Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)
Mijn beste vrienden,
Vandaag nodig ik allen uit een beetje geduld met mij te hebben.
De dingen die ik u zeg, vragen om veel aandacht en ook een krachtsinspanning om ze te begrijpen.
Anderzijds kunnen wij niet het hele leven een te kinderlijke taal blijven gebruiken in een betoog dat de relatie tussen een christelijk leven en de grote of kleine problemen van het dagelijkse leven betreft.
Als wij het volk van God blijven behandelen, alsof het altijd een onwetend volk was, niet in staat om vooral op cultureel niveau te groeien, verachten wij dit volk en reduceren wij het tot een eeuwige klasse van kinderen van de kleuterschool, onderworpen aan de macht van wie de eeuwige waarheden in handen heeft en daarom tegelijkertijd pretendeert ook de tijdelijke in bezit te hebben.
Van dit klerikaal en elitair idee van het leven komt dat autoritaire principe van pa’íma he’i (de priester heeft het al gezegd) dat de rijpheid beledigt waartoe wij allen geroepen zijn.
Daarom begin ik vandaag te spreken over het denken van Martin Heidegger, ongetwijfeld een van de grootste filosofen van de 20ste eeuw.
Voor Heidegger is, zoals de relatie tussen de mens en de dingen de zorg voor de dingen op zich nemen is, de relatie tussen de mens en de anderen een zorg hebben voor anderen. Zorg hebben vormt de fundamentele structuur van alle mogelijke relaties tussen mensen. Zij kan twee verschillende vormen aannemen: zij kan op de eerste plaats betekenen anderen hun zorgen ontnemen; op de tweede plaats hen helpen vrij te zijn om de eigen zorgen op zich te nemen. Bij de eerste vorm bekommert de mens zich niet zozeer om de anderen als wel om de dingen die hun verschaft moeten worden; de tweede vorm opent daarentegen voor de anderen de mogelijkheid zichzelf te vinden en hun eigen bestaan te verwezenlijken. Daarom is de eerste een niet authentieke vorm van de zorg op zich nemen voor de ander, terwijl de tweede een authentieke vorm is, het is een echt zorg hebben voor de ander.
Veel eenvoudiger gezegd, dit denken over zorg voor de ander kan met dit bekende en veel geciteerde Chinese spreekwoord worden uitgedrukt: “Geef een man een vis en hij heeft een dag te eten. Leer een man vissen en hij heeft zijn hele leven eten”.
Wij zullen binnenkort op dit onderwerp terugkomen, omdat er veel ouders zijn die door hun kinderen met dingen vol te stoppen en aan al hun grillen te voldoen, denken zorg voor hen te hebben en hen lief te hebben, terwijl zij hen zo alleen maar tot marionetten in hun handen reduceren.
Op 20 juni 2017 begaf paus Franciscus zich naar Barbiana (Florence), een klein agglomeraat van huizen waar een priester, don Lorenzo Milani, een volksschool had gesticht, die een symbool en een licht van evangelisatie werd onder de armsten en in de steek gelatenen van die tijd.
Voor zijn graf en zijn oude kinderen sprak paus Franciscus fundamentele en verhelderende woorden:
“De school was voor don Lorenzo niets anders dan wat zijn zending als priester betrof, maar een concrete wijze om deze zending te volbrengen door daaraan een hecht fundament te geven dat in staat was om tot de hemel te verheffen. ... De armen weer het woord te geven, omdat zonder woord er geen waardigheid is en derhalve ook geen vrijheid en gerechtigheid: dit leert don Milani. En het is het woord dat de weg zal kunnen openen naar het volle burgerschap in de maatschappij door middel van werk en naar het volle behoren tot de Kerk met een bewust geloof. Dit geldt op eigen wijze ook voor onze tijd, waarin alleen het woord bezitten het mogelijk maakt een onderscheid te maken tussen de zovele en vaak verwarde boodschappen die over ons worden uitgestort, en de diepgaande aangelegenheden van het eigen hart, evenals de verwachtingen van gerechtigheid van zoveel broeders en zusters die wachten op gerechtigheid, tot uitdrukking te brengen”.
Verantwoordelijkheidsgevoel bestaat wezenlijk in het vermogen antwoord te geven op de vraag die ons wordt gesteld.
Heel de heilsgeschiedenis is de geschiedenis van een dialoog, waarbij de mens op de vraag die God stelt, geroepen is een antwoord te geven.
En om verantwoordelijk te zijn moet de mens de genade van God ontvangen (“Los van Mij kunt gij niets”, Joh. 15, 5) met zijn verstand en zijn wil.
Dat vraagt om een meer dan noodzakelijke pastorale ommekeer in ons Paraguay, opdat er een werk tot stand komt dat opvoedt tot een kritisch verstand, en een gepaste opvoeding van de wil.
In laatste instantie gaat het erom van een pastoraal van de afhankelijkheid over te gaan naar een pastoraal van de verantwoordelijkheid.
Het gaat erom dat men ertoe opvoedt de eigen geschiedenis in eigen hand weten te nemen zonder erop te wachten deze voortdurend te moeten delegeren aan andere instanties.
Dat betekent opvoeden tot de moed van de beslissing. Moed die een afwijzen is van een mentaliteit van zich slachtoffer voelen die zich aan het doordringen is in de structuur van onze maatschappij en ook van de Kerk zonder gepaste antilichamen tegen te komen.
In deze “maatschappij van slachtoffers” klagen allen, schuiven allen de verantwoordelijkheid van zich af en dragen allen de eigen vrijheid, het eigen verstand, de eigen wil over aan de ander.
Eigenlijk is de verantwoordelijke altijd en in alles de ander en wij zijn altijd het slachtoffer van hogere en onontkoombare machten, die zich van ons meester maken en ons naar believen verstoffelijken (tot dingen reduceren).
Tussen de genade van God en de vrijheid van de mens bevrijdt de opvoeding tot het beginsel van verantwoordelijkheid ons van de slavernij van de slachtofferrol en herstelt voor ons de waardigheid van personen die in staat zijn hun eigen geschiedenis op zich te nemen.
Daartoe hebben wij een kritisch verstand nodig en een gepaste opvoeding van de wil, zonder welke wij nooit zullen komen tot de dimensie van vrije mensen die het fundament van een authentieke vrijheid vinden en weten te herkennen.
Dit fundament is gelegen in de Zoon van God, de vlees geworden Waarheid, die iedere vorm afwijst en elimineert van afhankelijkheid van mensen, dingen en zoveel menselijke tradities die vaak ons leven vullen en, omdat ze veranderen in idolen, het ons niet toestaan in geest en waarheid de God van Jezus Christus te aanbidden, de God van de verantwoordelijkheid, de God van de vrijheid.
En moge de zegen van de almachtige God,
Vader en Zoon en Heilige Geest,
over u neerdalen en altijd bij u blijven.
Amen.
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
08/04/2021
