloeiende waarde hebben. Maar dat, en alleen dat, is de enige maatstaf zonder mogelijkheid van beroep tussen de zending van Jezus en onze zending.

Het bevrijdt ons van de tirannie van het zoeken naar het aantal en de consensus, daar het ons dramatisch confronteert met de onvermijdelijke kern waarmee onze trouw aan het evangelie zich meet.

Een zending heeft vandaag meer dan ooit er behoefte aan bevrijd te worden van ieder onderworpen zijn aan andere machten om in de stompzinnigheid en de dwaasheid van de verkondiging van de gekruisigde Christus de wijsheid en de macht van God te laten schijnen, die alleen de mens behoeden voor en bevrijden van de anonieme, onpersoonlijke, geglobaliseerde mechanismen die hem opslokken en verpletteren en van hem een amorf iets onder de zoveel naamloze dingen maken.

Emilio Grasso

 

 

_______________________

[1] A. Finkielkraut, L’ingratitude. Conversation sur notre temps, Éditions Gallimard, Paris 1999, 137.

[2] F. Nietzsche, Al di là del bene e del male. Genealogia della morale, Adelphi Edizioni, Milano 1976, 71.

[3] Vgl. F. Ferrarotti, La verità? è altrove. All’insegna del new age, Donzelli Editore, Roma 1999.

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

24/09/2022

 

Categorie: Artikelen