Afdrukken

 

De zaak Baba Simon, missionaris op blote voeten

 

Binnen de hermeneutische cirkel van heiligheid en missie is het interessant de figuur van Baba Simon te leren kennen[1].

Ter gelegenheid van zijn apostolische reis naar Kameroen wees paus Benedictus XVI met de volgende woorden uitdrukkelijk op Baba Simon als een authentiek model van heiligheid en getuigenis voor alle priesters en gewijde personen van Afrika:

“Een voorbeeld prikkelt u in het bijzonder om deze heiligheid van leven te zoeken, dat van pater Simon Mpeke, Baba Simon genoemd. U weet hoe ‘de missionaris op blote voeten’ al de krachten van zijn wezen met een belangeloze nederigheid heeft ingezet, waarbij hem het helpen van de zielen ter harte ging, zonder zich de zorgen en de moeite van de materiële dienst aan zijn broeders en zusters te besparen”[2].

Hij die de vader van de Kirdi werd genoemd, geeft ons een begrip van de teksten van het leergezag van de Kerk in het algemeen en over Afrika in het bijzonder, en biedt ons een levende exegese die een slechts intellectueel speculeren niet toestaat.

In hem kunnen wij inderdaad als in een spiegel het beeld van de Kerk in Afrika zien, waarop de exegese van het Concilie en de Synodes in Afrika hebben gewezen.

De belangstelling voor de figuur van Baba Simon is tweeledig: enerzijds behoort hij tot die groep van acht Kameroeners die als eersten de priesterwijding ontvingen[3]. Anderzijds kan Baba Simon worden beschouwd als de eerste Kameroense priester-missionaris. De eerste die in het voetspoor van Abraham zijn land, familie, cultuur, plaatselijke Kerk verlaat om naar een ver land te gaan, waar hij vader van een volk zal worden[4].

Om de afwisseling van zijn landschap, de klimatologische verschillen, het groot aantal talen dat er wordt gesproken en het zich vermenigvuldigen van de bevolkingsgroepen, de tegenstellingen in afkomst, cultuur, traditie, religieuze ervaring, de diverse sociale geledingen, de verschillende omstandigheden van economische ontwikkeling en de sociaal-politieke instellingen, om al deze en nog andere redenen wordt Kameroen beschouwd als een waar “Afrika in het klein”.

Dit gegeven is belangrijk, omdat het authentieke karakter van een uittocht duidelijk maakt. Deze vindt plaats op het ogenblik dat Baba Simon uit Zuid-Kameroen vertrekt om te gaan leven in het noorden.

Zonder de kennis van de plaatsen waar de geschiedenis zich afspeelt, zou men de diep missionaire reis van Baba Simon niet begrijpen.

Om deze reden spreekt dominee Kä Mana over Baba Simon als over een “bruggenbouwer”.

Kä Mana zegt:

“Baba Simon sloeg een brug tussen de culturele en spirituele wereld van de Kirdi en de morele en spirituele christelijke wereld. Hij smeedde tussen hemzelf en de Kirdi banden van wederzijds respect en vertrouwen. Hij vestigde zich in deze streek niet als de meester van een absolute en schitterende Waarheid die overgebracht moest worden, maar als getuige van Jezus Christus, wiens leven zelf een boodschap moest zijn. En deze boodschap werd door de Kirdi goed begrepen. Zowel de traditionele priesters als het Kirdi-volk in zijn geheel begrepen dat Baba Simon een man als een rots was: iemand op wie men een vruchtbare en verrijkende menselijke relatie kon bouwen”[5].

De missionaire roeping van Simon Mpeke

Simon Mpeke wordt in 1906 in Log Batombé, een dorp in het dichte woud van Zuid-Kameroen, geboren.

Na het beëindigen van het basisonderwijs op de school van de katholieke missie in Edéa gaat Simon Mpeke in 1924 naar het seminarie, nadat hij enkele jaren als onderwijzer werkzaam is geweest.

“Op een avond in 1923 ziet hij in gezelschap van zijn collega’s Mathias Bell, Oscar Misoka en Jean-Oscar Aoué naar een foto van een zwarte priester op een pagina van een krant. De verassing is compleet. Alle inspanningen die de Pallottijnen van 1890 tot 1914 hadden gedaan om een Kameroense clerus te vormen, hadden geen enkel resultaat gehad. Integendeel, de dood door verdrinking van de eerste kandidaat voor het priesterschap, André Toko, in 1893, had doen geloven dat de Zwarte, verpletterd door de vervloeking van Cham, nooit tot priester gewijd zou worden. Bij het zien hiervan voelt Baba Simon zich overstelpt door een bijzondere genade. Hij neemt dan de volgende beslissing: ‘Of sterven of priester worden’. Een beslissing die hij onverwijld voorlegt aan het schoolhoofd, Thomas Omog, en de hoofdcatechist, Paul Makoundou, die hem bemoedigen. Maar ook de mening van de pastoor van de missie van Edéa, pater Pierre Young, was noodzakelijk. Pater Young begon hem en zijn gezellen lessen Latijn te geven alvorens hen in te schrijven bij het kleinseminarie van Mvolyé in Yaoundé. Op 8 augustus 1924 verlieten zij Edéa voor Yaoundé en begonnen aan hun priestervorming. In 1927 zette Baba Simon zijn vorming voort op het grootseminarie van Saint-Laurent in Mvolyé, waar hij de tonsuur ontving in 1931, de lagere orden in 1933, het diaconaat in april 1934 en de priesterwijding op 8 december 1935”[6].

Hij is vicaris in verschillende katholieke missies en gaat vervolgens naar de missie van New-Bell in Douala.

In de eerste jaren van zijn werk als priester laat abbé Simon Mpeke een bijzondere indruk na onder de novicen van het nieuwe instituut “Sœurs Servantes de Maria de Douala”.

“Zijn woord was van goud en overtuigend. Hij sprak uit ervaring, hij beschouwde hen als jongere zusters en maakte met hen zijn Godservaring gemeenschappelijk. Hij bemoedigde hen en bracht hen met een bijzondere pedagogie ertoe te volharden”[7].

Wanneer hij tot pastoor is benoemd, sticht hij daar praktisch de missie. In deze periode dient zijn rol te worden onderstreept tijdens de opstanden van de inboorlingen en de koloniale slachtingen in mei 1955 in Douala en vooral in New-Bell.

“Al degenen die werden geliquideerd en achtergelaten in het oerwoud, vooral haastig begraven in gemeenschappelijke grafkuilen, zijn niet te tellen. Evenals degenen die in de gevangenencentra van Eséka, Mokolo, Mantum of New-Bell stierven, waar ze heen werden gestuurd. Hele dorpen zijn van de kaart geveegd en een hele vorm van leven is uitgestorven”[8].

In de loop van deze opstanden organiseert Simon Mpeke requiemmissen voor de overledenen van wie door hun familie melding is gemaakt. Gedurende de homilieën tracht hij kalmte, vrede in de harten, een geest van medeleven te brengen. Hij nodigt zijn kudde uit om Christus als voorbeeld, als een hechte en duurzame basis voor een volmaakte verzoening en een onwankelbare liefde te nemen[9].

In 1947 leest abbé Simon Mpeke bij toeval een artikel waarin hij van het bestaan verneemt van heidense volken in Noord-Kameroen.

Tussen Zuid- en Noord-Kameroen bestaat een diepgaand verschil. Onder andere was het zuiden, dat voor het merendeel Bantoe was, grotendeels overgegaan tot het christendom, terwijl het noorden, dat door volken van Soedanese oorsprong werd bewoond, een domein van de islam was geworden[10].

De volken van het gebergte, die met de traditionele godsdiensten verbonden waren gebleven, werden door de islamitische veroveraars, Foulbé, in pejoratieve zin “heidenen” genoemd.

Het lezen van dat artikel was een gebeurtenis die het leven van Simon Mpeke tekende. Vanaf toen ontstaat in hem naar zijn eigen getuigenis een grote sympathie voor deze volken.

Herhaaldelijk dringt hij er bij de bisschop van Douala op aan om te mogen vertrekken, maar hij krijgt er geen toestemming voor. Het lijkt dat de voorwaarden voor dit vertrek, dat als onverstandig wordt gezien, ontbreken.

Bij een interview legt abbé Simon Mpeke zelf uit hoe zijn missionaire angst samen met zijn achting voor de Kleine Broeders bij hem het vurige verlangen heeft doen ontstaan om naar de Kirdi te gaan:

“Het is het lezen geweest van een officieel rapport van een Franse, in Maroua gestationeerde bestuurder dat mij ertoe heeft gebracht hierheen te komen. Hij beschreef met bewondering de Kirdi-volken, waarbij hij wees op hun oprechtheid, hun bijna voortdurende monogamie. Ik heb tegen mijzelf gezegd dat die mensen klaar waren voor het ontvangen van de Blijde Boodschap”[11].

Abbé Simon blijft aandringen. Zijn vasthoudendheid vindt uiteindelijk gehoor in de persoon van de nieuwe bisschop van Douala, mgr. Thomas Mongo.

“Jij vraagt altijd maar om naar Noord-Kameroen te mogen gaan” – zegt hem uiteindelijk mgr. Mongo – “maar ik sta het je niet toe, mijn vriend om daarheen te gaan. Ik stuur je. Als ze je daarginds vragen waarom je bent gekomen, dan moet je zeggen dat mgr. Mongo je heeft gestuurd, omdat ik denk dat ons christendom in Kameroen niet hecht zal zijn, voordat het op twee poten zal steunen: het noorden en het zuiden. Voor mij is het één missie die ik begin”[12].

Gezonden door zijn bisschop, vertrekt abbé Mpeke.

In Douala was abbé Simon getroffen door de spiritualiteit en de wijze van werken van de Kleine Broeders van Jezus, door de manier waarop zij in direct en diepgaand contact traden met de bewoners van de wijk.

Gedurende een bepaalde periode denkt hij erover om bij hun broederschap in te treden.

Grégoire Cador heeft naar aanleiding van zijn onderzoek dat hij gedurende bijna twaalf jaar heeft verricht, de ontdekking van Charles de Foucauld door Baba Simon goed gereconstrueerd.

In februari 1951 begeeft de Kleine Zuster Magdeleine zich naar Douala en ontmoet op uitnodiging van bisschop mgr. Pierre Bonneau abbé Simon, met wie zij een project introduceert voor een arbeidersbroederschap in New-Bell. Broeder Jacques Legrand, die Simon negen jaar later in Noord-Kameroen zal ontvangen, neemt deel aan de reis en viert de mis in de kerk van New-Bell. Na bezoek te hebben gebracht aan de gemeenschap van de Kleine Zusters van de Foucauld, met wie hij het volledig eens was, en hen begeleid te hebben ontmoet Simon voor het eerst pater Voillaume in maart 1953 in Douala. De ontmoeting is zo bemoedigend dat Simon van zijn bisschop een sabatical year krijgt, dat hij zal doorbrengen in Frankrijk en in El-Abiodh, in Algerije, waar hij het noviciaat zal doen om toegelaten te worden tot het Seculiere Instituut. Vanaf 1954 komt hij voor op de officiële lijst van de priesters van “Jesus Caritas”. Na reeds twee jaar het noviciaat gedaan te hebben, in januari 1956 wachtte Simon in Makak (Kameroen), aan het einde van een retraite die door René Voillaume voor de priesters van het bisdom Douala werd gehouden, alleen nog erop dat iemand anders besloot deze nieuwe weg te volgen, hij legt er de eerste geloften af en wordt voor de Afrikaanse Broederschap “Jesus Caritas” in wording de eerste regionale verantwoordelijke voor Afrika. In oktober van hetzelfde jaar gaat hij deel uitmaken van de Internationale Raad van de Unie. Vanaf dat ogenblik zal ook hij een universele statuur ontwikkelen die hij tot aan zijn dood zal houden. Op 23 juli 1962 zal Simon Mpeke, die intussen “Baba Simon” is geworden, terwijl hij met priesters, afkomstig uit alle vier de windstreken van de wereld deelneemt aan de retraite van een maand in Palestina, deel uitmaken van de groep van de eersten die ten overstaan van het Allerheiligste in de basiliek van het Heilig Graf met een groot verlangen het eigen leven aan dat van de Heiland Jezus te conformeren, gehoorzamend tot aan het Kruisoffer toe, zoals de formule van de toewijding zegt, hun eeuwige toewijding uitspreken[13].

In februari 1959 begint abbé Simon zijn missie in het noorden in Mayo-Ouldémé, waar een broederschap aanwezig is van de Kleine Broeders.

Vervolgens gaat abbé Simon op verzoek van mgr. Plumey naar Tokombéré, waar dokter Joseph Maggi zich heeft gevestigd om een ziekenhuis te stichten.

Emilio Grasso

(Wordt vervolgd)

 

separador flor oro5

 

 

“Het kan zijn dat wij aan een fase van de geschiedenis van de mensheid beginnen die het ogenblik van mededogen zal zijn uit onmacht om oplossingen te vinden voor de problemen die door onze tijd worden gesteld. Het zal meer dan ooit noodzakelijk zijn ons in gemeenschap met het offer van de Heer als voorsprekers aan te bieden door ons te vereenzelvigen met zijn Eucharistie om de barmhartigheid van onze Heiland af te smeken, opdat deze zich verbreidt over alle mensen”.

René Voillaume

 

 

Mgr. Yves-Joseph-Marie Plumey (1913-1991), vermoord om nooit opgehelderde redenen, is de stichter, de eerste prefect en apostolisch vicaris, de eerste bisschop van de Kerk van Noord-Kameroen en aartsbisschop van Garoua geweest.

Dit zijn woorden van de heilige Johannes Paulus II in de homilie in Garoua van 11 augustus 1985: “De Heilige Stoel besloot, gevoelig als hij is voor de noden van de evangelisatie hier en in de nabije streken van de Tsjaad, in 1946 de verantwoordelijkheden hiervoor toe te vertrouwen aan de Missionarissen Oblaten van de Onbevlekte Maagd Maria. Monseigneur Yves Plumey stond aan het hoofd van deze moedige pioniers. In dit uitgestrekte gebied met talrijke volken, waarvan ieder zijn eigen tradities en zijn eigen taal heeft, zijn zij komen wonen in de steden, in de dorpen die zich hebben gevormd, en ook op de savannen van het Noorden en in de bergen. In enkele tientallen jaren hebben zij zich ingezet om de missieposten, de scholen, de consultatiebureaus te vermenigvuldigen. Zij hebben talrijke catechisten doen ontstaan. Zij hebben de volken die hen met vreugde en vertrouwen te midden van zoveel menselijke beproevingen ontvingen, geschoold en gedoopt”.

 

 

______________________

[1] Vgl. J.-B. Baskouda, Baba Simon. Le Père des Kirdis, Éd. du Cerf, Paris 1988. De auteur was een van de eerste leerlingen van Baba Simon en ook degene van wie Baba Simon de grootste verwachtingen had.

[2] Benedictus XVI, Viering van de vespers in de basiliek “Marie Reine des Apôtres” in Yaoundé (Kameroen), 18 maart 2009.

[3] Vgl. J. Criaud, La geste des Spiritains. Histoire de l’Église au Cameroun 1916-1990, Publications du Centenaire, Yaoundé 1990, 157.

[4] Om precies te zijn dient men naast Baba Simon ook rekening te houden met p. Alexis Atangana, missionaris van de Oblaten van Maria Onbevlekt Ontvangen, vgl. E. Mveng, Histoire du Cameroun, CEPER, Yaoundé 1985, 231.

[5] Kä Mana, La nouvelle évangélisation en Afrique, Éd. Karthala/Éd. Clé, Paris-Yaoundé 2000, 133.

[6] J.-P. Messina, Une grande figure de la mission. Baba Simon, in “Spiritus” 39 (1998) 365.

[7] Vgl. J. Criaud, La geste des Spiritains..., 192-193.

[8] H.J. Makon, Baba Simon. Un ancêtre de l’avenir des Églises d’Afrique, Newpress-Phyl, Douala 2012, 51.

[9] Vgl. H.J. Makon, Baba Simon…, 52.

[10] Over de evangelisatie in Noord-Kameroen, vgl. Y. Plumey, Mission Tchad-Cameroun. L’annonce de l’Évangile au Nord-Cameroun et au Mayo Kebbi 1946-1986, Éd. Oblates, s.l. 1990. Er wordt in het bijzonder over Baba Simon gesproken op pp. 326-335.

[11] G. Cador, L’héritage de Simon Mpeke. Prêtre de Jésus et frère universel, Lethielleux/Desclée de Brouwer, Paris 2009, 44.

[12] J.-B. Baskouda, Baba Simon..., 32-33.

[13] Vgl. G. Cador, L’héritage de Simon Mpeke…, 39-42.

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

02/09/2023

 

Categorie: Artikelen