Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús in Ypacaraí (Paraguay)

 

Beste vrienden en vriendinnen,

Ik spreek tot jullie vanuit de huiskapel in San Lorenzo, waar ik op dit ogenblik samen met Gladys, Mery en Aline met en voor jullie de Heilige Mis aan het vieren ben.

Deze tijd van isolement en beperking van de menselijke contacten roept mij op tot een reflectie over de pandemie van het coronavirus.

Als God wil, zullen wij dit thema nog verder uitdiepen.

Velen vragen zich af: “Wat wil God van ons? Waarom deze pandemie die met niemand rekening houdt en geen onderscheid maakt tussen de mensen? Wil God misschien aan allen een teken van zijn toorn om onze zonden sturen, zoals sommigen die zich opwerpen als predikers, zeggen?”.

Niemand kan de unieke plaats die God toekomt, innemen en daarom kan niemand een theologische betekenis geven aan deze verschrikkelijke gebeurtenis.

Een ding is echter zeker: God wil de dood van de zondaar niet, maar dat hij zich bekeert en leeft (vgl. Ez. 33, 11).

Onze God is de God van het leven en niet van de dood en wil niet dat de mens in angst en verdriet leeft.

Dat mogen wij nooit vergeten en daarom moeten wij geen gehoor geven aan al degenen die iets willen bouwen op angst en tot de mensen spreken op het ogenblik van hun zwakheid.

Onze God, ik herhaal het nog eens, wil niet dat onze kerken alleen maar vollopen, omdat wij angst hebben en wij niet samen met de anderen weten te strijden voor het leven, de volheid van het ware leven in al zijn aspecten.

Op deze ogenblikken moeten wij in naam van ons geloof ons niet onderscheiden van de andere burgers, maar moeten wij te midden van het volk staan zonder onderscheid te maken, samen strijdend tegen deze gemeenschappelijke vijand, een stiekeme en laffe vijand, die zich verbergt, zich niet laat zien en herkennen.

Uit een geschrift aan het einde van de tweede eeuw, de Brief aan Diognetus, in de Kerk zeer gewaardeerd, omdat het beschrijft hoe de christenen met hun spiritualiteit, gewoontes en geloof leefden, lezen wij een passage die voor ons vandaag bijzonder interessant is.

Laten we het samen lezen:

“De christenen onderscheiden zich noch door land, noch door taal, noch door gewoonten van de andere mensen. Zij wonen immers nergens in eigen steden, noch hebben ze een afwijkend taalgebruik, noch leiden zij een opvallend leven. Evenmin is deze leer door de inval of gedachte van bemoeizieke mensen voor hen uitgevonden of vertegenwoordigen zij een menselijke leerstelling, zoals sommigen. ... Zij zijn in het vlees, maar leven niet naar het vlees. Zij verblijven op de aarde, maar zijn burgers in de hemel. Zij gehoorzamen de vastgestelde wetten en overtreffen met hun eigen leven de wetten” (5, 5-9).

Wij mogen deze twee lessen nooit vergeten:

  1. Wij wonen niet in steden die ons toebehoren. Wij wonen niet in een bijzondere stad naast de stad Ypacaraí. Wie hier anders over denkt, heeft een sektarische en niet-katholieke mentaliteit.

  2. Wij moeten de vastgestelde wetten in acht nemen en in de naleving van de vastgestelde wetten gaan wij met onze manier van leven verder dan de wetten zelf.

Met de brief van 11 maart 2020 hebben de bisschoppen van Paraguay de gezondheidsmaatregelen, vastgesteld door de nationale regering, aanvaard.

Deze situatie van een mondiale noodsituatie op het terrein van de gezondheidszorg, door de Wereldgezondheidsorganisatie pandemie genoemd, roept ons op tot een hardnekkige strijd tegen deze ziekte die tot de dood leidt.

Ik heb al gezegd dat ik op dit thema zal terugkomen.

Alle maatregelen van bestrijding hebben een loyale samenwerking voor het gemeenschappelijk welzijn nodig.

Voor ons, christenen, is dit het ogenblik van een oproep tot een diepe geestelijke bekering.

De nadruk op het in huis blijven, het alleen maar naar buiten gaan voor dringend noodzakelijke dingen roept ons op om opnieuw de waarde te ontdekken van de stilte, de kleine gemeenschap, de dialoog met wie wij leven en hetzelfde huis delen, het lezen en vooral van het gebed van het hart volgens de woorden van het evangelie:

“Wanneer gij bidt, gedraagt u dan niet als de schijnheiligen, die graag in de synagogen en op de hoeken van de straten staan te bidden om op te vallen bij de mensen; voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al ontvangen! Maar als gij bidt, ga dan in uw binnenkamer, sluit de deur achter u en bid tot uw Vader die in het verborgene is en uw Vader die in het verborgene ziet, zal het u vergelden” (Mat. 6, 5-6).

Er bestaat geen zending naar buiten, als wij niet eerst de innerlijke zending in ons hart en met Emilio Grasso Omelia 19 marzo 2020 3wie met ons in een kleine gemeenschap leeft, beleven. “Waar er twee of drie verenigd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun midden” (Mat. 18, 20).

Het ogenblik is gekomen om opnieuw de waarden van de broosheid, de kleinheid, de armoede, de zwakheid te ontdekken.

Het coronavirus zal ongetwijfeld een demarcatielijn vormen tussen een christendom dat wordt beleefd als een bevestiging van kracht en macht, en het getuigenis van wie “vreugde en hoop, verdriet en angst van de mensen van vandaag, vooral van de armen en van hen die, hoe ook, te lijden hebben”, (Gaudium et spes, 1) deelt.

En in dit delen dragen wij de schat van ons geloof “in aarden potten; duidelijk blijkt dat die overgrote kracht van God komt en niet van ons” (2 Kor. 4, 7).

Voor jullie allen mijn genegenheid en mijn hartstochtelijke liefde.

 

Don Emilio Grasso

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

 25/03/2020