Wij willen hier de lezers kennis laten maken met de figuur van Antonio de Montesinos – een Spaanse missionaris uit de orde van de dominicanen, die de eerste was die publiekelijk de uitbuiting van de indios in het Latijns-Amerika van de veroveraars en de encomenderos (degenen aan wie de indios werden toevertrouwd) aanklaagde –, door middel van een artikel van Emilio Grasso, gepubliceerd in E. Grasso, Hanno creduto in un mondo nuovo. Volti di speranza nell’America Latina di ieri e di oggi (Zij hebben geloofd in een nieuwe wereld. Gezichten van hoop in het Latijns-Amerika van gisteren en vandaag), EMI, Bologna 2005, 13-3.

Deze aanklacht van het onrecht en de mishandelingen was als een voortgezette kreet waaruit een wetgeving voortkwam die was geïnspireerd door de erkenning van de heilige waarde van de persoon.

 

Separador de poemas

 

Gedurende zijn lange pontificaat heeft Johannes Paulus II wel negen keer het volk van God attent gemaakt op de figuur van Antonio de Montesinos.

Aan zijn naam wordt samen met andere onverschrokken strijders voor de gerechtigheid herinnerd, evangelisatoren van de vrede die met een diepe kerkelijke zin de inboorlingen hebben verdedigd tegen de veroveraars en daarbij ook met het offer van hun eigen leven betaalden[1].

Samen met Antonio de Montesinos worden de namen van Pedro de Córdoba, Bartolomé de Las Casas, Juan de Zumárraga, Toribio de Benavente “Motolinía”, Vasco de Quiroga, José de Anchieta, Toribio de Mongrovejo, Manuel de Nóbrega, Juan del Valle, Antonio Valdivieso, Julián Garcés, José de Acosta, Roque González, Bartolomé de Olmedo, Juan Solano[2] in herinnering gebracht als meesters van humanisme, spiritualiteit en inzet bij het bevorderen van de waardigheid van de mens. Zij hebben zich bekommerd om de zwakke, de kwetsbare, de inboorling, subjecten die ieder respect waardig waren als personen en als dragers van het beeld van God, bestemd voor een transcendent roeping[3].

Johannes Paulus II onderstreept dat binnen een maatschappij die geneigd was materiële weldaden te zien die zij kon verwerven met de slavernij en de uitbuiting van de indios, een duidelijk protest van het kritische geweten van het evangelie zich verheft: door te strijden voor de gerechtigheid tegen het misbruik van de veroveraars en de encomenderos klaagt dit geweten het veronachtzamen aan van de eisen van menselijke waardigheid en broederschap, die hun fundament hebben in de schepping en het goddelijk kindschap van alle mensen[4].

Deze aanklacht van de ongerechtigheden en de mishandelingen was als een voortgezette kreet waaruit een wetgeving voortkwam die zich liet inspireren door de erkenning van de heilige waarde van de persoon. Dankzij zeer veel verdedigers van de inboorlingen, zowel in Spanje als in Latijns-Amerika, brak, samen met de School van Francisco de Vitoria aan de universiteit van Salamanca[5], met profetische moed het christelijk geweten baan met de eerste uitwerking van het wetboek voor de rechten van de mens[6].

In zijn boodschap aan de inboorlingen van Amerika herinnert Johannes Paulus II in het kader van het 5de eeuwfeest van het begin van de evangelisatie van de Nieuwe Wereld aan “het enorme leed dat de bewoners van dit continent is aangedaan gedurende de tijd van de verovering en de kolonisatie”[7].

“Wij houden niet op – zegt de paus – aan deze mensen om vergeving te vragen. Deze vraag om vergeving richt zich vooral tot de eerste bewoners van het nieuwe land, de indios, en vervolgens ook tot degenen die als slaven vanuit Afrika daarheen voor zwaar werk werden gedeporteerd”[8]. Men moet immers “in alle oprechtheid het bedreven misbruik erkennen dat te wijten was aan het gebrek aan liefde van de kant van mensen die in de inboorlingen geen broeders en zusters, kinderen van dezelfde God de Vader, wisten te zien”[9].

In de fase van het eerste binnendringen van de missionarissen was er – zoals de Heilige Vader in herinnering bracht in een toespraak voor de inauguratie van de vieringen ter voorbereiding van het 5de eeuwfeest – “een onderlinge afhankelijkheid tussen kruis en zwaard”[10] en vond de ontmoeting tussen de twee werelden plaats “met al haar weldaden en tegenstellingen, haar licht- en schaduwzijden”[11].

De historische gegevens geven echter aan dat “er een waardevol, vruchtbaar en bewonderenswaardig werk van evangelisatie werd verricht en dat hierdoor de waarheid over God en de mens in Amerika, en wel zo dat de evangelisatie zelf een soort beklaagdenbank tegen degenen die verantwoordelijk waren voor dergelijke misbruiken”[12].

In de inleiding op zijn intussen beroemd werk La lucha por la justicia onderstreept Lewis Hanke het voornemen om te laten zien hoe “de verovering van Amerika door de Spanjaarden niet alleen een bijzondere militaire onderneming was, waarbij een handvol veroveraars een heel continent in een verrassend korte spanne tijds onderwierp, maar op zijn beurt een van de grootste pogingen was die de wereld ooit heeft gezien, om de gerechtigheid en de christelijke normen de overhand te laten hebben in een beestachtig en bloedig tijdperk”[13].

Een stem die roept in de woestijn

In zijn conclusie onderstreept dezelfde Hanke hoe deze strijd een actuele kwestie werd op het ogenblik dat de dominicaan Antonio de Montesinos de preekstoel betrad van het eiland Hispaniola op de zondag voorafgaande aan Kerstmis 1511 en predikte over de tekst Ego vox clamantis in deserto (Ik ben de stem van iemand die roept in de woestijn)[14].

Uit dit “eenzame woord” komt immers voort wat dezelfde Hanke erkent als een van de grootste gebeurtenissen van onze geestelijke geschiedenis[15].

Een gebeurtenis die in Montesinos een authentieke vertegenwoordiger vindt van niet alleen het christelijk geweten, maar ook van het Spaans geweten in de Nieuwe Wereld[16].

Velen hebben in de woorden van Montesinos het begin gezien van de zogenaamde leyenda negra (zwarte legende). Deze woorden zijn, preciezer en in overeenstemming met de objectieve waarheid van de geschiedenis, te beschouwen als een van de eerste manifestaties van de Spaanse kritieke houding ten opzichte van het probleem van de Amerikaanse kolonisatie, een van de grootste lessen van het heroïsch ethicisme dat ons de geschiedenis van de Amerikaanse kolonisatie levert[17].

Het woord van Montesinos is een eenzaam woord dat de gewetens in beroering brengt, de emoties ontketent, het verstand inzet, de wil meesleept, pleinen en universiteiten in beweging zet, verworven zekerheden doet wankelen, zuivere harten beweegt, hen die hongeren naar de waarheid, overtuigt, een nieuwe cultuur van liefde voortbrengt.

Een woord waarin de strijd voor de gerechtigheid zijn juiste plaats vindt in het kader van het aan Heiland Christus gegeven getuigenis[18].

In de homilie van 11 oktober 1984 vestigt Johannes Paulus II gedurende de mis die in Santo Domingo werd gevierd, op magistrale wijze de aandacht op dit verband tussen evangelisatie en strijd voor de gerechtigheid, zoals dat weerklonk in de homilie van Antonio de Montesinos.

“En toen het misbruik van de machthebber – zo zegt de Heilige Vader – de kwetsbare trof, werd deze stem die zich beriep op het geweten, die de onderdrukking geselde, die de waardigheid van wie onrechtvaardig werd behandeld, vooral van de meest verlatene, niet minder. Met wat voor een kracht weerklinkt in de geesten het eenzame woord van Antonio de Montesinos, wanneer hij in de eerste gedocumenteerde homilie, die van Advent 1511 – aan het begin van de evangelisatie – zijn stem verheft in dezezelfde plaatsen en uitroept, daarbij energiek de onderdrukking en het misbruik aanklagend dat tegen onschuldigen werd bedreven: ‘U verkeert allen in doodzonde... Hebben dezen geen met rede begaafde ziel? Bent u niet verplicht hen als uzelf lief te hebben?’ Het was dezelfde stem van de bisschoppen, toen zij in de Nieuwe Wereld de titel ‘beschermers van de indios’ aannamen”[19].

Wij hebben aan Bartolomé Las Casas de beschrijving te danken van de gebeurtenissen waarmee de homilie van Montesinos gepaard ging[20].

Pater Isacio Pérez Fernández, een van de grootste kenners van het werk van de Las Casas, vat de antecedenten van de homilie als volgt samen: wat de eerste twintig jaar betreft, waarin de ontdekking, de verovering en de kolonisatie van de geografische totaliteit van de Antillen en omstreken centraal staat, wordt eensgezind het harde leven erkend dat de inboorlingen moesten verduren van de kant van de Spanjaarden die pas waren aangekomen.

Bovendien is het overbekend wat voor type mensen bij de opeenvolgende expedities in de Nieuwe Wereld aankwam. Allen waren zeker christen; ieder echter met een verschillende maatschappelijke afkomst en persoonlijke positie. Maar de personen die zich inscheepten voor de Nieuwe Wereld, hadden, behalve dat zij uit verschillende klassen kwamen, een avontuurlijke en ondernemende geest, zij vielen gemakkelijk ten prooi aan illusie en werden gedreven door het verlangen een nieuw leven te beginnen dat gerieflijker was dan het leven dat zij leidden in het land van herkomst. Sommigen werden aangetrokken door de kroon van de roem, anderen door de ambitie van het commanderen en de macht, allen door de droom van goud en fabuleuze rijkdommen.

De onverzadigbare hebzucht was vooral hetgeen alle koninklijke wetten en verordeningen afzwakte en ertoe aanzette de inboorlingen in min of meerdere mate te misbruiken met afpersingen, werken die iedere energie uitputten, en zelfs met slavernij. In de eerste twintig jaar was naar het oordeel van Pérez Fernández deze zeer slechte behandeling het gedrag van het merendeel van de Spanjaarden, kerkelijke personen inbegrepen.

Onder de Spanjaarden dacht niemand buiten de wet te staan; integendeel, allen, veroveraars en kolonisten, waren ervan overtuigd dat het werk dat zij verrichten, goed was voor beide partijen: indios en Spanjaarden. Deze overtuiging, die gesteund werd door de in alle kringen van die tijd heersende gedachte, bleef voortbestaan, tot een eerste groep van dominicanen in 1510 arriveerde op het eiland Hispaniola. Vrij van ieder materieel compromis en geïnformeerd over hetgeen er gebeurde, maakten zij een begin met de taak het Woord van God te prediken en met de strijd tegen het misbruik en het onrecht waaraan de indios werden onderworpen[21].

Emilio Grasso

(Wordt vervolgt)

 

 

__________________

[1] Vgl. Johannes Paulus II, Lettera Apostolica ai religiosi e alle religiose dell’America Latina in occasione del V centenario dell’Evangelizzazione del Nuovo Mondo (Apostolische brief aan de mannelijke en vrouwelijke religieuzen van Latijns-Amerika ter gelegenheid van het 5de eeuwfeest van de evangelisatie van de Nieuwe Wereld) (29 juni 1990) in Insegnamenti, XIII/1, 1700. In dit artikel zijn de teksten van de toespraken die door de Heilige Vader zijn gehouden, ontleend uit de Insegnamenti di Giovanni Paolo II, I-XXV/2, Libreria Editrice Vaticana 1979-2004. Deze zullen geciteerd worden als Insegnamenti.

[2] Vgl. Johannes Paulus II, Amate Cristo e per Cristo gli uomini (Heb Christus lief en door Christus de mensen) (25 januari 1979) in Insegnamenti, II, 130; vgl. Johannes Paulus II, Per l’apertura del “Novenario di anni” promosso dal CELAM (Voor de opening van de “Noveen van jaren” georganiseerd door de CELAM) (12 oktober 1984), in Insegnamenti, VII/2, 890; vgl. Johannes Paulus II, Lettera Apostolica ai religiosi e alle religiose.., 1707; vgl. Johannes Paulus II, All’apertura dei lavori della IV Conferenza Generale dell’Episcopato Latinoamericano (Bij de opening van de werkzaamheden van de 4de Algemene Conferentie van het Latijns-Amerikaans Episcopaat) (12 oktober 1992), in Insegnamenti, XV/2, 316; vgl. Johannes Paulus II, Santo Domingo: il messaggio agli indigeni di America (Santo Domingo: de boodschap aan de inboorlingen van Amerika) (12 oktober 1992), in Insegnamenti, XV/2, 342-343; vgl. Johannes Paulus II, Rivissuto con i fedeli il recente pellegrinaggio apostolico in America Latina (De recente apostolische reis naar Latijns-Amerika opnieuw beleefd met de gelovigen) (21 oktober 1992), in Insegnamenti, XV/2, 399; vgl. Johannes Paulus II, Izamal: ai rappresentanti delle comunità indigene (Izamal: tot de vertegenwoordigers van de gemeenschappen van de inboorlingen) (11 augustus 1993), in Insegnamenti, XVI/2, 425; vgl. Johannes Paulus II, Ai Professori e agli alunni della Pontificia Università “San Tommaso d’Aquino” (Tot de professoren en de studenten van de Pauselijke Universiteit “San Tommaso d’Aquino”) (24 november 1994), in Insegnamenti, XVII/2, 860.

[3] Vgl. Johannes Paulus II, Amate Cristo..., 130.

[4] Vgl. Johannes Paulus II, Per l’apertura del “Novenario di anni” ..., 889-890.

[5] Vgl. V.D. Carro, Los fundamentos teológico-jurídicos de las doctrinas de Vitoria (De theologisch-juridische fundamenten van de leer van Vitoria), in “La Ciencia Tomista” 72 (1947) 95-122; vgl. C. López Hernández, Ley, Evangelio y derecho canónico en Francisco de Vitoria (Wet, evangelie en canoniek recht in Francisco de Vitoria), Centro de Estudios Orientales y Ecuménicos “Juan XXIII” – Universidad Pontificia, Salamanca 1981; vgl. Francisco de Vitoria y la Escuela de Salamanca, La ética en la conquista de América (De ethiek bij de verovering van Amerika). Por D. Ramos - A. García - I. Pérez y otros, C.S.I.C., Madrid 1984; vgl. R. Hernández, Derechos humanos en Francisco de Vitoria (Mensenrechten bij Francisco de Vitoria), Ed. San Esteban, Salamanca 1984; vgl. I diritti dell’uomo e la pace nel pensiero di Francisco de Vitoria e Bartolomé de Las Casas. Congresso internazionale tenuto alla Pontificia Università S. Tommaso/Angelicum, Roma 4-6 marzo 1985 (De mensenrechten in het denken van Francisco de Vitoria en Bartolomé de las Casas. Internationaal Congres, gehouden aan de Pauselijke Universiteit S. Tommaso/Angelicum, Rome 4-6 maart 1985), Massimo, Milano 1988.

[6] Vgl. Johannes Paulus II, All’apertura dei lavori..., 316; vgl. Johannes Paulus II, Rivissuto con i fedeli..., 399-400.

[7] Johannes Paulus II, Santo Domingo: il messaggio agli indigeni..., 343.

[8] Johannes Paulus II, Rivissuto con i fedeli..., 400.

[9] Johannes Paulus II, Santo Domingo: il messaggio agli indigeni..., 343.

[10] Johannes Paulus II, Per l’apertura del “Novenario di anni”..., 889.

[11] Johannes Paulus II, Per l’apertura del “Novenario di anni”..., 888.

[12] Johannes Paulus II, All’apertura dei lavori..., 316. Vgl. Pontificia Commissio pro America Latina, Historia de la evangelización de América. Trayectoria, identidad y esperanza de un Continente. Simposio Internacional. Ciudad del Vaticano, 11-14 de mayo de 1992. Actas (Geschiedenis van de evangelisatie van Amerika. Traject, identiteit en hoop van een continent. Internationaal Symposium. Vaticaanstad, 11-14 mei 1992. Handelingen), Libreria Editrice Vaticana, Cuydad del Vaticano 1992.

[13] L. Hanke, La lucha por la justicia en la conquista de América (De strijd voor de gerechtigheid bij de verovering van Amerika), Ed. Sudamericana, Buenos Aires 1949, 13.

[14] Vgl. L. Hanke, La lucha..., 426.

[15] Vgl. L. Hanke, Colonisation et conscience chrétienne au XVIe siècle (Kolonisatie en geweten in de 16de eeuw), Plon, Paris 1957, 3.

[16] Deze stelling over het Spaanse karakter van Montesinos, Las Casas, de Vitoria, van hen die de eerste koloniale methodes bestreden, werd unaniem goedgekeurd op het 21ste Congres van Amerikanisten, gehouden in Sevilla in 1936. Hierop werd verklaard dat zij beschouwd dienden te worden als “authentieke vertegenwoordigers van het Spaanse geweten in de Nieuwe Wereld”, vgl. L. Hanke, Colonisation et conscience..., 280-281.

[17] Vgl. J.M. Chacón y Calvo, Cedulario Cubano. Los Origenes de la Colonicazión (1493-1512) (Cubaans cedularium. De oosprong van de kolonisatie 1493-1512), I, Compañia Ibero-Americana de Publicaciones, Madrid z.j., XXXI-XXXII.

[18] Vgl. Centesimus annus, 5.

[19] Johannes Paulus II, L’omelia durante la Messa per l’evangelizzazione dei popoli (Homilie gedurende de mis voor de evangelisatie van de volken) (11 oktober 1984), in Insegnamenti, VII/2, 878-879.

[20] Vgl. B. de Las Casa, Historia de las Indias (Geschiedenis van Indië), lib. III, cap. 3-18, in B. De Las Casas, Obras escogidas (Geselecteerde werken), II, Atlas (Biblioteca de Autores Españoles 96), Madrid 1957, 174-216.

[21] Vgl. I. Pérez Fernandéz, La fidelidad del Padre Las Casas a su carisma profético (De trouw van pater Las Casas aan zijn profetisch charisma), in “Studium” 16 (1976) 81-84. Over het begin van de aanwezigheid van de dominicanen in de Nieuwe Wereld, vgl. A. Figueras, Principios de la expansión dominicana en Indias (Het begin van de expansie van de dominicanen in Indië), in “Missionalia Hispanica” 1 (1944) 303-340; vgl. V. Rubio, Fecha de llegada de los primeros frailes de la Orden de Predicadores al Nuevo Mundo (De dag van de aankomst in de Nieuwe Wereld van de eerste monniken van de Orde van de Predikheren), in “Communio” 14 (1981) 111-145.

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

02/02/2022