Dank aan de verpleegsters en verplegers die in de gezondheidsinstellingen van de stad Ypacaraí (Paraguay) werken

 

Mijn beste vrienden,

Op dit moment waarop de pandemie van het coronavirus ook ons land begint te raken, wil ik mij in het bijzonder richten tot alle verpleegsters en verplegers die in de gezondheidsinstellingen van de stad Ypacaraí werken en die vandaag in de voorste gelederen in de strijd tegen het coronavirus een zwaar, moeilijk en gevaarlijk werk verrichten.

Sta mij toe dat mijn gedachten ook uitgaan naar de drie zusters van mijn Gemeenschap Redemptor hominis, Annina, Franca en Isabella, die ook als verpleegster in Noord-Italië werkzaam zijn, waar deze pandemie zich met meer kracht heeft ontwikkeld.

Daarom kan ik ook zeggen dat ik van binnenuit jullie werk, jullie moeilijkheden, jullie lijden, jullie inspanningen en vooral in deze tijd jullie angst ken.

Op 1 juli 1967 heeft de heilige Paulus VI, toen hij zich richtte tot de deelnemers aan het congres van de Katholieke Unie van Verplegenden, over jullie gesproken als mensen die een dienst verlenen aan de broeders en zusters die lijden; kostbare en ervaren, onzichtbare en onvervangbare medewerkers en medewerksters van de geneesheren, vrienden en troosters van de patiënten, aan wie zij hun soms zeer nederige diensten in alle rust, met liefde en hoffelijkheid aanbieden.

De Kerk waardeert jullie zeer: zij acht, bemint, zegent jullie.

Op dit zo moeilijke moment kniel ik voor jullie neer, zoals ik neerkniel voor al degenen die de grote zending vervullen van het volk dienen en kan ik niet anders dan jullie vragen genegenheid en een blik van bijzondere tederheid te hebben jegens de oudsten, de armsten, de meest gemarginaliseerden en de zwaksten.

Vergeet nooit dat op de dag van het oordeel wij geoordeeld zullen worden naar onze liefde voor de meest behoeftige broeders en zusters.

De eniggeboren Zoon van de Almachtige zal op die dag tegen ons zeggen: “... Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht” (Mat. 25, 36); “Voorwaar, Ik zeg u: al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders hebt gij voor Mij gedaan” (Mat. 25, 40).

Mogen deze woorden weerklinken in jullie hart en jullie de kracht geven om jullie dagelijkse, zware werk te verrichten!

Moge te midden van de moeilijkheden, de offers, het onbegrip Jezus, zachtmoedig en nederig van hart, een hart dat vol is van goedheid en liefde, altijd met jullie zijn.

Ik druk al degenen die jullie aandacht nodig hebben, op het hart jullie kostbare werk met een juist gedrag te waarderen.

Met heel mijn hart dank ik jullie allen, ik denk aan jullie in mijn gebed en, naar jullie kijkend in een stilte vol dankbaarheid, vraag ik dat

de almachtige God,

Vader, Zoon en Heilige Geest,

over jullie neerdaalt en altijd bij jullie blijft.

Amen.

 

Don Emilio Grasso

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

06/04/2020