Enkele lijnen van een analyse van een groeiend maatschappelijk verschijnsel
In de moderne westerse maatschappijen hebben “slachtoffers” een steeds belangrijkere plaats gekregen. Er worden hun nieuwe rechten toegekend, zij staan in de media op de voorgrond en de publieke opinie vraagt steeds meer om een
erkenning en een begeleiding van hun lijden.
Dit is een interessant en steeds meer groeiend probleem, dat de Franse socioloog Guillaume Erner in een essay van hem met de titel La société des victimes[1] diepgaand en doorwrocht analyseert, waarbij hij uitgaat van de Franse situatie en de zorg laat zien voor de problemen en de risico’s die het zich verbreiden van deze werkelijkheid zou kunnen hebben voor de maatschappij en de bestuurbaarheid van een land.
Erner leidt zijn analyse in met te zeggen dat “de beste manier om een tijd te begrijpen is zich bezig te houden met de obsessies ervan. Onze tijd – zo beweert hij – wordt verduisterd door slachtoffers. Er was nooit zoveel aandacht besteed aan het lijden van een ander”[2].
Volgens de Franse socioloog zijn de laatste dertig jaar de slachtoffers op elk terrein doorgedrongen en maatstaf geworden voor politiek handelen, voor bijzondere juridische aandacht, voor informatie in de media, intellectuele reflectie die door medelijden wordt geïnspireerd. Slachtoffers van alle types en iedere soort hebben de overhand op de verschillende terreinen met één element dat voor hen allen geldt en van hen een nieuwe maatschappelijke categorie maakt: lijden, allerlei fysieke, psychologische, morele pijn.
Maar wie zijn die slachtoffers? Waarom heeft men het over hen als een maatschappelijke categorie?
Erner beweert dat er a priori niets is dat verschillende individuen met uiteenlopend en heterogeen lijden, met een diverse persoonlijke en ook onderling ver van elkaar staande geschiedenis ertoe predisponeert tot dezelfde groep te behoren. De verschillen daargelaten – zo benadrukt de schrijver – is het onze tijd die hen op eenzelfde wijze behandelt en daarbij een nieuwe maatschappelijke categorie en de zogenaamde maatschappij van slachtoffers tot leven brengt.
Naar een maatschappij van slachtoffers?
Al in 2005 publiceerde de Franse schrijver en filosoof Pascal Bruckner een artikel over het thema[3],waarin hij de tendens
van de moderne democratieën opmerkte om maatschappijen van slachtoffers te worden, niet omdat de moderne maatschappijen minder rechtvaardig zijn dan die in het verleden, maar eenvoudigweg omdat de verdraagzaamheid en het gevoel voor ongelijkheid veranderd zijn.
Bruckner lichtte toe dat tegenover de grote veranderingen van onze tijd, de verzwakking van de traditionele partijen, het einde van de arbeiderscultuur en haar integratievermogen, het groeiend vervagen tussen rechts en links, het einde van de droom van het overwinnen van het kapitalisme, zijn steeds talrijker voorkomende crises, het toenemen van de werkeloosheid, het uit elkaar vallen van het door de verzorgingsstaat opgebouwde net van garanties, het individu dat wordt bedreigd door oorlog en terrorisme, getroffen in zijn handelen, van onbevangenheid overgaat naar paniek.
Dit gevoel van angst is gelijktijdig met de groei van de macht van het recht als middel om de conflicten te regelen die profiteren van de crisis van het politieke systeem. Tegenover de bruutheid van het economisch systeem, vooral voor de “verliezers”, de kwetsbare klassen, die nieuwe bezorgde klassen zijn geworden, ontstaan al de voorwaarden die gunstig zijn voor het zich ontwikkelen van het gevoel van slachtofferschap.
Bovendien heeft er – zo beweert Bruckner – zich een belangrijke verandering voltrokken, ook op juridisch vlak, in de democratische landen waar men van een systeem van verantwoordelijkheid, gebaseerd op het aanwijzen van een schuldige, is overgegaan op een systeem van vergoeding dat op het risico is gericht, waar men de zorg begunstigt om hen die schade hebben geleden, schadeloos te stellen.
Het gevolg is dat de rechters zelf de keten van de getroffenen afgaan om er een te vinden die in staat is te betalen. Op deze wijze wordt de status van slachtoffer door de wetgever zelf bekleed met een bijzondere waardigheid.
Langzamerhand breekt een nieuwe zekerheid baan, – zo analyseert de Franse schrijver –, en dat is: “Als het mij slecht gaat, iemand de schuld ervan is”.
Steeds meer worden ook moreel lijden en emotionele last betrokken bij een juridische afweging. De industrie van de persoonlijke rechten tiert welig en ieder wordt woordvoerder van zijn eigen bijzonderheid; ook de kleinste minderheid eigent zich het recht toe de anderen te vervolgen.
De maatschappij toont een bijzondere belangstelling voor het verdriet van anderen en deze verandering van gevoel brengt de nieuwe maatschappelijke categorie van slachtoffers voort en bevestigt daarmee de omslag die in de maatschappij aan de gang is.
Het afwijzen van het lijden
In feite is het verschijnen van de maatschappelijke categorie van de slachtoffers, zo herneemt Erner ook in een artikel van hem[4], vóór alles een symptoom van de verandering in gevoel die heeft ingezet in de 18e eeuw met de komst van de
democratie, die gedeeltelijk is gebaseerd op de metabolisering van christelijke ideeën. In deze zin markeert de vorming van de groep van slachtoffers het begin van het afwijzen van het lijden, dat met de komst van de democratie onverdraaglijk en schandaleus is geworden. Dit feit dat banaal zou kunnen lijken – zo merkt Erner op –, getuigt in feite van de omslag in onze kijk op de mens en de maatschappij, omdat het afwijzen van het lijden de maatschappij organiseert ten behoeve van nieuwe waarden[5].
De categorie van slachtoffers, zo benadrukt de schrijver, is nauw verbonden met het idee en het gevoel van medelijden, een christelijk idee waar men, evenals bij zoveel andere, niet meer omheen kan in onze westerse maatschappijen. Hierin neemt het medelijden een belangrijke plaats in en de secularisatie van dit begrip is niet beperkt gebleven tot de persoonlijke en intieme sfeer, maar is ten diepste doorgedrongen in de maatschappij en heeft het daarbij veranderd en de nog niet bekende categorie van slachtoffers geschapen.
Daar, zo voegt Erner eraan toe, de categorieën of groepen als maatschappelijk verschijnsel worden geboren en sterven, zoals de menselijke wezens, heeft deze nieuwe categorie zich sinds een dertigtal jaren gevormd.
De geschiedenis is ook die van de overwonnenen geworden, zegt de Franse socioloog, en men gelooft niet meer aan de goede trouw van de overwinnaars. In een geseculariseerde wereld belichamen de slachtoffers de nieuwe vorm van het heilige. Anderzijds, zo gaat de schrijver verder, is het idee van slachtoffer niet nieuw in het Westen, gegeven het feit dat het christendom is gesticht rond de herinnering aan een slachtoffer dat aan het kruis is gestorven. Het begrip is vervolgens geseculariseerd. Als een slachtoffer gisteren de godsdienst diende, omdat het de schepping, als offer aangeboden, aanduidde, is het vandaag het slachtoffer zelf dat een godsdienst is geworden, met zijn riten, geloof, kerken[6].
Het verschijnsel lijkt voldoende belangrijk, beweert Erner, om individuen bijeen te brengen die weinig samen delen. Lijden, pijn is de enige band die een betaald iemand die door zijn hoofd van dienst wordt achtervolgd, een hemofiliepatiënt, besmet met het Aids-virus tengevolge van een bloedtransfusie, en verder nog een afstammeling van de slavenhandel of een iemand die werd gedeporteerd naar een concentratiekamp, samenbrengt[7].
Deze mannen en vrouwen worden inmiddels onvermijdelijk aangeduid als slachtoffer en meer nog dan hun lijden behoren
zij tot eenzelfde maatschappelijke categorie, omdat zij handelen in dienst van gemeenschappelijke logica’s.
In zijn analyse brengt Erner naar voren hoe zij vóór alles eenzelfde relatie hebben met de maatschappij die hen omringt: deze heeft verplichtingen jegens hen, zoals zij menen rechten te hebben op haar. Dit alles vertaalt zich door middel van verschillende aanspraken die gaan van het erkennen van hun lijden tot financiële schadeloosstellingen. Omdat het een heterogene maatschappelijke categorie betreft, ontstaat er een soort concurrentie van slachtoffers die de verschillende groepen tegenover elkaar zet die de erkenning die ze genieten afmeten aan het lijden van anderen en dit vergelijken met hun eigen leed. Een verborgen rivaliteit zet het ene slachtoffer op tegen het andere: de afstammelingen van de slaven vergelijken hun rechten met die van de afstammelingen van gedeporteerden; de maatregelen die worden genomen tegen antisemitisme, worden gezet naast die welke worden genomen tegen andere vormen van racisme. De maatschappij van slachtoffers bevordert het leven in gemeenschap niet[8].
De paradox is dat in het tijdsbestek van enkele decennia verborgen lijden erom vraagt erkend te worden. De herinneringen, die gisteren zijn verwaarloosd, worden vandaag gesacraliseerd. Deze situatie brengen talrijke instrumentaliseringen voort, die tot stand worden gebracht door een nieuwe categorie van individuen, de zogenaamde herbouwers van de herinnering. Door gebruik te maken van het weinig gestructureerde karakter van de groepen slachtoffers trachten dezen te profiteren van een macht over hen om politieke of persoonlijke ambities te bevredigen[9].
(Verzorgd door Emanuela Furlanetto)
___________________
[1] G. Erner, La société des victimes, La Découverte, Paris 2006.
[2] G. Erner, La société des victimes..., 9.
[3] Vgl. P. Bruckner, Vers une société de victimes?, in “Constructif” nr. 10 (2005): http://www.constructif.fr/bibliotheque/2005-2/vers-une-societe-de-victimes.html?item_id=2607
[4] Vgl. G. Erner, Compassion et société des victimes, in “Le journal des psychologues” nr. 249 (2007) 45-46: http://www.cairn.info/revue-le-journal-des-psychologues-2007-6-page-45.htm
[5] Vgl. G. Erner, La société des victimes..., 18; vgl. G. Erner, Compassion et société des victimes..., 45.
[6] Vgl. G. Erner, La société des victimes..., 18.
[7] Vgl. G. Erner, Compassion et société des victimes..., 46.
[8] Vgl. G. Erner, La société des victimes..., 51-54; 204-207.
[9] Vgl. G. Erner, Compassion et société des victimes..., 46.
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
11/06/2022