Afdrukken

 

 

Op 1 november 2005 wees de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties 27 januari aan als de Internationale Herdenkingsdag van de slachtoffers van de Holocaust. Een dag om de slachtoffers te herdenken van de verschrikking van de nazi’s en om daden van genocide in de toekomst te voorkomen.

Op die datum bevrijdde het Sovjetleger in 1945 het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau in Polen. Op het ogenblik van de bevrijding ervan werden er slechts 7000 mensen levend gevonden, terwijl miljoenen al waren gestorven in het grootste concentratiekamp van de nazi’s.

Wij willen aan deze Dag van de Herdenking deelnemen door een bijdrage van Emilio Grasso ter overweging aan te reiken en door aan de woorden te herinneren die Johannes Paulus II uitsprak bij het Angelus van 11 juni 1995:

“De herinnering bewaren aan wat er is gebeurd, is niet alleen een historisch, maar ook een moreel vereiste.
Men mag niet vergeten! Er is geen toekomst zonder herinnering.
Er is geen vrede zonder herinnering”.

 

separador flor oro5

 

Op 12 februari 2009 heeft de Heilige Vader Benedictus XVI bij het ontvangen van een delegatie van de “Conference of Presidents of Major American Jewish Organizazions” de nauwe vriendschapsbanden vernieuwd met het Joodse volk, waarmee wij ten diepste zijn verbonden door een intrinsiek mysterie.

Benedictus XVI heeft opnieuw duidelijk het standpunt van de Kerk van de Heer bevestigd ten opzichte van de Shoah, tegen standpunten die het historische feit van Auschwitz ontkennen of afzwakken, en welke vorm van antisemitisme dan ook dat de kop weer opsteekt, zelfs binnen de Kerk zelf.

Auschwitz: herinnering voor de toekomst

Benedictus XVI heeft zich als volgt uitgedrukt:

“De haat tegen en de verachting voor mannen, vrouwen en kinderen, die in de Shoah werden getoond, zijn een misdaad geweest tegen God en de mensheid. Dit zou voor allen duidelijk moeten zijn, in het bijzonder voor allen die zich houden aan de traditie van de Heilige Schrift, volgens welke ieder menselijk wezen is geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God (Gen. 1, 26-27). Vanzelfsprekend is iedere ontkenning of minimalisering van deze verschrikkelijke misdaad onverdraaglijk en volstrekt onaanvaardbaar. Onlangs heb ik in een openbare audiëntie opnieuw gesteld dat de Shoah een ‘waarschuwing tegen de vergetelheid, tegen de ontkenning of het reductionisme moet zijn, omdat geweld tegen één menselijk wezen geweld is tegen allen’. Dit verschrikkelijke hoofdstuk van onze geschiedenis zal nooit mogen worden vergeten. De herinnering is, zoals men terecht zegt, ‘memoria futuri’, een waarschuwing aan ons voor de toekomst en een vermaning om te strijden voor verzoening. Herinneren betekent al het mogelijke doen om welke verheviging dan ook van deze catastrofe in de menselijke familie te voorkomen door bruggen te bouwen van duurzame vriendschap”.

Theodor Adorno, een van de meesters van de school van Frankfurt, stelde dat na Auschwitz “geen enkel woord, zelfs niet een theologisch, dat van omhoog weerklinkt, het recht heeft onveranderd te blijven”.

De katholieke theoloog Johannes-Baptist Metz zei hem na en stelde zijn studenten deze vraag:

“Vraag je af, of de theologie die je leert zodanig is, dat zij vóór en na Auschwitz eigenlijk dezelfde zou kunnen zijn. Zo ja, wees dan op je hoede!”.

Voor Elie Wiesel, winnaar van de Nobelprijs voor de vrede,

“was na Auschwitz de taal zozeer ontaard dat ze opnieuw moest worden uitgevonden en gezuiverd. Als iemand van ons het hele verhaal zou hebben verteld, dan zou hij voor gek versleten zijn. Vroeger waren de romanschrijvers en de dichters op hun lezers vooruit. Nu niet. Vroeger konden zij de toekomst voorzien. Nu niet meer. Nu moeten zij het verleden in herinnering brengen, ook al zijn zij er zich ondanks alles van bewust dat wat zij te zeggen hebben, nooit zal worden doorgegeven. Alles wat zij mogelijkerwijze kunnen hopen te bereiken, is de onmogelijkheid van communicatie communiceren”.

Drie met elkaar samenhangende ervaringen hebben geleid tot deze breuken in de taal.

De eerste ervaring is het algemene gevoel van de slachtoffers door God in de steek te zijn gelaten. Volgens het getuigenis van Wiesel:

“Wat hun toebehoorde, was het rijk van de nacht. Vergeten door God, door Hem verlaten, leefden zij alleen, leden alleen, vochten zij alleen”.

De tweede ervaring is de beslissende poging van de nazi’s hun slachtoffers volslagen te ontmenselijken alvorens ze uit te roeien. In Auschwitz heeft de mens geen naam meer. Hij is slechts een nummer, voor altijd in zijn vlees gebrand.

Auschwitz was niet eenvoudigweg de schepping van dol geworden gekken of klassieke despotische politici. Het was een uitdaging aan de menselijke integriteit, juist als aan ieder idee van een goede en barmhartige God. Aan deze “maatschappelijke ontwikkeling” werd vorm gegeven door hen die de “beschaafdste” mensen waren van een maatschappij die velen beschouwden als een van de meest geavanceerde die ooit door de menselijke geest was voorgebracht. De extreme bureaucratische organisatie van volkerenmoord, het gebruik van planning, reglementering en bureaucratische procedures voor een massieve operatie van systematische moord op een heel continent, spreekt van een onvoorstelbaar diepgaande ontmenselijking.

De derde ervaring is dat de Joden virtueel door de rest van de wereld geheel aan hun lot werden overgelaten:

“Alleen. Dat is het sleutelwoord, het steeds terugkerende thema. Alleen, zonder bondgenoten, zonder vrienden, wanhopig alleen. De wereld wist het en bewaarde het stilzwijgen. De mensheid liet hen alleen in hun lijden, hun doodsstrijd en hun ondergang. En toch zijn zij niet alleen gestorven, want iets van ons allen is met hen gestorven”.

De donkere nacht van God

De woorden over Auschwitz van Elie Wiesel, die begon te schrijven op aanraden van een andere grote Nobelprijswinnaar, de grote katholieke schrijver François Mauriac, behouden een theologische smaak van een unieke diepgang.

Elie Weisel schrijft in De Nacht:

“De drie stroppen werden tegelijkertijd om de drie halzen gelegd. ‘Leve de vrijheid!’ riepen de twee volwassenen. De kleine, hij zweeg. ‘Waar is God? Waar is Hij?’, vroeg iemand achter mij. Op een teken van de kampcommandant vielen de drie stoelen om... Toen begon het defilé. De twee mannen leefden niet meer... maar het derde touw was niet roerloos: zo licht, het kind leefde nog... Achter mij hoorde ik dezelfde man vragen: ‘Waar is God dan?’ En ik hoorde in mij een stem die hem antwoordde : ‘Waar Hij is? Hij is hier, Hij hangt aan de galg’. Die nacht had de soep een lijkensmaak”.

In Auschwitz werd met het kind niet alleen God aan de galg opgehangen, maar werd het idee zelf van menselijkheid verbrand met de Holocaust.

Ongetwijfeld “is er” na Auschwitz meer dan ooit (en Auschwitz roept in het geweten een waarheid op die soms te zeer in vergetelheid is geraakt en waaraan voortdurend moet worden herinnerd) “alleen maar plaats voor een gedachte van waakzaamheid, die niet slaapt, die in staat is zich te laten provoceren door de trauma’s van de geschiedenis en de menselijke verscheurdheid”.

In Rome onderstreepte de heilige Johannes Paulus II bij zijn historisch bezoek aan de synagoge na aan zijn bezoek aan Auschwitz en de tegen het Joodse volk afgekondigde genocide te hebben herinnerd hoe “de joodse godsdienst niet aan ons extrinsiek, maar op een zekere wijze aan onze godsdienst intrinsiek is”.

De uitdaging van Auschwitz aangaan betekent de onopgesmukte taal van de “donkere nacht” van het kruis gebruiken, aanstoot en dwaasheid voor velen, maar voor hen die zijn geroepen, macht en wijsheid van God (vgl. 1 Kor. 1, 20-24).

Op 26 januari 2020 sprak paus Franciscus na het angelusgebed de volgende woorden:

“Morgen is het de 75ste verjaardag van de bevrijding van het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau. Ten overstaan van deze ontzaglijke tragedie is onverschilligheid ontoelaatbaar en past herdenking. Morgen worden wij allen uitgenodigd een ogenblik van gebed en inkeer te hebben en ieder daarbij in het eigen hart te zeggen: nooit meer, nooit meer”.

Het is goed samen met de paus onze afwijzing te hernieuwen van welke vorm dan ook van antisemitisme en ontkenning of reductionisme van de Shoah.

Emilio Grasso

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

27/01/2024

 

Categorie: Artikelen