Afdrukken

 

Na het profiel van de catechist en enkele educatieve richtlijnen te hebben geschetst eindigen wij het verslag van de door Emilio voor de catechisten van Loma Pytâ gegeven retraite, waarin hij de deelnemers de Drie-eenheid heeft voorgehouden als model van de catechetische vorming door het verenigen van de vermogens van herinnering, verstand en wil, vonken van de Drie-eenheid in de mens.

Deel twee

 

Herinnering, Verstand, Wil

Welk beeld van de mens en de christen leidt de catechist in zijn inzet voor vorming? Voor ons geloof is de mens geschapen naar het beeld van en de gelijkenis met God. Als hij door de zonde de gelijkenis heeft verloren, dan blijft in hem het beeld van God, die voor ons Drie-eenheid is.

Wat zijn dus de sporen van dit beeld in de mens?

Emilio heeft de catechisten tot een rijke theologische en tegelijkertijd pastorale reflectie gebracht door te herinneren aan de gedachte van de heilige Augustinus, die de sporen van de Drie-eenheid had gezien in drie geestelijke vermogens van de mens: herinnering, verstand en wil[1].

De herinnering van de mens is een beginsel van de eenheid en de continuïteit van de persoon in de loop van de veranderingen in zijn leven, het verstand erkent de waarheid en de wil verwezenlijkt in de werken wat waar is; herinneren, intelligere en liefhebben zijn dus de drie vermogens van de mens, die met elkaar in overstemming moeten zijn.

Deze vermogens in de mens zijn door de zonde gewond en gescheiden, maar niet vernietigd. De mens is geroepen opnieuw de eenheid hiertussen te vinden om het beeld van God in zijn innerlijk leven te herstellen, terwijl in de Drie-eenheid de Personen van nature zijn verenigd.

De catechist is als missionaire leerling als eerste geroepen tot dit ascetische werk van innerlijke vereniging dat aan iedere activiteit van verkondiging voorafgaat.

De zending is immers alvorens in de breedte te worden beleefd vóór alles zending in de diepte, naar het beeld van Gods Zoon, die de oneindige, ontologische afstand tussen het God en het mens zijn heeft doorlopen. Christus, missionaris bij uitstek, heeft in een beperkt gebied geleefd, Hij is niet door landen getrokken of heeft niet over zeeën gereisd, maar door zijn menswording en verlossing heeft hij alle mensen geraakt.

De zending naar hen die veraf zijn, vraagt, zoals paus Franciscus onderstreept, vandaag van de Kerk om een uitgaan naar de existentiële periferieën[2] om zich niet op te sluiten in een op zichzelf betrokken werkelijkheid.

Als wij echter naar de periferieën van de wereld gaan met een hart waarin de drie vermogens niet verenigd zijn of zelfs in een schizofrene verhouding tot elkaar staan - zo heeft Emilio onderstreept -, dan wordt de zending gereduceerd tot een leeg en onvruchtbaar activisme.

Er is immers een dubbelzinnigheid van motivaties voor de zending, die altijd moet worden gezuiverd, wil de zending niet worden gereduceerd tot menslievendheid, activiteiten voor de ontwikkeling, commercialisme, maar de verkondiging van Christus altijd in het middelpunt plaatsen door het Woord en een veranderd leven. Er moet immers aan worden herinnerd dat niet iedere reis een zending, niet iedere toerist een missionaris is[3].

Zending komt vooral tot stand met gebed, met evangelische moed en met het getuigenis van de zaligsprekingen. Anders loopt men gevaar werken en werkelijkheden die het werk zijn van christenen die zelf-bezet zijn, en die ook decennia kunnen duren, maar de Heer, de bron van de zending, hebben uitgesloten, te laten voortbestaan[4].

Het is derhalve niet voldoende naar de periferieën van de wereld te gaan, maar er is vóór alles altijd een zuivering van het hart, zoals voor de profeet Jesaja, tot wie het woord van de Heer werd gericht: “Wie zal Ik zenden, wie zal gaan in onze naam?” (Jes. 6, 8). De lippen moet worden gereinigd met de brandende kolen van de Waarheid en de gezondene moet zich een zondaar bekennen alvorens te antwoorden: “Hier ben ik, zend mij” (Jes. 6, 8).

De fundamentele theologische en pastorale kwestie is dus wie de gezondene is en niet wat hij zal moeten doen; wie maakt het mij mogelijk in de Kerk de Heer te ontmoeten en reduceert de zending niet tot een reeks activiteiten, programma’s en vergaderingen[5].

De wil vormen

Door talrijke voorbeelden heeft Emilio laten zien hoe belangrijk het is kinderen en jongeren te vormen, de drie vermogens van de naar het beeld van de Drie-ene God geschapen mens voor ogen houdend. Deze vermogens moeten immers worden ontwikkeld zonder een ervan te negeren of te verwaarlozen.

De herinnering aan het geloofsgoed moet worden doorgegeven, maar er is vervolgens het verstand van het geloof, met een rationeel, historisch en cultureel begrip van de categorieën ervan en een inculturatie in het heden. Deze twee momenten moeten uitmonden in de wil datgene dat is doorgegeven en begrepen, te beleven.

Dit schema heeft veel toepassingen en een diepgaande dialoog mogelijk gemaakt over de wijzen van de geloofsoverdracht, die tot stand komt door te luisteren, rationeel begrip, het in praktijk brengen van het woord van God in een beleefde naastenliefde.

In een christelijke opvoeding zal men immers het in praktijk brengen van wat men heeft gehoord en begrepen, niet overlaten aan een onbepaalde toekomst. In de catechese begint men integendeel bij de meest eenvoudige werkelijkheden zoals stiptheid, regelmaat in aanwezigheid, werk voor de parochiekerk, een offertje om de eigen offergave gedurende de mis of voor de armen te geven. Er moet worden geleerd uitdrukkingen als “dat vind ik niet leuk, dat bevalt me niet” uit te bannen, in de catechese en het leven de op zich genomen verplichtingen na te komen, zich met de wil te onderwerpen aan de erkende waarheid.

Deze benadering, die gericht is op de coherentie tussen de verschillende vermogens van de mens, wil ook een antwoord geven op de analyse van het mislukken van zoveel opvoedkundige methoden die de nadruk hebben gelegd op een verkeerd idee van vrijheid en daarbij de vorming van de wil hebben verwaarloosd. Deze methoden dreigen, zoals Emilio onderstreepte, de “mislukkelingen van morgen te vormen”.

Paus Franciscus zelf heeft belangrijke richtlijnen in deze zin gegeven juist met verwijzing naar de geloofsoverdracht en de opvoedkundige noodzaak in Latijns-Amerika. Hij heeft daarbij gevraagd terug te keren naar de fundamentele criteria van de opvoeding, die drie wezenlijke elementen verenigen: inhoud, waarden, gedragsgewoonten.

Hij zei met betrekking hierop: “Om het geloof over te dragen moet men een gedragsgewoonte tot stand brengen; men moet het opnemen van de waarden tot stand brengen die het voorbereiden en doen groeien; en men moet ook de basisinhoud geven. Als wij het geloof alleen maar qua inhoud willen doorgeven, dan zal het alleen maar iets oppervlakkigs en ideologisch zijn, dat geen wortels zal hebben. De overdracht moet die van inhoud met waarden zijn, betekenis van waarden en gewoonten, gedragsgewoonten”[6].

Er is geen Liefde zonder Kruis

Deze benadering wordt ten opzichte van de jongeren nog noodzakelijker, willen zij begrijpen dat het geloof alle dimensies van het leven bevat en de eigen toekomst goed weten voor te bereiden door de wil te vormen.

Emilio heeft dus bij de catechisten zeer de nadruk gelegd op het belang de wil van de jongeren te vormen, willen zij de herinnering bewaren aan de eigen waardigheid die het geloof hun doet ontdekken, het verstand om te onderscheiden hoe dit in het heden te beleven en dientengevolge weten een beslissing te nemen door de wil te bewegen.

Vooral bij de opvoeding in de affectiviteit en de seksualiteit zal het voor de jongeren belangrijk zijn alles niet te reduceren tot sentimentalisme, het verlangen van het ogenblik. De liefde tussen twee jongeren moet een weg zijn, een diepgaande ontmoeting tussen twee personen die elkaar wederzijds moeten ontvangen. En dat niet alleen fysiek, maar door zich de eigen geschiedenis, de herinnering en het levensproject van de ander eigen te maken om in het heden het verstand en de geduldige wil te beleven om een gemeenschappelijke toekomst te verwezenlijken.

De centrale plaats van het Kruis wordt in deze opvoedkundige dynamiek een wezenlijk referentiepunt en bron voor de jongeren, teken van een liefde die diepe fundamenten legt en die de beproeving van tijd en moeilijkheden zal weerstaan. Jongeren moeten weten dat zij de grote liefde die zij zoeken, niet zonder offer zullen vinden, dat zij uiteindelijk ook langs hun kruis moeten gaan, als zij het eeuwige leven willen bereiken.

In het meer algemene opvoedkundig proces van de catechese is het dus belangrijk te doen begrijpen dat er geen Liefde is zonder Kruis, dat er geen leven, overwinning, verrijzenis is zonder inspanning, moeite, vermogen om te lijden en ten slotte ook te sterven voor wie men liefheeft.

Een verhaal dat als lastig kan worden beschouwd, zoals dat de verkondiging van het kruis van Christus altijd is geweest; hoe vaak laat men immers ook onder christenen de betekenis van het kruis verdwijnen, op zoek naar wegen van menselijke wijsheid...

In een postmoderne cultuur, waarin men iedere duurzame ervaring, die ook lijden, vastberadenheid inhoudt, wil vermijden, kan de catechese een rol van beslissende antropologische oriëntatie aannemen.

Het evangelie van het hoogfeest van de Heilige Drie-eenheid zond ter afsluiting van de retraite van de catechisten de missionaire leerlingen uit om in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest te dopen, maar ook om het onderricht van Jezus over te brengen en in praktijk te brengen: “Leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb” (Mat. 28, 20).

In deze door de homilie van Emilio uitgelegde woorden hebben de catechisten heel de betekenis van de overwegingen van die dagen kunnen terugvinden, evenals de schoonheid van de uitdaging die zij geroepen zijn aan te nemen als missionaire leerlingen[7].

Hen begeleidt de belofte van Jezus: “Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld” (Mat. 28, 20).

(Verzorgd door Antonietta Cipollini)

 

 

 ___________________________

[1] “Alwie met een levendige intuïtie ziet dat deze drie potenties krachtens een goddelijke bedoeling de natuurlijke structuur van zijn geest vormen, wordt gewaar wat voor iets groots het voor de geest is zich de eeuwige en onvergankelijke natuur te kunnen herinneren, haar te zien, ernaar te verlangen; hij herinnert zich haar met de herinnering, beschouwt haar met het verstand, omarmt haar met de liefde, ontdekt zeker het beeld erin van die hoogste Drie-eenheid”, Augustinus, De Trinitate, XV, 39.

[2] Vgl. paus Franciscus, Evangelii gaudium, 20.

[3] Vgl. E. Grasso, All’alba del terzo millennio. Sorgenti perenni e vissuto quotidiano della missione, EMI, Bologna 1993, 77 vv.

[4] Vgl. paus Franciscus, Audiëntie voor de deelnemers aan de Algemene Vergadering van de Pauselijke Missiewerken (5 juni 2015).

[5] Vgl. E. Grasso, De Aparecida a Ypacaraí. Reflexión teológico-pastoral sobre el Documento de Aparecida, Centro de Estudios Redemptor hominis Paraguay, San Lorenzo 2011, 43 vv.

[6] Paus Franciscus, Tot de leden van de Pauselijke Commissie voor Latijns-Amerika (28 februari 2014).

[7] “De catechese is door de Kerk altijd beschouwd als een van haar fundamentele plichten, daar de verrezen Heer alvorens weer op te gaan naar de Vader zijn apostelen een laatste opdracht gaf: alle volken tot leerlingen maken en hun alles leren onderhouden wat Hij hun had bevolen. Zo vertrouwde Hij hun de zending en de macht toe om de mensen te verkondigen wat zijzelf hadden gehoord, met eigen ogen hadden gezien, hadden aanschouwd en met hun handen hadden aangeraakt met betrekking tot het Woord van leven. Tegelijkertijd vertrouwde Hij hun de zending en de macht toe om met gezag alles uit te leggen wat Hij hun had geleerd: zijn woorden, zijn daden, zijn wonderen, zijn voorschriften. En Hij gaf hun de Geest om een dergelijke zending te volbrengen”, Johannes Paulus II, Catechesi tradendae, 1.

 

 (Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

16/08/2015

 

Categorie: Nieuws uit Paraguay