In februari van het verre 1966 schreef de grote Franse filosoof Jacques Maritain de volgende woorden die in het groeiende proces van de verwereldlijking van het leven in de Kerk na verloop van tijd als profetisch klinken:
“De huidige crisis heeft vele, verschillende aspecten. Een van de merkwaardigste verschijnselen dat zij ons laat zien, is een soort knielen voor de wereld, dat zich op duizend manieren manifesteert”.
Het gevaar van een kerkelijke bureaucratie
Een Kerk die zich platdrukt op de wereld die haar omgeeft, een Kerk die de mystieke dimensie verliest van de relatie tussen personen, is een Kerk die alleen kan komen tot woorden en motiveringen, redenen en discussies, maar geen hartstochten van liefde ontketent.
Von Balthasar beklaagde zich in een bekend geschrift van hem over een Kerk die was geworden “de Kerk van voortdurende
dialogen, organisaties, besprekingen, congressen, synodes, commissies, academies, partijen, pressiegroepen, functies, structuren en herstructureringen, sociologische experimenten, statistieken”.
Een Kerk die voor von Balthasar in grote mate haar mystieke gezicht had verloren.
In een bekend interview met hem zei de toen nog kardinaal Ratzinger:
“Wat jammer! Wij zouden een te georganiseerde Kerk hebben. Denkt u eens dat alleen al van mijn aartsbisdom alles bij elkaar 400 functionarissen, allen regulier betaald, afhankelijk waren. Nu, men weet dat ieder bureau van nature zijn eigen bestaan moet rechtvaardigen door nieuwe structuren te plannen. Allen hadden zeker de beste bedoelingen. Het is echter dikwijls voorgekomen dat de pastoors zich meer belast dan gesteund voelden door de hoeveelheid ‘hulp’...”.
Onlangs leek mij het artikel “Vergaderitis en inefficiëntie”[1], gepubliceerd in het Paraguayaanse katholieke weekblad “Cristo hoy”, zeer relevant.
De auteur van het artikel schrijft:
“Een van de ziektes waaraan de Kerk lijdt, is de ‘vergaderitis’. Het maakt ons enthousiast de agenda te vullen met afspraken, vergaderingen, ontmoetingen... om te praten, debatteren, voorstellen te doen, discussiëren, plannen, organiseren en definiëren. Het belangrijkste is echter aan het werk te gaan, omdat iedereen praten en discussiëren leuk vindt. Wij zouden ons kunnen afvragen of een zo ernstige ‘vergaderitis’ zich vervolgens vertaalt in een daadwerkelijk handelen, in een praktijk. Het leven wordt niet met dromen opgebouwd, ook al voedt het zich daarmee, maar met concrete daden. De vergadering is ongetwijfeld een goed werkinstrument. Het doel ervan is programmeren en organiseren, maar het moet niet omslaan in een obsessie, in een idool, in het pure plezier van het bijeen komen. Er zijn er die denken dat het doel van een vergadering de vergadering zelf is. In kerkelijke kring gebeurt het dat vergaderingen toenemen: congressen, commissies, seminars, ontmoetingen. Wij zijn in het tijdperk van de ontmoetingen, er zijn teveel stoelen en het ontbreekt aan inzet en verwezenlijking”.
Wanneer men niet weet welke koers te varen
In de uitgave on line van het belangrijkste dagblad van Costa Rica, “La República”, van 9 mei 2009 schreef de columnist Leopoldo Barrionuevo, wat dit betreft:
“‘Vergaderitis’ is, zoals de naam zegt, een ziekte die de leiding beangstigt, telkens als men niet weet welke koers te varen of welke maatregelen te nemen, of men de verantwoordelijkheid die de directie eigen is, niet wil nemen. Daarom wordt er een commissie gevormd, telkens wanneer men niet weet hoe te handelen ten opzichte van een beslissing die moet worden genomen. Waarom komen de mensen meer dan noodzakelijk bij elkaar? Peter Drucker – de theoreticus van het management bij uitstek – zei dat de enig mogelijke verklaring is dat de hoofden niet weten wat te doen en hopen dat de medewerkers hen helpen. Bij een vergadering spreken helaas gewoonlijk degenen die er het minst verstand van hebben”.
Alle kerkelijke vergaderingen zouden, willen zij niet tot vergaderitis worden gereduceerd, als uitgangspunt altijd de memoria
Dei moeten hebben, waarvan wordt getuigd in het woord van God, dat de heilige overlevering ons leert en het leergezag van de Kerk verklaart.
Op het begrijpen van de herinnering dient de gepaste moed van de wil te volgen, zonder welke het begrijpen van de herinnering puur een verstandelijke oefening blijft, beperkt tot de enge ruimte van verbale kronkels en het herhalen van documenten, die zo kenmerkend zijn voor onze tijd: door het zich vermenigvuldigen van congressen en rondetafelconferenties en slotdocumenten (die nooit tot iets leiden) en commissies die deze interpreteren, tracht onze tijd immers de leegte en de onoprechtheid te verbergen van een woord dat niet meer in verband staat met de werkelijkheid.
De oneindige cyclus van de onverantwoordelijkheid
Deze leegte – zoals p. Radcliffe, ex-meester van de orde van de predikheren ironisch opmerkte – hangt af van het gebrek aan een persoonlijk verantwoordelijkheidsgevoel.
“Er is iets” schreef p. Radcliffe “zo mysterieus als een verhaal van Sherlock Holmes. Het provinciaal kapittel signaleert een probleem en geeft de provinciaal opdracht om zich ermee bezig te houden en het op te lossen. Het is noodzakelijk een duidelijk beslissing te nemen. De provinciaal vraagt aan de raad van de provincie het betreffende thema te bekijken. De raad vormt een commissie die zal bestuderen wat er moet gebeuren. De commissie bestudeert het thema gedurende twee of drie jaar, definieert het probleem nauwkeurig en komt tot de conclusie dat het moet worden voorgelegd aan het volgende provinciaal kapittel en zo wordt de cyclus van onverantwoordelijkheid voortgezet”, concludeerde p. Radcliffe.
Waarom uiteindelijk deze onverantwoordelijkheid? Misschien wordt het antwoord gevonden in het feit dat ieder in plaats van aan de eigen waterput te gaan drinken, verstandelijk te putten uit eigen herinnering, in een andere put zoekt wat hij niet kan vinden.
Zo creëert men een schizofrenie tussen herinnering-begrip-wil. In een dergelijk desintegrerend proces wordt ook een authentieke dialoog en samenwerking tussen verschillende personen onmogelijk.
Indien wij een authentiek antwoord willen vinden op de drukkende problemen van onze tijd, moeten wij zoveel nutteloze vergaderingen terugdringen; langere tijden van eenzaamheid en persoonlijke studie doormaken en overgaan van kletsen, gezeten tussen drankjes en broodjes, met onze gsm aan, tot een geknielde theologie, waar de tong minder actief is en men meer de knieën gebruikt die zich buigen in de aanbiddende stilte ten overstaan van het mensgeworden Woord.
Alleen maar knielen ten overstaan van God
Zonder mystieke ervaring die is gebaseerd op het luisteren naar-het overwegen van het Woord, gegeven in de Kerk, blijft de objectiviteit van de waarheid van geloof en moraal een objectiviteit die niet boeit.
Deze objectiviteit zal geen garantie zijn tegen de reusachtige illusie van de menselijke geest die zich in zichzelf heeft teruggetrokken, alsof een ervaring van zichzelf die alles waarmee wij te maken hebben, overstijgt, al een ervaring van de levende God zou zijn.
Een mystieke ervaring die zich niet openstelt voor het Jij, blijft opgesloten in het Ik.
Op het aspect van de crisis in de Kerk, door Maritain verwoord als een knielen voor de wereld, bestaat het enige serieuze antwoord dat tot de wortel van het probleem gaat, in de daad van een “oude en steeds nieuwe schoonheid”, waarin de mens zich klein maakt ten overstaan van de oneindig grote God: het is de geloofsdaad van het knielen voor God, die mens wordt in het mysterie van de kerstnacht.
Deze daad maakt een einde aan onvruchtbare vergaderingen, die om onszelf draaien, en opent een authentieke menselijke dia-loog, aangezien deze zijn fundament vindt in de aanbidding van de Logos, die mens is geworden en alleen de menselijke dia-loog mogelijk maakt.
Knielen betekent aanbidden. En aanbidden betekent:
“In eerbied en volledige onderdanigheid erkennen ‘hoe nietig het schepsel is’, want het bestaat enkel door God. God aanbidden betekent: Hem loven en prijzen en zichzelf vernederen, zoals Maria in haar lofzang, terwijl men met dankbaarheid erkent dat Hij grote dingen heeft gedaan en dat zijn naam heilig is. De aanbidding van de ene God bevrijdt de mens van zelfgenoegzaamheid, van de slavernij van de zonde en van de verafgoding van de wereld” (Catechismus van de Katholieke Kerk, 2097).
Buiten deze steeds nieuwe en steeds oude ervaring blijft alleen maar het niets van ons stervende klinkende bekken en onze schelle cimbaal.
_____________________
[1] “Vergaderitis en inefficiëntie”. De term “vergaderitis” is een neologisme dat de vergaderziekte aanduidt.
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
02/04/2022