Afdrukken

 

Overwegingen voor een spiritualiteit van politici

 

In een email aan de Argentijnse radioverslaggever Alfredo Leuco heeft paus Franciscus geschreven dat “zachtmoedigheid in de collectieve verbeelding soms wordt verward met kleingeestigheid. Het is integendeel de deugd van de sterken en gaat samen met geduld en luisteren”[1].

Deze korte tekst van paus Franciscus heeft mijn overweging gevoed, vooral in deze tijd dat de politiek spektakel, agressie, sluwheid, interruptie en geschreeuw dat de stem smoren van wie een tegengestelde mening heeft, is geworden; onvermogen om de ander te zien als een tegenstander die andere ideeën ondersteunt, en niet als een vijand die gedemoniseerd en vernietigd moet worden; een tijd dat de reclameslogan in de plaats is gekomen van een rustige overweging en waar men zich tegen het woord dat zich richt tot het verstand met rationele argumentaties die op zekere gegevens en uitvoerbare programma’s gebaseerd zijn, alleen maar verzet met het in beweging zetten van bedrieglijke gevoelens, die minder edele en eerlijke instincten van de mens opwekken; een tijd van een omverwerping van waarden waar alles zich baseert op de “lichtheid van het bestaan”, waardoor onwrikbare beweringen in de kortst mogelijke tijd overeenkomstig de normen en het eigenbelang van het ogenblik op hun kop gezet zijn...

Bij dit alles stelt de paus in de email aan de journalist Alfredo Leuco opnieuw dat “een serene toon de wil laat zien om open de confrontatie aan te gaan en meningsverschillen vredig, soepel tot uitdrukking gebracht worden”[2].

Vandaag ziet men heel weinig politiek. Er is zelfs geen spoor van zachtmoedigheid en luisterbereidheid te zien.

Deze kenmerken van zachtmoedigheid, geduld, vermogen om te luisteren, die de deugd van de sterken vormen, moeten aanwezig zijn in het hart van de katholieken die onder een eigen verantwoordelijkheid en zonder zich te bedienen van de Kerk of zich in haar naam in te zetten op het politieke terrein werkzaam zijn.

Alcide De Gasperi: een voorbeeld van spiritueel leven

De woorden van paus Franciscus nodigen mij uit om opnieuw enkele bladzijden van lang geleden uit het leven van Alcide De Gasperi, een, zo niet de grootste, van de Italiaanse politici van de 20ste eeuw te openen.

Over hem, wiens zaligverklaringsproces in het bisdom Trente in 1993 is geopend, zei Benedictus XVI:

“Gevormd in de school van het evangelie, was De Gasperi in staat het geloof dat hij beleed, om te zetten in concrete en consequente daden. Spiritualiteit en politiek waren in feite twee dimensies die in zijn persoon samengingen en de maatschappelijke en spirituele inzet ervan kenmerkten. Met een verstandige vooruitziende blik leidde hij de wederopbouw van Italië dat uit het fascisme en de tweede wereldoorlog was gekomen, en hij schetste moedig de weg ervan naar de toekomst; hij verdedigde de vrijheid en de democratie ervan; hij zette het beeld ervan internationaal weer op de kaart; hij bevorderde het economisch herstel ervan door zich open te stellen voor de samenwerking van alle mensen van goede wil. Spiritualiteit en politiek vulden in hem elkaar zo goed aan dat men, als men deze geachte staatsman ten diepste wil begrijpen, zich er bij hem niet toe mag beperken de door hem bereikte politieke resultaten te registreren, maar men moet ook rekening houden met zijn fijne religieuze gevoeligheid en hecht geloof dat zijn denken en handelen voortdurend bezielde. In 1981 bewees mijn vereerde voorganger Johannes Paulus II honderd jaar na zijn geboorte eer door te zeggen dat ‘in hem het geloof inspirerend middelpunt, samenbindende kracht, criterium van waarden, reden voor een keuze was’”[3].

Vanaf het begin van zijn politieke inzet stond De Gasperi goed voor ogen dat iedere activiteit ad extra (naar de periferie gaan om de taal van paus Franciscus te gebruiken) een bekering ad intra behoefde.

Reeds in 1904 schreef De Gasperi zelf in een artikel:

“Niemand denkt dat de hervorming moet beginnen bij zichzelf, dat deze golf van maatschappelijke vernieuwing ook van hem uit moet uitgaan, dat als de maatschappij betere tijden zal kennen, dat zal zijn, omdat het individu, ieder voor zich zijn vleugels geopend en een vlucht genomen zal hebben zonder op de ander te wachten. Men denkt aan een hervormingsproces als aan een beweging buiten het middelpunt naar de periferie, maar men gaat niet terug naar de oorsprong van het middelpunt zelf dat wijzelf zijn”[4].

Dit vermogen om uit te gaan van het middelpunt van zichzelf wist De Gasperi niet zozeer in de ogenblikken van succes te tonen, maar in de zware ogenblikken van de menselijke nederlaag.

Vanuit de Romeinse gevangenis Regina Coeli, waar hij opgesloten zat vanwege zijn antifascistische activiteit, richt hij zich als volgt tot een vriend:

“De Heer zij geprezen, die mij doet begrijpen hoe terecht het was dat ik, die in de rampspoed van allen in de eerste gelederen stond, mij nu voor een rechtvaardige beloning toegetakelder en gehavender dan anderen op de weg moet voortslepen. Er is geen enkele verdienste om de eerste te zijn, wanneer men onder een triomferende zon en een vlag die gewend is aan overwinningen, marcheert. Er is misschien enige verdienste in het zich voortslepen in de modder van het leven na een verpletterende nederlaag”[5].

Bij de val van het fascisme kwamen op De Gasperi grote verantwoordelijkheden neer waarvoor hij zich van jongs af aan had gevormd.

Op het tweede provinciale congres van zijn partij, de Democrazia Cristiana, dat in Rome op 18 juni 1945 werd gehouden, houdt De Gasperi een belangrijke toespraak waar wij die zachtmoedigheid – waarover paus Franciscus schrijft – die samen gaat met geduld en luisteren, terugvinden.

Bij die gelegenheid zei De Gasperi:

“Er zijn geen uitzonderlijke mensen. Ik zal u nog meer zeggen, er zijn binnen en buiten de partij geen mensen die opgewassen zijn tegen de omvang van het probleem waarvoor wij staan. Men moet de externe en interne gebeurtenissen tegemoet treden met de nederigheid te erkennen dat zij onze maat te boven gaan... Om de problemen op te lossen zijn er verschillende methodes: die van de kracht, die van de intrige, die van de eerlijkheid... Ik ben een man die de ambitie heeft eerlijk te zijn. Het weinige verstand dat ik heb, stel ik ten dienste van de waarheid... ik voel mij een zoeker, een man die de stromingen gaat zoeken van de waarheid waaraan wij behoefte hebben als het opborrelende en levende water van de bronnen. Ik wil niets anders zijn”[6].

Aan De Gasperi en ook Palmiro Togliatti, de secretaris van de Italiaanse Communistische Partij, de grootste communistische partij in het Westen in een tijd dat – om een belangrijke uitdrukking van Winston Churchill te gebruiken – een “ijzeren gordijn” over Europa viel, heeft men het bestendigheid van het Italiaanse democratische systeem ook in de moeilijkste ogenblikken van harde tegenstellingen te danken.

Voor een gezonde laïciteit

In De Gasperi was er een groot onderscheid, dat nooit een scheiding was, tussen de politieke en religieuze sfeer.

Benedictus XVI onderstreepte dit in bovengenoemde toespraak. Hierin zei de paus dat De Gasperi opmerkte dat

“om op maatschappelijk en politiek gebied werkzaam te zijn het geloof, noch de deugd voldoende is; men moet een instrument creëren en voeden dat voor de tijd geschikt is... dat een programma, een eigen methode, een autonome verantwoordelijkheid, een democratische uitvoering en organisatie heeft. Luisterend en gehoorzamend aan de Kerk, was hij dus autonoom en verantwoordelijk in zijn politieke keuzes zonder zich voor politieke doeleinden te bedienen van de Kerk en zonder met zijn rechtschapen geweten te vervallen tot compromissen”[7].

Juist in een brief aan Togliatti vinden wij dit onderscheid terug, dat zachtmoedigheid, geduld, luisteren zonder hierdoor afstand te doen van eigen principes mogelijk maakt.

Deze passage is een bladzijde van politieke wijsheid verbonden met zachtmoedigheid, een bladzijde van de deugd van de sterksten.

“Je weet goed – zo schrijft De Gasperi aan Togliatti – dat als, zoals jij schrijft, tussen jou en mij in de praktijk van het regeren nooit een tegenstelling was over religieuze kwesties, dat waar is voor zover het betreft onze wederzijdse verhouding op het terrein van het werk; maar je hebt mij nooit de illusie gegeven en ik heb jou nooit doen veronderstellen dat wij ook de leer, de tendensen zouden kunnen uitwisselen en, ik zou kunnen zeggen, ook de rollen zouden kunnen omdraaien: dat wil zeggen dat jij christen en ik marxist zou worden. Ieder wordt geboren met eigen kenmerken en ook al zijn ontwikkelingen altijd mogelijk, wat meer is, wenselijk zijn, het is niet geoorloofd tactische redenen te verwarren met overtuigingen: het is of het een of het ander... Welnu, mijn beste Togliatti: het gaat hier niet om jou, noch om mij, maar om een antithese die onze persoon overstijgt. Politieke eerlijkheid vereist dat jij en ik vrijmoedig de kiezers aan wie wij een vertrouwensstem vragen, op deze tegenstelling wijzen; een oprechte belijdenis van ons geloof zal niet verhinderen dat ieder de bijdrage die hem eigen is, levert aan de politieke ontwikkeling van het land”[8].

Zachtmoedigheid en geduld

Deze deugd van de zachtmoedigheid, ten dienste gesteld van het land en niet van persoonlijke belangen of een deel hiervan, keert terug in een brief die geschreven is aan Mario Missiroli, een van de grootste namen van de Italiaanse journalistiek:

“Wat is de grootste inspanning en moeite? Het pijnlijkste aspect van een crisis is de menselijke kant. Het geen rekening kunnen houden met gewettigde verwachtingen, het oude vriendschappen moeten overstijgen, het notitie moeten nemen van rancunes die subjectief gerechtvaardigd kunnen worden, maar objectief onvermijdelijk zijn; dit alles brengt ook het meest geruste geweten in verwarring. Het is gemakkelijk te schreeuwen: haast je, wees snel, resoluut, hard. Men werkt niet met stenen, maar met mensen; met mensen die hun rechten, hun bewustzijn hebben, en, aan de regering of niet, zij waren in het verleden je strijdmakkers en zullen dit in de toekomst zijn en allen in wezen in dezelfde dienst aan het land”[9].

De deugd van geduld was in De Gasperi niet het immobilisme van een bemiddeling tussen tegengestelde krachten dat geen oplossing bood voor de dringende problemen van het land. Hij was zich ervan bewust dat de politiek niet een zoeken naar het absolute was, maar – om het te zeggen met Maritain – het zoeken naar de verwezenlijking van een concreet historisch ideaal.

In dit hartstochtelijk zoeken was De Gasperi zich ervan bewust dat

“regeren voor een gevoelsmens een dagelijks lijden is. Dagelijks kloppen er op de deur van mijn kantoor de oneindige noden van een volk van 47 miljoen mannen en vrouwen, wanneer men het aantal van deze verlangens en noden vergelijkt met de beperktheid van de middelen die ons ter beschikking staan, is het onmogelijk zich te onttrekken aan een gevoel van moedeloosheid. Men zou op de weg van vooruitgang en welvaart alle fases zo snel mogelijk willen doorlopen en men bemerkt dat de weg, die voor ons koortsachtig ongeduld steeds te langzaam blijft, alleen maar geleidelijk kan zijn. Dan begint men zich ongerust af te vragen: zal het Italiaanse volk zich realiseren dat wij nooit uit gebrek aan goede wil, nooit uit onvoldoende vermogen er niet in slagen te doen wat wij zouden willen doen?”[10].

Voormalig prior van Bose, Luciano Manicardi heeft geschreven:

“De tijd van de politiek is niet die van de onmiddellijkheid: zij vereist bemiddeling, dus tijd. De snelheid is een kortere route die op een bedrieglijke wijze het beeld laat zien van bijvoorbeeld een uitvoerende macht die werkzaam is, beslist, handelt, geen praatjes verkoopt en die geen tijd verliest met nutteloze, procedurele breedvoerigheid. Zij loopt, realistisch gezien, echter gevaar de wachtkamer te zijn van een autoritair op drift raken, waarbij de noodzakelijke tijd voor discussie en dialoog die constitutief deel uitmaken van een parlementaire democratie wordt afgeschaft. En wanneer men zich niet meer toevertrouwt aan de macht van het woord, vertrouwt men zich uiteindelijk toe aan het woord van de macht, aan het woord van het hoofd. In dat geval is de argumentatie niet meer bepalend, maar hetgeen het hoofd zegt. Het spirituele, verstaan als geduldige en zachtmoedige relatie met de tijd en het handelen, ligt ten grondslag aan het vermogen om te wachten, aan het geduldig bouwen aan een overeenstemming door middel van de confrontatie van de uiteenlopende meningen en het werk van een overleg tussen de partijen in conflict”[11].

Het onderscheid tussen principes en instrumenten om deze te verwezenlijken, dat in wezen het onderscheid tussen geloof en politiek vormt en het principe is van een gezonde laïciteit, dat geen laïcisme is, was in De Gasperi diep geworteld.

Journalisten die hem over verschillende problemen ondervroegen, antwoordde hij als volgt:

“De ervaring zegt mij dat men in alles wat methode, instrument of structuur is, inschikkelijk, begripvol, geduldig moet zijn en dat energie en onverzettelijkheid gereserveerd moet worden voor alles wat voor een natie zekerheid en een blijvend fundament is. Organen kunnen veranderen, maar wat nooit mag uitdoven is het licht van het morele bewustzijn, hier ligt de verantwoordelijkheid ten overstaan van de geschiedenis, van de vaders die aan ons deze hebben doorgegeven, van God die ons oordeelt, en zij heeft een steeds zwaarder gewicht al naar gelang de dagen en de jaren voorbijgaan”[12].

Het diepe bewustzijn dat De Gasperi had van de grenzen van de politiek, een bewustzijn dat hem bracht tot het niet verabsoluteren van wat bijkomende en niet definitieve verwezenlijkingen zijn en altijd blijven, en die daarom de weg van geduld, luisteren, dialoog en zachtmoedigheid noodzakelijk maken, wordt goed begrepen door zijn dochter Maria Romana, wanneer zij aan het einde van haar hartstochtelijke, ter herinnering aan haar vader geschreven biografie zich als volgt uitdrukt, wanneer zij denkt aan de allerlaatste dagen van zijn leven:

“Vervolgens leek zijn geest tot rust te komen in de zekerheid dat hij heel zijn plicht had gedaan, ook ten overstaan van dit laatste politieke probleem. Toen hij de houten trap opging die naar zijn slaapkamer leidde, zei hij die avond tegen mij: ‘Nu heb ik alles gedaan wat in mijn vermogen lag, mijn geweten is in vrede. Kijk, de Heer laat je werken, Hij maakt het je mogelijk plannen te maken, Hij geeft je energie en leven, vervolgens neemt Hij je alles onverwachts af, wanneer je denkt noodzakelijk, onmisbaar voor je werk te zijn. Hij laat je begrijpen dat je alleen maar nuttig bent, Hij zegt je, genoeg, je kunt gaan. En jij wil niet, je zou je met jouw goed afgemaakte en precieze taak in het hiernamaals willen presenteren. Onze kleine menselijke geest heeft behoefte aan dingen die af zijn, en berust er niet in aan anderen het object van een eigen onvervulde hartstocht over te laten”[13].

Dat is de spirituele en politieke les die De Gasperi aan ons allen overdraagt, een les die vooral opnieuw nuttig wordt voor de katholieken die zonder gebruik en misbruik van de beschermende mantel van de Kerk nederig het politieke veld betreden om het volk te dienen en niet om zich hiervan te bedienen met demagogische toespraken en beloften.

Emilio Grasso

 

 

_____________________

[1] Vgl. En una carta a Alfredo Leuco, el Papa se refirió al próximo encuentro con Cristina, in “LaVoz” (14 april 2015): http://www.lavoz.com.ar/politica/en-una-carta-alfredo-leuco-el-papa-se-refirio-al-proximo-encuentro-con-cristina

[2] Vgl. En una carta a Alfredo Leuco...

[3] Benedictus XVI, Tot de leden van de Raad van de Stichting Alcide De Gasperi (20 juni 2009).

[4] Cit. in M.R. De Gasperi, Mio caro padre, Marietti, Genova-Milano 2003, 20-21.

[5] Cit. in M.R. De Gasperi, Mio caro padre..., 34.

[6] Cit. in M.R. De Gasperi, Mio caro padre..., 87.

[7] Benedictus XVI, Tot de leden van de Raad

[8] Cit. in M.R. De Gasperi, Mio caro padre..., 95.

[9] Cit. in M.R. De Gasperi, Mio caro padre..., 98-99.

[10] Cit. in M.R. De Gasperi, Mio caro padre..., 122.

[11] L. Manicardi, Spiritualità e politica, Edizioni Qiqajon, Magnano [BI] 2019, 78-79.

[12] Cit. in M.R. De Gasperi, Mio caro padre..., 123.

[13] M. R. De Gasperi, De Gasperi. Ritratto di uno statista, Arnaldo Mondadori Editore, Milano 2004, 324-325.

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

25/10/2023

 

Categorie: Artikelen