20 maart 2022 is de eerste verjaardag van de dood van een bekende vrouw die overleed aan de gevolgen van ALS. Dit artikel van Emilio, een jaar vóór haar dood geschreven, helpt ons om na te denken over de waarde van het leven bij het lijden dat onverwachts binnenkomt, het bestaan ontwricht en de vraag stelt welke houding wij ten opzichte hiervan moeten aannemen, welke keuzes wij moeten maken. De Veertigdagentijd, de tijd waarin de Kerk het lijden van Christus herdenkt, is een gunstig ogenblik om ons te confronteren met deze werkelijkheid die een deel van het leven uitmaakt”.

 

Separador Frase Papa

 

Friedrich Nietzsche is ongetwijfeld een van de grote profeten van het moderne nihilisme, van onze vloeibare samenleving. Hij ziet een glimp van de gevolgen van een samenleving zonder fundamenten en zonder waarden, waar men de laatste zin van ons handelen vindt in het handelen zelf en waarin alles relatief en onbepaald is, terwijl trouw zonder betekenis is.

Wat dit betreft, is een fundamentele kern van het denken van Nietzsche, zoals dat wordt geanalyseerd door zijn grootsteLina interpreten, dat wij niet kunnen kiezen voor de gemakkelijke positie van de neutrale toeschouwer, omdat – zoals Nietzsche schrijft – “er geen feiten zijn, maar alleen maar interpretaties... en ook dat een interpretatie is”[1].

Nietzsche was zich bewust van de explosieve kracht van zijn denken.

Wij vinden immers deze stelling van hem:

“Ik ken mijn lot. Op een dag zal mijn naam worden verbonden met de herinnering aan iets verbazingwekkend, – met een crisis, zoals er nooit waren op de aarde, met de diepste botsing van het geweten, met een verdict dat wordt uitgesproken tegen alles wat men tot nu toe heeft geloofd, beweerd, geheiligd. Ik ben geen mens, ik ben dynamiet”[2].

Dit is zeker niet de plaats voor een onderzoek van het werk van Nietzsche.

Ik neem alleen maar twee stellingen.

Wanneer hij het heeft over de verkondigers van het evangelie, dat wil zeggen van de Blijde Boodschap, blijft Nietzsche stilstaan bij het gezicht van deze verkondigers van het evangelie en stelt dat zij niemand overtuigen:

“Voor jullie geloof zijn jullie gezichten altijd schadelijker geweest dan onze redenen! Als de blijde boodschap van jullie Bijbel jullie in het gezicht zou staan geschreven, dan zou het niet noodzakelijk zijn dat jullie zo koppig geloof zouden eisen op gezag van dit boek: jullie woorden, jullie daden zouden voortdurend de Bijbel overbodig moeten maken en door middel van jullie zou er voortdurend een nieuwe Bijbel moeten ontstaan!”[3].

Deze tweede stelling vormt vervolgens, zo zouden wij heel goed kunnen zeggen, een iconisch antwoord op al onze ontmoetingen, bijeenkomsten en documenten over wat wij nieuwe evangelisatie noemen. De beschuldiging van Nietzsche opnemen is misschien het enige serieuze dat wij kunnen doen:

“Als lijken dachten zij te leven, zij kleedden hun lijk in het zwart; ook in hun discours proef ik het onaangename aroma van rouwkamers. En wie in hun buurt leeft, leeft in de buurt van zwarte poelen, vanwaaruit de pad zijn gezang, vol van zoete diepte, laat horen. Ze zouden voor mij betere gezangen moeten zingen, opdat ik in hun verlosser leer te geloven: zijn leerlingen zouden mij meer verlost moeten blijken”[4].

In zijn apostolische exhortatie Evangelii nuntiandi stelde Paulus VI dat “de hedendaagse mens liever luistert naar getuigen dan naar leermeesters ... of als hij luistert naar leermeesters, hij dat doet, omdat zij getuigen zijn”[5].

Van zijn kant leert paus Franciscus ons dat “Christus verkondigen betekent laten zien dat geloven in Hem en Hem volgen niet alleen iets is dat waar en juist is, maar ook mooi, dat in staat is het leven te vullen met een nieuwe glans en een diepe vreugde, ook te midden van beproevingen. In dit perspectief kunnen alle uitdrukkingen van authentieke schoonheid erkend worden als een pad dat helpt om de Heer Jezus te ontmoeten”[6].

In de gezichten van Lina, Giulio en Ivana heb ik in mijn leven een uitdrukking van authentieke schoonheid ontmoet, een pad dat helpt de Heer Jezus te ontmoeten, en een pad te midden van beproevingen.

En wat voor en hoeveel beproevingen!...

Een opmerking vooraf. Lina en Giulio zijn zeker geen praktiserende katholieken, ook al komen zij uit gezinnen met een sterk religieuze inslag. Zij zijn voor de wet getrouwd en ik weet evenmin of zij op de een of andere wijze gelovig zijn.

En dat is, om eerlijk te zijn, voor mij geen groot probleem.

Ik kom terug op Nietzsche en ik zou graag willen weten wat voor gezicht zouden de gelovigen trekken die zij hebben leren kennen en die zich aan hen hebben gemanifesteerd als een weerspiegeling van de Heer, en hoe consequent ze waren.

Op dit punt schieten mij de woorden van het evangelie te binnen:

“Aan hun vruchten zult ge ze kennen. Plukt men soms druiven van dorens of vijgen van distels? Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort, maar de zieke boom brengt slechte vruchten voort. Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, noch een zieke boom goede vruchten. Iedere boom die geen goede vruchten voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. Aan hun vruchten dus zult ge ze kennen. Niet ieder die tot Mij zegt Heer, Heer! zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is. Velen zullen op die dag tot Mij zeggen: Heer, Heer, hebben wij niet in uw Naam geprofeteerd en hebben wij in uw Naam duivels uitgedreven en in uw Naam veel wonderen gedaan? Maar dan zal Ik hun onomwonden verklaren: Nooit heb Ik u gekend; gaat weg van Mij, gij die ongerechtigheid doet!” (Mat. 7, 16-23).

Lina en Giulio zijn al zesendertig jaar getrouwd. Martino en Marta zijn hun kinderen.

Ivana, de jongste zus van Lina, heeft een eigen winkel.

Lina is psychologe en werkte met sociaal zwakkere kinderen.

Giulio heeft een doctoraal letteren en filosofie en werkte op een bank. Hij is meerdere malen tot burgemeester van het dorp waar hij woont, gekozen en ook lid van de provinciale staten geweest.

Een doorsneegezin. Niets bijzonders. Maar op een dag doet, niet voorzien of gedacht, in Giulio’s gezin de hoogste beproeving van hun trouw, van hun liefde haar intrede.

In maart 2012 merkt Lina de eerste symptomen van ALS (Amyotrofische Laterale Sclerose). In november van hetzelfde jaar komt de zekerheid van de diagnose.

Aan het begin beginnen de benen te verlammen. Zij moesten verhuizen naar de beganegrond van een ander huis. Na ongeveer anderhalf jaar begonnen ook de armen te verlammen en vervolgens breidde de verlamming zich uit naar de luchtwegen.

Lina ondergaat een tracheotomie-operatie om het mogelijk te maken dat zij op een beademingsapparaat kan worden aangesloten. Zij gebruikt haar ogen om te communiceren en communiceert via een computer, maar ook haar ogen beginnen hun kracht te verliezen. Communicatie wordt uiterst moeilijk.

En de verlamming gaat langzaam verder en tast ook de darmen aan.

Op het ogenblik is zij bedlegerig en volkomen afhankelijk. Met de hulp van minstens drie personen kan zij in een bijzondere rolstoel worden gezet.

Giulio heeft de cursussen gedaan die hem ter beschikking stonden om de verschillende technieken van medische hulp voor Lina te leren kennen, en is uitermate geïnformeerd over alle nieuwe wetenschappelijke, ALS betreffende verworvenheden.

Hij verzorgt haar in alles en hij laat haar praktisch dag en nacht niet alleen. Verschillende keren heeft hij haar gered van verstikking door snel en adequaat op te treden.

Lina en Giulio, Giulio e Lina blijven zich samen met hun interesses bezighouden: klassieke muziek, museumbezoek, reizen, schouwburg en bioscoop en iedere zondag gaan zij met de onvervangbare hulp van enkele vrienden, Adriano en Marina, erop uit.

In de zomer organiseert Giulio opvoeringen van klassieke muziek of een andere kunst in de tuin van hun woning.

Lina heeft een artikel, verschenen in de “Resto del Carlino” van 21 september 2014, afgesloten met deze woorden: “Verlies nooit de moed: in het zoeken naar, in de zorg, in de solidariteit. ALS is ongeneeslijk, maar te verzorgen. De genezing is een zaak van de wetenschap, de zorg betreft allen”.

En nu zal iemand mij vragen: “Ja, dat is allemaal roerend. Maar waar is God, Jezus, de Kerk?”.

Ik heb vooraf opgemerkt dat ik niet weet wat de meest innerlijke antwoorden zijn van Lina en Giulio op deze thema’s. En ik heb gezegd dat ze mij weinig interesseren.

Ik blijf stil en beschouw deze lange liefde van hen zonder binnen te dringen met vervelende verhalen in deze voor mij heilige intimiteit.

Toen ik hen beschouwde, zijn mij de woorden te binnen geschoten die door Thomas Mann zijn geschreven in het Voorwoord van de Lettere di condannati a morte della Resistenza europea (Brieven van ter dood veroordeelden van het Europees Verzet), bijna duizend bladzijden die ik verslond, toen ik iets ouder dan 16 jaar was.

In deze Voorwoord schrijft Thomas Mann:

“Waar liefde, geloof en hoop is, daar is ook godsdienst. Overwinning of marteldood, en ook de marteldood is in de toekomst een overwinning. Allen geloven in de toekomst: zij kunnen niet nalaten te geloven dat hun dood heilzaam de toekomst zal bevruchten. ... Ondanks – en door – alle nederlagen vinden christenen en atheïsten elkaar: ‘Het leven en het gevoel waarvan ik doordrongen ben, zullen niet sterven”’[7].

De wanden van het huis van Lina, Giulio, Martino, Marta, Ivana en al hun vrienden ademen de geur en de schoonheid van geloof, hoop en liefde.

En deze geur komt ook tot ons en nodigt ons uit die “betere gezangen te zingen – waarover Nietzsche het had –, opdat iedere mens leert te geloven in onze Verlosser”.

Emilio Grasso

 

 

________________

[1] Vgl. G. Vattimo, Essere e dintorni. A cura di G. Iannantuono - A. Martinengo - S. Zabala, La nave di Teseo editore, Milano 2018, 127-128.

[2] F.W. Nietzsche, Ecce homo. Come si diventa ciò che si è, in F.W. Nietzsche, Opere 1882/1895, Newton Compton editori, Roma 1993, 894.

[3] F.W. Nietzsche, Umano troppo umano. Un libro per spiriti liberi, II, in F.W. Nietzsche, Opere 1870/1881, Newton Compton editori, Roma 1993, 732.

[4] F.W. Nietzsche, Così parlò Zarathustra. Un libro per tutti e per nessuno, in F.W. Nietzsche, Opere 1882/1895..., 277.

[5] Paulus VI, Apostolische exhortatie Evangelii nuntiandi, 41.

[6] Paus Franciscus, Apostolische exhortatie Evangelii gaudium, 167.

[7] Vgl. T. Mann, Prefazione, in Lettere di condannati a morte della Resistenza europea. A cura di P. Malvezzi - G. Pirelli, Giulio Einaudi editore, Torino 1995, XIV-XV.

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

19/03/2022