Maria, Moeder van het Woord

De geboorte van Jezus is een mysterie dat iedere christen aangaat. Net als Maria heeft de christen een Woord ontvangen dat niet alleen maar een woord mag blijven, maar dat zelfs vlees en bloed moet worden, een concreet feit, iets dat kan worden aangeraakt en gezien. Het Woord bouwt altijd iets op. Jezus is het Woord dat vlees is geworden en te midden van de mensen heeft geleefd.

De liefde moet zichtbaar zijn, anders is het alleen maar een geluid dat uit de mond komt. Men moet haar kunnen aanraken, ze moet zintuiglijk waarneembaar zijn. De Kerk leert dat geloof altijd samen moet gaan met werken: zonder werken kan er geen geloof zijn. Het geloof is een feit.

De geboorte van Jezus is het bewijs van het authentieke geloof dat Maria heeft gehad. De Heilige Schrift leert dat ook de duivel weet dat God bestaat. Maar bevestigen dat God bestaat is niet genoeg om geloof te hebben. Geloven in het bestaan van God moet immers leiden tot een totale verandering van leven, doordat men op een andere manier gaat eten, zich kleden, zijn huis op orde brengen, zijn kinderen opvoeden, door zich op een andere manier te verhouden tot zijn/haar echtgenoot/echtgenote, ouders. Iemand die God liefheeft, rijdt bijvoorbeeld voorzichtiger auto, omdat hij het leven van anderen respecteert.

Waaraan kan men zien dat iemand leeft van het geloof? Aan hoe hij zich gedraagt op straat, op de markt, in het politieke en economische leven, in de fabriek, op school en op kantoor.

Nederigheid tegenover het Woord: verering

‘‘Zij gingen het huis binnen, zagen er het Kind met zijn moeder Maria en op hun knieën neervallend betuigden zij het hun hulde (Mat. 2, 11).

Knielen is het gebaar van een nederig iemand die de aanwezigheid van God erkent.

“Het kan wel zijn dat het knielen vreemd is aan de moderne cultuur – in zoverre zij een cultuur is die zich van het geloof verwijderd heeft en Hem niet meer kent voor wie te knielen het juiste, zelfs innerlijk noodzakelijke, gebaar is. Wie leert geloven, leert ook knielen van binnen uit: een geloof of een liturgie die het knielen niet meer kent, is in de kern ziek. Waar het verloren gegaan is, moeten wij het knielen weer leren, opdat wij biddend verblijven in de gemeenschap van de apostelen en martelaren, in de gemeenschap van de hele kosmos en zo in de eenheid met Jezus Christus zelf”[1].

Voor de Wijzen ligt er slechts een kind in de armen van zijn moeder: het is voor het verstand een te nederig teken om te kunnen bevatten dat men zich bevindt voor de Schepper van het universum.

Deze paradox herhaalt zich regelmatig in heel het leven van Jezus. Zijn buren vroegen zich af wie die zoon van de timmerman was, van wie zij de moeder, de broers en zussen kenden. Hoogmoed doet geloven alles te weten, maar wat men heeft gezien, is alleen maar de schijn, terwijl de diepte verborgen blijft. Alleen het Woord van God dat zich openbaart, maakt ware kennis van de werkelijkheid mogelijk. Tegenover het Woord van God is de eerste reactie van de mens echter afwijzing. Inderdaad, het Woord is lastig, past niet in de schema’s van het leven en wekt irritatie op: dit is een teken dat het werkelijk Gods Woord is. Vervolgens vreest de mens, als hij open is, liefheeft en een nederig hart heeft, God niet meer, maar erkent hij Hem, knielt hij voor Hem neer en verandert zonder voorwaarden te stellen of te allen prijze zijn eigen oordeelscriterium te willen opleggen. …

Maria: Dochter, Bruid en Moeder

Wie leerling van de Heer wil zijn, moet als Maria zijn: Dochter, Bruid en Moeder van het Woord[2]. Zij luistert, is Dochter van het Woord en door hieraan haar lichaam te geven wordt zij Bruid van het Woord om Moeder ervan te zijn.

Zeker, Maria is de Theotókos[3], de Moeder van God. Terwijl wij haar zien als Moeder, moeten wij niet vergeten dat zij Moeder is, omdat zij de Dochter van Sion is, die naar het Woord heeft geluisterd. Zij is geen Moeder zonder Dochter en Bruid van het Woord van God te zijn. Dit is van fundamenteel belang in bepaalde traditionele culturen die bij de vrouw alleen maar haar moeder zijn voor ogen houden. Haar als zodanig beschouwen zonder waarde te hechten aan haar dochter en bruid zijn schept misverstanden rond het beeld van de vrouw en de opvoeding van de jeugd.

De Kerkvaders hebben in Maria de bruid gezien van het Hooglied en hebben een gelijkwaardigheid vastgesteld tussen de Kerk, Maria en de ziel van iedere gelovige. Maria is Bruid, omdat zij haar hele leven heeft gegeven aan het Woord dat, aanhoord en overwogen, in haar vrucht heeft gedragen en Maria tot de Moeder van God en onze Moeder maakt.

Allen, niet alleen vrouwen, moeten ertoe komen Maria te zijn en uiteindelijk het Woord van God voortbrengen. De enige voor de mens mogelijke houding ten opzichte van God is de vrouwelijke ontvankelijkheid: de leegte worden die zich alleen maar door Hem laat vullen.

Emilio Grasso, Maria. Dochter, Bruid en Moeder van het Woord,
Averbode|Erasme, 2016, 35-36.51-52.

 

 

_____________________

[1] J. Ratzinger, De geest van de liturgie. Een inleiding, Vereniging voor Latijnse Liturgie 2006, 146.

[2] Het Woord deelt aan Maria de goddelijke natuur mee en Maria geeft aan het Woord de menselijke natuur. Het ‘moeder-bruid’-karakter van Maria wordt een fundamenteel principe van de mariologie. Zo doet zij op de meest innige wijze de verbintenis tussen Maria en Christus, waarmee zij in vrijheid heeft ingestemd, samensmelten met het goddelijk moederschap. Het belichten van dit aspect was de grote verdienste van de Duitse theoloog Matthias Joseph Scheeben (1835-1888). Hij zag Maria in deze bovennatuurlijke eenheid tegelijkertijd geestelijke Bruid van Christus en zijn Moeder in het vlees worden, vgl. E. Grasso, Evangelizzare il futuro. Giovanni Paolo II ai giovani, ai poveri, ai consacrati, EMI, Bologna 1994, 109-110.

[3] “Van het Grieks ‘Godbaarster’. Deze titel, gegeven aan Maria en misschien al gebruikt ten tijde van Origenes (ca. 185 - ca. 254) brengt het feit tot uitdrukking dat zij de mens geworden Zoon van God voortbracht. Het precieze Latijnse equivalent is Deipara, maar men geeft het vaker weer met Dei Genitrix (Voortbrengster van God, Moeder van God). Het Concilie van Efeze (431) veroordeelde Nestorius, die deze volkse titel ter discussie had gesteld, en verkondigde de legitimiteit van de titel Theotókos, daarmee de eenheid van de persoon van Christus benadrukkend. Maria werd niet de Moeder van een eenvoudige mens, maar van de Zoon van God die mens werd”, G. O’Collins - E.G. Farrugia, Dizionario sintetico di teologia, Libreria Editrice Vaticana 1995, 390.

 

 

 

01/01/2024