Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)
Mijn beste vrienden,
Levend in de hedendaagse maatschappij die steeds meer onderworpen is aan de macht van het geld en van de grote financiële wereldmarkten, zijn de jongeren ook geroepen om het geld als een voor het leven belangrijk en noodzakelijk element te begrijpen, te hebben en goed te beheren. En dat is een opvoeding die allereerst de ouders toebehoort.
In deze verschrikkelijke dagen van pandemie is een ander probleem dat steeds meer aan het licht komt, dat van de wijd verbreide corruptie in een zoeken naar een onbeperkt vergaren van geld.
Als wij niet de moed hebben naar de wortel van de corruptie te gaan, een wortel die gelegen is in de persoonlijke zonde van het aanbidden van geld, vervallen wij tot de praktijk van de ontaarding van de democratie die Aristoteles demagogie noemde.
Volgens de Diccionario de la Real Academia Española bestaat demagogie in het feit dat “politici door bepaalde dingen toe te kennen en door de elementaire gevoelens van de burgers te strelen de macht trachten te verwerven of te handhaven”.
In mijn lange leven, doorgebracht in verschillende landen van de wereld, heb ik nooit iemand gevonden die zich niet uitsprak tegen corruptie.
En dan, waaruit komt corruptie voort?
In de eerste brief aan Timoteüs zegt de heilige Paulus dat “geldzucht de wortel is van alle kwaad” (1 Tim. 6, 10).
Geld is een communicatiemiddel, een informatie, een systeem om het circuleren van goederen en personen mogelijk te maken. Door de primitieve vorm van ruilhandel te overwinnen heeft de uitvinding van de munt het mogelijk gemaakt op de meest synthetische wijze de hoeveelheid werkkracht, aanwezig in elk object, de zeldzaamheid en de kostbaarheid, de grotere of kleinere noodzakelijkheid tot uitdrukking te brengen en heeft zij de mogelijkheden van contacten en uitwisselingen tussen de mensen vergroot. Dankzij deze uitvinding heeft de maatschappij zich kunnen ontwikkelen tot steeds complexere vormen.
Naar geld kijken als een instrument van relatie en informatie betekent voor ogen houden dat het het werk, de krachtsinspanning, de offers, het zweet en zelfs het bloed van iemand tot uitdrukking brengt. Daarom is geld verbonden met gezichten en menselijke geschiedenissen.
Jongeren moeten wennen aan een relatie met geld waarbij zij niet anders kunnen dan zich afvragen waar het vandaan komt, en dientengevolge kunnen zij de ouders niet overstelpen met buitensporige verzoeken.
Het is noodzakelijk zich te realiseren dat geld dienstig is. De mens is niet geroepen tot een leven van ellende dat hij doorbrengt in onwaardige of absurde omstandigheden. Wanneer er achter geld een in alle opzichten eerlijk werk zit, is geld goed, heilig, zoals het menselijk wezen dat het heeft geproduceerd, heilig is. Het is inderdaad dienstig, maar het moet niet gediend worden. Het is er voor de mens, daarentegen is de mens er niet voor het geld. De mens moet het bezitten, maar moet er niet door bezeten worden.
Een relatie met geld die eraan herinnert dat de oorsprong ervan gelegen is in het werk van de mens en dat geld dat eerlijk verworven is, een heilige connotatie heeft, ertoe zou moeten aanzetten het zeer behoedzaam uit te geven.
Dit is een belangrijk thema dat reeds binnen het gezin onder ogen moet worden gezien. Jongeren moeten leren dat zij de ouders niet mogen lastig vallen met hun verzoeken en dat ze niet alles kunnen krijgen wat ze willen.
Ook moeten instellingen, wat dit betreft, hun eigen educatieve functie ontdekken en uitoefenen en de burgers doen begrijpen dat uitgaven met voorrang gebruikt moeten worden voor het scheppen van bronnen van werk en voor onderwijs, gezondheid, bescherming van het milieu, veiligheid... en niet voor festivals, dure defilés, allerlei kampioenschappen, die iedere dag en ieder uur met nutteloze daarvoor opgezette structuren plaatsvinden.
De reden is dat de middelen beperkt zijn en niet kunnen worden gebruikt ten koste van de fundamentele eisen van de burgers.
Deze pandemie heeft de absurditeit aan het licht gebracht dat wij voor welke verjaardag dan ook of een communiefeest in staat zijn schulden te maken en veel geld uit te geven, maar vervolgens, wanneer wij een bezoek aan de dokter moeten brengen of geneesmiddelen moeten kopen, niets hebben gespaard.
En dit alleen al laat de absurditeit van ons leven zien.
Het boek Prediker stigmatiseert de onverzadigbare honger naar geld en rijkdom als volgt:
“Wie uit is op geld heeft nooit genoeg en wie uit is op rijkdom wil altijd meer. Ook dat is ijdel” (Pr. 5, 9).
Paus Franciscus waarschuwt ons met de woorden:
“Geld corrumpeert. Er is geen uitweg. Als je deze weg van het geld kiest, zul je uiteindelijk ook een gecorrumpeerd iemand zijn. Geld heeft de verleiding je te brengen tot, langzamerhand te laten afglijden naar je verderf. En daarom is Jezus zo vastberaden: je kunt niet God en het geld dienen, dat kun je niet: of het een of het ander. En dat is geen communisme, dat is puur evangelie. Deze dingen zijn het woord van Jezus. Geld wordt een afgod en jij bewijst deze eer. De eerste kerkvaders spraken een krachtig woord in dezen: geld is de drek van de duivel. En dat is zo, omdat het van ons afgodendienaars maakt en onze geest verziekt met trots en ons verzot maakt op nutteloze kwesties en ons verwijdert van het geloof. Het corrumpeert”.
Op dit punt is de Catechismus van de Katholieke Kerk heel duidelijk, wanneer hij zegt:
“Met afgoderij worden niet enkel de verkeerde erediensten van het heidendom bedoeld. Afgoderij blijft een bestendige bekoring tegen het geloof. Zij bestaat erin te vergoddelijken wat geen God is” (nr. 2113).
En geld is geen God.
Laten wij met een gezuiverd hart en verlicht verstand naar de Heer terugkeren en ons niet conformeren aan de huidige wereld, maar veranderen door middel van een vernieuwing van onze geest (vgl. Rom. 12, 1-2).
En moge de zegen van de almachtige God,
Vader en Zoon en Heilige Geest,
over u neerdalen en altijd bij u blijven.
Amen.
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
01/05/2021

