Afdrukken

 

Enkele theologisch-pastorale overwegingen

Deel een

 

De symbolische taal

Muziek, gezang, poëzie, dans behoren, wanneer zij niet worden teruggebracht tot geprogrammeerde ogenblikken van gestructureerde business, volledig tot de symbolische taal. En het symbool behoort eigenlijk meer tot de religieuze taal dan tot de filosofische taal. Paul Ricoeur sluit een lange studie van hem, wat dit betreft, af met te zeggen dat “ieder symbool uiteindelijk eigenlijk een hiërofanie is, een blijk van de band van de mens met het sacrale”[1].

In zijn artikel in de Grande Dizionario delle Religioni onderstreept Jacques Vidal dat het symbool allereerst opvoedt tot het onzichtbare. Het wijst op de andere kant van de dingen van de wereld en de mens. Het verplicht tot een leertijd voor het hiernamaals. En gegeven dat geloven een zien is van een gedeelte van hetgeen is verborgen, kan geen enkele godsdienst in het bijzonder erop besparen. Het verandert bovendien energie, bewerkt een verbond, bevordert het gebed[2].

Het symbool doet nadenken, het is datgene waarmee Paul Ricoeur afsluit[3].

En de zending van de Kerk voelt, bezig als zij is met haar ontmoeting met de mensen, ten diepste de noodzaak van een denken dat vragen stelt en leidt tot de drempels van de grote en onvermijdbare existentiële vragen. Het feit dat het “symbool altijd een werkelijkheid of een situatie die van het menselijk bestaan inzet verreist, voor ogen heeft”[4], en “zijn vermogen vindt tegelijkertijd verschillende betekenissen uit te drukken waarvan de onderlinge samenhang niet voor de hand ligt op het vlak van de onmiddellijke ervaring”[5], maakt de bijdrage en de herontdekking van het symbolisch denken uiterst interessant voor de ontwikkeling en een vruchtbaarder werk op missiologisch terrein.

Het ernstige geval van de zending

De dichter Nimet Arzik schreef: “Het gezang dringt beter door dan een droog woord”[6]. En een grote Nederlandse dichter zei het eens zo: “Wat niet de moeite waard is om te zeggen, wordt gezongen”[7].

De Schrift vertelt ons dat David zich voor de ark van God uitkleedde en begon te springen en te dansen. En Mikal, de dochter van Saul, bleef aan het raam staan. Zij zag hem en zei tegen hem: “De koning heeft zich vandaag bepaald onderscheiden: als de eerste de beste landloper heeft hij zich onder de ogen van zijn slavinnen uitgekleed!” (2 Sam. 6, 20). En David gaf Mikal het volgende antwoord: “Ik heb gedanst ter ere van de Heer! Hij heeft mij uitverkoren boven jouw vader en heel zijn huis; Hij heeft mij aangesteld tot vorst over Israël, het volk van de Heer. Ik ben bereid mij nog dieper voor Hem te vernederen en in mijn eigen achting te dalen. Maar bij de slavinnen, waar je het over had, zal ik in aanzien stijgen!” (2 Sam. 6, 21-22).

En terwijl Mikal geen kinderen kreeg tot de dag van haar dood, werd uit David de Heiland, die Christus Jezus is, geboren (vgl. Luc. 3, 31).

Alleen in een bekering, zoals die van David, tot wat nutteloos en dwaas is in de ogen van de wereld, tot zich uitkleden, dans, zang, feest, omdat men zich bewust is dat God te midden van ons is, en “indien God vóór ons is, wie zal dan tegen ons zijn?” (Rom. 8, 31); alleen in een voortdurend proces van bekering dat in het middelpunt van ons leven opnieuw geen wonderen en wijsheid weet te plaatsen, maar wat in de wereld zwak, veracht en geminacht is; alleen door opnieuw uit te gaan van de aanstoot en de dwaasheid van alles te zetten op wat totaal niet telt in de ogen van de wereld; alleen in deze uitdaging die het leven tot aan de dood omarmt, tot over de dood heen, alleen hierin bestaat het ernstige geval van de zending ad gentes en de nieuwe evangelisatie.

Immers, als de mens van Afrika zich steeds meer moet bekeren en daarbij de rationaliteit als dimensie van zijn beeld van God zijn moet aannemen, zo zal ook de westerse mens zich moeten bekeren door de belangeloosheid, de verwondering, de redenen van het hart opnieuw te ontdekken. Alleen in een wederzijds proces van bekering, zich ontdoen, verrijking zullen Zuid en Noord van de wereld elkaar kunnen ontmoeten in een gemeenschap die geen antropologische ontlediging, verlies van identiteit, onderdrukking en conflict is, maar opbouw van een novum, iets nieuws, dat een huis is voor allen en ontdekking van de Ander, zonder wie het Ik sterft in de verstikking van een narcistisch solipsisme.

Alleen in die armoede van de mens en rijkdom van God, armoede van God en rijkdom van de mens, is de diepe zin van het christen zijn gelegen.

Weer uitgaan van de massa’s armen en waardelozen in de balans van de serieuze geschiedenis van de mensen wil zeggen in de wereld die unieke dwaasheid introduceren die de overwinnende zet, de beslissende joker vormt. In een geprogrammeerde wereld, die steeds meer slaaf van zichzelf en haar verfijnde controle- en productieinstrumenten is, is die dwaasheid die ons doet uitgaan van Lazarus, de enige wijsheid die verwart, verontrust, omverwerpt, in de geschiedenis de goddelijke energie brengt van een logica die vernieuwt en redt.

Emilio Grasso

 

 

______________________

[1] P. Ricoeur, Philosophie de la Volonté. Finitude et Culpabilité, II/2. La Symbolique du Mal, Aubier, Paris 1960, 331.

[2] Vgl. J. Vidal, Simbolo, in Grande Dizionario delle Religioni. Dalla preistoria ad oggi. Diretto da P. Poupard, Piemme, Casale Monferrato 2000, 1996-1997.

[3] Vgl. P. Ricoeur, Philosophie de la Volonté..., 323-332.

[4] M. Eliade, Méphistophélès et l’Androgyne, Gallimard, Paris 1962, 261.

[5] M. Eliade, Méphistophélès..., 256.

[6] Vgl. Etiemble, Lyrisme. Essai de littérature générale, in Encyclopædia Universalis, XIV, Paris 1990, 149.

[7] Vgl. E. Grasso, Il Vangelo sulle strade dell’uomo..., 79-89.

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

20/11/2023

 

Categorie: Artikelen