Benedetta Bianchi Porro
Om de ervaring te leren kennen van Benedetta Bianchi Porro hebben wij ons tot nu toe bij de hand laten nemen door haarzelf.
Ook de getuigenissen die ons de figuur van Benedetta opnieuw voor ogen stellen, zijn talrijk; de meest indrukwekkende, in het bijzonder die van haar moeder en haar vrienden, gaan vooral terug naar de laatste maanden van haar leven, waarin zij een ware verandering onderging. Christus leefde intussen in haar: in Benedetta werd dat pure transparantie van Hem.
![]()
“Door haar heb ik het beeld van de gekruisigde Christus gezien…”
Zoals haar dagboek voortdurend getuigt, hield Benedetta vanaf haar jeugd van het leven in al zijn verschijningsvormen, in het bijzonder de natuur. Het licht en de warmte van de zon troosten haar ook gedurende haar ziekte.
De laatste verandering van Benedetta wordt met haar laatste offer verwezenlijkt: zij verliest ook het zicht ten gevolge van een operatie aan haar hoofd. Zij is zo geheel beroofd van alles waaraan zij het meest gehecht was: van de schoonheid van de schepping, het lezen van boeken, die haar ziel roerden, en vooral de gezichten van de mensen van wie zij hield...
Veertien dagen voor betreffende operatie had Benedetta (die al doof was), bewust van het risico dat zij liep, de leden van haar familie het handalfabet leren gebruiken: haar dierbaren zullen immers met haar kunnen blijven communiceren alleen maar door vingers op een hand te drukken.
Maria Grazia, de vriendin van Benedetta die haar samen met haar moeder in het ziekenhuis bijstond, vertelt dat fysiek lijden samen met de angst voor een totale eenzaamheid voor Benedetta een ware kruisweg was, die haar deed uitroepen:
“Wat een moeite, mijn God, wat een moeite... Mijn kruis is zwaarder dan wat ik kan verdragen..., maar ik wil mij met vreugde, niet noodgedwongen geven!”[1].
Het verlies van het zicht, dat men, vanuit menselijk standpunt gezien, alleen maar zou kunnen beschouwen als een verdere nederlaag, wordt een overwinning dankzij het aanvaarden door Benedetta van Gods wil. Het is nog steeds haar vriendin Maria Grazia die vertelt over de diepe indruk die de woorden van dank van Benedetta maakten, omdat zij bij haar was gebleven in haar “hof van olijven”:
“Toen merkte ik onverwachts dat er iets was veranderd, daar zij blind was geworden. Er leek een grote vrede in haar te zijn binnengedrongen, alsof zij zich uiteindelijk volkomen bevrijd voelde van beklemming en angst. Het leek dat haar blindheid voor haar een staat van genade was, een weg naar vreugde en licht”[2].
Zoals de theoloog Divo Barsotti, die de geestelijke ervaring van Benedetta diepgaand onderzocht zei:
“De heiligheid houdt deze ingreep in die de mens aan zijn diepste wortels ontrukt en hem overbrengt naar een nieuwe wereld van zuiver licht. De mensen voelen dat die ziel geheel in liefde wordt gegeven, maar juist in deze volmaaktheid van liefde voelen zij ook dat zij niet meer toebehoort aan de wereld hierbeneden. De heiligheid is waarlijk de hoogste openbaring van God. De heilige is geheel in het bezit van de Christus: hij leeft niet meer en in hem leeft alleen de Christus”[3].
In deze zin is het getuigenis van haar moeder verbijsterend:
“Op een voor mij zeer drukke morgen tilde ik, moe en geïrriteerd, haar op en wierp haar op haar bed; zij viel zo neer, met open armen en haar hoofd lieflijk gebogen op een schouder: het ergerde mij nog meer dat ik haar zo lieflijk en beschikbaar zag en toen ik haar moest wassen, trok ik haar haar peignoir, vervolgens haar hemd weinig zachtzinnig uit. Onverwachts zag ik door haar de figuur van de gekruisigde Christus. Ik huilde en vroeg haar om vergiffenis. ‘Nee, nee – zei zij – ik ben het mama, die jou om vergiffenis moet vragen, omdat men ziet dat ik jou deze dingen niet goed genoeg kan vragen’”[4].
De figuur en de getuigenissen van Elsa, de moeder van Benedetta, die tot aan het einde naast haar is gebleven, zijn opmerkelijk.
Moeder Elsa, gedefinieerd als “een moeder die een engelachtige dochter waardig was”, schreef zuster Alberta (onderwijzeres van Benedetta op de lagere school):
“Zij is sereen in de Heer. Zij leeft, biddend, zingend en brieven aan haar vrienden dicterend; zij leeft op een meer engelachtige dan menselijke wijze. ... Zij heeft een verbijsterende en stichtende gehoorzaamheid. Zij is sterk, lief, zeker. ... Ik ben niet meer bedroefd om de gezondheidstoestand van mijn dochter, maar ik kijk nederig, sereen naar haar, zoals men naar de heiligen in de Kerk kijkt”[5].
Ook haar moeder werd dus veranderd en stelde zich ten dienste van de zending van het lijden van Benedetta door zich tot een nieuw leven geboren te laten worden, zoals zij overigens zal toegeven:
“Toen Benedetta stierf, leek het dat ik wees geworden was. Ik was de dochter die haar moeder had verloren, omdat zij onze gids was geweest”[6].
Haar vader, die eerst het lijden van zijn dochter niet aanvaardde, heeft na haar dood op sobere en plechtige toon getuigd dat Benedetta hem de universele broederschap en de liefde tot de naaste heeft geleerd door middel van haar aandacht voor allen en dat men in haar verwoeste lichaam de aanwezigheid van God gewaar werd[7].
Ook de broers en de zussen van Benedetta herinneren zich van haar vooral haar grote liefde voor het leven en uitmuntende menselijkheid ondanks haar verschrikkelijk lijden. Gabriele en Corrado bevestigen, evenals Emanuela en Carmen, dat het lijden niet de meest evidente werkelijkheid in haar was, maar veeleer een geheime, rustige, zekere vreugde die hun vertrouwen in het leven gaf.
Ten opzichte van de onvermijdelijke vragen die met verdriet en tederheid in hun hart opkwamen, leerde Benedetta haar jongere broers en zussen altijd verder te kijken, de grens van het eigen begrip te aanvaarden en voor alles te danken.
Het is de erfenis van een ervaring die de familie deelt met allen, in zoverre zij zich ervan bewust is dat Benedetta intussen niet meer van hen is, maar toebehoort aan heel de Kerk.
De sites van de Vereniging van Benedetta laten de rol zien van het getuigenis van haar heiligheid, die heel de familie nederig, maar zeker op zich heeft genomen. Iedereen heeft van Benedetta een onderricht bewaard dat in praktijk gebracht moet worden.
Corrado, een van de broers van Benedetta, heeft tijdens de presentatie van het boek dat hij over haar heeft geschreven, gezegd:
“Ik heb mij afgevraagd wat het charisma van heiligheid van Benedetta is, het charisma dat God in Benedetta heeft laten zien. Charisma komt van het Griekse caris, helderheid, vrolijkheid, vreugde. Wat is die vreugde die ons de heiligheid van God in Benedetta geeft? Vóór alles te naderen tot de diepe zin van het leven, omdat wij ten opzichte van de geschiedenis van Benedetta niet anders kunnen dan ons af te vragen wat het leven is, welke betekenis onze vreugden, evenals ons lijden, kunnen hebben. Want de heiligheid van God zegt ons dat God de wereld liefheeft, de wereld bemint, dat de wereld niet iets is dat tegengesteld is aan God. God heeft haar geschapen en heeft ons geschapen. Ik geloof dat nog een charisma van de heiligheid die God in Benedetta toont, het gaan is naar de essentie van de christelijke boodschap, die van de dood en de verrijzenis van Jezus, dat wil zeggen te weten dat er alleen door het kruis het hoogtepunt is van de liefde, de vrijheid, omdat het zo voor ons is geweest. Ik, Carmen, Emanuela, wij waren vrij om overal heen te gaan, te spelen, ongehoorzaam te zijn, maar er was geen grotere vrijheid dan in die kamer, waar een zus was die gekruisigd was en die van ons hield. Er was geen grotere liefde dan daar. Er is een tekening van een middeleeuwse schilder in een kerk van Ferrara waar hij ons de zin van het kruis laat zien: het is Jezus die met een ladder het kruis op gaat. Ik geloof dat dat een geweldig onderricht is, omdat het zo ook voor Benedetta is geweest, het kruis niet als lijden, maar als teken van vrijheid, hartstocht, liefde, vriendschap, Kerk, begin van de Kerk. Ik wil afsluiten met een laatste gedachte: deze wereld blijft op alle mogelijke manieren zoeken en vindt niet, zij heeft moeite om te vinden. De geschiedenis van Benedetta leert ons het tegenovergestelde, dat God zich laat vinden, ons vindt en door ons te vinden ons de moed geeft om Hem nog steeds te vinden, dat is de zin van het kruis, de vreugde, de vriendschap, die wij in deze zus van ons hebben gevonden”[8].
De totale armoede van Benedetta heeft de tussenkomst van God mogelijk gemaakt, die definitief volledig bezit van haar heeft genomen. En haar vrienden ervaren intussen verering ten opzichte van haar; min of meer bewust zoeken zij deze Tegenwoordigheid van God in haar.
Men zou de verhalen van haar vrienden, de raad en de geestelijke helderziendheid kunnen vermenigvuldigen die Benedetta hun rijkelijk door middel van haar correspondentie en ontmoetingen had geschonken. Zij beleefde deze gelegenheden als een ware zending die de Heer haar had toevertrouwd. Benedetta was dus en toonde zich nooit teruggetrokken in zichzelf en haar lijden, maar zij bleef altijd vol aandacht voor het lijden van anderen om te troosten, te bemoedigen, te verbeteren en over hen te spreken met de Heer.
Zij hechtte zich dus niet aan vriendschappen; deze waren niet het zoeken naar ijdele troost, maar zij bad voor haar vrienden
dat zij de Heer konden vinden, zoals zij Hem had gevonden. Zij straalde God en het heilzame mysterie van het kruis van Christus uit; zij was voor de jongeren die haar bezochten, “een ontmoeting met God zelf door middel van haar. Haar aanwezigheid was een sacrament van God”[9].
De Kerk blijft geboren worden uit het Lichaam van Christus, die sterft en nog steeds verrijst in Benedetta. De gemeenschap van haar eerste vrienden en Benedetta zijn onafscheidelijk[10].
Het leven van de vriendinnen van het eerste uur werd getekend door Benedetta en liet hen een groot getuigenis over haar afleggen. Nicoletta, haar vriendin en geestelijke moeder, schreef op het einde aan haar als volgt:
“Ik heb je lief ook om de helderheid waarmee jij Christus aan het kruis laat zien als enige zin van het leven, zonder preken, maar door wat je bent, wat je gegeven is te zijn. Al de anderen zijn, als we goed opletten, ook een teken van God, maar niemand op een zo wezenlijke, zo harde, zo eenvoudige en zo lieflijke wijze als jij. God heeft je een zo groot aandeel gegeven in de boodschap van het kruis...”[11].
Ook Maria Grazia schreef haar als volgt:
“Jij bent voor mij de weg geweest; jij hebt voor mij getuigenis afgelegd van Hem. Ik heb hen die mij over Hem spraken, geen geloof gehecht. Maar ik kan niet anders dan aan jou die zo hebt geleden en lijdt met Hem, geloven. Jij hebt gewonnen. ... Dat was alleen wat ik je wilde zeggen: de Heer kon je geen mooier, rijker leven geven. Jij bent belangrijk voor mij; jij bent het mooiste en het dierbaarste dat ik heb. Jij bent het gezicht zelf van de hoop. Ik heb je zo lief: jij bent ieder uur naast mij, omdat ik niet meer van jou kan scheiden. Ik draag je in mij als een vlam en als een teken. Moge de almachtige God je de vreugde geven. ... Ik zou iets voor Jou willen doen, van jou getuigen”[12].
_____________________
[1] D.M. Turoldo, Profilo spirituale..., in Scritti completi, 52.
[2] D.M. Turoldo, Profilo spirituale..., 54.
[3] D. Barsotti, Il cammino verso la luce..., 14.
[4] D. Barsotti, Il cammino verso la luce..., 14.
[5] Vgl. Sunto cronologico-biografico di Benedetta Bianchi Porro, in Scritti completi, 729-730.
[6] Vgl. Het interview met de moeder, op www.beatabenedetta.org/alla-scoperta-di-benedetta-bianchi-porro
[7] Vgl. D. Barsotti, Il cammino verso la luce..., 19.
[8] Vgl. C. Bianchi Porro, Intervento ad una tavola rotonda di presentazione del suo libro: C. Bianchi Porro, Ero di sentinella. La lettera di Benedetta nascosta in un libro, San Paolo, Cinisello Balsamo (MI) 2002, op www.meetingrimini.org/wp-content/uploads/docs/eventi/1737_3.pdf
[9] D. Barsotti, Il cammino verso la luce..., 20. Veel jongeren die Benedetta bezochten, maakten deel uit van de katholieke beweging “Gioventù Studentesca” (GS), gesticht door don Luigi Giussani in Milaan in 1954.
[10] Vgl. E. Ghini, Il miracolo della fede nella vita di Benedetta, 1980, 5, op www.beatabenedetta.org/wp-content/uploads/2022/02/Emanuela-Ghini-1980. pdf
[11] Nicoletta Padovani a Benedetta (14 agosto 1962), in Scritti completi, 567-568.
[12] Maria Grazia Bolzoni a Benedetta (9 ottobre 1962), in Scritti completi, 570-571.
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
22/03/2026
