Afdrukken

 

Enkele theologisch-pastorale overwegingen

 

Het christendom, heel het christendom, is Jezus. In Hem omarmen hemel en aarde elkaar, in Hem vinden alle geschiedenissen van volken en individuen hun fundament, in Hem komen eeuwen en tijd tot volheid en worden zijIl sentire musicale shutterstock 318121565 samengevat, omdat Hij altijd dezelfde is, gisteren en vandaag. Hij is begin en einde, Hij is de alfa en de omega.

Niets van alles wat werkelijk menselijk is, is Hem vreemd. Het is onmogelijk Hem te ontmoeten in de diepte van zijn goddelijk zijn zonder al het menselijke, dat Hem toebehoort, te omarmen en lief te hebben.

Jezus gaat altijd iedere uitdrukking van ons te boven, iedere poging van ons om Hem te kunnen definiëren en te vervatten in onze formuleringen, in onze woorden. De Heilige Schrift zelf, bevoorrecht getuigenis van het vleesgeworden Woord, stijgt altijd boven elke poging van ons van uitputtend begrijpen uit. Ook de act van de gelovige blijft, zoals de heilige Thomas ons op magistrale wijze leert, niet steken bij een uiting, maar is op de werkelijkheid gericht: “Immers, wij vormen alleen maar uitingen om kennis te hebben van de dingen, hetzij in de wetenschap, hetzij in het geloof”[1].

De uiting is derhalve de historische mogelijkheid die ons wordt geboden overeenkomstig de ontologisch-intellectuele gesteldheid van de mens om de werkelijkheid te kennen. Maar de uiting wordt een idool, als het de dynamiek van de mens naar “het zien dat niet de vorm zal hebben van een uiting, maar een eenvoudige act zal zijn van het verstand”[2] stilzet en in zichzelf opsluit.

Daarom zal geen enkel hulpmiddel van de menselijke geest, geen enkele methode, geen enkele wetenschappelijke werkwijze ooit voldoende zijn om “de muziek die geschreven staat in de stille bladzijden van de heilige Boeken” te laten “weerklinken”[3].

De ontoereikendheid van de taal van de begrippen

Er is een woord, er is een stilte, er is een muziek. Geen van de drie manieren van uitdrukken slaagt er alleen in om de diepte te vatten van het vleesgeworden Woord. En evenmin, als ze alle drie harmonisch met elkaar zijn verbonden. De goddelijke openbaring, die aan de Kerk is gegeven, is zeker geen geloofsgoed dat doorgegeven kan worden als een puur abstracte en begripsmatige theologische kennis. De taal van de mens is veel en veel rijker. Zij is ook muziek, stilte, zang,Il sentire musicale shutterstock 144685856 gebaar, dans. De taal van de begrippen is op zichzelf niet voldoende om over God te spreken en is het nog minder om God te laten spreken. Niet in de taal van de begrippen, maar in een taal die meer direct symbolisch is, kan met grotere doeltreffendheid over God worden gesproken. In een taal van begrippen sluit de ziel zich gemakkelijk aan bij de ideeën zonder boven deze uit te stijgen om God te bereiken. Het religieuze leven is geen irrationeel leven, maar een geloofsact die alleen God kan bereiken. Het veronderstelt de rede, maar overstijgt deze ook. God is God en verplicht ertoe voortdurend uit te stijgen boven alles wat de mens kan denken en voelen. Als de mens niet geheel boven zichzelf uitstijgt, sluit hij zich niet bij God aan, sluit hij zich bij een begrip van zichzelf aan, aan een gevoel van zichzelf[4].

Dit betoog wordt fundamenteel bij de ontmoeting met de volken van Afrika. Het is immers onmogelijk Afrika te ontmoeten en zich te voegen in een proces van inculturatie van het evangelie zonder de aangeboren werkelijkheid van het muzikaal gevoel van de Afrikaanse mens onder ogen te zien[5].

Redenen van het hart en kritisch denken

Ik geloof niet dat het noodzakelijk is zich de visie van Léopold Sédar Senghor eigen te maken, die in de laatste jaren van de koloniale periode opgang heeft gemaakt en bekend is geworden onder de naam négritude, om ons bij het benaderen van de volken van Afrika te bevrijden van een overwegend technische en op doeltreffendheid gerichte mentaliteit,Il sentire musicale shutterstock 1395700037 waardoor men ook het dichterlijk, muzikaal en symbolisch leven heeft laten vallen onder een consumistisch, productief en utilitaristisch geheel.

De visie van Senghor, samengevat in de beroemde paradoxen: “De emotie is des negers, zoals de rede Helleens is”[6]; “de rede van de blanke is analytisch door gebruik, de rede van een neger intuïtief door deelname”[7]; “de Europeaan erkent graag de wereld door de reproductie van het object...; de Afrikaanse neger leert deze graag op levendige wijze kennen door beeld en ritme. In de Europeaan leiden de draden van de zintuigen naar hart en hoofd; in de Afrikaanse neger, naar hart en buik, naar de wortel zelf van het leven”[8], plaatst op een te rigide wijze tegenover het Cartesiaanse cogito ergo sum (ik denk, dus ik ben) van de mens in het Westen, het “ik voel de Ander, ik dans de Ander, dus ik ben”[9].

Het lijkt ons dat het cogito als het de ander dansen; de emotie als de rede; het hoofd als de buik dimensies van de mens als mens zijn en onderling niet kunnen worden gescheiden. De esprit de finesse als de esprit de géométrie, de redenen van het hart als kritisch denken kunnen geen voorrecht van een ras of een volk zijn. Het lijkt ons dat men in deze zin de kritiek van verschillende kanten en in verschillende tijden op de négritude moet delen en ontwikkelen[10].

Op een meer evangelisch vlak maakt de herontdekking van het gezang, de poëzie, de muziek, de dans, de niet functionele en productieve tijd, de stilte, de contemplatie, het zonder waarom ons een niet doelgericht en vooruitbepaald luisteren naar het Woord mogelijk, een innerlijke bereidheid om ons te laten grijpen door het goddelijk spel, waarbij, en dat is het wezenlijke en de voorafgaande voorwaarde van iedere evangelisch-kerkelijke activiteit, Jezus de dirigent van Il sentire musicale 17092138 123RFhet orkest is, de Meester van het koor, Hij die de dans leidt.

Het verlies van dit verliefd en contemplatief gevoel brengt ons in overeenstemming met het verwijt van Judas aan Magdalena van Bethanië[11] en brengt ons onmiddellijk tot een kritische en afwijzende benadering van de volken van Afrika, waar het symbolisch-mystiek, fysiek-schenkend element meer, alhoewel niet uitsluitend en alleen, wordt benadrukt. Ieder proces van inculturatie van het evangelie te midden van de volken van Afrika veronderstelt immers een diepgaande bekering en een vermogen tot diepgaand luisteren naar het gevoel van de donkere Afrikanen. Inculturatie is immers niet een eenvoudig transponeren of vertalen van onze, reeds gevestigde uitdrukkingsvormen, maar vereist een proces van ontmoeting op een diep niveau van dood en verrijzenis.

De grote meerderheid van de Afrikaanse talen beneden de Sahel zijn muzikale talen, talen die met een variëteit aan tonaliteit worden gesproken. Deze tonaliteiten, die samengaan met de eerste danspassen, reeds in de buik van de moeder gezet, vormen een cultureel substraat, een ethos, waarvan men absoluut niet kan afzien bij de ontmoeting met de Ander[12].

Emilio Grasso

(Wordt vervolgd)

 

 

_______________________

[1] S. Thomas, Summa Theologiae, II-II, q. 1, a. 2, ad 2; vgl. M.- D. Chenu, Contribution à l’histoire du traité de la foi. Commentaire historique de II-II q. 1, a. 2, in Mélanges thomistes, Le Saulchoir (Bibliothèque Thomiste 3), Kain 1923, 123-140.

[2] S. Thomas, Summa Theologiae, II-II, q. 1, a. 2, ad 3.

[3] L. Massignon, L’expérience mystique et les modes de stylisation littéraire, in “Le Roseau d’or” nr. 20 (1927). Geciteerd in H. De Lubac, Storia e Spirito. La comprensione della Scrittura secondo Origene, Paoline, Roma 1971, 468.

[4] Vgl. E. Grasso, Fondamenti di una spiritualità missionaria. Secondo le opere di Don Divo Barsotti, Università Gregoriana Editrice (Documenta Missionalia 20), Roma 1986, 242.

[5] Over dit thema vgl. J.M. Bodo, La musique, instrument privilégié de la liturgie pour la seconde évangélisation du Cameroun, ARM, Paris 1992. Daar is een uitgebreide bibliografie te vinden over betreffend thema.

[6] L.S. Senghor, Ce que l’homme noir apporte, in L.S. Senghor, Liberté, I. Négritude et Humanisme, Éditions du Seuil, Paris 1964, 24.

[7] L.S. Senghor, L’esthétique négro-africaine, in “Diogène” nr. 16 (1956), 44.

[8] L.S. Senghor, L’esthétique négro-africaine..., 51.

[9] L.S. Senghor, Éléments constitutifs d’une Civilisation d’Inspiration négro-africaine, in L.S. Senghor, Liberté, I. Négritude..., 259.

[10] Vgl. F. Eboussi Boulaga, La crise du Muntu. Authenticité africaine et philosophie. Essai, Présence Africaine, Paris 1977; vgl. M. Towa, Léopold Sédar Senghor: négrititude ou servitude?, Éditions Clé, Yaoundé 1971; vgl. R. Depestre, Bonjour et adieu à la négritude, Robert Laffont, Paris 1980; vgl. A.J. Smet, Philosophie Africaine. Textes Choisis I-II, Presses Universitaires du Zaïre, Kinshasa 1975.

[11] Vgl. E. Grasso, “Contemplativo in azione” (RM 91). Maria Maddalena, figura della Chiesa in missione, in E. Grasso, Il Vangelo sulle strade dell’uomo. Ripensare la missione dal Sud al Nord del mondo, Editrice Missionaria Italiana, Bologna 1992, 49-63; vgl. ook op deze website

[12] Vgl. C. Duvelle, Musicales (traditions). Musique d’Afrique noire, in Encyclopædia Universalis, XV, Paris 1990, 940-945.

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

14/11/2023

 

Categorie: Artikelen