Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús in Ypacaraí (Paraguay)

 

Mijn beste vrienden,

Sta mij toe dat ik mij vandaag tot jullie richt en mij daarbij laat inspireren door een brief die mij heeft bereikt uit Italië, het land waar meer dan 25.000 mensen zijn gestorven ten gevolge van het coronavirus.

Degene die schrijft, is een priester, don Marco, pastoor van de parochie waar ik in mijn jeugd heb geleefd en waar ik 54 jaar geleden priester ben gewijd.

In de lange, aan de gelovigen van zijn parochie gerichte brief spreekt don Marco over de toestand van de Kerk in deze tijd van quarantaine en analyseert de “verzuchting” van een bevriende priester, die hem schrijft: “Akkoord, ik begrijp het probleem van de gezondheidszorg, dat zou er ook nog bij moeten komen. Maar als ze mij de mis, de catechismus en de ontmoetingen afnemen, wat moet ik dan?”.

Van de hele inhoud van de brief, heeft deze verzuchting die uit het hart komt van een pastoor, mij in het bijzonder getroffen.

Ik bespeur daarin een diepe problematiek in het leven van priesters en religieuzen in het algemeen, maar ook ongetwijfeld in dat van zeer veel gelovigen die mij hebben geschreven om mij te vragen naar de zin van hun christelijk leven in een periode waarin wij ten gevolge van deze pandemie van het coronavirus gedwongen zijn het grootste gedeelte van onze tijd door te brengen, opgesloten in onze huizen, zonder fysiek contact en zonder activiteiten met anderen.

Zeker, het probleem is van een belangrijke draagwijdte, omdat het een kwestie aan de orde stelt van centraal belang in ons christelijk leven.

Het betreft het feit dat wij meestal vaak de zin van ons leven reduceren tot het “doen”, een overmaat aan activiteit.

Het lijkt wel alsof ons leven als een mand is die wij boordevol moeten vullen, en als deze dan overvol is, beginnen wij hem opnieuw te vullen met alles wat wij vinden.

Wij zijn mensen van duizend activiteiten, die in de meeste gevallen beginnen, maar niet afmaken.

Deze houding van ons brengt ons er toe mannen en vrouwen te zijn die trouw zijn tot aan de dood aanéén definitieve keuze veel kost.

Het leven van de mens kan niet worden gereduceerd tot zijn activiteit.

Als wij het leven tot activiteit reduceren, tot het produceren van iets, tot het verwezenlijken van een plan, dan hechten wij geen enkele waarde aan de zwaksten, aan de armen van iedere soort, aan hen die buitengesloten worden van het productieproces.

Het is zeer ernstig dat een priester, een gewijd iemand, een christen, een mens ertoe komt te zeggen: “Als ze mij de mis, de catechismus en de ontmoetingen afnemen, wat moet ik dan?”.

Het is heel triest dat men zover komt dat men deze opmerking maakt.

Het leven van de mens en nog meer het leven van een christen, is alleen maar werkelijk leven, wanneer het een relatie is met God, bron en hoogtepunt van de relatie met de ander.

Uit deze relatie komen de ware activiteiten voort, maar deze zijn van voorbijgaande, vergankelijke aard en vormen niet het uiteindelijke doel van de mens.

In het evangelie van de heilige Lucas vinden wij deze episode uit het leven van Jezus:

“Op hun tocht kwam Hij in een dorp, waar een vrouw die Marta heette, Hem in haar woning ontving. Ze had een zuster, Maria, die gezeten aan de voeten van de Heer, luisterde naar zijn woorden. Marta werd in beslag genomen door de drukte van het bedienen, maar ze kwam er een ogenblik bij staan en zei: ‘Heer, laat het U onverschillig, dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? Zeg haar dan dat ze mij moet helpen’. De Heer gaf haar ten antwoord: ‘Marta, Marta, wat maak je je bezorgd en druk over veel dingen. Slechts één ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen, en het zal haar niet ontnomen worden’” (Luc. 10, 38-42).

De heilige Augustinus heeft ons een verhelderend commentaar over deze passage uit het evangelie nagelaten:

“Jij, Marta – schrijft de heilige Augustinus wordt nu volledig in beslag genomen door veel zaken, jij wilt sterfelijke lichamen, zij het van heilige mensen, verkwikken. Maar zeg mij eens: Wanneer je dat vaderland bereikt zult hebben, zul je dan de pelgrim vinden om als gast te verwelkomen? Zul je dan de hongerige vinden om met hem het brood te breken? De dorstige om hem de beker aan te reiken? De zieke om hem te bezoeken? De twistzieke om hem weer vrede te vinden? De dode om te begraven? Daarboven zal er geen plaats zijn voor dat alles. En wat zal er dan wel zijn? Datgene waarvoor Maria heeft gekozen: daar zullen wij worden gevoed, zullen wij niet voeden. Daar zal datgene waarvoor Maria hier heeft gekozen, volledig en volmaakt zijn: van die rijke dis ontving zij de kruimels van het woord van de Heer. ... Er bestaat maar één doel waarnaar wij streven, wanneer wij ons bij de verschillende bezigheden van deze wereld inspannen. Wij streven daarnaar, terwijl wij pelgrims zijn en nog geen vaste verblijfplaats hebben; op weg en nog niet in het vaderland; nog het verlangen en nog geen bevrediging hiervan hebben. Maar wij moeten ernaar streven zonder lusteloosheid en zonder onderbreking om eens uiteindelijk het doel te bereiken”.

Deze tijd van gedwongen quarantaine, noodzakelijk, omdat in afwachting van de komst van een vaccin de enige preventieve maatregelen afzondering en social distance zijn, een tijd die wij niet hebben gekozen, maar die ons is gegeven, moeten wij deze zien als een gunstige tijd die God toestaat om uit deze gebeurtenis een groter goed te halen en de ware en authentieke zin van het leven te kunnen ontdekken.

En degenen die zonder een juiste reden niet gehoorzamen aan de directieven van de wettige autoriteiten en de quarantaine alleen maar schenden, omdat ze aan zichzelf en hun eigen belangen denken en de ander hun geen barst interesseert, zijn werkelijk onverantwoordelijk bezig.

In de brief aan de Filippenzen herinnert de heilige Paulus ons eraan dat “ons vaderland in de hemel is...” (Fil. 3, 20).

Soms zijn wij zo gehecht aan deze aarde dat wij ons ware vaderland en zijn waarden vergeten.

Wij vergeten dat het Rijk Gods het Rijk is van waarheid en leven, het Rijk van heiligheid en genade, het Rijk van gerechtigheid, liefde en vrede.

Dit is een tijd die gunstig is om de waarheid en gerechtigheid te ontdekken die te midden van ons zozeer ontbreken.

Moge God ons de genade geven in de stilte van deze tijd te ontdekken dat zoals paus Franciscus zegt

“het Rijk Gods van de armen van geest is. Er zijn er die de rijken van deze wereld hebben: ze hebben goederen en comfort. Maar het zijn eindige rijken. De macht van mensen, ook de grootste imperiums komen voorbij en verdwijnen. Wij zien zo vaak in het journaal of in de krant dat die sterke, machtige heerser of die regering die er gisteren was en vandaag er niet meer is, is gevallen. De rijkdommen van deze wereld verdwijnen, en ook het geld. De ouden leerden ons dat een doodskleed geen zakken heeft. Dat is waar. Ik heb achter een lijkstoet nooit een verhuiswagen gezien: niemand neemt iets met zich mee. Deze rijkdommen blijven hier” (Paus Franciscus, Algemene audiëntie, 5 februari 2020).

En moge de zegen van de almachtige God,

Vader en Zoon en Heilige Geest,

over u neerdalen en altijd bij u blijven.

Amen.

Don Emilio Grasso

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

29/04/2020