Afdrukken

 

Een onvermoeibare apostel van het evangelie

Deel twee

 

Elementen van spiritualiteit

Het nieuwe leven

De vriendschap met Klaus Hemmerle had mgr. Schruers ingeleid in de spiritualiteit van de Focolare-beweging van Chiara Lubich. Vanaf dat ogenblik zal de spiritualiteit van de Focolare zijn handelen en denken beïnvloeden[1]. Wanneer mgr. Schruers spreekt van “nieuw leven”, verwijst hij naar zijn persoonlijke ervaring na de ontmoeting die hij had met mgr. Hemmerle. Wij geven hiervan enkele fundamentele lijnen aan die in zijn talrijke geschriften en toespraken te vinden zijn.

De sleutel tot het “nieuwe leven is voor hem Gods woord dat concrete werkelijkheid wordt in ons dagelijks leven. Het Woord wordt, als het met een zuiver hart aanhoord en authentiek beleefd wordt, begrepen en het wordt in ons eigen leven zichtbaar. Het persoonlijk getuigenis is de wezenlijke bemiddeling om tot het evangelie te komen, zoals het ook waar is dat het evangelie ondubbelzinnig leidt tot getuigenis.

Zeer vaak citeert mgr. Schruers in deze zin Karl Rahner, die hij hoogacht als een van de grootste theologen van de XX eeuw. Hij beschouwt zijn visie op de mens als een wezen dat openstaat voor de openbaring en het heil dat van het Woord komt, als een conditio sine qua non voor iedere spirituele en pastorale vernieuwing. Hij herhaalt graag een karakteristieke gedachte van Karl Rahner dat de christen in een tijd van geloofscrisis, theologische verwarring en oppervlakkige communicatie het geloof alleen maar kan vinden door een persoonlijke ontmoeting met God[2].

Ook Dietrich Bonhoeffer, de jonge dominee die stierf in een concentratiekamp van de nazi's, wordt als een voorbeeld aangehaald van hoe het mogelijk is authentiek christen te zijn binnen een cultuur die God verbannen heeft achter haar horizon en de waardigheid van de mens vertrapt heeft[3].

Het geheim van het “nieuwe leven” is een eenheid die begint bij de trinitaire gemeenschap en gegarandeerd wordt door het lijden van het kruis.

De verlaten Jezus

De exegetische vorming van de bisschop van Hasselt heeft een hecht Bijbels fundament gegeven aan zijn christologische visie. Een van zijn laatste boeken, waarnaar wij in het bijzonder verwijzen, biedt in de vorm van kleine overwegingen een theologisch-spiritueel commentaar op het evangelie van Marcus met bijzondere aandacht voor de christologische implicaties[4].

De leerlingen en de tijdgenoten van Jezus hebben in Hem de messiaanse koning gezien. Jezus wijst er integendeel op dat Hij als Messias heil en bevrijding door middel van het lijden brengt in overeenstemming met de mysterieuze figuur van de Dienaar van Jahwe in Deutero-Jesaja. De lijdende Dienaar van Jahwe is zachtmoedig, hij wordt vervolgd, hij neemt de zonden van allen op zich, hij verheft zijn stem niet. Hij is echter “licht voor de volkeren” en brengt “het heil tot aan de uiteinden der aarde”. Jezus beleeft zijn messiaanse zending in dit perspectief door solidair te worden met alle vormen van menselijk lijden. Allereerst deelt hij in de fysieke pijn van de mens (vgl. Mc 15,19-20). Hij ondervindt het psychisch lijden van de eenzaamheid na door zijn vrienden verlaten en verraden te zijn (in Getsemani: vgl. Mc 14,37; met de kus van Judas: vgl. Mc 14,44-45; met de verloochening van Petrus: vgl. Mc 14,71; met de beslissing van het volk ten gunste van Barabbas: vgl. Mc 15,15).

Jezus beleeft het lijden in zijn diepste vorm: het verlaten zijn door God en de schijnbare onzin van zijn zending. Hoewel hij zich bewust blijft van de liefde van de Vader, schijnt deze liefde niet door te dringen tot de diepste lagen van zijn psychisch leven: “Waarom hebt Gij mij verlaten?” (Mc 15,34).

Jezus legt juist in dit zo alomvattend lijden de totaliteit van zijn goddelijk-menselijke liefde door zijn leerlingen met heel zijn persoon te blijven beminnen en door in het diepst van zijn wezen in God geworteld te blijven. In zijn gebed in Getsemani noemt Hij God “Abba”, “geliefde Vader”, en in die omstandigheid vertrouwt Hij zijn leven geheel toe aan de wil van de Vader (vgl. Mc 14,36). Op het ogenblik van zijn totale verlatenheid noemt Hij God “mijn” God. Misschien is ook zijn laatste kreet zonder woorden een uitdrukking van zijn vertrouwen. Door de inzet van zijn liefde verandert Jezus, de Zoon van God, het eigen lijden en ook alle lijden van de geschiedenis radicaal door er voor de wereld een teken van liefde van te maken, door er een bron van heil voor alle mensen van te maken.

Het lijden en de verlatenheid die Jezus beleeft, zijn de uiterste consequenties van de Menswording: Jezus komt onder ons (vgl. Joh 1,14) door de uiterste omstandigheden van menselijk verdriet, die vaak met zonde verweven zijn, te “bezoeken”. Hij straalt zijn liefde uit en treft zo lijden en zonde in het hart. Hij verandert alles door zo in de geschiedenis een ommekeer te bewerkstelligen en aan het lijden van de mensheid een nieuwe betekenis te geven.

Overal waar zich in ons leven en in dat van anderen lijden, verlatenheid en zinloosheid voordoen, is Hij, de verlaten Jezus, aanwezig. Na de ervaring van de verlaten Jezus zal er geen enkele plaats, geen enkele gevangenis, geen enkele kliniek voor aidspatiënten, geen enkel vluchtelingenkamp meer zijn die volledig “verlaten door God” zijn. Immers, op elke plaats is boven het grootste en meest verbijsterende lijden uit die “Iemand” aanwezig die het lijden tot op de bodem ervaren heeft en er voor alle tijden en voor eeuwig zijn liefde als Zoon van God in gelegd heeft.

De verlaten Jezus zien in de lijdende mensheid betekent niet alleen zijn liefde verwezenlijken, maar Hemzelf omarmen.

De weg van de verlaten Jezus als weg naar eenheid

De verlaten Jezus is volgens mgr. Schruers de enige weg die tot eenheid en gemeenschap leidt en hiertoe zijn alle mensen geroepen. De leerlingen van Jezus kunnen de schoonheid van de gemeenschap alleen maar ervaren, als zij hun eigen leven voor anderen geven en als kinderen aanvaarden zich in dienste van de eenheid te stellen. Wanneer Paulus de christenen van Filippi oproept tot “eenheid van denken, eenheid in liefde, saamhorigheid en eensgezindheid” (vgl. Fil 2,2), eraan toevoegend dat het om een dergelijk doel te bereiken noodzakelijk is “de ander in ootmoed hoger dan zichzelf te achten” (vgl. Fil 2,3), dan verwijst hij naar de lijdende Jezus, die “het bestaan van een slaaf heeft aangenomen en zich vernederd heeft” (vgl. Fil 2,7-8). Eenheid heeft als grootste garantie de weg van de lijdende Christus.

Deze visie op eenheid als vrucht van het kruis is voor de bisschop van Hasselt ook de sleutel tot het interpreteren van de pastorale praktijk. Eenheid, de mooiste gave die Christus aan zijn Kerk schenkt, is altijd en hoe dan ook mogelijk, als “tenminste één persoon begint met lief te hebben”. Concreet betekent dit bron worden van nieuw leven, “allen liefhebben, altijd het eerst liefhebben, tot het einde toe liefhebben, liefhebben zonder enige beloning hiervoor te verwachten en, tenslotte, niet liefhebben, maar liefde zijn”.

Het laten delen in nieuw leven komt vooral niet tot stand door pastorale structuren en plannen en evenmin door woorden of verklaringen. Nieuw leven wordt gegeven door te leven als nieuwe mensen. In dit verband is hem de uitdrukking van Meister Eckhart dierbaar:

“De mensen zouden niet zo bezorgd moeten zijn om wat zij moeten doen, maar veeleer om wat zij moeten zijn. Als ons zijn goed is, zijn ook onze werken vol glans”.

Dit authentieke leven straalt in de gemeenschap van Jeruzalem, waar men in staat is voor elkaar te leven en te sterven en de ervaring die door de aanvaarding van het Woord in het eigen leven tot stand is gekomen, gemeenschappelijk te maken. Dan zullen allen herkennen dat “Jezus te midden van ons is” (vgl. Mt 18,20).

Deze dimensie leidt tot het mariale aspect van de pastoraal, dat noodzakelijk is om het gezag van Petrus en de onstuimigheid van Paulus in staat te stellen de vonk van het geloof vrucht te laten dragen. In deze zin is het middelpunt van elke pastoraal dat men wordt als Maria, dat wil zeggen geheel openstaan voor Gods plan, openstaan voor iedere mens aan tafel (Maria te Kana), op reis (Maria's bezoek bij Elisabeth) en op de weg van het lijden (Maria onder het kruis van Golgota).

Het omarmen van de verlaten Jezus

Het is belangrijk het zwaartepunt van het eigen leven buiten zichzelf te leggen in de kracht van de broederliefde en de eenheid.

Wie het zwaartepunt buiten zichzelf legt, geeft zich over aan een geschiedenis die hijzelf niet kan voorzien. Hij zal vroeg of laat oplopen tegen de onverschilligheid en de weerstand van mensen. Zo zal liefde lijden worden. Juist in dergelijke omstandigheden toont deze liefde, die zelfs niet terugdeinst voor mislukkingen, haar kracht. Petrus zal herder van de eenheid kunnen worden (vgl. Joh 21, 15-18), in zoverre hij in een relatie van liefde de weg zal volgen “die hijzelf niet gekozen heeft”, en “hij zijn handen zal uitstrekken”.

Het is de weg die bij de opbouw van eenheid naar de ander leidt. Het is de bevoorrechte weg die leidt tot de ontmoeting met het gelaat van de lijdende mens.

De oproep die komt van het unieke karakter van het gelaat dat men ontmoet, wordt des te indringender naarmate men dit wil laten verdwijnen in de anonimiteit, het een nummer wil laten worden binnen grote structuren. Hoe meer het scepticisme van onze cultuur de bronnen van het zoeken van een onrustig hart wil laten opdrogen, des te klemmender wordt de oproep van het gelaat dat gezien en gerespecteerd wil worden. De eeuwige mens stelt zich zonder woorden aan ons tegenwoordig in het gelaat van iedere mens die wij ontmoeten. De christen weet immers dat Jezus op een geheel mysterieuze wijze verenigd is met elk gelaat (vgl. Mt 25, 31-46), vooral met dat van de arme.

De ecclesiologische visie

Mgr. Schruers heeft, uitgaande van de leer van mgr. Philips en het Concilie, een visie op de Kerk als bevoorrechte plaats van geloof benadrukt:

“De Kerk is mij zeer kostbaar. Al is zij maar sacrament van Christus, ze is toch hét sacrament, de bevoorrechte plaats waar het geloof te vinden is, met de paus als waarborg. Dit ligt in de lijn van de menswording, ook al riep die reeds bij het begin de vraag op: Wat goeds kan er uit Nazaret komen?[5].

Hieruit volgt dat de Kerk in alle situaties van haar geschiedenis geroepen is te getuigen van de eenheid van geloof. Ook al heeft deze getuigenis niet altijd plaats op een ideale wijze, dan nog is het belangrijk dat de Kerk één blijft dankzij de dienst van haar hiërarchisch gezag, eerder dan het gevaar te lopen uiteen te vallen in een veelheid van geloofsvormen:

“Ik kan ook niet anders dan vanuit mijn ervaring getuigen dat, als goede mensen zich van de Kerk verwijderen, hun geloven zelf veel kwetsbaarder wordt en soms wegdeemstert. Een kerkvader zei ooit dat je het best God als Vader ervaart, als je de Kerk als Moeder hebt”[6].

Het Concilie spreekt over de Kerk als een bevoorrechte plaats waar God zich laat vinden, en weigert de structuur van de Kerk te scheiden van de levende gemeenschap die rond Christus verenigd is. Deze visie blijft volgens mgr. Schruers trouw aan de logica van de Menswording, waarin de concrete mensheid van Christus niet te scheiden is van zijn God-zijn. De Franse theoloog François Varillon citerend, stelt hij: “Zonder de Kerk zou ik Jezus niet kennen. Zij juist geeft me het evangelie. De Kerk gaat aan het evangelie vooraf. En zonder haar zou het evangelie een boek uit het verleden zijn”[7].

Het Concilie heeft volgens de bisschop van Hasselt ten diepste tot uitdrukking gebracht dat het “mysterie” (de liefde van God in Christus) communio tot stand brengt en uitnodigt tot missio (zending en getuigenis).

Op veel plaatsen is de Kerk echter vastgeroest in structuren die het authentieke leven ervan verstikken. Dit gebrek aan groei in de communio heeft te maken met het onvoldoende openstaan voor het mysterie van de liefde van God in Christus door gebed en evangelische spiritualiteit. Wij hebben, zo stelt mgr. Schruers, de vernieuwing van de kerkgemeenschap niet in handen. Het Concilie zelf is een ervaring van de Geest geweest en een viering van Gods heilsdaden. Buiten deze oorspronkelijke geest wordt iedere toepassing van het Concilie halfslachtig. Daarom is het centrale punt van het document over de Kerk dat Christus zelf het licht van de volkeren is, dat de Kerk ontstaat uit de trinitaire gemeenschap en, tenslotte, dat authentieke heiligheid ook leidt tot een vernieuwing van structuren. Het aspect van de missio, dat zo krachtig door alle conciliedocumenten onderstreept wordt, heeft echter nog niet zijn juiste plaats gevonden[8].

Het gelaat

Hoewel het gelaat van een persoon zo kwetsbaar is, gaat er een dwingende kracht van uniciteit en waardigheid van uit. Van ieder concreet gelaat verheft zich een oproep, een smeekbede, een vraag die komt uit het diepst van het hart. Op elk gelaat staat de eenzaamheid te lezen en het zoeken naar de zin die men aan het eigen bestaan moet geven, het zoeken naar geluk. Ieder gelaat is het vragen om een ontmoeting. Van het gelaat straalt een unieke rijkdom af, ook bij wie het meest beproefd en opstandig is. Een gelaat vraagt om respect en nodigt uit tot gemeenschap, ook al lijkt dat niet zo[9].

Deze gedachten die tijdens een voordracht tot uitdrukking werden gebracht, zijn geen gelegenheidswoorden, maar de diepe overtuiging en de sleutel tot de interpretatie van het leven van een bisschop die, zonder zichzelf te sparen, degene die hij onderweg ontmoet, liefheeft. Van zijn lijfspreuk “Er bestaat maar één radicaliteit, die van de liefde” heeft hij een concreet levensprogramma gemaakt.

Maurizio Fomini

 

 

 ___________________

[1] Vgl. P. Schruers, Focolari, in “Contactblad Bisdom Hasselt” 12 (1979) 110-111; P. Schruers, De Duitse katholiekendagen 1980. Gods liefde is sterker, in “Contactblad Bisdom Hasselt” 13 (1980) 217-221.

[2] Vgl. P. Schruers, Nieuwjaarsbrief, in “Samen” 8 (1993) 5.

[3] Vgl. P. Schruers, Het lijden van Ruanda en Burundi, in “Samen” 10 (1995) 121.

[4] Vgl. P. Schruers, Marcus aan het woord, Halewijn, Antwerpen 1999. Deze visie wordt ook tot uitdrukking gebracht in een tekst die door dezelfde bisschop geschreven is voor de dekenale theologische voordrachten in de vastentijd van 2000: Hoopvolle christelijke gemeenschappen (pro manuscripto).

[5] P. Schruers, Het lijden van Ruanda en Burundi..., 118.

[6] P. Schruers, Het lijden van Ruanda en Burundi..., 118.

[7] P. Schruers, Leven in en met de Kerk?, in “Samen” 8 (1993) 156.

[8] Vgl. P. Schruers, Het lijden van Ruanda en Burundi..., 115-116.

[9] Vgl. P. Schruers, Een nieuwe mens worden, aandachtig voor ieder gelaat, in “Samen” 7/6 (1992) 2.

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

28/08/2021

 

Categorie: Missionaire en spirituele profielen