Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)
Mijn beste vrienden,
Op 29 september viert de Kerk het feest van de aartsengelen Michaël, Gabriël en Rafaël.
In het boek Apocalyps wordt er gesproken over een strijd die losbarstte in de hemel:
“Michaël en zijn engelen moesten oorlogen tegen de draak. Ook de draak streed en zijn engelen. Maar zij hielden geen stand en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden. En de grote draak werd neergeworpen, de oude slang, die Duivel en Satan heet, die de wereld verleidt; neergeworpen werd hij op de aarde en zijn engelen met hem” (Apoc. 12, 7-9).
Om deze passage van de Heilige Schrift te begrijpen moeten wij weten dat het woord “apocalyps” openbaring betekent, onthulling en dat de “apocalyptiek” een vorm van literatuur was die ten tijde van Jezus zeer in de mode was. Het was een kunst om eigentijdse gebeurtenissen in grootste beelden, visioenen en engelen te beschrijven.
In het boek de Apocalyps wordt er gesproken over open hemelen, engelen en rampen, verderf van degenen die de waarheid en het bloed van de martelaren verraden. In dit boek wordt benadrukt hoe Gods oordeel door heel onze geschiedenis heen gaat. De heerlijkheid van God staat naast ons, achter de tent, en alles loopt uit op de hemelse stad.
In de context van de eerste jaren van het leven van de Kerk verheft de auteur van de Apocalyps zijn alarmerende stem en brengt twee gevaren in de Kerk naar voren:
-
Een gevaar van buiten, dat om een soort sacraliseren vereiste van de mentaliteit en de gewoonten die op dat ogenblik heersten. Gebruik makend van andere categorieën, zouden wij kunnen zeggen dat het het altijd aanwezige gevaar betrof op de knieën te gaan voor de wereld en te doen wat allen doen: dat wil zeggen slaaf zijn van de modes van de tijd.
-
Een ander gevaar van binnen uit, dat bestond uit een vorm van kerkelijke prostitutie. Wat dit betreft geef ik de woorden van Benedictus XVI weer: “Spreken om applaus te oogsten, spreken waarbij men zich richt naar hetgeen de mensen willen horen, spreken in gehoorzaamheid aan de dictatuur van de openbare mening, wordt beschouwd als een soort prostitutie van het woord en de ziel”.
De diepe betekenis van de aartsengel Michaël hangt samen met de menswording van de Zoon van God.
Wij moeten terugkeren naar de woorden van de proloog van het evangelie volgens Johannes: “En het Woord is vlees geworden”, waaraan de engelen aanstoot namen die tegen God in opstand kwamen en door Michaël en de zijnen werden bestreden en overwonnen.
Deze strijd in de hemel tegen de Demon of Satan gaat verder op aarde, omdat Satan op de aarde werd geworpen en zijn engelen met hem. En de strijd tegen hem is dezelfde als die welke in de hemel gestreden werd en die als centraal punt de ontkenning van de menswording heeft.
Van de kant van Satan en van wie hem volgt, wil men een zuiver, engelachtig christendom zonder de aanstoot van de menswording.
De bekende stelling van de Franse filosoof uit de 17de eeuw, Blaise Pascal, keert tot het wezen van de kwestie terug: “De mens is noch een engel, noch een beest, en de ellende wil dat wie de engel wil uithangen, de beest uithangt”.
In deze tijd van het coronavirus lijkt het dat de oude ketterij van het docetisme terugkeert, waardoor feitelijk het mens zijn van Jezus Christus werd ontkend.
Dit reduceren van alles tot het gebed en het aanroepen van de heilige naam van God en daarbij de medewerking van de mens ontkennen, die daardoor rustig verder leeft, zich niet bewust van de meest elementaire veiligheidsmaatregelen; dit voortdurend erop wachten dat wonderen uit de lucht komen vallen, terwijl men de praktijk van de tereré[1]-clubjes voortzet, waarbij allen natuurlijk hetzelfde rietje gebruiken, en er bijeenkomsten van honderden en honderden personen worden gehouden op dezelfde dag dat men verklaart dat de eenheden van de intensive care in de openbare centra ingestort zijn...; deze ontkenning van het ware mens zijn, dat herinnering, intelligentie, wil en actie is die de wereld verandert, betekent de menswording van God ontkennen.
Wij moeten nooit vergeten dat vooral in deze tijd van een verschrikkelijke pandemie wij met de komst van Christus niet meer de Eeuwige buiten de tijd, God buiten de mens vinden.
Juist in het afwijzen van de menswording ziet de grote theoloog uit de 19de eeuw, Matthias Joseph Scheeben, de kern
van de zonde van Satan.
Hij schrijft dat de engelen als hun God de Mensenzoon zouden moeten vereren, die zich aan hen voordeed in de menselijke natuur en bovendien in een subject met een menselijke natuur, in een mens, de bron van de aan hen voorbehouden genade en heerlijkheid erkennen en eren. Dat was natuurlijk voor de engelen een soort vernedering. Zij zouden het moeten verdragen dat de Eniggeboren Zoon van God, die als eerstgeborene van ieder schepsel zijn goddelijke waardigheid hiermee wilde delen, geen verblijf nam onder hen, dat Hij zijn troon van genade oprichtte in de veel lager staande menselijke natuur en van daaruit ook aan hen de stralen van zijn goddelijke schittering zond.
Zeggen dat God ons interesseert, wanneer ons hart tot aan de uiterste grenzen van de aarde niet klopt voor het vlees en het bloed van God die zich aan ons voordoet in het vlees en het bloed van concrete mensen, betekent dat wij de hersenschimmen die door onze neurose zijn geschapen, god noemen.
En zo worden wij, ook al hebben wij nog zoveel rozenkransen en nog zoveel bidprentjes in de hand, vereerders van afgoden, die, zoals de psalmist zegt, handen hebben en niet tasten, ogen hebben en niet zien, een mond hebben, maar niet spreken, oren hebben en niet horen, voeten hebben en niet lopen (vgl. Ps. 115, 5-7), om aan al de volken te gaan verkondigen dat God in Jezus Christus mens geworden is. Want het is niet mogelijk de God van Jezus Christus te vinden, als wij niet door de nauwe deur willen gaan die de deur is van zijn wil en niet door die van een bloedeloos idee, dat vals engelachtig is en vreemd aan de “vreugde en hoop, verdriet en angst van de mensen van vandaag, vooral van de armen en van hen die, hoe ook, te lijden hebben” (Gaudium et spes, 1).
En moge de zegen van de almachtige God,
Vader en Zoon en Heilige Geest,
over u neerdalen en altijd bij u blijven.
Amen.
____________________
[1] Typische kruidenthee uit Latijns-Amerika.
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
27/11/2020
