Het lijden beleven op Palmzondag
Onze dagelijkse gedragingen worden ten overstaan van de verhalen over het lijden van de Heer ter discussie gesteld. Wanneer wij erover nadenken, vinden wij een uitnodiging tot een persoonlijke reflectie over de fundamentele keuze in ons bestaan.
De gezapigheid van de leugen
Men kan het plan voor de mens dat uit het initiatief van God is voortgekomen, accepteren of afwijzen, maar het is onmogelijk het te veranderen of het aan te passen aan onze wensen, omdat het voortkomt uit de waarheid. God, die de Waarheid is, weet wat juist, waar en goed is voor ons. De mens slaagt er daarentegen niet in goed van kwaad te onderscheiden en vaak vernietigt hij zichzelf door zelfs te geloven dat hij het goede doet. Het schijnbaar goede is niet wezenlijk, noch werkelijk, noch authentiek. Wat “goed is voor mij” kan alleen de Heer mij wijzen, daarom heeft het zin om naar Hem te luisteren en Hem te volgen.
Wat is echter de menselijke houding die tot de dood van Jezus heeft geleid? Waarom en door wie is Jezus gekruisigd?
Om deze vraag te beantwoorden moet men de concrete historische vorm die het lijden en de dood van Jezus hebben aangenomen, onderscheiden van wat het heilsplan van God is, dat door de heilige Petrus in zijn Eerste Brief met de volgende woorden wordt verklaard:
“Ook Christus heeft eens voor al geleden voor de zonden, de rechtvaardige voor de onrechtvaardigen, om u tot God te brengen” (1 Petr. 3, 18).
Zoals de Catechismus van de Katholieke Kerk zegt:
“Dit goddelijk heilsplan dat zich door de terechtstelling van de ‘rechtvaardige dienstknecht’ (Jes. 53, 11; vgl. Hand. 3, 14), zou voltrekken, was tevoren in de Schrift aangekondigd als een mysterie van universele verlossing, d.w.z. van een vrijkoping, die de mensen verlost uit de slavernij van de zonde (vgl. Jes. 53, 11-12; Joh. 8, 34-36). De heilige Paulus verkondigt in een geloofsbelijdenis die hij, naar hij zegt, ‘ontvangen’ (1 Kor. 15, 3) heeft, dat ‘Christus
gestorven is voor onze zonden volgens de Schriften’ (1 Kor. 15, 3; vgl. Hand. 3, 18; 7, 52; 13, 29; 26, 22-23). De verlossende dood van Jezus vervult in het bijzonder de profetie over de lijdende dienaar (vgl. Jes. 53, 7-8; Hand. 8, 32-35). Jezus zelf heeft de zin van zijn leven en dood verduidelijkt in het licht van de lijdende dienaar (vgl. Mat. 20, 28). Na zijn verrijzenis heeft Hij deze verklaring van de Schrift aan de leerlingen van Emmaüs gegeven (vgl. Luc. 24, 25-27), en vervolgens aan de apostelen zelf (vgl. Luc. 24, 44-45)”[1].
En ook:
“Het reddende heilsplan van God heeft zich ‘slechts éénmaal’ (Heb. 9, 26) voltrokken door middel van de verlossende dood van zijn Zoon Jezus Christus.
De Kerk blijft trouw aan de ‘uitleg van alle Schriften’, zoals die door Jezus zelf zowel vóór als na zijn Pasen gegeven wordt: ‘Moest de Messias dat alles niet lijden om in zijn glorie binnen te gaan?’ (Luc. 24, 26-27. 44-45). Het lijden van Jezus heeft een concrete, historische vorm gekregen doordat Hij ‘door de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden verworpen is’ (Mar. 8, 31): zij hebben Hem ‘aan de heidenen overgeleverd om Hem te bespotten, te geselen en te kruisigen (Mat. 20, 19)”[2].
Gegeven dat dit het eeuwig heilsplan is, komt, voor wat de concrete historische vorm is van het lijden van Jezus en de oorzaken die het bepaalden, de lafheid van de individuen en de menigte des te sterker naar voren.
Christus is gedood uit angst. Hij is gekruisigd, omdat de mensen het gewicht van de waarheid niet kunnen verdragen en de getuige ervan, Jezus zelf, uit de weg moeten ruimen. In Jeruzalem hielden zij er inderdaad mee op Hem toe te juichen precies op het ogenblik dat zij waarnamen dat het niet een Messias van het politieke type betrof, een die alle materiële problemen oplost, maar die de waarheid verkondigt, die het hart van de mens openbaart.
Ook vandaag kruisigt wie angst heeft voor de waarheid, Jezus, die de mens geworden Waarheid is, de Waarheid
die ons vrij maakt door ons hart bloot te leggen.
Wij liegen vaak uit angst dat iemand ontdekt wie wij werkelijk zijn, omdat wij bang zijn voor onszelf, bang zijn in de diepte van ons hart te kijken. De mens geeft er de voorkeur aan te leven in de leugen, in de gezapigheid die voortkomt uit bedrog en het zich niet bewust zijn van de situatie. Hij geeft er de voorkeur aan de waarheid niet te kennen over zichzelf, zijn familie, over de maatschappij, over wat hij heeft gedaan of denkt te doen. De angst van de mensen die de waarheid niet liefhebben, doodt de Heer, omdat waar angst is, er geen liefde is:
“Liefde laat geen ruimte voor vrees. De volmaakte liefde drijft de vrees uit” (1 Joh. 4, 17-18).
Jezus roept ons op tot een authentieke relatie met Hem en met anderen en daarbij leugen, onoprechtheid, bedrog af te wijzen...
Men hoeft niet bang te zijn om zijn hart te openen voor de waarheid, de rationaliteit, het verstand, omdat de waarheid nooit tegen God en het authentieke geloof kan zijn. Het gaat er dus om de waarheid te zoeken, te studeren, zich voor te bereiden, elkaar te ontmoeten in de waarheid en niet in de herhaling van schema’s.
Herzien en aangepast uittreksel van E. Grasso, Lo crucificaron por miedo a la verdad.
El itinerario de la Semana Santa, Centro de Estudios Redemptor hominis
(Cuadernos de Pastoral 30), San Lorenzo (Paraguay) 2013, 18-22.
_____________________
[1] Catechismus van de Katholieke Kerk, 601.
[2] Catechismus van de Katholieke Kerk, 571-572.
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
09/04/2022
