Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)
Mijn beste vrienden,
Ieder van ons komt op zijn weg allerlei obstakels tegen die wij tegenspoed kunnen noemen. Zij betreffen en kwellen zowel fysiek als moreel het leven van de mens. Dat kunnen bijvoorbeeld ziekten zijn, rouw, angst, onbegrip, moeilijkheden bij het samen leven met de ander, echte vervolgingen, tegenstand, laster, leugens, kwaadsprekerij, nijd en jaloersheid, tegenslag, allerlei zwakheden. Al deze tegenspoed, de oorzaak van vaak bitter lijden, dat zelfs tot wanhoop leidt, maakt deel uit van het probleem van het kwaad in de wereld.
Op dit probleem van alle plaatsen en alle tijden hebben de mensen verschillende antwoorden proberen te geven.
Wij moeten met een theologische blik en in positieve zin in het licht van het woord van God de tegenspoed trachten te zien die wij in
de werkelijkheid van het leven tegenkomen. Hij moet worden gezien als een kracht die ons helpt bij onze groei en rijping tot een steeds volledigere eenwording met Jezus Christus en zijn plan voor de bevrijding van heel de mensheid door ons van een staat van minderjarigheid naar een staat van volwassenheid, tot een bewuste huwelijkse rijpheid te laten overgaan.
Tegenspoed is de erfenis van de Meester aan zijn leerlingen voor een ware eenwording van hun lot met die van Hem, een erfenis die vooral levend is bij zijn marteldood, doordat zij uit dezelfde lijdensbeker als Hij drinken.
De heilige Augustinus schrijft dat “wie denkt geen ellende te hebben, nog geen christen is”, omdat men christen is op voorwaarde dat men de steile helling van de Calvarieberg opgaat, met zijn eigen kruis, in het voetspoor van de Meester. “Wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt, is Mij niet waardig” (Mat. 10, 38).
Dat is de reden waarom alle tegenspoed een gunstige gelegenheid vormt, een tijd die gelegen komt om steeds beter te kunnen zeggen: “Met Christus ben ik gekruisigd. Ikzelf leef niet meer, Christus is het die leeft in mij” (Gal. 2, 19-20).
Tegenspoed is voor ons dus een historische gelegenheid die het ons mogelijk maakt een antwoord te geven op de liefde van God en van de toestand van slaven over te gaan naar die van vrienden door aan hetzelfde heilsplan deel te nemen, niet als toeschouwers, maar als hoofdrolspelers.
Ik heb vaker herhaald en ik blijft het herhalen dat wij deze tijd van de COVID-19-pandemie moeten beschouwen als een gunstige tijd om ons hart te zuiveren, ons verstand te laten verlichten, om ons leven te kunnen veranderen en een nieuwe bladzijde te kunnen schrijven in het boek van de geschiedenis van de mensheid: de bladzijde van een volk dat de geschiedenis van zijn Kerk begint te delen door niet meer als toeschouwer van de feiten die zich buiten hem afspelen, aan de zijlijn te staan, maar als hoofdrolspeler van een Geschiedenis die zijn bloed en vlees wordt.
Dat is de lijn waarlangs wij moeten gaan.
De tijd van zuigelingen die altijd aan de borst van hun moeder blijven hangen, niet in staat om verantwoordelijke beslissingen te nemen en persoonlijk de prijs voor eigen daden te betalen, is voorbij.
Tegenspoed is altijd een mogelijkheid om te groeien.
Het boek Jezus Sirach herinnert ons eraan dat “goud in het vuur wordt beproefd en de aan God welgevallige mens in de oven van de vernedering” (Sir. 2, 5). Het is de pedagogie van God, die degenen die Hij liefheeft, op de proef stelt: “Wie ik liefheb, die bestraf en tuchtig Ik” (Apok. 3, 19).
Onze blik moet altijd naar boven gericht zijn. Wij mogen nooit vergeten dat alles voorbijgaat, en daarom moeten wij ook op het zwaarste ogenblik van de tegenspoed de moed niet verliezen.
“De lichte kwelling van een ogenblik bezorgt ons een alles overtreffende, altijddurende volheid van glorie. Wij houden het oog
gericht niet op het zichtbare maar op het onzichtbare; wat wij zien gaat voorbij, de onzichtbare dingen duren eeuwig” (2 Kor. 4, 17-18).
De Heer leert ons dat het lijden van de tegenwoordige tijd “niet opweegt tegen de heerlijkheid waarvan ons de openbaring te wachten staat” (Rom. 8, 18).
Cyprianus van Carthago herinnert ons eraan dat beproevingen een gave zijn die ons de tijd schenkt en die doorgemaakt moeten worden
“met de kracht van onze hoop en de standvastigheid van het geloof. Onze ziel blijft ook tussen de puinhopen van de wereld rechtop staan: onze deugd is onwankelbaar; het geduld en de zekerheid van haar God wordt in haar niet minder”.
Tegenspoed is dus de vruchtbare bodem waaruit de steeds nieuwe en machtige energie kan opschieten die ons woord sterk en efficiënt kan maken.
De mens die spreekt, omdat hij in zijn vlees de dingen heeft ervaren die Hij zelf heeft gezegd, is een mens die woorden spreekt die als stenen wegen waarop een huis gebouwd kan worden dat niet instort.
De mens die daarentegen zieke woorden spreekt, woorden die niets van doen hebben met zijn ervaring, is een mens die met zijn mond alleen maar geluiden voortbrengt.
Hij is als een hond die blaft, wanneer de trein van de geschiedenis voorbijkomt. De trein stopt niet en zet zijn weg voort. De hond blijft staan, houdt op met blaffen om vervolgens opnieuw te beginnen bij het verschijnen van een nieuwe trein, als hij de kracht er nog toe heeft.
En moge de zegen van de almachtige God,
Vader en Zoon en Heilige Geest,
over u neerdalen en altijd bij u blijven.
Amen.
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
12/12/2020
gericht niet op het zichtbare maar op het onzichtbare; wat wij zien gaat voorbij, de onzichtbare dingen duren eeuwig” (2 Kor. 4, 17-18).