Een onvermoeibare apostel van het evangelie
Kort profiel
Mgr. Paul Schruers werd op 25 oktober 1929 in Hasselt geboren.
Na zijn eindexamen aan het Sint-Jozefcollege in zijn geboortestad ging hij naar het Kleinseminarie van Sint-Truiden, waar hij zijn
studie filosofie begon. Hierna volgde zijn studie theologie aan het Grootseminarie van Luik, waar hij op 8 december 1954 priester werd gewijd. In 1957 behaalde hij het licentiaat Bijbelwetenschappen aan de Katholieke Universiteit Leuven met een scriptie over het goddelijk vaderschap in de geschriften van het voorchristelijk judaïsme en het rabbinisme[1]. In 1959 behaalde hij het doctoraat in de Bijbelse theologie met een proefschrift over het goddelijk vaderschap bij de evangelist Matteüs[2].
Van 1957 tot 1967 was hij werkzaam aan het Grootseminarie van Luik als docent dogmatiek en kerkgeschiedenis en als spirituaal. Van 1959 tot 1966 was hij tevens provinciaal assistent voor de K.S.A.[3] en als zodanig de opvolger van professor J. M. Heusschen, die tot vicaris-generaal van het bisdom Luik benoemd was[4] en later de eerste bisschop van het bisdom Hasselt zou worden[5].
Tegelijk met de oprichting van het nieuwe bisdom werd mgr. P. Schruers op 1 augustus 1967 tot vicaris-generaal van mgr. Heusschen benoemd.
Op 25 april 1970 werd hij op 41-jarige leeftijd door paus Paulus VI tot hulpbisschop van Hasselt benoemd. De bisschopswijding vond op 31 mei 1970 plaats in de kathedraal van de hoofdstad van Limburg. Op 21 september 1972 kreeg hij de benoeming tot coadjutor met recht van opvolging van mgr. Heusschen.
Als hulpbisschop was hij verantwoordelijk voor de gehele pastoraal in het bisdom. De energie die hij in die sector stak, samen met de enorme hoeveelheid werk die hij bij de opbouw van de jonge Kerk van Hasselt verzette, verschafte hem respect en moreel gezag bij de clerus en de gelovigen in de parochies. Er was geen parochie die door hem niet bezocht werd, enkele werden zelfs meermalen bezocht. Zijn pastorale bezoeken tijdens de weekends beperkten zich niet tot ontmoetingen met kerkelijke organisaties, maar waren bijzondere gelegenheden voor persoonlijke contacten met de eenvoudigste mensen, de uitgestotenen, de zieken, de migranten, de vluchtelingen, de jonggehuwden. Bovendien zorgde hij er gedurende de week voor dat hij de talloze katholieke scholen in het bisdom regelmatig bezocht. Bij deze taken als herder in het bisdom Hasselt kwamen dan weldra nog andere op het niveau van de Belgische Kerk. Namens de bisschoppenconferentie kreeg hij immers de opdracht het Nationaal Centrum voor Roepingen, de Nationale Missieraad, de Commissie Rechtvaardigheid en Vrede, de Commissie Pro Migrantibus en de Commissie voor de sociale bewegingen voor te zitten.
Hier dient in het bijzonder gewezen te worden op de grote impuls die hij als voorzitter van de Nationale Missieraad gaf aan de ontwikkeling van de communio tussen de Belgische Kerk en de Kerken op het zuidelijk halfrond, met name de Kerken in Afrika en Latijns-Amerika.
Ook op het vlak van de oecumenische dialoog is zijn aanwezigheid niet onopgemerkt gebleven. Hij onderhield veelvuldig contact met orthodoxe, lutheraanse en anglicaanse bisschoppen in Rome of in andere steden van de christelijke wereld.
Mgr. Paul Schruers was ook bekend om zijn grote literaire productie. Artikelen, verhandelingen, meditaties, commentaren op de zondagslezingen en brochures zijn elkaar in de loop van de jaren in een steeds hoger tempo opgevolgd[6]. In het, niet alleen Belgische, kerkelijke landschap werd hij erkend als een onvermoeibare apostel, een man van gebed en een man met een diepe spiritualiteit.
Vanaf 15 december 1989 tot 2004 had hij de functie van bisschop van Hasselt op zich genomen.
Wij willen dit curriculum vitae gaarne samenvatten met de woorden die mgr. Heusschen aan hem wijdde bij zijn benoeming tot
bisschop van Hasselt:
“Hij heeft als bisschop een grote ervaring opgedaan en wijd en zijd de vreugdeboodschap van het evangelie uitgedragen. Hij is een man die bidt en die in zijn gebed de inspiratie vindt voor zijn werk en zijn geschriften. Hij heeft een sterk gestel en kan zelfs zware inspanningen goed verwerken. Als goede herder draagt hij zorg voor al zijn schapen en heeft hij oog en hart voor deze die schijnbaar verloren lopen”[7].
De jeugdjaren
Op het ogenblik ontbreekt het aan een officiële biografie van mgr. Paul Schruers. Toch kunnen wij in de verhalen die hij over zijn jeugd vertelde tijdens gesprekken met vrienden of bij officiëlere gelegenheden, zoals op decanale lezingen of ook ontmoetingen op parochieel niveau, of in korte flitsen die hij in zijn geschriften wijdde aan zijn jeugdjaren, enkele trekken van zijn persoonlijkheid ontdekken. Hij herhaalde zelf vaak hoezeer zijn vorming de vrucht was van het voorbeeld dat hij van zijn ouders had gekregen.
Hun wederzijdse liefde, door de moeilijkheden van het leven heen, vooral tijdens de oorlogsjaren met vijf kinderen die opgevoed moesten worden, was een reden tot grote dankbaarheid van de kant van hun zoon.
Vader was een harde werker. Hij verenigde een baan bij de provincie met die van tekenleraar op de kunstacademie. Bovendien werkte hij ‘s avonds vaak bij een architect. Hij hield van de waarden van het leven, in het bijzonder van de natuur en de kunst. Gedurende lange boswandelingen op zaterdagmiddag was hij in staat op zijn zoon, die nog een kind was, de verwondering voor de schoonheid van de natuur over te dragen. Paul Schruers herinnerde zich nog bijzonder levendig een episode uit het leven van zijn vader, toen hij eens, door ziekte aan het bed gekluisterd, op een blad papier schreef: “Als ik beter word, omarm ik alle bomen van Bokrijk”. Zijn laatste, nooit afgemaakte tekening was een Pietà en de herinnering hieraan ontroerde de zoon steeds opnieuw. Paul Schruers ontving de genade, zoals hijzelf zei, een vader te hebben die zijn groei begeleidde “als een oudere broer”, zonder echter te verbergen hoe de sterke persoonlijkheid van zijn vader ook een reden was voor persoonlijke confrontaties. Dit nam niet zelden de vorm aan van grote spanning, vooral op bepaalde beslissende ogenblikken in zijn menselijke en godsdienstige groei.
Moeder was een diepgelovige vrouw. Zij had een intens gebedsleven. Zij had altijd veel aandacht voor de lijdende mens in de
wijk waar zij woonden. Paul Schruers vertelde bij meerdere gelegenheden hoe zij eens de moed had een ouder echtpaar te bezoeken waarvan de enige zoon na zijn terugkeer uit gevangenschap in een concentratiekamp zelfmoord had gepleegd, hierbij de geestelijke bekrompenheid en de godsdienstige vooroordelen van die tijd trotserend. Zij was een vrouw met een grote innerlijke vrede en haar houding nodigde ieder uit tot verzoening. Ook tegenover de meest tragische gebeurtenissen toonde zij een sereen en zachtmoedig hart. In de vertrouwelijke gesprekken met haar jonge zoon, die plaatsvonden in de kelder van hun huis wanneer de anderen al sliepen, leerde zij hem tegenover de gebeurtenissen van het leven een godsdienstige houding aan te nemen en de diepste betekenis ervan, die God zelf is, te zien.
De gelukkige ervaringen van het gezinsleven hadden Paul Schruers voorbestemd tot een natuurlijk optimisme ten opzichte van het leven en de mensen. De gave een onvermoeibaar werker te zijn, zijn diep gevoel van verwondering, evenals de religieuze dimensie van zijn leven en de gewoonte van het gebed, gepaard gaande met een zachtheid van aard, waren de mooiste gaven die hij van zijn ouders geërfd heeft.
Een beslissende ervaring
Door zeer jong lid te zijn van de K.S.A. van Hasselt kreeg hij de gelegenheid zijn menselijke kwaliteiten te ontwikkelen.
Als veertienjarige werd hij, zij het door toevallige omstandigheden, verantwoordelijk voor een groep van een dertigtal jongeren van zijn leeftijd. Voor velen was hij een voorbeeld van altruïsme en opofferingsgezindheid ten dienste van de zwaksten. Het was het begin van een avontuur dat hem op rijpe leeftijd ertoe bracht in de ander, in de zwakste, in de arme, de levende tegenwoordigheid van Jezus van Nazaret te zien.
De provinciale vormingsweken van de K.S.A., waaraan de leiders van de jeugdgroep deelnamen, vormden een fundamentele ervaring. Het luisteren naar levende en geestdriftige getuigenissen van missionarissen die uit China kwamen, de begeesterde woorden van abbé Pierre of het luisteren naar de tragische verhalen van mensen die de concentratiekampen van de nazi’s overleefd hadden, openden voor hem horizonten naar menselijke en godsdienstige werkelijkheden die aan zijn leven vragen stelden. Hij vertelde zelf dat hij als 14-jarige zo sterk getroffen werd door het levensgetuigenis van een missionaris uit China, dat hij er de eerste keer over dacht om missionaris te worden.
Op 15-16-jarige leeftijd begon hij, ervan profiterend dat de scholen vanwege de oorlog gesloten waren, zelfs Lingala te leren met het geheime verlangen als missionaris naar Congo te vertrekken[8].
De activiteiten van de K.S.A. namen hem dermate in beslag dat hij meer tijd besteedde aan de studentenorganisatie dan aan school. Als commentaar op de cijfers van zijn eindexamen gymnasium zei de directeur van de school tegen de vader van Paul Schruers, hoe weinig tijd de jongeman aan zijn schoolverplichtingen besteed had en dat de resultaten daarom ver beneden zijn capaciteiten lagen.
In die periode kreeg hij als het ware bij toeval het evangelie in handen. Tot dan toe had hij dit in het geheel niet gekend. Hij was 15 jaar. Hij begon het te lezen en na vele bladzijden die hem onverschillig hadden gelaten, werd hij getroffen door het vers: “Opdat uw vreugde volkomen moge worden”.
Toen begreep hij eens en voor altijd dat in het evangelie de betekenis van zijn eigen leven en van heel de wereld lag besloten. Het werd de diepe beweegreden om na de beëindiging van het college de kerkelijke studie te beginnen.
__________________
[1] Vgl. P. Schruers, De heilshistorische situering van het vaderthema in betrekking met God, in de voorchristelijke joodse geschriften en in het Rabbinisme, K.U.L., Leuven 1957.
[2] Vgl. P. Schruers, Situering van Gods vaderschap ten opzichte van de mensen bij Mattheüs, K.U.L., Leuven 1959. Een uittreksel van het proefschrift werd kort daarna gepubliceerd, vgl. P. Schruers, La paternité divine dans Mt. V, 45 et VI, 26-32, in “Ephemerides Theologicae Lovanienses” 36 (1960) 563-624.
[3] De K.S.A. is een in de jaren 60-70 zeer bloeiende vereniging van katholieke studenten geweest.
[4] Aan het begin van het Tweede Vaticaans Concilie werd mgr. J. M. Heusschen door paus Johannes XXIII tot hulpbisschop van Luik met residentie in Hasselt benoemd.
[5] Mgr. J. M. Heusschen werd op 13 juni 1967 bisschop van Hasselt. De installatie had plaats in de kathedraal van Sint-Quintinus op 8 juli van dat jaar.
[6] Een volledige bibliografie van zijn geschriften is verzorgd M. Fomini, Bibliografie over de werken en de geschriften van mgr. Paul Schruers, Bisschop van Hasselt, Genk 1999 (pro manuscripto).
[7] J.M. Heusschen, Brief bij het afscheid van mgr. Heusschen en bij de aanstelling van mgr. Schruers, in “Samen” 5/1 (1990) 25.
[8] De roeping om als missionaris te vertrekken deed zich later weer voelen op 30-jarige leeftijd, toen hij docent dogmatiek was aan het Grootseminarie van Luik. Hij schreef toen aan de bisschop van Luik, mgr. Van Zuylen, een brief met de vraag als priester Fidei donum naar Latijns-Amerika te mogen vertrekken, hetgeen niet mogelijk was.
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
24/08/2021