Benedetta Bianchi Porro

 Deel vier

Het lijden is altijd een beproeving waaraan de mensheid onderworpen is. Benedetta heeft deze harde beproeving gekend; maar door het met liefde te beleven en te verenigen met het lijden van Christus werd zij “bijzonder ontvankelijk en opende zij zich voor de werking van de heilzame krachten van God die de mensheid in Christus aangeboden worden”[1]. In het bed van haar lijden, in haar zwakheid ontving zij deze evangelische paradox van de kracht van het kruis en droeg deze over en werd zij de missionaris hiervan.

 

Separador de poemas

 

“Ik wil tegen de lijdenden graag zeggen...”

Het traject van het in liefde beleefde lijden van Benedetta wordt een voorbeeld voor allen. Zij deelt met hen de troost die zij van de Heer heeft gekregen.

“Ik wil tegen de lijdenden, de zieken graag zeggen dat, als wij nederig en volgzaam zullen zijn, de Heer aan ons grote dingen zal doen”[2].

Talrijk zijn haar brieven die gericht zijn aan personen die lijden, zoals die aan Natalino, die wij reeds in zijn geheel aan het begin van ons traject hebben gepubliceerd.

Benedetta onderhield ook een correspondentie met Umberto, een zieke vriend die dankzij haar het geloof terugvond. Benedetta had hem geschreven:

“Ook ik heb zoveel pijn, onrust doorgemaakt en in de strijd zocht ik Hem, Hem alleen: altijd al ... En Hij is gekomen, Hij heeft mij getroost, Hij heeft mij gestreeld op de ogenblikken van de ergste angst en pijn, juist wanneer het mij scheen dat alles ingestort was: gezondheid, studie, dromen, werk[3].

“Hoe zou ik graag willen dat u, Umberto, een beetje van de vrede die ik bezit, zou vinden. Maakt u geen zorgen... Zoek God niet ver, omdat Hij dicht bij u is die met u lijdt”[4].

Benedetta is zich intussen duidelijk bewust van haar zending: zichzelf vergeten om de pijn van anderen te delen[5].

Zij bidt onophoudelijk voor deze personen: voor Natalino, voor Umberto, ook voor Luciana, een jonge vrouw die zij in het ziekenhuis heeft leren kennen in een toestand van terminale kanker. Van deze twee laatste personen zal Benedetta het voorgevoel hebben van de dag van hun vertrek naar de hemel...

En zij schrijft onvermoeibaar; de liefde drijft haar ertoe om al de tijd uit te buiten die haar gegeven is. Heel haar correspondentie getuigt van een waar missionair elan, een elan dat beleefd wordt in trouw aan de genade en in de verwezenlijking van het evangelisch ideaal tot het hoogste martelaarschap voor het welzijn van de zielen.

Het is een zending, die van Benedetta, beleefd om uitgestraald te worden, die ons herinnert aan de ervaring van de heilige Theresia van het Kind Jezus, beschermster van de missies. Benedetta herinnert ons, evenals de kleine Theresia, eraan dat de Liefde, de innerlijkheid, de contemplatie de ware bron zijn van missionaire activiteit.

De zending van Benedetta, die ervan had gedroomd arts en vervolgens missiezuster  te worden, zal volgens Gods plan een andere zijn: het zal de zending zijn om aan de voet van het kruis te staan en haar leven te modelleren naar dat van de Maagd die in het lijden naast haar Zoon bleef staan[6].

Ook erkende Benedetta dat zij zwak was, zij is vol dankbaarheid voor deze plaats die haar is toegewezen, en de genade die haar telkens opbeurt, een feit dat zij aan haar vriendin beschrijft als een ware mystieke ervaring:

“Het overkomt mij dat ik soms terneergeslagen ben, op de weg, onder het gewicht van een drukkend kruis. Dan roep ik Hem aan Zijn voeten met liefde, en Hij doet mijn hoofd zacht rusten in Zijn schoot. Begrijp je, Maria Grazia, ken jij de zoetheid van die ogenblikken?”[7].

In het geloof staat het paradijs waarlijk open voor Benedetta en voor ieder van ons: dat is haar levensonderricht.

En in een tijd dat evangelisatie vaak wordt teruggebracht tot een veelvoud van werken en activiteiten en daarbij het feit uit het oog wordt verloren dat de mensen vóór alles dorsten naar God[8], brengt Benedetta ons in haar totale armoede terug tot de voet van het kruis, tot de kern van de evangelisatie. Benedetta is er een welsprekend teken van:

“In haar dood beleeft zij het mysterie van de verrijzenis, de pure aanwezigheid van de Liefde buiten ieder teken. In werkelijkheid is juist zijzelf het teken. Het goddelijk leven drong in haar binnen en in het verval van de kwaal verscheen zij als veranderd, juist toen zij niets meer had om te geven, kon zij God aan de mensen geven”[9].

“Ik zal vertrekken en jij zult in Sirmione blijven...”

Haar vriendinnen, oude studiegenoten van de universiteit, en getuigen van de hardnekkigheid waarmee Benedetta eens met haar studie geneeskunde was verder gegaan, zullen de personen zijn die het meest worden geraakt door haar verandering; haar totale vertrouwen in de Heer, haar vermogen om te overwinnen en ook ten slotte te glimlachen om de plannen met haar leven als dat om arts te worden, stellen diepgaande vragen aan hen.

Verder zal Nicoletta Benedetta helpen, niet alleen in de collegebanken van de Faculteit Geneeskunde, maar ook “op de andere Universiteit, de ware, die van God”[10]. In de dialoog met haar en in de onderscheiding stelt Nicoletta dat God alle schema’s doorbreekt, ook hun meest verheven idealen. God heeft immers hen geleid langs verschillende wegen om te begrijpen dat het kruis de weg is die gevolgd moet worden, dat voor de mensen het wezenlijke is niet zich te laten behandelen, maar in Jezus Christus de verklaring en de zin te vinden van hun leven en hun lijden[11].

Nicoletta heeft besloten missiezuster te worden, onmiddellijk nadat zij haar studie geneeskunde had beëindigd, en zij legt haar keuze aan Benedetta als volgt uit:

“Het is mooi dat, als ik zal vertrekken en jij in Sirmione zult blijven, het precies hetzelfde zal zijn als dat wij samen weg zijn gegaan”. Want Hem gaan verkondigen wil eenvoudigweg zeggen zich minuut voor minuut aan Hem aanbieden, opdat zijn Rijk komt. De wijze waarop bepaalt Hij overeenkomstig de omstandigheden. ... Wat ons verbindt, is dus niet hetzelfde te doen of wat wij van plan waren om te doen, te verwezenlijken, maar ons uit liefde minuut voor minuut aan Hem aan te bieden, zonder dat wij beslissen waarheen Hij ons zal willen brengen”[12].

Benedetta zal haar haar immense vreugde om deze keuze tot uitdrukking brengen en tegen haar bevestigen:

“Zeker zullen wij overal waar jij heen gaat, altijd elkaar nabij zijn (nu weet ik dat), wij zouden nooit elkaar meer nabij zijn, als Christus onze gids zal zijn”[13].

Dankzij Nicoletta en ook haar vrienden had Benedetta intussen goed begrepen dat de ontmoeting met de Levende God bepalend voor ieder en de geschiedenis van de wereld was[14].

Het lijden van Benedetta wordt in vereniging met dat van Christus ook vruchtbaar voor andere jonge vrienden die op hun beurt hun werk zullen verenigen met haar dagelijks aanbod. Dit is bijvoorbeeld het geval met Piero Corti, een jongere die Benedetta op de Faculteit Geneeskunde had leren kennen en die missionaris zal worden[15]. Benedetta zal hem heel haar erkentelijkheid tot uitdrukking brengen voor zijn beslissing om ook door haar arts in de missie te worden[16].

Voordat zij sterft, zullen Benedetta’s gedachten ook uitgaan naar jonge vrienden die zich voorbereiden op hun vertrek naar Brazilië: “Ik vertrek met hen...”[17].

Zij “begeleidt” de zending van haar vrienden en ook wij kunnen bevestigen dat “Benedetta ‘met ons meegaat’ naar dat Vaderland waar God alles in allen zal zijn”[18].

De zending van de vriendschap van Benedetta, de liefde, begrepen en beleefd als het feit dat “de een in de ander woont”[19], zal zich tot aan de uiteinde van de wereld verbreiden en gemeenschap van de heiligen worden.

“Laten wij Hem niet weinig, maar alles geven”

Benedetta laat ons een boodschap van vreugde na die van het kruis komt, een boodschap van liefde voor het leven en van de volheid van een leven dat uit liefde wordt gegeven.

Haar getuigenis is een meesterwerk van God, dat ons betovert door zijn schoonheid, maar dat wij niet alleen maar mogen bewonderen, zoals zijzelf had onderstreept.

Benedetta kan immers in ons allen een heilzame schaamte opwekken; zij vraagt ons stil en zachtmoedig om haar voorbeeld te volgen, ons te bekeren, onszelf weer ten diepste ter discussie te stellen om iedere gebeurtenis van het leven, ziekte en ook de dood te kunnen ontvangen als een gelegenheid om lief te hebben, om zich met vreugde te geven. Zij vraagt ons om tot het uiterste lief te hebben, wat de beproeving ook is waaraan wij onderworpen kunnen worden.

Alvorens te sterven had Benedetta haar moeder herinnerd aan een legende die haar diep had getroffen: die van de bedelaar en de koning van Rabindranath Tagore, zeggend dat die zeer belangrijk was...[20].

Ook wij willen dus deze legende in herinnering brengen bij de afsluiting van ons traject met Benedetta (zie kader).

Door deze legende heeft Benedetta ons het geheim willen aanreiken van haar vreugde die de vreugde is geweest van alles te geven in haar relatie van liefde met de Heer, haar Koning.

Zoals zij in de laatste week van haar leven had gezegd, zegt Benedetta ons vandaag nog: “Laten wij Hem niet weinig, maar alles geven”[21].

Antonietta Cipollini

 

  

 

De bedelaar en de koning

 

Ik was van deur tot deur gaan bedelen langs het pad van het dorp, toen in de verte uw gouden koets als een wonderbaar teken verscheen: ik vroeg mij af: wie zal deze Koning van al de Koningen zijn?

Mijn hoop groeide en ik dacht dat er aan mijn droevige dagen een einde zou komen, ik bleef staan wachten tot mij een aalmoes werd gegeven zonder dat ik erom vroeg, en dat de rijkdommen overal in het stof uitgespreid werden.

De koets bleef naast mij staan. Uw blik viel op mij en uw stapte uit met een glimlach. Ik voelde dat uiteindelijk het hoogtepunt in mijn leven was gekomen. Maar u stak opeens uw rechterhand uit en zei: “Wat heb jij mij te geven?”.

Ach! Wat een koninklijk gebaar was dat uw handpalm uit te strekken om een arme te vragen! Verward en aarzelend haalde ik uit mijn bedelzak langzaam een graankorrel te voorschijn en gaf die aan u.

Maar wat was niet mijn verrassing, toen ik op het einde van de dag mijn bedelzaak op de grond leegmaakte en in het schamele hoopje een gouden zaadkorrel vond!

Ik weende bitter dat ik niet de moed had gehad om u alles te geven wat ik bezat.

Rabindranath Tagore
(Indische schrijver: 1861-1941)

 

 

____________________

[1] Johannes Paulus II, Apostolische brief over de christelijke zin van het menselijk leven Salvifici doloris, 23.

[2] D. Barsotti, Il cammino verso la luce.... 15.

[3] B. Bianchi Porro, A Umberto Merlo (24 luglio 1963), in Scritti completi, 628.

[4] B. Bianchi Porro, A Umberto Merlo (24 luglio 1963)..., 629.

[5] Vgl. B. Bianchi Porro, A Maria Grazia Bolzoni (19 settembre 1963), in Scritti completi, 647.

[6] Vgl. B. Bianchi Porro, A Maria Grazia Bolzoni (18 maggio 1963), in Scritti completi, 600.

[7] B. Bianchi Porro, A Maria Grazia Bolzoni (16 ottobre 1963), in Scritti completi, 656.

[8] Vgl. Paus Franciscus, Apostolische exhortatie over de verkondiging van het evangelie in de wereld van vandaag Evangelii gaudium, 200.

[9] D. Barsotti, Il cammino verso la luce.... 22.

[10] B. Bianchi Porro, A Nicoletta Padovani (28 agosto1963), in Scritti completi, 640.

[11] Vgl. Nicoletta Padovani a Benedetta (2 dicembre 1960), in Scritti completi, 532.

[12] Nicoletta Padovani a Benedetta (2 dicembre 1960) ..., 532-533.

[13] B. Bianchi Porro, A Nicoletta Padovani (10 agosto 1960), in Scritti completi, 536.

[14] Vgl. G. Biffi, Approccio teologico al mistero di Benedetta Bianchi Porro, Edizioni Amici di Benedetta, Cesena 1988, 14-15.

[15] Vgl. M. Arsenault, Un sogno per la vita. Lucille e Piero Corti, una coppia di medici in prima linea, Paoline, Milano 1999.

[16] Vgl. B. Bianchi Porro, A Piero Corti (20 maggio 1961), in Scritti completi, 553.

[17] D.M. Turoldo, Profilo spirituale..., 64.

[18] D. Orsuto, Prefazione, in Scritti completi, 9.

[19] B. Bianchi Porro, Pensieri (12 maggio 1962), in Scritti completi, 423.

[20] Vgl. D.M. Turoldo, Profilo spirituale..., 66. Deze episode is ingevoegd in de beknopte chronologie, die is hernomen door het zaligverklaringsproces, vgl. Sunto cronologico-biografico di Benedetta Bianchi Porro, in Scritti Completi, 732.

[21] D.M. Turoldo, Profilo spirituale..., 63.

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

  

29/03/2026