ZEVENTIENDE ZONDAG DOOR HET JAAR

 + Evangelie volgens Matteüs 13, 44-52

Hij ging alles verkopen wat hij bezat en kocht die akker

   Cuore mite e umile

         

In die tijd zei Jezus tot de menigte: “Het Rijk der hemelen gelijkt op een schat, verborgen in een akker. Toen iemand hem vond, verborg hij hem weer, en in zijn blijdschap ging hij alles te gelde maken wat hij bezat en kocht die akker.

Ook gelijkt het Rijk der hemelen op een koopman, op zoek naar mooie parels. Toen hij een parel van grote waarde had gevonden, ging hij alles verkopen wat hij bezat en kocht haar.

Ook gelijkt het Rijk der hemelen op een sleepnet dat in de zee geworpen, vissen van allerlei soort bijeenbracht. Toen het vol was trok men het op het strand; men zette zich neer om de goede vissen uit te zoeken en in manden te doen, de slechte echter werden weggeworpen.

Zo zal het ook gaan op het einde van de wereld: de engelen zullen uittrekken om de slechten tussen de rechtvaardigen uit te zoeken en in de vuuroven te werpen. Daar zal geween zijn en tandengeknars. Hebt gij dit alles begrepen?”. Zij antwoordden Hem: “Ja”.

Hij zij hun: “Daarom is iedere Schriftgeleerde die onderwezen is in het Rijk der hemelen gelijk aan een huisvader die uit zijn schat nieuw en oud te voorschijn haalt”.

                

Jezus’ parabelrede die zeven parabels groepeert in hoofdstuk 13 van het evangelie volgens Matteüs, besluit met de drie beelden van vandaag: de schat (Mat. 13, 44), de kostbare parel (Mat. 13, 45-46) en het sleepnet (Mat. 13, 47-48). Ik blijf staan bij de eerste twee die de beslissing benadrukken van de protagonisten om alles te verkopen zodat zij kunnen verkrijgen wat zij ontdekt hebben. In het eerste geval gaat het om een landbouwer die toevallig een verborgen schat ontdekt in het veld dat hij bewerkt. Het veld behoort hem niet toe, hij moet het kopen als hij de schat wil bezitten: hij beslist dus al zijn bezittingen te riskeren om deze werkelijk uitzonderlijke gelegenheid niet te missen. In het tweede geval zien we een handelaar in kostbare parels; een kenner en specialist, die een parel van grote waarde gevonden heeft. Ook hij beslist alles op die parel in te zetten en verkoopt al het overige.

Deze vergelijkingen belichten duidelijk twee kenmerken van het Rijk Gods: zoeken en opofferen. Het is waar dat het Rijk Gods aan iedereen aangeboden wordt, het is een gave, een geschenk, een genade. Maar het wordt niet aangeboden op een zilveren schotel, het vereist dynamiek: men dient op zoektocht te gaan, op weg te gaan, zich moeite te getroosten. Zoeken is de wezenlijke voorwaarde om te vinden; het hart moet branden van verlangen om het kostbare goed te bereiken, dat wil zeggen het Rijk Gods dat aanwezig is in de persoon van Jezus. Hij is de verborgen schat, Hij is de parel van grote waarde. Hij is de fundamentele ontdekking, die een doorslaggevende wending kan geven aan ons leven, door het zin te geven.

Ten overstaan van de onverwachte ontdekking, geven zowel de landbouwer als de handelaar zich rekenschap dat zij met een unieke gelegenheid te doen hebben die zij niet mogen laten voorbijgaan, daarom verkopen zij alles wat zij bezitten. De evaluatie van de onschatbare waarde van de schat leidt tot een beslissing die ook offer en onthechting impliceert. Wanneer de schat en de parel ontdekt worden, dat wil zeggen wanneer wij de Heer gevonden hebben, mogen we deze ontdekking niet vruchteloos laten, maar moeten we alle andere dingen daarvoor opofferen. Het gaat er niet om het overige te minachten, maar ondergeschikt te maken aan Jezus door Hem de eerste plaats te geven. De genade op de eerste plaats. Een leerling van Christus is niet iemand die zich van iets wezenlijks heeft ontdaan; het is iemand die veel meer gevonden heeft: hij heeft de volle vreugde gevonden die alleen de Heer kan geven. Het is de vreugde uit het evangelie van zieken die genezen, van zondaars die vergeven worden , van de moordenaar voor wie de deur van het paradijs opengaat.

De vreugde van het evangelie vervult het hart en heel het leven van wie Jezus ontmoet hebben. Wie zich door Hem laten redden, zijn bevrijd van zonde, droefheid, innerlijke leegte, isolement. Met Jezus Christus ontstaat vreugde en wordt zij steeds opnieuw geboren. Vandaag worden wij aangespoord om te kijken naar de vreugde van de landbouwer en de handelaar uit de parabels. Het is de vreugde van ieder van ons wanneer wij Jezus’ nabijheid en troostvolle aanwezigheid in ons leven ontdekken. Een aanwezigheid die het hart omvormt en ons openstelt voor de noden en de opvang van onze broeders, vooral van de zwaksten.

Bidden wij op voorspraak van de Maagd Maria dat ieder van ons in woord en daad, alle dagen zou kunnen getuigen van de vreugde omdat hij de schat van het Rijk Gods gevonden heeft, dat wil zeggen de liefde die de Vader ons door Jezus geeft.

(Paus Franciscus, Angelus, 30 juli 2017)