Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús in Ypacaraí (Paraguay)

 

Mijn beste vrienden,

Ik heb het verschillende keren in mijn homilieën gehad over een oude ketterij die altijd, ook in onze tijd, op de loer ligt.

Ik bedoel de ketterij van het docetisme.

Volgens deze ketterij, die de menswording van de Zoon van God ontkent en tegen de woorden van het evangelie volgens de heilige Johannes: “Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond” (Joh. 1, 14), ingaat, is het onmogelijk dat God als zeer zuivere geest zich werkelijk bezoedelt met de materie, met een werkelijk menselijk lichaam.

Deze ketterij draagt in zich de verleiding van een directe eenwording met God, dat wil zeggen zonder enige bemiddeling, en dat is een van de gevaarlijkste verleidingen, omdat zij zich verbergt achter een masker van vroomheid en mysticisme.

De geschiedenis van het christelijk dogma leert ons dat iedere ontkenning of afzwakking van het heilzame belang van de menselijke natuur van Christus oorspronkelijk een docetistische nuance bevat.

Ook in onze tijd, nu wij te maken hebben met de pandemie van het coronavirus, is heel sterk het gevaar aanwezig dat de goddelijke transcendentie zo wordt overdreven dat men deze onverenigbaar laat worden met de immanentie die verbonden is met de menswording.

De dynamiek van de menswording roept de mens op om uit zijn comfort zone (tranquilopá: niemand maakt zich druk, niemand neemt de verantwoordelijkheid op zich) naar buiten te treden om van hem een reisgenoot van Jezus te maken, zoals de leerlingen van Emmaüs reisgenoten waren van Jezus.

De menswording en de weg van Jezus naar het kruis en de verrijzenis roepen ons op om met Hem buiten onszelf te treden en op weg te gaan.

De menswording is immers een komen van Gods Zoon uit de schoot van de Drie-eenheid, zoals wij belijden in het Credo van de Kerk:

“Ik geloof ... in één Heer, Jezus Christus ... Hij is voor ons, mensen, en omwille van ons heil uit de hemel neergedaald. Hij heeft het vlees aangenomen door de Heilige Geest uit de Maagd Maria, en is mens geworden”.

In het licht van onze geloofsbelijdenis, die wij elke zondag samen in de viering van de mis doen, begrijpt men de diepe betekenis van deze woorden van paus Franciscus:

“Op weg gaan. God kan zichzelf niet aanbidden, God heeft echter op weg willen gaan. Hij heeft zich niet rustig willen houden. Vanaf het begin is Hij met zijn volk op weg gegaan. En op weg gaan is grenzen openen, erop uittrekken, deuren openen en wegen zoeken. Op weg gaan... Niet blijven zitten; zich niet instaleren in de slechte zin van het woord. Er is weliswaar behoefte aan het organiseren van de dingen, er zijn werken die vereisen rustig te blijven, maar met de ziel, het hart en het hoofd op weg te gaan en te zoeken. Naar de grens te gaan: allerlei soorten grenzen, inbegrepen die van het denken”.

De ketterij van het docetisme, dat feitelijk de menswording van Gods Zoon ontkent, ontkent ook het erop uitgaan, het deuren openen, het wegen zoeken, het opzoeken van grenzen van allerlei soorten, inbegrepen die van het denken.

De wortels van een fatalistische visie op de wereld, waarvan onze Paraguyaanse cultuur is doortrokken, ons gedrag in het dagelijks leven brengen een levenswijze voort die van de Paraguyaan tegelijkertijd iemand maakt die berust (“men leeft, men overleeft, tot aan de dood”) en wordt voortdurend gemanipuleerd door de caudillo (leider) van het ogenblik.

Onze cultuur blijft een tribale cultuur, bepaald door de leiding van een cacique, die oude figuur die is vervangen door de caudillo van de huidige tijd. De caudillo weet hoe hij alle problemen met een controlerende zekerheid en autoriteit moet oplossen en werpt zich op als het antwoord dat het merendeel van de mensen ontlast van de moeite om na te denken en de eigen verantwoordelijkheden op zich te nemen.

Ze hebben mij gevraagd wat de betekenis zou kunnen zijn van deze pandemie van het coronavirus.

De obscurantistische gedachte van wie in het coronavirus een straf van God voor onze zonden, een manifestatie van zijn toorn, een duivelse tegenwoordigheid ziet, zij verre van mij.

Voor mij ligt de geschiedenis altijd in de handen van God en Jezus, ook als Hij slaapt, is Hij de stuurman van dit schip dat de Kerk is.

Om deze reden zie ik deze noodsituatie van het coronavirus als een tijd die gunstig is om de moed te hebben om, zoals de heilige Paulus VI schreef,

“de beoordelingscriteria, de bepalende waarden, de punten van belangstelling, de lijnen van het denken, de bronnen van inspiratie en de levensmodellen van de mensheid die in strijd zijn met het Woord van God en het heilsplan” (Evangelii nuntiandi, 19), te analyseren.

Om het docetisme tegen te gaan vinden wij de beste weg van het evangelie in de inzet dat iedere mens zijn waardigheid ontdekt.

Men leeft niet van brood alleen. Men leeft niet alleen van voedselbanken, maar ook van waardigheid.

Luis Fretes van de Sociale Pastoraal heeft het dagblad “ABC Color” hierop gewezen:

“Kinderen en volwassenen komen met hun pannetjes om het voedselrantsoen voor hun gezinnen mee te nemen. Men let erop dat er geen drukte is op het ogenblik van het overhandigen, maar het aantal families die bij elkaar zijn en de tereré drinken, waarbij ze de bombilla (het rietje) samen delen, is uitermate hinderlijk. Misschien is het van allen te veel gevraagd om de eigen bombilla te hebben, maar ze hebben het risico niet begrepen dat dit met zich meebrengt. Het is onmogelijk dat ze elkaar niet besmetten”. Bovendien heeft Fretes onderstreept dat “om het respect voor de maatregelen te sensibiliseren en te controleren politie en parket in de straten en vestigingen moeten patrouilleren en degenen die de aanwijzingen op het gebied van de gezondheid niet respecteren, moeten aanklagen”.

Ik wil allen die van de gaarkeuken de meest gewone vorm van hulp aan de behoeftigen hebben gemaakt, eraan herinneren dat er nauwkeurige aanbevelingen bestaan van het “Instituto Nacional de Alimentación y Nutrición - Ministerio de Salud Pública y Bienestar Social” -, aanbevelingen die zijn uitgevaardigd om het risico van de verspreiding van de Covid-19 - ziekte terug te dringen: https://www.mspbs.gov.py/portal/20742/covid-19-recomendaciones-para-las-ollas-populares.html

Laten wij erop letten dat een vorm van edelmoedige hulp, die echter vaak wordt verwezenlijkt zonder inachtneming van de voorziene normen, niet een instrument van afhankelijkheid, maatschappelijk parasitisme en ook van de dood wordt.

Als wij denken dat het heil van de mens niet zijn menselijke waardigheid betreft, vervallen wij bewust of onbewust, tot de ketterij van het docetisme.

Wij moeten de ogen altijd gericht hebben op Jezus: ware God en ware mens. Wij mogen goddelijkheid en mens zijn nooit scheiden.

En wij mogen nooit vergeten dat de mens niet van brood alleen leeft, alleen van de gaarkeuken, maar het ook nodig heeft het verstand te verlichten en het hart te zuiveren.

Wie de tereré of de mate met hetzelfde rietje blijft delen, is een potentiële moordenaar van zijn broeders en zusters.

En met de gave van het leven speelt en spot men niet.

Ik wil niemand van mijn broeders en zusters zien sterven, omdat hij of zij besmet is. En besmet, omdat ik als een lafaard niet de moed heb gehad om te onderrichten en evenmin de moed te spreken met een vrijheid van geest.

Ik herinner op dit ogenblik graag aan de woorden van onze geliefde paus Franciscus:

“Laten wij in deze tijd waarin men instructies begint te krijgen om uit de quarantaine te komen, de Heer bidden dat Hij ons allen de genade van de behoedzaamheid en de gehoorzaamheid aan de instructies geeft, opdat de pandemie niet terugkeert”.

Een gebrek aan behoedzaamheid en gehoorzaamheid aan de gegeven instructies maakt van ons moordenaars van onze broeders en zusters en van onszelf.

Het coronavirus is niet een eenvoudige griep: aan het coronavirus gaat men dood.

Ik zal nooit de ogen van mijn vader kunnen vergeten, toen hij herinnerde aan zijn drie zussen die in de loop van negen dagen waren gestorven: Erminia van 4 jaar, Annina van 7 jaar en Caterina van 23 jaar. Zij stierven, toen de grote pandemie die aan het einde van de Eerste Wereldoorlog uitbrak en Spaanse griep werd genoemd, de wereldbevolking decimeerde met de dood van tientallen miljoenen mensen.

Wat voor nut heeft een gaarkeuken in te richten, als men niet onderricht hoe men moet leven en niet hoe men moet sterven?

En om te leren moeten wij de eersten zijn die deze dodelijke gewoontes veranderen.

God houdt van ons, maar wij moeten de moed hebben buiten onszelf te treden en naar de grenzen van de waarheid te gaan.

En moge de zegen van de almachtige God,
Vader en Zoon en Heilige Geest,
over u neerdalen en altijd bij u blijven.
Amen.

 

Don Emilio Grasso

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

06/05/2020